Adelsverheffingen en adelserkenningen onder het Franse keizerrijk, in de Zuidelijke Provincies van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en in het koninkrijk België, van 1808 tot 1909.

Oorsprong De adel werd in de tot departementen gereorganiseerde staten binnen de Zuidelijke Nederlanden afgeschaft bij decreet van 8 november 1795, meer dan een jaar na de inlijving binnen de Franse republiek.

In de loop van de negentiende eeuw herrees de adel in drie opeenvolgende fasen: De empireadel die door keizer Napoleon Bonaparte werd ingesteld, met ook een enkele adellijke benoeming tijdens het korte koningschap van Holland door koning Lodewijk Napoleon Bonaparte. De adel van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, door het heropnemen van de adellijke regels van het ancien régime (zonder de voorrechten) door Willem I, koning van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, ook al toegepast in de korte periode toen hij als 'soeverein vorst' regeerde. De adel van het koninkrijk België door het verder zetten van deze vorm van adel onder Leopold I en zijn opvolgers, binnen het nieuwe koninkrijk, voor alle leden van de adel die voor de Belgische nationaliteit kozen en de adellijke status aanvroegen en voor alle nieuwe te creëren leden van de adel.

In de artikels hierna werden de namen van diegenen die tussen 1808 en 1909 in de adel werden opgenomen, in vetjes geplaatst.

Frans keizerrijk: keizer Napoleon I De eerste vormen van nieuwe adel, de empireadel, werd mondjesmaat (31 verheffingen) in de Belgische departementen toegekend, meestal aan leden die onder het ancien régime al tot de adel behoorden.

In onderstaande lijst worden de verheffingen toegevoegd van enkele Fransen die in België actief waren en die er na 1814 ook bleven en nageslacht hadden. Sommigen onder hen of leden van hun nageslacht verkregen onder het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden of onder het koninkrijk België bevestiging van hun adel.

Alleen de verheffingen, erkenningen of inlijvingen zijn in de onderstaande lijst opgenomen. Wanneer het gaat om nieuwe titels die werden verleend aan leden die al vroeger zelf, of via een voorouder, in de erfelijke adel waren opgenomen, zal men dit vinden op het artikel dat voorkomst in het jaar van de verheffing of erkenning.

1808 Lodewijk Engelbert van Arenberg, graaf Charles-Alexandre de Gavre, graaf (zie 1816) Pierre Herwyn, graaf (uitgestorven - 1890) Charles Lambrechts, graaf (uitgestorven) Chrétien de Lannoy, graaf (zie 1816) François Busschop, ridder (uitgestorven) Jacques van de Walle, ridder Maurice de Broglie, baron (uitgestorven) Joseph Lauwereyns de Roosendaele, ridder, overdraagbaar bij eerstgeboorte Edmond de Loë, graaf Charles-Lambert d'Outrepont, ridder Perpète du Pont d'Ahérée, ridder, overdraagbaar bij eerstgeboorte (zie 1824) (uitgestorven - 1970) Jean-Évangéliste Zaepfell, baron (uitgestorven - 1808)

1809 Constant du Val de Beaulieu, graaf (zie 1816) (uitgedoofd) Charles de Croix, graaf Willem Charles Ghislain van Merode, graaf (zie 1816) Antoine de Visscher de Celles, graaf, overdraagbaar bij eerstgeboorte (zie 1816) (uitgedoofd 1888) Goswin de Stassart, ridder (baron in 1810) (zie 1816) (uitgedoofd 1854) Jean Nicolas Méaulle, ridder André Charles de Membrède, ridder, overdraagbaar bij eerstgeboorte (zie 1816) (uitgedoofd 1831) Jan Steven Werbrouck, ridder, overdraagbaar bij eerstgeboorte Corneille Bauchau, ridder André Joseph Boussart, baron François Lejéas, baron Nicolas Pastoret, ridder, overdraagbaar bij eerstgeboorte

1810 Jacob Cornelissen de Weynsbroeck, graaf Anselme de Peellaert, graaf Charles Joseph d'Ursel, graaf (zie 1816) Pierre de Meulenaere, ridder, hetzelfde jaar baron (zie 1823), overdraagbaar bij eerstgeboorte Charles Bonnet de Villers, ridder Jean-Pierre Chazal, baron Joseph Delesalle, ridder François Durutte, baron (zie 1813) Dieudonné du Val de Beaulieu, baron (zie 1816 Constant du Val) (uitgedoofd) Ignace-Louis Duvivier, ridder (zie 1823) (uitgedoofd) Charles van der Heyden de Belderbusch, graaf (uitgedoofd) Jean Dieudonné Lion, baron François de Mercy-Argenteau, graaf, overdraagbaar bij eerstgeboorte (zie 1816) (uitgedoofd 1968) Joseph Noos, baron (persoonlijk) Jean-Baptiste Plasschaert, ridder, overdraagbaar bij eerstgeboorte Pierre Joseph Pycke de Ten Aerde, ridder, overdraagbaar bij eerstgeboorte (zie 1817) (uitgedoofd in 1978) Joseph Armand Vianney (° 1779), in 1810 chevalier d'empire, overdraagbaar bij eerstgeboorte. Hij was 'sous-adjudant major' bij de Poolse lichte cavalerie die tot de keizerlijke garde behoorde.

1811 Jean-Baptiste Dumonceau, graaf Georges de Trazegnies, graaf (zie 1816) Frans Jozef Beyts, baron Nicolas Bonaventure, baron Charles-François Foncez, ridder Louis Lahure, ridder (in 1814 baron) Charles-François de Pisani, baron (zie 1819) (uitgedoofd 1826) Charles Clément Roemers (Maastricht, 31 januari 1748 - Meersen, 25 december 1838), lid van de Raad van Vijfhonderd van april 1797 tot december 1799, empirebaron in 1811. Philippe Vilain XIIII (zie 1816)

1812 Philippe Herwyn, baron (uitgedoofd) Pierre Pierets de Croonenburgh, empireridder, overdraagbaar bij eerstgeboorte. Getrouwd met Petronilla van Segvelt. Burgemeester van Mechelen. Felix Boussart (Binche 4 maart 1771 - Tirchau, Hongarije, 1813), empireridder. Getrouwd met Thérèse Picot (1775-1850). Ze hadden drie kinderen, onder wie Caroline Clémence Boussart (1809-1891). Hij werd kolonel in het Franse leger en werd krijgsgevangen genomen in Dresden. Sommige bronnen geven (waarschijnlijk onterecht) overlijdensdatum als 1843. Constantin de Geloes d'Eysden, baron (uitgedoofd)

1813 Renon le Bailly de Tilleghem, erkenning, erfelijke adel, ridderschap van West-Vlaanderen, baron, overdraagbaar op alle afstammelingen (zie 1816) François de Serret, baron Philibert d'Eesbeeck, dit Philibert van der Haeghen de Mussain, baron (zie 1816) (uitgedoofd in 1858) Louis de Vos de Cauwenberg, baron (uitgedoofd) Jean-Jacques Verseyden de Varick, ridder (zie 1816) (uitgedoofd) François Durutte, graaf (zie 1810) Marie-Philippe de l'Epine, ridder Philippe de Pret de ter Veken, baron (zie 1816) (uitgedoofd) Maurice de Riquet de Caraman, baron, overdraagbaar bij eerstgeboorte (zie 1816) (uitgedoofd) Pierre de Stuers, baron (zie 1824) Etienne Travers, verheffing, persoonlijke titel baron (zie 1810 hieronder) (uitgedoofd 1895) Samuel John van Limburg Stirum, baron (zie 1814)

1814 Auguste de Thysebaert, baron (zie 1816) Philippe Joseph Gérard (Brussel, 12 maart 1780 - ?) kapitein bij de Jagers te paard, ridder Victor de Riquet de Caraman, baron

Koninkrijk Holland: koning Lodewijk Napoleon Bonaparte 1810 Etienne Travers, verheffing erfelijke adel, baron (zie hierboven 1813 en hieronder 1824) (uitgedoofd 1895) Jean-Baptiste Dumonceau, verheffing erfelijke adel, graaf van Bergerduin (in 1811: graaf van Bergendal, overdraagbaar bij eerstgeboorte (zie 1820)

Verenigd Koninkrijk der Nederlanden In 1815-1816 werd door Willem I de draad weer opgenomen die door de afschaffing van 1795 was afgebroken. De nieuwe grondwet voorzag (artikel 63) in de oprichting van de adelstand, maar niet in een systematisch herstel van de vroegere adel. Iedere adelserkenning moest individueel worden verkregen.

Dezelfde procedures en titulatuur als onder het ancien régime werden hernomen. Het enige en fundamentele verschil was dat de adellijke status en titel geen voorrechten meer verleende. Wel werd, door de oprichting als een aparte geleding binnen de structuren, van de 'ridderschappen' als een van de drie kiescolleges, een bepaalde politieke macht aan de adel toegekend.

Wie tot de adel van het Verenigd Koninkrijk wilde behoren, moest een nieuwe adelserkenning verkrijgen, waarbij de oude adel opnieuw adellijke status kon verkrijgen, mits hiervoor aanvraag te doen en de nodige registratierechten te betalen. Men hield geen afzonderlijke rekening met de empireadel, die zoals elkeen een aanvraag tot benoeming in de adel kon indienen. Daarnaast konden ook personen die onder het ancien régime niet tot de adel behoorden, in de adel worden verheven, onder dezelfde voorwaarden.

Zowel de oude adel als de empireadel die erkenning vroeg, kreeg die meestal. Dit gebeurde volgens drie manieren: gewoon door adelserkenning van voormalige edelen, meestal zo niet altijd ten erfelijke titel; door benoeming (hoofdzakelijk in 1816-1817, sporadisch nog nadien) in de provinciale 'ridderschap', die automatisch met opname in de adel gepaard ging, op voorwaarde dat de belanghebbende een attest indiende dat het bewijs leverde dat hij de eed van trouw aan de monarchie had afgelegd; door toekenning van een adellijke titel, hetgeen automatische opname in de erfelijke adel betekende; door 'inlijving' voor wat betreft buitenlandse adel.

Burgers konden tot de adel toetreden: door adelsverheffing; door benoeming in de provinciale ridderschap (zoals hierboven); door toekenning van een adellijke titel.

De titels werden hetzij ten persoonlijke titel verleend, hetzij met overdraagbaarheid bij eerstgeboorte, hetzij met overdraagbaarheid op alle mannelijke nakomelingen, hetzij met overdraagbaarheid op alle mannelijke en vrouwelijke afstammelingen die de naam droegen.

Op 24 juni 1814 richtte Willem, als 'soeverein vorst' de Hoge Raad van Adel op, bevestigd zodra hij koning van het Verenigd Koninkrijk werd.

De eerste grote toevloed van aanvragen, die meestal werden ingewilligd, gebeurde in 1815 en betekende in de jaren 1816-1817 een grote aanvoer van leden voor de nieuwe adellijke organisatie. Enkele jaren later was er een tweede grote toevloed, van personen die aanvankelijk geen aanvraag wilden indienen, meestal omdat ze het regime niet genegen waren, maar die na enkele jaren waren bijgedraaid.

Alle hierna vernoemden, te identificeren als bewoners van de Zuid-Nederlandse provincies, werden in de erfelijke adel opgenomen, al dan niet met een titel. Enkele Noord-Nederlanders die later nakomelingen in België hadden, worden hierna ook genoemd.

Willem I, soevereine vorst 1814 Albrecht Nicolaas van Aerssen Beijeren van Voshol, benoeming, erfelijke adel, ridderschap van Holland (zie 1822) Samuel John van Limburg Stirum, benoeming, erfelijke adel, graaf, ridderschap van Gelderland Anthony Sloet van Oldruitenborgh, benoeming, erfelijke adel, ridderschap van Overijssel (1819: baron, overdraagbaar op alle afstammelingen die de naam dragen) Joseph van Voorst tot Voorst, benoeming, erfelijke adel, ridderschap van Gelderland

Willem I, koning van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden 1815 Leonard de Casembroot, erkenning erfelijke adel hertog van Wellington, Arthur Wellesly, prins van Waterloo, erfelijke titel Adriaan Wittert, inlijving, erkenning erfelijke adel, baron (uitgedoofd 1967) Nicolaas Wittert, inlijving, erkenning erfelijke adel

1816 Jean-Baptiste van der Aa de Randerode, benoeming, erfelijke adel, ridderschap van Antwerpen (uitgedoofd 1888) Johannes-Baptista van Aefferden, benoeming, erfelijke adel, ridderschap van Limburg (zie 1871) Charles d'Alegambe, erkenning erfelijke adel, ridderschap van Oost-Vlaanderen, graaf, overdraagbaar bij eerstgeboorte en voor de andere afstammelingen baron of barones (uitgedoofd 1869) Charles d'Andelot, erkenning erfelijke adel, ridderschap van Henegouwen, graaf, overdraagbaar bij eerstgeboorte (uitgedoofd 1873) François d'Anethan, erkenning, erfelijke adel, ridderschap van Luxemburg, baron, overdraagbaar bij eerstgeboorte en ridder voor de overige nakomelingen Jacques Joseph Dominique d'Anethan, benoeming erfelijke adel, ridderschap van Luxemburg, baron Pierre Felix Joseph d'Anethan, benoeming, erfelijke adel, ridderschap van Luxemburg, baron (persoonlijke titel) (uitgedoofd 1908) Paul Arconati-Visconti (Milaan, 1754 - Brussel, 1821), benoeming, erfelijke adel, ridderschap van Zuid-Brabant, markies, overdraagbaar bij eerstgeboorte (uitgedoofd 1821)