miniatuur|Van Agt (l) en Wiegel (r) in gesprek over de verdeling van ministersposten onder leiding van informateur Van der Grinten op 2 december 1977. Een kabinetsformatie vond in Nederland plaats na de Tweede Kamerverkiezingen van 25 mei 1977. Deze formatie leidde op 19 december 1977 tot de vorming van het kabinet-Van Agt I. De coalitie bestond uit het Christen-Democratisch Appèl (CDA) en de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD).

Bij de verkiezingen was de Partij van de Arbeid (PvdA) de grootste partij geworden. In de eerste vijf maanden onderhandelde PvdA-leider en formateur Joop den Uyl over een coalitie tussen de PvdA, CDA en Democraten 66 (D'66). Deze onderhandelingen liepen vier keer vast, waarna informateurs werden ingezet om de onderhandelingen te lijmen. Na de vierde mislukking bleek de breuk onherstelbaar. Binnen een maand wist het CDA vervolgens een regeerakkoord te sluiten met de VVD. Zes leden van de CDA-fractie, de zogenaamde loyalisten, stemden tegen het akkoord, maar steunden het kabinet toch, waardoor het een meerderheid behield.

De formatie duurde 208 dagen en was destijds de langste kabinetsformatie in de Nederlandse geschiedenis. Vanwege de lange duur en de onverwachte uitkomst staat deze formatie bekend als de "moeder van alle formaties".

Achtergrond miniatuur|Impressie van de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen door Polygoon Hollands Nieuws. Kabinet-Den Uyl Voorafgaand aan de Tweede Kamerverkiezingen en de formatie was het kabinet-Den Uyl aan de macht. Dit kabinet stond onder leiding van premier Joop den Uyl en bestond uit een coalitie van de PvdA, D'66 en de Politieke Partij Radikalen (PPR). Deze partijen hadden als onderdeel van de progressieve samenwerking voor de Tweede Kamerverkiezingen van 1972 een gezamenlijk regeerprogramma opgesteld genaamd Keerpunt 1972. Tijdens de kabinetsformatie van 1972-'73 slaagden ze er in om de confessionele partijen, de Christelijk-Historische Unie (CHU), de Anti Revolutionaire Partij (ARP) en de Katholieke Volkspartij (KVP) uit elkaar te spelen. Die laatste twee leverden ministers en gedoogden het extraparlementaire kabinet.

In deze periode waren KVP, ARP en CHU bezig met een fusie tot het het Christen-Democratisch Appèl (CDA). Hoewel de formele fusie pas in 1980 plaatsvond, wilden de partijen al één gezamenlijke kandidatenlijst presenteren. De beoogde lijsttrekker was vicepremier en minister van Justitie Dries van Agt, afkomstig uit de KVP. Hij werd binnen de partijen gewaardeerd om zijn principiële houding in het abortusdebat en zijn vermogen om de PvdA regelmatig te provoceren.

De verhoudingen binnen het kabinet-Den Uyl waren slecht en het kabinet werd vaak omschreven als een "vechtkabinet". Het kabinet viel uiteindelijk vlak voor de verkiezingen. Het dieptepunt was een persoonlijke aanval van PvdA-Kamerlid Aad Kosto op Van Agt tijdens het debat op 23 februari 1977 over de zaak-Menten. Kosto noemde Van Agt een incapabele minister die ongeschikt was als politiek leider. Een maand later viel het kabinet na de kabinetscrisis over de grondpolitiek, een van de vier grote maatschappijhervormingen uit Keerpunt '72.

Zetelverdeling miniatuur|De zetelverdeling van de nieuw gekozen Tweede Kamer gedurende de kabinetsformatie. Zie de lijst van Tweede Kamerleden 1977-1981 voor de precieze invulling. De PvdA won bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1977 tien zetels en kwam daarmee op 53 zetels. Dit was het beste resultaat van een partij tot dat moment. Het CDA behaalde 49 zetels, wat er één meer was dan diens voorlopers gezamenlijk in 1972. De fractie bestond na de verkiezingen uit 26 KVP'ers, 12 ARP'ers en 11 CHU'ers. De VVD won zes zetels en kwam uit op 28 zetels. D'66 steeg van zes naar acht zetels. De resterende partijen zakten in totaal van 31 naar 12 zetels en speelden geen belangrijke rol in de formatie. Op basis van deze uitslag hadden PvdA en CDA al een meerderheid van 102 zetels. Met D'66 erbij zou dit 110 zetels zijn. Aan de andere kant had de combinatie van CDA en VVD een krappe meerderheid van 77 zetels.

Gijzelingen De verkiezingscampagne en de formatie werden onderbroken door gijzelingen door Zuid-Molukse jongeren. Twee dagen voor de verkiezingen kaapten zij een trein bij De Punt en gijzelden een lagere school in Bovensmilde. Door deze acties kwam de campagne grotendeels stil te liggen. De gijzelingen duurden nog tot 11 juni 1977 voort, dus tijdens de formatie. Dit zorgde ervoor dat de PvdA haar verkiezingswinst niet kon vieren en dat de formatie pas later op gang kwam. Vooral Van Agt was als minister van Justitie druk met de gijzelingen en het Kamerdebat dat daarop volgde.

Formateur Den Uyl (1) miniatuur|Den Uyl verlaat Paleis Huis ten Bosch waar hij gesproken heeft met koningin Juliana (31 mei 1977). Na gesprekken met haar vaste adviseurs en de fractievoorzitters wees koningin Juliana Den Uyl aan als formateur. De PvdA-fractie had dit geadviseerd, hoewel sommige leden voorzichtigheid adviseerden. Van Agt had eveneens aangeraden Den Uyl aan te wijzen als formateur, omdat een informatieronde eerder tot verstarring zou leiden bij de CDA-fractie. Wiegel sprak zijn twijfels uit over de stabiliteit van een kabinet van PvdA en CDA, gezien de val van het vorige kabinet. Hij wees op het feit dat ook CDA en VVD samen een meerderheid hadden. Juliana gaf Den Uyl als uiteindelijke opdracht "een kabinet te vormen dat geacht mag worden het vertrouwen van het parlement te genieten". Den Uyl deelde mee dat hij streefde naar een meerderheidskabinet van PvdA, CDA en D'66, met een progressief karakter. Een groot deel van de CDA-fractie reageerde afwijzend op de interpretatie dat het een "progressief karakter" moest hebben.

Onderhandelingsstrategieën miniatuur|Van Thijn op 16 februari 1978 met zijn Dagboek van een onderhandelaar over zijn ervaringen tijdens de formatie. Voor de PvdA was kabinetsdeelname niet het belangrijkste en mocht kabinetsdeelname alleen plaatsvinden als zij het overwicht hadden. Deze strategie was opgeschreven in de notitie 'Wat te doen met tien zetels winst?' door Ed van Thijn, die Den Uyl verving als PvdA-onderhandelaar. Hoofddoel was het voortzetten van het electorale succes bij de Provinciale Statenverkiezingen 1978. Een "zekere spanningsrelatie" met het CDA zou daar goed voor zijn, de zogenaamde "polarisatiestrategie" die de partij sinds 1966 hanteerde. Inhoudelijk moesten de hervormingsvoorstellen van het vorige kabinet bereikt worden, vastgehouden worden aan de norm van één procent groei per jaar van de collectieve sector en moest gegarandeerd worden dat een initiatiefontwerp over abortus bekrachtigd zou worden met een contraseign. Het partijbestuur en -congres hadden — tegen de zin van de fractie en Den Uyl — de meerderheidsstrategie opgelegd. Dit bepaalde dat PvdA evenveel ministers moest hebben als CDA en D'66 bij elkaar, om te voorkomen dat PvdA in de ministerraad weggestemd kon worden. PvdA moest ook Justitie claimen om Van Agt buiten het kabinet te houden en nog een post naast Financiën in de sociaaleconomische driehoek krijgen. Van Thijns notitie lekte uit en stond op 9 juni in de Volkskrant, wat het wantrouwen bij CDA voedde.

Voor het CDA lag de prioriteit eveneens niet bij het slagen van een kabinet, maar bij de vorming van eenheid binnen het CDA. Binnen de fractie was er verdeeldheid over het regeren met de PvdA. ARP'ers onder leiding van Wim Aantjes waren voorstander, terwijl KVP'ers zoals Frans Andriessen en met name CHU'ers de confrontatie wilden aangaan. Uitgangspunt voor deelname aan een kabinet met PvdA was in ieder geval gelijkwaardigheid. Zo wilde het CDA evenveel ministersposten als PvdA. D'66 hoefde van hen sowieso niet in de coalitie — de partij was immers niet nodig voor meerderheid — dus vonden ze dat PvdA zelf voor D'66 ministersposten moest opgeven. Nog een plek voor PvdA in sociaaleconomische driehoek was onbespreekbaar, omdat Den Uyl als minister-president zich daar al voortdurend mee bemoeide. Als Van Agt niet in de Kamer wilde blijven, moest hij terug kunnen keren op Justitie. Het CDA wilde het liefst eerst abortus bespreken, en de hervormingsvoorstellen bespreken in een breder sociaaleconomisch kader.

miniatuur|CDA-fractievergadering op 12 juli 1977 in verband met de kabinetsformatie. Staand (v.l.n.r.): fractiemedewerker Joop van Rijswijk, fractiebestuursleden Peijnenburg, Van Agt en Andriessen. Zittend (v.l.n.r.): fractiesecretaris Kleisterlee en fractiebestuursleden Aantjes en Kruisinga. De verdeeldheid was niet alleen inhoudelijk, maar kwam ook voort uit persoonlijke ambities. Hoewel Van Agt bij de eerste fractievergadering gemakkelijk verkozen werd tot fractievoorzitter, legde het verkiezen van de vicefractievoorzitter de verdeeldheid bloot. Andriessen werd aanvankelijk verkozen boven Aantjes, die daarop woedend reageerde. De notulen van deze vergadering lekte vervolgens uit, waarna Van Agt Andriessen overhaalde om zich terug te trekken om de eenheid te bewaren. Ditmaal werd er geen verkiezing uitgeschreven, waarmee het vicevoorzitterschap toeviel aan de nummer twee op de lijst; Aantjes. CHU-voorman Roelof Kruisinga was verder vooral uit op een ministerspost, en nam daarover contact op met PvdA'ers. Ook Aantjes had veel contact met de PvdA. Andriessen had daarentegen van de drie het meeste contact met Van Agt. CDA-beleidsmedewerker Joop van Rijswijk noteerde over de interne samenwerking: "In feite kent onze fractie een vierhoofdig leiderschap. Maar dit leiderscollectief put [...] uit in het elkaar beloeren en wantrouwen en in het samen voor de voeten lopen van de fractievoorzitter".

Onderhandelingen miniatuur|Den Uyl ontvangt Terlouw, Van Agt, Van Thijn op 27 juni 1977, de eerste dag van de inhoudelijke onderhandelingen. In de eerste twee weken wisten de partijen tot overeenstemming te komen op drie van de vier hervormingsvoorstellen. Vanwege de gijzelingen en de afwikkeling daarvan begonnen pas op 27 juni de inhoudelijke onderhandelingen. Over de volgorde van te bespreken onderwerpen was in de weken daarvoor al discussie. Men begon uiteindelijk met de grondpolitiek, omdat het vorige kabinet daarover gevallen was. Het lukte de onderhandelaars dit slepende onderwerp binnen één avond zo goed als te regelen, met de overeenstemming op belangrijkste punten geregeld op 5 juli. Die dag bereikten ze ook overeenstemming over de vermogenswinstbelasting en op 8 juli over de ondernemingsraden, twee van de andere hervormingsvoorstellen. Bij alle drie wist Van Agt belangrijke punten binnen te halen, tot onvrede van de linkerflank van PvdA.

Voor PvdA was de druk vervolgens groter om te scoren bij de laatste van de vier hervormingsvoorstellen; de vermogensaanwasdeling (VAD). Op verzoek van het CDA werd dit gecombineerd met de discussie over het door Den Uyl opgestelde 'Memorandum betreffende het te voeren financiële, sociale en economische beleid' (ook wel Memo II). Daarin werden vier miljard aan bezuinigingen en loonmatiging voorgesteld, maar ook aantrekkelijke maatregelen voor de vakbeweging. Het CDA vond de bezuinigingen te weinig en geloofde niet in de voorgespiegelde loonmatiging. Werkgevers en het rechterdeel van de CDA-fractie waren ook ontevreden over de automatische prijscompensatie. Op 12 juli spraken de onderhandelaars weer over de VAD, waarbij Den Uyl de druk op D'66 en CDA opvoerde om snel akkoord te gaan. Van Agt kwam met negen wijzigingsvoorstellen op de VAD. Den Uyl nam drie van deze suggesties over, maar Van Agt bleef weigeren.