thumb|Training CH-47 Chinook thumb|Training Eurocopter Cougar Vliegbasis Deelen ligt iets ten noorden van Arnhem, de hoofdstad van de Nederlandse provincie Gelderland. Het is een voormalig Nederlands militair hulpvliegveld dat vlak voor de Eerste Wereldoorlog werd opgeleverd. In de Tweede Wereldoorlog werd het vliegveld ten behoeve van de Duitse Luftwaffe grondig verbouwd tot Fliegerhorst. Deelen werd het grootste Duitse vliegveld in Nederland.Ministerie van Defensie (2014): Deelen Na de bevrijding werd het een vliegbasis van de Koninklijke Luchtmacht. In 1995 werd de basis opgeheven en herbestemd tot Militair Luchtvaartterrein (MLT). Na sluiting van vliegbasis Soesterberg werd dit weer ongedaan gemaakt en nu is Deelen een Forward Operating Base (FOB) van het Defensie Helikopter Commando (DHC) zonder permanent gelegerde vliegende eenheden. Het terrein ligt voor het grootste deel in de gemeente Ede en voor een kleiner deel in Arnhem.

Bijzonderheden Startbaan 01-19 (Voorheen 02-20); 50m breed en 2400m lang uit beton en asfalt. De asfalt toplaag van de baan is verwijderd waardoor deze ongeschikt is geworden voor gebruik door zware vliegtuigen. Het verkeersleidingsgebied van Deelen (de "Controlzone") strekt zich boven het veld uit tot 3000 voet boven zeeniveau. Naar het noorden tot Apeldoorn Zuid, naar het zuiden tot Elst, naar het westen tot Ede en naar het oosten tot Dieren. Zweefvliegactiviteiten en activiteiten met modelvliegtuigen vanaf de grasdelen van het veld. Circa 4 km oostelijk van Deelen ligt het zweefvliegveld Terlet. Navigatiebaken: het militaire TACAN-baken is nog steeds in gebruik. Instrument Landing System (ILS): De ILS van de gesloten basis Soesterberg EHSB is opgesteld op baan 19 (voorheen baan 20). Communicatie; torenfrequenties: VHF 129,925 en 122,1 MHz; UHF 279,925 en 257,8 MHz

Geschiedenis In juli 1913 kreeg de in Soesterberg opgerichte Luchtvaartafdeeling der Koninklijke Landmacht (LVA) als taak het patrouilleren langs de landsgrenzen ter handhaving van de neutraliteit. Voor de uitvoering van die taak was het vliegveld Soesterberg ontoereikend en dus werden hulpvliegvelden ingericht bij Arnhem, Nieuw-Milligen, Gilze-Rijen, Venlo en Vlissingen. Het kamp van de LVA lag ten noordoosten van landgoed Vrijland in de gemeente Arnhem. De onverharde startbanen werden in april 1940 omgeploegd om gebruik door de Duitsers te beletten.

Voor de Luftwaffe werd van mei 1940- september 1944 ten noordwesten van Vrijland, deels op 2.000 ha van park De Hoge Veluwe onder de naam Fliegerhorst Deelen (codenaam: Alster) een nieuw vliegveld van 4.000 ha met een omtrek van 25 km gebouwd. Dit werd de grootste Duitse vliegbasis in Nederland en stond hiërarchisch onder 'Leithorst' Schiphol. Nederland - door de Luftwaffe aangeduid als 'Luftgau Holland' - vormde een van de voornaamste uitvalsbases van de Luftwaffe voor aanvallen op Engeland en de eerste verdedigingslinie tegen de geallieerde luchtaanvallen op nazi-Duitsland.

Duitse inrichting Het ontwerp van de gebouwen was naar de toen modernste Luftwaffe maatstaven en omvatte bombescherming en verregaande geïntegreerde camouflage. Ook werd een verhard startbanenstelsel in de vorm van de hoofdletter A aangelegd met 1 baan van 1.700 meter en twee banen van 1.300 meter.Vliegvelden in Oorlogstijd, NIMH, Den Haag, 2009; Heruitgave, uitgever: Boom, Amsterdam, 2017 (2e herziene druk); . Tevens kwamen er 60 overdekte opstelplaatsen voor vliegtuigen en 100 gebouwen bij, met 2 verwarmde reparatiehallen ('Werfte') voor uitgebreide reparaties en vervanging van motoren. De gebouwen werden door Nederlandse aannemers en vrijwillige Nederlandse arbeiders gebouwd. De bouw werd voor een groot deel uitgevoerd door een samenwerkingsverband van Arnhemse aannemers. De gebouwen kregen het uiterlijk van boerderijen, maar hadden massief gemetselde muren van 50 cm en stalen luiken voor de ramen.Deelen Research Group De gebouwen waren niet bomvrij maar beschermden de gebruikers wel tegen granaatscherven en kleinkaliber wapens en boordwapens van vliegtuigen.

Later werd ten zuidwesten van het vliegveld de Diogenesbunker gebouwd; waarin het vluchtleidingscentrum voor Nederland, België en Noord-Frankrijk werd ondergebracht. Vlak bij Terlet werden de Duitse radiopeilstations (Teerose I, II en III) gebouwd, en ter bescherming werden 3 Flak groepen op Deelen gelegerd. Op het hoogtepunt van de luchtoorlog boven Nederland in 1943 waren op Deelen 110 Duitse toestellen gestationeerd en werkten op de basis circa 3.000 Duitse militairen.

Spoor Vanaf 1942 was de Fliegerhorst bereikbaar per spoor, dit was een eis voor grote Duitse vliegvelden. Vanaf Wolfheze (beginpunt op het westelijke deel van het spoorwegemplacement) werden volspoor rails aangelegd, het zogeheten 'bommenlijntje'. Aan de zuidkant van het vliegveld waren rangeersporen, meerdere laad- en losperrons en twee grote opslagloodsen (Hobaghalle en Junckershalle).

Vanaf het rangeerterrein in Arnhem werd dagelijks naar het vliegveld gereden met een diesel-elektrische locomotor van het type Sik. Voor zwaar transport werden stoomlocomotieven gebruikt. Eén aftakking van de spoorlijn liep noordwaarts tot in het park De Hoge Veluwe naar brandstof- en munitiedepots met eigen laadperron. Een ander aftakking liep naar het zuiden tot de (ontginnings)boerderij Rijzenburg (aan de Koningsweg) en diende voor de bouw van de Grossraum-Gefechtsstand, de Diogenesbunker, ten zuiden grenzend aan het Divisionsdorf.

Eenheden thumb|Junkers 88 thumb|Messerschmitt 110 thumb|Messerschmitt 109 Van 1940 - 1945 waren diverse Luftwaffe eenheden op de Fliegerhorst Deelen gelegerd.Bron: Bundesarchiv.de militar unterlagenlexikon-der-wehrmacht.de/Gliederungen/Jagdgeschwader

De vliegende eenheden waren ingedeeld bij de 1e en 3e Jagddivision en onder commando gesteld van Fliegerhorst-Kommandantur E 25/VI (1940-1942) en daarna onder Fliegerhorst-Kommandantur E (verlegbar) 201/XI (1943-1945)

Stab / NachtJagdGeschwader 1 (7 september 1940 - 3 december 1943) onder Oberst Wolfgang Falck (1940) en Oberst Werner Streib (1943) II gruppe NJG1 4,5 en 6 staffel (7 september 1940 - 3 mei 1941) met Dornier Do 17Z I gruppe / NJG 6 (18 - 20 juni 1944) 1,2 en 3 staffel met Bf 110 I gruppe / KampfGeschwader 6 (2 - 6 maart 1943 en 14 maart -17 mei 1943) met Junkers Ju 88 III gruppe / KG 6 (1-4 september 1944) met Messerschmitt Bf 110 III gruppe / KG 2 (14 juli 1942 - 16 maart 1943) met Heinkel He 111 I gruppe / JagdGeschwader 1 (1 april 1943 - 6 december 1943) 1,2 en 3 staffel met Focke Wulf Fw 190 II gruppe / JG 1 (22 juli - 24 september 1942) 4 staffel met Fw 190 III gruppe / JG 1 (1 april - 30 mei 1943) 7,8 en 9 staffel met Fw 190 IV gruppe JG 1 (25 juli 1943 - 2 januari 1944) 10 staffel met Fw 190 II gruppe / JG 26 (28 juli - 6 augustus 1943) 4,5,6 en 7 staffel met Messerschmitt Bf 109 II gruppe / JG 54 (23 juni - 8 juli 1943) 4 staffel met Bf 109 III gruppe / JG 54 (23 juni - 8 juli 1943) 7,8 en 9 staffel met Bf 109 Luftbeobachtungsstaffel 1 (21 december 1943 - 13 januari 1944) met Bf 110 en Ju 88 Luftnachrichten-Abteilung 61 (augustus 1941 - oktober 1942) 4e, 7e en 12e Flak Gruppen

Een deel van de voormalige Duitse baan (gekenmerkt door de bakstenen) is nog steeds goed zichtbaar en werd tot in de jaren tachtig door de afdeling Rapid Runway Repair gebruikt voor scholing en training.

Voorafgaand aan Operatie Market Garden werd Deelen tussen 15 augustus en 3 september 1944 zwaar gebombardeerd waarna alle Luftwaffe-eenheden de basis verlieten. De basis bleef open als hulpvliegveld en als V1 opslagplaats. Dit duurde tot maart 1945 waarna alle Duitse militaire activiteiten op en rond Deelen werden gestaakt.

Van 1946-1950 werd Deelen een opslagplaats voor allerlei onbruikbaar defensie materieel. In die periode stond letterlijk van alles op het veld gestald, variërend van buitgemaakt Duits materieel tot overtollige Britse en Amerikaanse voorraden en het gehele afgedankte Canadese militaire voertuigenpark. In totaal ging het om 37.000 voertuigen: motoren, jeeps, lichte en zware vrachtwagens, geschut en tanks.

Na 1950 Na 1950 wilde men het vliegveld weer gereedmaken voor gebruik en werd het oude materieel van het vliegveld verwijderd; een deel ligt echter nog steeds begraven in stortplaatsen. In 1951 werd 298 squadron (sqn) van de Groep Lichte Vliegtuigen (GPLV) op de basis gelegerd; men vloog met Auster Taylorcraft AOP. mk. III. In 1955 werd 298 sqn uitgebreid met de eerste helikopters van het type Hiller OH-23B en C Raven. In 1956 werd 299 sqn opgericht dat ging vliegen met Piper Super Cubs en Hiller OH-23B/C Ravens. In 1957 werden beide squadrons overgeplaatst naar vliegveld Ypenburg in verband met de komst van 306 sqn. Van 1957 tot 1963 was 306 sqn met RF-84F Thunderflash fotoverkenners op de basis gelegerd. In 1963 werd 306 sqn overgeplaatst naar de vliegbasis Twenthe en keerde de GPLV terug uitgerust met de Aérospatiale Alouette II.

Van 1964 tot 1995 werd Vliegbasis Deelen weer gebruikt door de GPLV en waren 298, 299, 300 en het logistiek squadron op de basis gehuisvest. 298 en logistiek Sq gingen in 1966 over naar vliegbasis Soesterberg met alleen de Aérospatiale Alouette III. 300 Sq kwam vanuit Ypenburg (dat werd gesloten) naar Deelen en zette aldaar de operationele taak alsmede de opleiding tot helikoptervlieger voort. Tevens werden de Piper Super Cubs van 298 en 299 Sq aan 300 Sq toegevoegd. Het 300 Sq omvatte een bijzondere vlucht met mobilisabele Piper Cub Vliegers, in oorlogstijd bestemd voor 301 en 302 Sq. Naast de Alouette III en de Piper Super Cub werd er tot 1974 ook gevlogen met De Havilland Beaver. Later schakelde 299 sq over op de BO-105 van Messerschmitt-Bölkow-Blohm. Van 1973 tot 1995 was Deelen thuisbasis van het helikopter demoteam The Grasshoppers. Ook verleende de basis (technische) ondersteuning aan de nabijgelegen voormalige Luchtmacht Electronische en Technische School (LETS), de eveneens nabijgelegen Koninklijke Kaderschool Luchtmacht (KKSL) en de Luchtmacht Instructie en Militaire Opleidingen School (LIMOS).

In februari 1992 brak een actiegroep in een hangar op de vliegbasis in en stak BO-105 helikopters in brand. Er werd grote schade aangericht maar niemand raakte gewond.

Het einde van de Koude Oorlog resulteerde in sluiting van de vliegbasis in 1995. Deelen werd herbestemd als Militair Luchtvaartterrein (MLT) en werd incidenteel gebruikt als Forward Operating Base (FOB). Na de sluiting van vliegbasis Soesterberg werd de herbestemming weer ongedaan gemaakt en werd Deelen weer een vliegbasis echter zonder permanent gelegerd vliegende eenheden.

Vroeger op de vliegbasis Deelen ondergebracht:

De Apache, Chinook en Cougar helikopters van het Defensie Helikopter Commando bezoeken Deelen regelmatig voor training voor uitzending van het Koninklijke Landmacht personeel van de Luchtmobiele Brigade. Tevens vindt de afstemming van het landmachtpersoneel plaats op de operaties met de DHC tactische aanvals- en transporthelicopters. Deelen ligt even ten noorden van Schaarsbergen, waar 11 en 12 Luchtmobiele bataljon in de Oranjekazerne zijn gelegerd , en ligt op korte afstand van de oefenterreinen Ederheide en Ginkelse Heide.

Architectuur Een van de toegepaste architectuurstijlen op de Fliegerhorst is de zogenaamde Heimatschutz Architektur, een klassieke architectuurstroming verwant aan de Delftse School. Voor de boerderijachtige bebouwing is gebruikgemaakt van rode baksteen, met zadel- schild- en wolfsdaken. De Duitse bebouwing is ingepast in het landschap. Betonnen bunkers en hangars zijn vermomd als stijlvolle boerderijen langs bochtige weggetjes, en gebouwencomplexen zijn als brinkdorpjes in het bos gebouwd. Versterkte muren van 1 meter dik, geschilderde nepvensters, plaatstalen luiken en Duitse teksten verraden echter hun geschiedenis. Van deze bebouwing is relatief veel intact gebleven en dit alles verleent Deelen een unieke structuur.