Rob Nanninga, geboren als Roelof Hendrik Nanninga,. (Groningen, 6 augustus 1955 – aldaar, 30 mei 2014) was een Nederlands scepticus, schrijver en publicist, bestuurslid van Stichting Skepsis en hoofdredacteur van haar tijdschrift Skepter. Hij werd bekend door zijn kritische stukken over alternatieve genezers en therapeuten, paranormale beweringen en pseudowetenschappelijke trainingen en opleidingen.
Vroege loopbaan Nanninga volgde de lerarenopleiding Ubbo Emmius en studeerde daar in de zomer van 1980 af als leraar Nederlands en Engels. Na pas een maand in dienstplicht werd hij afgekeurd. Daarna heeft Nanninga voor de klas gestaan, maar slechts korte tijd omdat hij geen orde kon houden; zijn Skinneriaanse ideeën over niet straffen maar belonen waren niet aan Oost-Groningse mavoleerlingen besteed. Hij concludeerde dat lesgeven aan opstandige pubers niets voor hem was.
Eerste sceptische activiteiten Al in 1976 was Nanninga via een opleidingsproject betrokken bij een Groningse groep van sceptici, tegenover wie hij verklaarde te weten hoe Uri Geller lepels boog. In datzelfde jaar werd de Amerikaanse skeptische organisatie Committee for the Scientific Investigation of Claims of the Paranormal (CSICOP) opgericht, waarvan het tijdschrift Skeptical Inquirer ook in Nederland enkele abonnees kreeg.Ergens tussen 1977 en 1987 is Nanninga abonnee geworden op Skeptical Inquirer. Rond 1979 groeide Nanninga's interesse voor sekten, waarvan hij er verscheidene samen met een werkgroep "Opkomende religies" bezocht. In die club ontmoette hij zijn vriendin Jolanda Hennekam.
Begin jaren tachtig voerde Nanninga een experiment uit met een transcendente meditatie-aanhanger die beweerde vanuit een meditatiehouding een zweefsprong van ruim een meter te kunnen maken zonder zich tegen de grond af te zetten. Nanninga gaf hem de opdracht om vanaf een plaat multiplex die op knikkers lag op een matras te springen dat een halve meter verder lag. De proefpersoon, die van tevoren beweerde dat de meditatie hem een "vlieggevoel" gaf, werd met de harde waarheid geconfronteerd dat men zich op een rollende plaat niet kan afzetten. thumb|Rob Nanninga's boek Parariteiten, gepubliceerd in 1988. Eind 1987 maakte Nanninga deel uit van een groep van ongeveer 25 Nederlandse Skeptical Inquirer-abonnees die bij het Humanistisch Verbond in de Utrechtse Oudkerkhof bijeenkwamen om in Nederland een aan CSICOP equivalente organisatie op te richten, hetgeen leidde tot Stichting Skepsis. Nanninga raakte betrokken bij de oprichting omdat hij op dat moment werkte aan zijn boek Parariteiten, dat het volgende jaar uitkwam. Tijdens de bijeenkomst ontmoette hij veel van zijn latere collega's zoals wiskundige Jan Willem Nienhuys en astronoom Cornelis de Jager die voorzitter werd. Hijzelf nam vanaf eind 1988 de positie van secretaris in (tot 2004). Op 1 maart 1988 kwam de eerste editie van het Skepsis-tijdschrift Skepter uit, waarvan Nanninga redacteur werd en van 2002 tot zijn dood de hoofdredacteur was.
Skepsis en Skepter Zaak-Moget Nanninga werd in december 1994 getipt door een oud-medewerkster van het in Groningen gevestigde Instituut voor Video-Gestalttherapie (IVG), waar incestslachtoffers door de Groninger en Leeuwarder GGD en sociale dienst (die het IVG voor duizenden guldens subsidieerden) naar werden doorverwezen. Het IVG zou aan sektarische praktijken doen. Daarop sprak Nanninga met verscheidene ex-cliënten, -cursisten en -therapeuten van het IVG, waarna hij eind januari 1995 een rapport met zijn bevindingen stuurde naar de directeur van de sociale dienst en naar de hoofdinspecteur voor de Gezondheidszorg. Na van hen nul op zijn rekest te hebben gekregen besloot hij de publiciteit op te zoeken.
Op 3 maart 1995 schreef Nanninga in Intermediair een stuk vol felle aantijgingen jegens het instituut. Kern van zijn klacht was IVG-leidster Wies Moget, die hij omschreef als een 'paranoïde en meedogenloze vrouw' die beweerde de slachtoffers te helpen, als ze maar precies deden wat zij vroeg. Nanninga legde bloot dat Moget allerlei fantastische verhalen vertelde die zeer betwistbaar waren. Volgens Moget zouden zij en haar dochters in het verleden al verschrikkelijke mishandelingen hebben meegemaakt door toedoen van een duister verbond dat ze "De Groep" noemde. Dit zou bestaan uit enkele zogenaamd 'satanische' figuren waaronder haar ex-man die het op hen gemunt hadden. Middels haar therapie zouden ze zich hier tegen gewapend hebben. Vanaf 1991 wierf Moget onder haar eigen cliënten cursisten voor haar eigen dure opleiding tot behandelaar. Met haar 'sekte' in Groningen-Centrum 'terroriseerde ze de omgeving'. Enerzijds door haar eigen medewerkers te manipuleren met dreigementen en ze voor te houden dat ze in hun verleden slachtoffer waren geweest van verdrongen misdaden. Anderzijds identificeerde ze mensen, waaronder ook eigen cursisten, als leden van "De Groep". Moget wist haar adepten met verhalen te bewegen tot het verbreken van banden met familie en vrienden, en afhankelijk van haar te maken. Deelnemers die protesteerden werden door Moget aan een hypnosesessie onderworpen of uitgestoten als ze te gevaarlijk werden voor de stabiliteit van het IVG.
Na de publicatie van Nanninga's stuk besloten de GGD en de sociale dienst voorlopig geen nieuwe cliënten naar het IVG door te sturen, enkele oud-cursisten kwamen met klachten.
In een nieuw stuk in dagblad Trouw van 18 maart kwam Nanninga met nieuw bewijsmateriaal van een reeks ex-cliënten en -medewerkers. Door de commotie besloot het IVG een commissie aan te stellen die eventuele misstanden zou onderzoeken (de Geneeskundige Inspectie van de Volksgezondheid weigerde onderzoek in te stellen omdat het instituut niet erkend werd), maar Mogets nieuwe vriend en woordvoerder Vincent Schochron liet in dezelfde verklaring al op voorhand weten dat het instituut, dat op dat moment enkele tientallen patiënten had, 'niets verkeerd' deed. Bovendien werd Nanninga door Moget een proces aangedaan wegens smaad en laster met een eis tot geldelijke genoegdoening voor het berokkenen van "materiële en immateriële schade" aan het instituut. De rechtbank in Groningen wees op 15 december 1995 de eis af omdat ze vond dat Skepsis niet beledigend of onnodig grievend was geweest en Nanninga zijn beweringen goed had onderbouwd. Moget moest de kosten van de gerechtelijke procedures betalen. Daarna werd het stil rondom het IVG; de autoriteiten ondernamen geen actie ondanks pogingen van ex-cursisten om het centrum tot sluiting te dwingen.
Graancirkels, ufo's en buitenaardse wezens thumb|Een graancirkel uit 2004, gemaakt door Südwestrundfunk bij Bedersdorf in Duitsland. Tegen 1999 concludeerde Nanninga dat waarschijnlijk alle graancirkels door mensen gemaakt werden. Rond de millenniumwisseling hield een golf van pseudowetenschappelijke interesse voor buitenaards leven en het vaak veronderstelde verband met graancirkels en ufo's Nanninga en zijn collega's (vooral Marcel Hulspas) bezig. Enkele malen legde Nanninga in Skepter en aan de pers uit dat het bewijs dat ufologen aandragen voor hun beweringen doorgaans flinterdun en inconsistent is. "Sommigen beschouwen de cirkels als een noodkreet van Moeder Aarde, terwijl anderen ze in verband brengen met buitenaardse wezens die vanuit hun ufo's de graanvelden bestralen. Volgens wichelroedelopers hebben ze te maken met paranormale krachtlijnen die door het landschap lopen. Haselhoff heeft nog geen keuze gemaakt uit deze verwarde theorieën." Het standaard argument ging dat graancirkels "te complex" zouden zijn om door mensen te zijn vervaardigd en derhalve wel van buitenaardse makelij moesten zijn, zelfs wanneer er mensen naar voren kwamen en bekenden de cirkels te hebben gemaakt, inclusief filmmateriaal van hoe ze het deden.
Nanninga vond het ook 'een belachelijke theorie' dat sommige vrouwen beweerden zwanger te zijn gemaakt door buitenaardse wezens om kinderen te krijgen: "Dan kunnen die wezens toch beter een spermabank overvallen?" Hij benadrukte dat volgens hem mensen die zulke dingen geloven niet gek zijn, maar gewoon een rijke fantasie hebben die zij soms verwarren met de werkelijkheid, en wees er op dat in het geval van graancirkels het steeds om mensenwerk van grappenmakers ging die uit zijn op sensatie. Skepsis publiceerde op haar website een handleiding om zelf graancirkels te maken. Half 1999 concludeerde Nanninga dat graancirkels al zo vaak hoaxes waren gebleken en dat de populariteit merkbaar afnam, dat serieus onderzoek ernaar overbodig was geworden, hoewel hij er nog wel een plek voor zag weggelegd in de kunst.
In april 1997 onderzocht en beschreef Nanninga de opkomst en ondergang van de Amerikaanse christelijk-ufologische Heaven's Gate-sekte en wat de leden ertoe had gebracht om collectief zelfmoord te plegen.
Parapsychologie Hoewel sceptici door parapsychologen vaak "fundamentalisme" wordt verweten omdat zij voor alles bewijs willen hebben, stelde Nanninga in 2001 dat parapsychologisch onderzoek serieus genomen diende te worden omdat een meta-analyse van ganzfeldexperimenten een positief resultaat liet zien dat niet door toeval alleen verklaard kon worden, al concludeerde hij nog niets. Later werd hij naar eigen zeggen "wat bezonnener" toen bleek dat er vaak statistische fouten werden gemaakt, de resultaten niet goed herhaalbaar zijn en dat "het verhaal rammelt". Hij bleef wel openstaan voor de parapsychologie en zou feiten aanvaarden als ze overtuigend waren, maar constateerde dat de onderzoekers in dit veld vooral bezig waren met hun achterban te overtuigen en niet de buitenwereld.
In 1994 schreef Nanninga een exposé over hypnotiseur Rasti Rostelli, die onder meer beweerde telekinetische gaven te hebben en demonstreerde in 2001 tijdens een aflevering van Het zwarte schaap dat Rostelli eigenlijk welbekende (en soms gevaarlijke) goocheltrucs gebruikte zonder dat toe te geven en daardoor mensen misleidde. Nanninga bood hem namens Stichting Skepsis 10.000 gulden aan om zonder trucs te bewijzen dat hij paranormale gaven had, maar Rostelli weigerde.
Homeopathische uitdaging 300px|thumb|Toen Minister Hoogervorst in 2004 beweerde dat homeopathie 'gewoon water' is, daagden homeopaten hem uit om een overdosis te nemen. Nanninga bood in zijn plaats een experiment aan.