De associatie van buntgras en heidespurrie (Spergulo-Corynephoretum) is een associatie uit het buntgras-verbond (Corynephorion). Het is in Nederland en Vlaanderen de meest voorkomende plantengemeenschap op zandverstuivingen.

Het is een pioniervegetatie die overwegend bestaat uit blad- en korstmossen, aangevuld met eenjarigen als heidespurrie en buntgras.

Naamgeving en codering Syntaxoncode voor Nederland (rVvN): r14Aa01 Natura2000-habitattypecode: (EU-code): H2330

De wetenschappelijke naam Spergulo-Corynephoretum is afgeleid van de botanische namen van respectievelijk heidespurrie (Spergula morisonii) en buntgras (Corynephorus canescens).

Fysiognomie thumb|Een laagblijvende, zeer open kruidlaag en een rijke moslaag in combinatie met open stukken zand karakteriseren de vegetatiestructuur. De associatie van buntgras en heidespurrie is een laagblijvende, veelal zeer open pioniervegetatie. Een boom- en struiklaag ontbreken. De kruidlaag is zeer open, met verspreid staande pollen buntgras en open plekken met kleine, eenjarige planten als heidespurrie.

De moslaag is plaatselijk goed ontwikkeld en soortenrijk, met overwegend bladmossen en korstmossen.

De vegetatielaag is onderbroken door open stuifzandplekken, en wordt dan ook regelmatig ondergestoven. Ruig haarmos is daarbij de belangrijkste vastlegger van het stuifzand, gevolgd door de korstmossen.

Ecologie Deze plantengemeenschap komt enkel voor in extreme omstandigheden op zonnige, zandige plaatsen met een zeer lage vochtigheid, hoge temperatuur, en een zure, oligotrofe en profielloze bodem.

Deze zijn vooral te vinden op binnenlandse duinen en in beperkte mate op kustduinen.

Ontstaan en successie De associatie van buntgras en heidespurrie is een pioniervegetatie die ontstaat op open, droge zandverstuivingen. Ze kan bij ideale omstandigheden tientallen jaren blijven bestaan, doch zal uiteindelijk verder evolueren naar een vegetatie van de klasse van droge heiden of van de klasse van naaldbossen, zoals het gaffeltandmos-jeneverbesstruweel.

Bij lichte bemesting en betreding kan het ook evolueren naar de vogelpootje-associatie of naar de associatie van vetkruid en tijm. Begrazing (bijvoorbeeld door pony's) kan dan weer leiden naar meer monotone graslanden van de duin-struisgras-associatie of de associatie van schapengras en tijm.

Subassociaties in Nederland en Vlaanderen Van de associatie van buntgras en heidespurrie worden in Nederland en Vlaanderen twee subbassociaties onderscheiden.

Arme subassociatie Een soortenarme subassociatie (Spergulo-Corynephoretum inops) wordt negatief gekenmerkt. De syntaxoncode voor Nederland (rVvN) van deze subassociatie is r14Aa01a.

Subassociatie met korstmossen Een subassociatie met korstmossen (Spergulo-Corynephoretum cladonietosum) is zeer rijk aan korstmossen. De syntaxoncode voor Nederland (rVvN) van deze subassociatie is r14Aa01b.

Vegetatiezonering thumb|De associatie van buntgras en heidespurrie in contact met de associatie van struikhei en stekelbrem. thumb|De associatie van buntgras en heidespurrie, grenzend aan het korstmossen-dennenbos. In de vegetatiezonering vormt de associatie van buntgras en heidespurrie vaak contactgemeenschappen met dwergstruweel van de klasse van droge heiden. Soms kan de associatie ook direct grenzen aan naaldstruweel van gaffeltandmos-jeneverbesstruweel of naaldbos van het korstmossen-dennenbos.

Biogeografie Het verspreidingsgebied van de associatie van buntgras en heidespurrie is beperkt tot België, Nederland, Duitsland en het oosten van Engeland, met verwante gemeenschappen en Denemarken en Zuid-Zweden.

Het zwaartepunt ervan ligt in de Pleistocene districten van Nederland, met vooral de Veluwe, Drenthe, Salland, Noord-Limburg en Noord-Brabant. De grootse aaneengesloten stuifzandgebied van West-Europa vinden we op de Loonse en Drunense Duinen in Noord-Brabant en het Kootwijkerzand op de Veluwe.

In Vlaanderen zijn landduinen verspreid en zeer zeldzaam, met als zwaartepunten de Antwerpse en Limburgse Kempen. Vooral de Kalmthoutse Heide in Antwerpen omvat nog grote stuifzandgebieden. Verder vinden we restanten van stuifzanden in de Vlaamse Zandstreek en in het Hageland.

Diagnostische taxa voor Nederland en Vlaanderen Deze associatie is - voor wat betreft de hogere planten - vooral gekenmerkt door de specifieke kensoort heidespurrie en de verbondskensoort buntgras. Daarnaast komen meestal ook fijn schapengras, zandstruisgras, schapenzuring en struikhei voor.

In de moslaag treft men opvallend veel droogtebestendige bladmossen en korstmossen aan. Van de bladmossen komt de associatiekensoort ruig haarmos meestal voor, aangevuld met gewoon peermos en de exoot grijs kronkelsteeltje. Daarnaast vinden we talrijke korstmossen, met als voornaamste kensoorten ezelspootje en gewoon stapelbekertje, en als meest voorkomende begeleidende soorten rood bekermos, open rendiermos, rode heidelucifer, girafje en bruin heidestaartje.

In de onderstaande synoptische tabel staan de belangrijkste diagnostische planten- en korstmossentaxa voor de associatie van buntgras en heidespurrie in Nederland en Vlaanderen.

Kruidlaag Kentaxon Diff.soort Presentie Triviale naam Botanische naam Opmerking Afbeelding kA > 60% heidespurrie Spergula morisonii 100px kV > 90% buntgras Corynephorus canescens 100px kK > 20% zandzegge Carex arenaria 100px kK < 10% gewoon biggenkruid Hypochaeris radicata 100px kK < 10% vroege haver Aira praecox 100px > 40% fijn schapengras Festuca filiformis 100px dA > 40% zandstruisgras Agrostis vinealis t.o.v. de duin-buntgras-associatie 100px > 30% schapenzuring Rumex acetosella 100px > 10% struikhei Calluna vulgaris 100px > 10% bochtige smele Avenella flexuosa 100px Moslaag Kentaxon Diff.soort Presentie Triviale naam Botanische naam Opmerking Afbeelding kA > 80% ruig haarmos Polytrichum piliferum 100px kA > 40% ezelspootje Cladonia zopfii 100px kA > 30% gewoon stapelbekertje Cladonia cervicornis 100px kA < 10% hamerblaadje Cladonia strepsilis 100px kA < 10% stuifzandkorrelloof Stereocaulon condensatum 100px kA wollig korrelloof Stereocaulon saxatile 100px kV > 40% gewoon kraakloof Cetraria aculeata 100px kV > 20% rafelig bekermos Cladonia ramulosa 100px kK < 10% gewoon purpersteeltje Ceratodon purpureus 100px kK < 10% grijze bisschopsmuts Racomitrium canescens 100px > 60% rood bekermos Cladonia coccifera 100px > 40% open rendiermos Cladina portentosa 100px > 40% rode heidelucifer Cladonia floerkeana 100px > 40% girafje Cladonia gracilis 100px > 40% bruin heidestaartje Cladonia glauca 100px > 30% varkenspootje Cladonia uncialis 100px > 20% dove heidelucifer Cladonia macilenta 100px > 20% gebogen rendiermos Cladina arbuscula 100px > 20% gewoon peermos Pohlia nutans 100px > 20% fijn bekermos Cladonia chlorophaea 100px > 20% grijs kronkelsteeltje Campylopus introflexus 100px > 10% klein kraakloof Coelocaulon aculeatum 100px > 10% kronkelheidestaartje Cladonia subulata 100px > 10% gewoon gaffeltandmos Dicranum scoparium 100px > 10% bruin bekermos Cladonia grayi 100px > 10% elandgeweimos Cladonia foliacea 100px

Bedreiging en bescherming De belangrijkste bedreigingen voor het voortbestaan van deze pioniersvegetatie zijn: Atmosferische stikstofdepositie met als gevolg vergrassing en versnelde successie naar bos; Actieve bebossing met vooral naaldbomen; Spontane verbossing door gebrek aan beheer; Verkavelingen en zandwinning; Intensieve betreding, met als gevolg degradatie van de kwetsbare korstmosvegetatie en onmogelijkheid tot herkolonisatie; Het wegconcurreren van de inheemse mosflora door het grijs kronkelsteeltje, een Amerikaanse mossoort; Uitspoeling van voedingsstoffen uit aanpalende, intensief bemeste landbouwpercelen; Het wegvallen van de bodemdynamiek door het verdwijnen van konijnenpopulaties door o.a. myxomatose.

Herstel van beboste stuifduinen is mogelijk door kappen, uitgraven van de stronken en verwijderen van de humuslaag. Het terugkomen van de korstmossenflora is echter sterk afhankelijk sterk van grensoverschrijdende en moeilijk te controleren processen als luchtvervuiling, bodemdynamiek en soortenconcurrentie.

Voor de instandhouding van deze pioniersvegetatie op langere termijn is het behoud van een natuurlijke vorm van verstoring door wind of extensieve begrazing aangewezen. Zo niet zal een natuurlijke successie naar heide, struisgrasvegetatie of bos plaatsvinden. Voor beheer via een natuurlijke winddynamiek zijn echter grote open oppervlakten noodzakelijk, waarbij gesproken wordt van minimaal 500 ha. Op kleinere oppervlaktes wordt daarom meestal extensieve begrazing door schapen toegepast.

Fotogalerij

Zie ook Zandverstuiving (natuurdoeltype)

Externe links Associatie van buntgras en heidespurrie op Flora van Nederland

Buntgras en heidespurrie