Godelieve Maria De Meyer (Geel, 1923 – Deventer, 2001) was een Belgisch-Nederlands geschiedkundige (mediëvist) die vooral in Nederland werkzaam is geweest. Zij wordt vooral gewaardeerd vanwege haar uitgave van de middeleeuwse stadsrekeningen van Deventer en hiermee verband houdende publicaties.
Studie in Gent De Meyer was een dochter van de Vlaamse volkskundige Maurits De Meyer. In 1945 rondde zij haar doctoraal examen af met als scriptie over hagiografie in Vlaanderen. in 1946 behaalde zij een educatieve Master (voor lesgeven in de derde graad) met cum laude. Zij promoveerde in 1949 haar studie middeleeuwse geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Gent met een biografisch proefschrift. Hierna verdiepte zij zich in de volkskunde. In 1962 leidde dit tot het boek De volks- en kinderprent in de Nederlanden van de 15e tot de 20e eeuw, als medeauteur van haar vader.
Deventer In 1949 trouwde zij met haar studiegenoot, de in Den Haag geboren maar in Gent studerende dr. A.C.F. Koch (1923-1990), zoon van een medewerker van het Nederlandse consulaat te Gent, die in dat jaar in Deventer benoemd werd als stadsarchivaris, tevens bibliothecaris van de Atheneumbibliotheek. In Deventer schreef zij een kleine historische stadsgids die door de gemeente werd uitgegeven.
Bij het Instituut voor middeleeuwse geschiedenis van de Rijksuniversiteit Utrecht werkte zij van 1964 tot 1986 als wetenschappelijk hoofdmedewerker. Hier verzorgde zij de zesdelige uitgave van de Deventer stadsrekeningen uit de periode 1394 tot 1440. Nadat deze serie gereed was begeleidde zij promovendi. De stadsrekeningen van Deventer leverde ook stof op voor een aantal publicaties over muntgeschiedenis. Met E.W.F. van den Elzen schreef zij een studie over de verstening van Deventer, die in 1982 verscheen. In 1984 volgde een uitgave over de schutmeestersrekeningen van Utrecht met A. Graafhuis. Zij gaf onder meer les aan de bibliotheekacademie (kunstgeschiedenis) in Deventer en andere HBO instellingen.
In 1974 werd haar de culturele prijs van Deventer, de Gulden Adelaar, toegekend. Zij overleed op 78-jarige leeftijd in Deventer en is begraven in Cadenet.
Bibliografie
VLAANDEREN EN VOLKSKUNDE De hagiografie in Vlaanderen als bron voor de beschavingsgeschiedenis Xe-XIe-XIIe eeuw, 1945. Overeenkomsten en verschillen tussen middeleeuwse en hedendaagse bedevaarten, in: Volkskunde, jaargang 49, 1948, p. 125-133. Sagen uit Noord-Oost-Vlaanderen, Gent: Bond der Oostvlaamse Folkloristen, 1949. De slag te Kassel in 1071, om het bezit van het graafschap Vlaanderen, Brussel, 1950. Gravin Richildis in Henegouwen en Vlaanderen, Antwerpen: Standaard, 1951, 69 p. (K.V.H.U., verhandeling 418). De overlijdensdatum van graaf Arnulf van Valenciennes, in: Revue belge de philologie et d'histoire, 29/1, 1951, p. 139-142. Douai à la fin du XIe siècle, in: Revue du Nord, 33, nr. 129, Lille, 1951, p. 56-60. met Maurits De Meyer, Nederlandse volks- en kinderprenten, in: feestnummer bij gelegenheid van het 40e stichtingsjaar van het Rijksmuseum voor Volkskunde Het Nederlands Openluchtmuseum, 1952. Deventer, Deventer, 1959.
NUMISMATISCH-FINANCIEEL-MUNTKOERSEN De menselijke taal van stadsrekeningen, in: Spiegel Historiael, 2e jaargang, nr. 12, Bussum, 1967. De stadsrekeningen van Deventer, 6 delen, jaren 1394-1440, Groningen/Utrecht, 1968-1985. Latijn en volkstaal, schrijftaal en spreektaal in niet-literaire teksten, in: Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden, 89/1, Den Haag, 1974, p. 1-15. Voor twee weeskens elk een rok. Muntkoersen en inflatieproblemen in enkele Oostnederlandse steden omstreeks 1400, in: Overijsselse Historische Bijdragen, jaargang 92, Zwolle, 1977, p. 14-28. met E.W.F. van den Elzen, Wel en wee van Gelres geld. Munten en muntkoersen in de 14de en 15de eeuw, Arnhem, 1980. met E.W.F. van den Elzen, Van geschenk tot getal. Geschiedenis van een hoofse rekenmunt, in: Revue belge de philologie et d'histoire, 58/2, Brussel, 1980, p. 317-336. Middeleeuwse munten en hun gebruik in de boekhoudingen, in: Jaarboek voor Middeleeuwse Geschiedenis, deel 3, Hilversum: Verloren, 2000, p. 196-217. met Carl F.M. Koch, De herkomst van het zilver uit de vroegmiddeleeuwse Friese munten, in: Jaarboek voor Middeleeuwse Geschiedenis, deel 5, Hilversum: Verloren, 2002, p. 7-26.
SOCIAAL-JURIDISCH met E.W.F. van den Elzen, Knokken en dokken. Veiligheid en welstand van een 14de-eeuwse stad, in: Overijsselse Historische Bijdragen, jaargang 96, Zwolle, 1981. met E.W.F. van den Elzen, In de schaduw van Huizinga. Kanttekeningen bij de ‘wreedheid’ der middeleeuwse rechters, in: Tijdschrift voor Rechtsgeschiedenis, Dordrecht-Antwerpen, 1985. met E.W.F. van den Elzen, Het pijnlijk verhoor in de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden tijdens de middeleeuwen, in: Tijdschrift voor Rechtsgeschiedenis, Dordrecht-Antwerpen, 1986. met E.W.F. van den Elzen, Het zwakke geslacht in Utrecht. Enkele momentopnamen van mannen en vrouwen uit de late middeleeuwen, in: Jaarboek Oud-Utrecht, Utrecht, 1986. met E.W.F. van den Elzen, Oligarchie: vloek of zegen? Het Deventer stadsbestuur omstreeks 1400, in: Overijsselse Historische Bijdragen, Zwolle, 1986. Stichtse stedelingen in de late middeleeuwen, in: bundel studies aangeboden aan F.W.N. Hugenholtz ter gelegenheid van zijn afscheid, Utrecht, 1987. met E.W.F. van den Elzen, Het huwelijk van burgers in de late middeleeuwen, in: Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis, Utrecht, deel 1, 1988. met E.W.F. van den Elzen, Min en onmin. Mannen en vrouwen over hun omgang aan het einde van de vijftiende eeuw, Hilversum: Verloren, 1989.
STADSREKENINGEN - BOUWMATERIALEN - AUTOMATISERING met E.W.F. van den Elzen, Zur elektronischen Auswertung dokumentarischer Quellen. Ein Vorschlag, in: Hansische Geschichtsblätter, 99, Keulen-Wenen, 1981, p. 90-97. met E.W.F. van den Elzen, De verstening van Deventer. Huizen en mensen in de 14e eeuw, Groningen: Wolters-Noordhoff/Bouma, 1982. met E.W.F. van den Elzen, Honderd oude schilden Overijsselse Historische Bijdragen, 97, 7-15. 1982. met A. Graafhuis, Van boeten en bouwen. De Utrechtse schutmeesters-rekeningen van 1428-1528: hun informatie en de informatica, Utrecht, 1984. met E.W.F. van den Elzen, De middeleeuwen en de microcomputer. Een poging om informatie uit stadsrekeningen automatisch toegankelijk te maken, in: G. Rooijakkers (red.), Trend of toekomst: het gebruik van de computer in de geschiedwetenschap, Nijmegen, 1985, p. 31-44. * met E.W.F. van den Elzen, Van latten en pannen; dakmaterialen in de 14e en 15e eeuw voornamelijk in de IJsselstreek, Overijsselse Historische Bijdragen, 101, p.133-168. 1986 met E.W.F. van den Elzen, Uit ander hout gesneden, in antwoord in discussie over van latten en pannen in: Overijsselse Historische Bijdragen, 101e, Zwolle, 1986. met E.W.F. van den Elzen, Laatmiddeleeuwse dakmaterialen in de IJsselstreek. Discussie naar aanleiding van ‘Verstening in drie IJsselsteden’, in: Overijsselse Historische Bijdragen, Zwolle, 1987.
Categorie:Belgisch historicus Categorie:Vlaams schrijver Categorie:Nederlands historicus Categorie:Nederlands schrijver