Deparia is een geslacht van enkele tientallen soorten terrestrische varens uit de wijfjesvarenfamilie (Athyriaceae), vooral afkomstig van eilanden in de Grote Oceaan, waaronder Hawaii. Deparia petersenii komt ook in Europa voor.

Kenmerken thumb|left|Deparia japonica, onderzijde van het blad met gepaarde sporenhoopjes

Deparia-soorten zijn terrestrische varens met een kruipende rizoom. De eenvormige bladen vallen in de winter af. De bladsteel is 1/3 tot 2/3 van de lengte van het blad, aan de bovenzijde diep gegroefd, met twee halvemaanvormige vaatbundels, en dikwijls onderaan verdikt als opslagplaats voor zetmeel (trophopode). De bladen zijn elliptisch tot lancetvormig, enkel- of meervoudig geveerd en geleidelijk eindigend in een enkelvoudig geveerde top. De deelblaadjes hebben een gladde, getande of gezaagde bladrand; de topblaadjes zijn meestal gereduceerd en zittend. De bladsteel en de bladspil zijn bezet met multicellulaire haren.

De sporenhoopjes zijn langwerpig en zitten op de onderzijde van de bladen op de nerven. De dekvliesjes zijn duurzaam en lijnvormig (behalve bij de typesoort, die schotelvormige dekvliesjes heeft).

Verspreiding en voorkomen Deparia-soorten komen vooral voor op subtropische en tropische eilanden in de Grote Oceaan, waaronder Hawaii. Enkele zijn te vinden in tropisch Afrika en Azië, Australië en Noord-Amerika. Deparia petersenii is geïntroduceerd en verwilderd op onder andere Madeira.

Taxonomie en fylogenie Deparia werd in het verleden bij de familie Dryopteridaceae ingedeeld. Volgens de classificatie van Christenhusz en anderen uit 2011 wordt het geslacht in de familie Athyriaceae geplaatst 2011: A linear sequence of extant families and genera of lycophytes and ferns Phytotaxa 19: 7-54. (18 Feb. 2011).

Beschreven soorten Het geslacht telt naargelang de bron 9 tot 50 soorten, de meeste uit de tropen. De typesoort is D. macraei. In Europa is één soort geïntroduceerd.

Geslacht: Deparia Soorten: Deparia petersenii (Kunze) M. Kato (1977)

Categorie:Athyriaceae