miniatuur|Het wapen van Oldambt miniatuur|Zegel van het Wold-Oldambt zoals aangehecht aan een oorkonde uit 1405, bewaard in het Utrechts Archief. Het wapen van Oldambt werd op 16 april 1962 per koninklijk besluit aan het Groningse waterschap Oldambt toegekend. Het wapen was exact gelijk aan het in 1819 bevestigde wapen van het Termunterzijlvest uit de 17e eeuw, bij de Hoge Raad van Adel werden alleen de naam in het archief en de tekst aangepast, de tekening van het wapen bleef gelijk. De kerkgebouw kreeg daarna een plek in het nieuwe wapen van Eemszijlvest (1985-2000).

Het kerkgebouw op het waterschapswapen van zowel Termunterzijlvest als Oldambt is ontleend aan het middeleeuwse zegel van het landschap Wold-Oldambt. Dit zegel beeldt de middeleeuwse Viertorenkerk van Midwolda uit. De afbeelding is echter sterk gestileerd; hij toont geen vier, maar drie torens, mogelijk omdat men het zegel van de Groningse Martinikerk als voorbeeld nam.

In het middeleeuwse zegel staan – net als bij het zegel van de Martinikerk – boven de kerk vijf sterren afgebeeld.Hajo van Lengen, 'Karl der Große, Jungfrau Maria und andere Heilsbringer als Garanten und Patrone Friesischer Freiheit. Zu den Siegeln der Landesgemeinden Frieslands im Mittelalter', in: Dez. (red.), Die Friesische Freiheit des Mittelalters - Leben und Legende, Aurich 2003, p. 90-133, hier 96, 99 (nr. 14). Op het koor zit een vogel die naar het oosten kijkt: mogelijk een duif als symbool voor de heilige geest of anders een symbool voor de hoop op eeuwig leven. De torens zijn bekroond met een fleur de lis. Rond de afbeelding van de Viertorenkerk is een randschrift aangebracht: ('zegel In het Oldambt')

De wapenfiguur werd in 1894 overgenomen door de gemeente Midwolda en in de 20e eeuw door de gereformeerde gemeente Midwolda.

Blazoenering De blazoenering van het waterschapswapen luidt als volgt:

Het wapen is van zilver met daarop een kerk in natuurlijke kleur. De kerk heeft vier toren: twee links en twee rechts. Het gebouw staat op een groene ondergrond. Niet vermeld zijn de vier gouden bekroningen van de torenspitsen. De tweede van heraldisch links (voor de kijker tweede van rechts) heeft bovenop een windhaan, de andere drie een gouden kruis.

Geschiedenis Van het middeleeuwse zegel van het Wold-Oldambt zijn slechts enkele afdrukken bekend; de oudste dateert uit 1347, een andere uit 1405.P.J. Blok et al. (uitg.), Oorkondenboek van Groningen en Drente, Groningen 1896-1899, dl. 1, nr. 398; dl.. 2, nr. 1219; afbeelding in dl. 1, plaat V (tegenover p. 257). Zegelafdrukken uit 1276, 1361 en 1368 zijn niet bewaard gebleven. Aan een vredesverdrag uit 1427 werd weliswaar het Oldenamts seghel verbonden, maar dit betrof een zegel van het Klei-Oldambt.Ernst Friedländer (red.), Ostfriesisches Urkundenbuch, dl. 1, Emden 1878, nr. 354 en 367. Het ghemenen landes zeghel werd vermoedelijk voor het laatst in 1454 gebruikt door de vertegenwoordigers van hoofdelingen, rechters en ghemeene meente van het Oldambt.G. A[cker] Stratingh & G.A. Venema, De Dollard of geschied,- aardrijks- en natuurkundige beschrijving van dezen boezem der Eems, Groningen 1855, p. 330-331.

In 1536 verkreeg het stadsbestuur van Groningen de zeggenschap over de beide Oldambten. Het zegelstempel bleef kennelijk in het bezit van de gezamenlijke kerspelen, mogelijk in een van de kisten waarin zij hun archieven en belastinggelden bewaarden.[Dirk Graswinckel], Bewys van de Vryheyt ende Independentie Der Vrije Oldampten, Rotterdam 1640, p. 22-23. Maart 1580 werd het zegel weer gebruikt in een document, waarin twee volmachten toestemming kregen om namens beide Oldambten de Unie van Utrecht te ondertekenen. Een van hen was landrichter Doede Tjarcx.Groninger Archieven, toegang 2100, inv.nr. 610.1: Akte waarbij de gevolmachtigden van de beide Oldambten procuratie verlenen aan Doede Tiarcks en Bonno Hayens om namens hen de Unie van Utrecht aan te nemen, 8 maart 1580.

In de loop van de zeventiende eeuw escaleerden de conflicten tussen de eigenerfde boeren en het stadsbestuur. De Oldambtsters namen hun lot in eigen hand, probeerden zelfstandig zitting te krijgen in de Statenvergadering van Stad en Lande en verklaarden zich uiteindelijk onafhankelijk van de stad. Hun volmachten gebruikten in 1639 opnieuw het groot seghel der Vrye Oldampten, dat in hun ogen het bewijs vormde dat hun landstreek vanouds souverein was geweest.Procuratie Ende daer op gevolgde Remonstrantien ende protest, Den Haag 1640, p. 8. Het oorspronkelijke stuk uit 1639 werd voorzien van "het groote Oud-Ampster Landschaps Zegul in groenen Wasse uyt-gedruckt". In 1648 benoemden ze op eigen houtje een nieuwe landrichter (een jurist uit het Oldambt), die het zegelstempel onder zijn beheer kreeg. Minstens twee publicaties werden getooid met een afbeelding van het zegelstempel (dus in spiegelbeeld), maar met een kleine correctie: geen drie maar vier torens.Advertissement van rechten, aen sijne vorstelijcke hoogheyt van Orangen … overgelevert uyt name ende van wegen de gecommitteerde der vrye Oldambten. Op ende tegens de ed. mo. heeren Staten vande provincie van Stadt ende Lande, Den Haag 1649. Focco Menninga, Korte deductie nopens de territoriale Superioriteit der beide Oldambten, Den Haag 1652. Onder druk van de Staten Generaal moesten de Oldambtsters echter inbinden en zich schikken naar de eisen van de stad.

Het stadsbestuur vernam in 1684 dat het oorspronkelijke zegelstempel zich nog altijd bij de predikant van Eexta bevond. De drost kreeg opdracht het 260 gram zware stempel voor de prijs van oud zilver aan te kopen. Veertien jaar later liet men het middeleeuwse kleinood alsnog omsmelten ten behoeve van een nieuw zegelstempel met het stadswapen. De stad beweerde dat het oude stempel "door de Oldambsters in den jaere 1648 is gemaeckt" en door hen tijdens de "ongelegentheit en troubles van den jaere 1649" ten onrechte was gebruikt. Uit de aantekeningen blijkt echter dat het om het originele stempel uit de middeleeuwen ging.Groninger Archieven, toegang 1605, inv.nr. 20, p. 182 en 192; inv.nr. 25, p. 13 (Resolutie Burgemeesters & Raad, 26 januari en 14 februari 1684, 15 februari 1698). Hendrik Octavius Feith, Regeringsboek der provincie Groningen, eerste stuk, Groningen 1850, p. 29. Predikant Johannes van Oostbroek beheerde het zegelstempel voor zijn minderjarige familieleden, die het van hun vader Fredericus van Oostbroek (1635-1653 predikant te Eexta) hadden geërfd. Kennelijk werd het zegel bewaard in een kist met landschapsdocumenten, waarvan in 1435 voor het eerst sprake was. Nog in 1640 wordt gesproken over de "Archyven van de Old-ampten". Het tweelingdorp Scheemda gold in de 17e en 18e eeuw als de hoofdplaats van het Oldambt.De Boo, 'Over het verdwijnen van de kerk uit het Oldambt, 2011.

Het wapen met de Viertorenkerk bleef desondanks in gebruik, onder andere bij het waterschap Termunterzijlvest en bij het openbare bestuur. Het Groninger Museum bezit een de koperen bus uit het einde van de zeventiende eeuw waarin hensbeker van het waterschap werd bewaard.Jan Koers et al. (red.), Canon van het Oldambt, Winschoten 2011, p. 31. De bus met de drie hensbekers werd in 1945 ontvreemd, maar kwam via een kunsthandel in London in 1988 in het bezit van het Groninger Museum. Het waterschap Oldambt heeft in 1967 op grond van foto's en tekeningen uit 1931 kopieën van de oorspronkelijke bekers en de bus laten maken. Zie ook: Milja van Tielhof, Consensus en conflict Waterbeheer in de Nederlanden 1200-1800, Hilversum 2021, p. 195, 283-284.A. Pathuis, Groninger gedenkwaardigheden, Groningen 1979, nr. 237h. Groninger Museum, inv.nrs. 1988.0311, 1988.0314 (bruikleen van waterschap Hunze en Aa's). Groninger Archieven, toegang 818, inv.nr. 19478 (foto 1979). Het wapen op de hensbeker van 1689 heeft als onderschrift T Zijlvest van Groot Termunten. De afgebeelde kerk heeft echter een vieringtoren, zodat het om de Ursuskerk van Groot-Termunten moet gaan. De afbeelding op de koperen bus strookt beter met de oudere voorbeelden, al zijn de zijschepen van de kerk hier niet getekend. Het staat verder afgebeeld op de monumentale stenen boog van Termuntenzijl uit 1725.Zo ook op een verdwenen gedenkbord; beide afbeeldingen zijn gekoppeld de naam van drost en opperste schepper Gerhard Schaffer. Pathuis, Gedenkwaardigheden, nrs. 236c, 241f. De afbeeldingen zijn sterk versimpeld: op de koperen bus ontbreken de zijschepen van de kerk. Volgens Pathuis werd het wapen ook gebruikt op de hensbeker zelf en op het draagteken van de gerechtsbode van het Oldambt. Dit betreft echter een massief gebouw met een vieringtoren, die de oorspronkelijke dorpskerk van Groot-Termunten of wellicht de kerk van het Grijzemonnikenklooster moet voorstellen.Pathuis, Gedenkwaardigheden, nr. 20. Groninger Museum, inv.nr. 0000.0988. De primitieve afbeelding op het geëmailleerde schildje uit 1725 was gemodelleerd naar het wapen van Groot-Termunten op de hensbeker uit 1689.

Een Oldambster vrijkorps dat in mei 1748 bewapend de stad Groningen binnentrok, tooide zich met een nieuw vaandel dat de Vier-Toorende kerk uitbeeldde.Echt verhaal van de onlusten, voorgevallen in de provintie Groningen sederd de verkiezing van zyn doorluchte hoogheid W. K. H. Frizo, prinse van Oranje [...], Amsterdam 1748, p. 143.Vgl. Harry Perton, Het loeit in het Oldambt. Kroniek van de boerenopstand van 1748, Scheemda 1748, p. 75. Het vaandel kreeg daarna een plek in de nieuwe kerk.

De afbeelding van de middeleeuwse kerk gold volgens de afgezette drost Albert Johan de Sitter in 1793 als "het algemeene landszegel en wapen" van het Oldambt.[Albert Johan de SItter], Tegenwoordige staat der Vereenigde Nederlandeni, dl. 21, Vervattende het vervolg der beschryving van Stad en Lande, Groningen 1793, p. 221. Vgl. Lambertus van Bolhuis, Tweetal van plegtige redevoeringen [...] ter inwijding van een nieuw kerk-gebouw te Oostwold [...], Groningen 1778, 0. 70: "De Oldambtsters hebben deze kerk in hun wapen". Toen prins Willem V in 1773 zijn intrede deed in Groningen werd hij ontvangen met een tableau dat ook het oude Oldambtster wapen toonde.Nieuwe Nederlandsche Jaarboeken 8, 2e stuk (1773), p. 1395. Na de Bataafse Omwenteling in 1795 haalden de patriotten het wapen weer van stal. Het Committé Centraal des Wold-Oldambts te Scheemda gebruikte het tot 1799 in zijn publicaties.Jan Koers et al. (red.), Canon van het Oldambt, Winschoten 2011, p. 44. Acker Stratingh, 'Het wapen der provincie Groningen' (1872), p. 52 (14 juni 1797).Nationaal Archief, toegang 2.01.01.01: Archieven van de Wetgevende Colleges van de Bataafse Republiek en van het Koninkrijk Holland, 1796-1810, inv. nr. 877: Plakkaat van het 'Comité-Centraal des Wold-Oldambts' te Scheemda betreffende een missive van de Nationale Vergadering inzake het 'Plan van Representatie', 14 december 1797. Groninger Archieven, toegang 1772: Bibliotheek, inv. nr. 680: Vryheid - Gelykheid. Het Committé Centraal des Wold-Oldambts aan alle hunne Medeburgers, Heil en Broederschap!, Scheemda 26 oktober 1797 (vgl. hier een pamflet van dezelfde datum, gericht tegen de Stad). Waarschijnlijk is het wapen nagetekend naar een slecht voorbeeld, wellicht een uithangbord; de vorm van de kerk klopt niet met de afbeelding op het zegel. Het wapen van het Termunterzijlvest werd in 1819 officieel erkend en verscheen daarna op zegelstempels en officiële gebouwen.Groninger Archieven, toegang 1015-0001, inv.nr. 10315 en 10316.