Naoëro (uitspraak: [naˈuru]; Naoëraans: Naoero, voorheen Nauru), officieel de Republiek Naoëro (Nauruaans: Repubrikin Naoero), is een eilandstaat en republiek in Micronesië in de Grote of Stille Oceaan. Het dichtstbij gelegen land is het eiland Banaba in Kiribati, 300 kilometer ten oosten van Naoëro. Het eiland ligt ten noordwesten van Tuvalu, ten noorden van de Salomonseilanden, ten noordoosten van Papoea-Nieuw-Guinea, ten zuidoosten van Micronesië en ten zuiden van de Marshalleilanden. Met inwoners (Naoëranen) en een oppervlakte van 21 km² (ongeveer half zo groot als het Waddeneiland Schiermonnikoog) is Nauru de kleinste republiek en de kleinste eilandstaat ter wereld en het kleinste land van Oceanië. Naoëro is het op twee na kleinste land ter wereld, na Vaticaanstad en Monaco.
Het eiland werd bewoond door Micronesiërs en Polynesiërs in 1000 v.Chr., maar geannexeerd als een kolonie door het Duitse Keizerrijk in de late 19e eeuw. Na de Eerste Wereldoorlog werd Naoëro een mandaatgebied van de Volkenbond dat werd bestuurd door Australië, Nieuw-Zeeland en het Verenigd Koninkrijk. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Naoëro bezet door Japanse troepen. Het eiland werd op 31 januari 1968 onafhankelijk van Australië.
Naoëro heeft geen hoofdstad, maar de regeringsgebouwen en internationale luchthaven bevinden zich in het zuidelijke district Yaren, dat 800 inwoners telt.
Geschiedenis
miniatuur|Duitse annexatie van Naoëro in 1888
Naoëro werd oorspronkelijk bevolkt door Polynesische en Melanesische kolonisten. De eerste Europeaan die het eiland bezocht was de Engelse walvisvaarder John Fearn, in 1798. Naoëro bleef zelfstandig, geregeerd door een koning (de bekendste was Auweyida), totdat het in 1888 door de Duitsers werd geannexeerd en deel werd van Duits-Nieuw-Guinea.
Na de Eerste Wereldoorlog werd Naoëro lid van de volkenbond, in 1918 werd het links rijden ingevoerd en vanaf 1920 werd het beheerd door Australië. Van 26 augustus 1942 tot 13 september 1945 werd Naoëro door Japan bezet. In 1947 werd een overeenkomst gesloten met de Verenigde Naties waarin werd bepaald dat Naoëro in 1968 zelfstandig zou worden. De eerste president van het land was Hammer DeRoburt. Hij startte een politiek om de Naoëraanse cultuur te beschermen. Niet-Naoëranen werd verboden om zich op het eiland te vestigen, terwijl hij met de fosfaatinkomsten het eiland voor Naoëranen tot een luilekkerland maakte, opdat ze niet zouden emigreren. How tiny Nauru became world's fattest nation in The Independent Nauru is lid van het Gemenebest van Naties en werd lid van de Verenigde Naties in 1999.
In het begin van de twintigste eeuw startte het ontginnen van fosfaten op het eiland. Dit maakte in de loop der tijden Naoëro steeds welvarender, tot het eiland het hoogste gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking had. Bewoners betaalden geen belastingen en werden voor medische verzorging gratis naar Australië gevlogen. Ieder gezin kreeg een deel van de fosfaatopbrengsten. In de jaren 80 en 90 bleek dat de fosfaatvoorraden niet onbeperkt waren. Grote delen van Naoëro waren omgeploegd tot maanlandschap, en ten slotte moest zelfs de grond rondom de ambtswoning van de president eraan geloven.
De regering trachtte door middel van investeringen en een gunstig fiscaal beleid voorzieningen voor offshorevennootschappen te treffen. Naoëro kampte echter met het meervoudige nadeel van de grote afstand tot de belangrijke markten, het gebrek aan ervaring met en kennis van ingewikkelde financiele regelgeving, het ontbreken van een geschoold kader, en concurrentie met andere belastingparadijzen. Hierdoor ontwikkelde Naoëro zich tot een belastingparadijs dat criminelen aantrok en witwassen faciliteerde. De investeringen bleken echter minder lucratief dan men had gehoopt, terwijl Naoëro aan aanhoudende druk van de OESO blootstond om het fiscale regime te herzien. Dit is gebeurd maar leidde tot het vertrek van de investeerders. Dit kan overigens geen grote ramp zijn geweest daar het BBP van Naoëro ook tijdens deze periode gestadig daalde; de financiele diensten waren hoe dan ook nooit de economische motor geweest waarop de regering hoopte. Inmiddels is een Australisch asielzoekerscentrum de voornaamste bron van inkomsten. Qua inkomen per hoofd van de bevolking neemt Naoëro nu op de wereldranglijst een beduidend bescheidener plaats in. Diversifiering van de economie is een grote uitdaging voor de Naoëraanse regering.
Het eiland kwam wereldwijd in het nieuws toen het op 15 en 16 december 2009 als vierde land de onafhankelijkheid van de afvallige Georgische regio's Abchazië en Zuid-Ossetië officieel erkende. Dit gebeurde op aandringen van Rusland, volgens berichten in ruil voor 50 miljoen Amerikaanse dollar aan steun., De Standaard - " Eilandstaat Nauru erkent Abchazië" In juli 2026 trok de de regering van Naoëro de erkenning van beide republieken in.
In januari 2024 knoopte het land diplomatieke relaties aan met China, en verbrak het de relaties met Taiwan.
In juli 2026 veranderde Naoëro de officiële naam gebruikt in internationale betrekkingen naar het endoniem Naoero.
Geografie miniatuur|Satellietfoto van Naoëro Het eiland is een opgeheven atol met een oppervlakte van en is ongeveer ovaalvormig. Het ligt op de evenaar, ten noordwesten van Tuvalu, ten noordoosten van de Salomonseilanden, en ten zuidwesten van Kiribati. Het land moet vrijwel alle voedingsmiddelen importeren omdat productie op het eiland niet goed mogelijk is. Het enige belangrijke exportproduct zijn fosfaten, die echter grotendeels uitgeput zijn. Er is 4 km spoorlijn om de fosfaten af te voeren. Verder is het wegennet 30 km, waarvan 24 km verhard. De belangrijkste weg is een ringweg rondom het eiland. Het hoogste punt van het land, Command Ridge, is 71 meter hoog. Aan de westkant van het eiland is een kleine zeehaven in aanbouw.
Nauru telt 14 districten en verspreid over het eiland zijn er meer dan 14 kleine dorpjes. Bijna alle dorpjes op Naoëro liggen aan de kust, behalve het dorp Arenibek, dat aan de Buadalagune ligt. Naoëro heeft geen rivieren, maar er zijn wel diverse kleine kanalen. Het enige meertje is de lagune van Buada. Er zijn twee hotels in het land: het Menen Hotel is in Meneng en het OD-N-Aiwo Hotel ligt in Aiwo.
Demografie 58% van de inwoners is Naoëraans, 26% overig Oceanisch, 8% Chinees en 8% Europeaan. De levensverwachting vanaf de geboorte is voor het mannelijke geslacht 59,2 jaar, tegenover 66,5 jaar voor het vrouwelijke geslacht. Deze relatief lage levensverwachtingen komen niet door armoede op het eiland, maar door de slechte levensgewoonten die veel Nauruanen hebben. Rond de 90% van de Naoëranen kampt met overgewicht en ongeveer 31% van de bevolking is diabetespatiënt. De pensioensgerechtigde leeftijd is, samenhangend hiermee, op Naoëro slechts 55 jaar.
Politiek en bestuur Politiek Naoëro is een republiek met aan het hoofd een president die ook de regeringsleider is. Het Parlement van Nauru telt 18 leden, vier leden die de Kieskring Ubenide vertegenwoordigen en twee leden voor elk van de overige zeven kieskringen. De president wordt door het parlement verkozen.
De huidige president van Naoëro is David Adeang, die op 30 oktober 2023 Russ Kun opvolgde.
Districten
Naoëro is onderverdeeld in 14 districten. Elk district bevat een tot twee dorpen. Alle districten, uitgezonderd Buada, liggen aan de kust.
De districten zijn de volgende: Aiwo, Anabar, Anetan, Anibare, Baiti, Boe, Buada, Denigomodu, Ewa, Ijuw, Meneng, Nibok, Uaboe en Yaren.
Kieskringen of kiesdistricten
Naoëro is onderverdeeld in acht kieskringen. Dit zijn geen verdere onderverdelingen van districten, omgekeerd is het zo dat het ongebruikelijk is de districten naar kieskring in te delen. De onderverdeling in districten en die in kieskringen zijn dus weinig onderling afhankelijk, vergelijkbaar met de onderverdeling in zowel gewesten als gemeenschappen in België. Vijf van de kieskringen bestaan uit slechts een district.
Aiwo (Aiwo) Anabar (Anabar, Anibare, Ijuw) Anetan (Anetan, Ewa) Boe (Boe) Buada (Buada) Meneng (Meneng) Ubenide (Baiti, Denigomodu, Nibok, Uaboe) Yaren (Yaren)
Economie
Economische kwetsbaarheid Door de inkomsten uit het vluchtelingencentrum heeft de Naoëraanse economie een comeback gemaakt, waardoor het hoofdelijk inkomen weer boven het wereldgemiddelde ligt. Dit doet echter niet af aan het probleem dat de Naoëraanse economie vrijwel niet gediversificeerd is, en grotendeels leunt op Australische betalingen aan Naoëro voor het gebruik van het centrum en de banen die dit centrum genereert.
De economische problemen zijn veroorzaakt door zowel menselijke als natuurlijke factoren. Het eiland is klein waardoor het gevoelig is voor natuurrampen en economische fluctuaties. Een faillissement van een onderneming met 50 werknemers heeft in grotere landen weinig betekenis, in Naoëro betekent dit dat dik 1% van de beroepsbevolking werkloos wordt. Een bijkomend probleem is de slechte gezondheid van de bevolking waardoor de economie een groot productiviteitsverlies leidt. De geïsoleerde ligging van het eiland brengt hoge transportkosten met zich mee, waardoor het voor Naoëro erg moeilijk is concurrerend te zijn op de wereldmarkten. Het enige exportproduct, fosfaat, is uitgeput, en heeft het eiland onaantrekkelijk voor toeristen gemaakt.
Visrechten Een andere belangrijke inkomstenbron is de verlening van visrechten in de naar verhouding enorme (300.000 km²) EEZ van Naoëro.
Buitenlandse overmakingen Tijdens de economische crisis veroorzaakt door het opraken van de fosfaten, zijn veel Naoëranen in het buitenland (vooral Australië en Nieuw-Zeeland) gaan werken. Overmakingen uit het buitenland liepen op tot 12% van het BBP maar zijn met het toenemen van de werkgelegenheid op Naoëro zelf sterk afgenomen.
Toerisme
Inleiding Wat veel eilanden in Oceanië drijvend houdt, is het toerisme. Er zijn echter weinig betrouwbare statistieken over het toerisme op de eilanden van Oceanië te vinden. Ook voor Naoëro is dit het geval. De NBS geeft geen data over de toerismeactiviteit op het eiland. Volgens de ESCAP is het aantal internationale bezoekers naar Naoëro erg laag. Het wordt geschat op ongeveer 700 bezoekers per jaar, waarvan het grootste deel uit zakenlui bestaat.
De Naoëraanse overheid heeft een Cultuur en Toerisme-sectie opgericht binnen het Departement van Eilandsontwikkeling en -industrie (DIDI), maar het geniet niet van de status en verantwoordelijkheden dat een nationaal bureau voor toerisme heeft. Het huidige toerisme op Naoëro draagt nauwelijks bij aan de economische ontwikkeling van het eiland. De toeristen naar Naoëro zijn vooral "nieuwsgierigheidtoeristen", en dit soort toeristen besteedt het minimale. Naoëro is verder lid van de South Pacific Tourism Organisation (SPTO), en van de Universiteit van de Zuidelijke Grote Oceaan (USP).
Natuurlijke en culturele attracties miniatuur|Fosfaattrein op weg naar Aiwo Bijna twee derde van de landoppervlakte in Naoëro bestaat uit kraters, gevormd door de fosfaatindustrie. Dit is voor het toerisme niet aantrekkelijk. Er waren overheidsplannen om de omgeving enigszins aantrekkelijker te maken, deze zijn echter nooit uitgevoerd. De smalle en groene strook aan de kust zou eventueel toeristen aan kunnen trekken, evenals de mogelijkheid om te duiken en snorkelen tussen het koraal. Een ander probleem voor het ontwikkelingen van toerisme is het vluchtelingencentrum, dat toeristen afschrikt. Daar komt ook de geïsoleerde ligging van het eiland bij, wat de reistijd vergroot en de kosten opjaagt. Hierdoor kan Naoëro niet goed concurreren met soortgelijke tropische eilandbestemmingen.