Libië, officieel de Staat Libië (Arabisch: ), is een land in Noord-Afrika en behoort tot de Arabische wereld. Het land heeft een oppervlakte van en inwoners, grotendeels van Arabische en in mindere mate Berberse afkomst. De hoofdstad is Tripoli. Het land grenst aan de Middellandse Zee en ligt grotendeels in de Sahara.

Tot 2020 was het land in de greep van de Tweede Libische Burgeroorlog.

Geschiedenis thumb|left|Leptis Magna, van oorsprong een Fenicische nederzetting, later een belangrijke haven- en handelsstad van het Romeinse Rijk

Hoewel de geschiedenis van het gebied dat tegenwoordig Libië heet, teruggaat tot de prehistorie, ontstond het land pas in 1912, toen Italië een kolonie vormde uit drie voormalige Ottomaanse provincies: Cyrenaica, Tripolitanië en Fezzan. In 1951 werd het land onafhankelijk als het Koninkrijk Libië. Na een staatsgreep in 1969 werd het land bestuurd door een militair regime onder leiding van de jonge kolonel Moammar al-Qadhafi. Deze hernoemde onder nasseristische invloed het land tot Libisch-Arabische Republiek (1969-1977), maar brak later met andere Arabische leiders, werd dictatorialer in zijn leiderschap en legde Libië in 1977 een ideologie van eigen makelij op, een mengeling van socialisme en islam. Hij vormde het land om tot de Grote Libisch-Arabische Socialistische Volks-Jamahiriyah. De betrekkingen met het Westen verslechterden na een bomaanslag op een vooral door Amerikanen bezochte Berlijnse discotheek in 1986, waarop Amerikaanse vliegtuigen Tripoli en Benghazi bombardeerden. Later, in 1988, vond de door Libië geplande Lockerbie-aanslag plaats, waarbij veel Amerikanen de dood vonden. In de jaren negentig werd het land geïsoleerd door internationale sancties, maar na de aanslagen op 11 september 2001 werd Qadhafi een westerse bondgenoot in de 'strijd tegen terrorisme' en werden de onderlinge betrekkingen hernieuwd.

In februari 2011 brak er in navolging van de Arabische Lente in de buurlanden een acht maanden durende opstand uit tegen Qadhafi's regime. Rebellen, die in Benghazi de Nationale Overgangsraad vormden, kregen vanaf 19 maart militaire bijstand van een internationale coalitie geleid door de NAVO, veroverden in augustus de hoofdstad Tripoli en versloegen de maanden erop de laatste Qadhafi-getrouwen, tot op 20 oktober 2011 Moammar al-Qadhafi zelf werd opgepakt en gedood. De Nationale Overgangsraad had intussen de Libische Republiek gevestigd en kondigde hervormingen aan, waaronder het invoeren van de sharia.Sharia wordt fundament nieuwe wetgeving Libië, NRC.nl, 23 oktober 2011

Voor de opstand stond Libië als hoogst genoteerde Afrikaanse land op de index van de menselijke ontwikkeling van de Verenigde Naties en had, mede dankzij de grote olieproductie van het land, ook een van de hoogste bbp's van het continent.

Oudheid Libische koninkrijken onderhielden al in de Oudheid contact met Feniciërs en Grieken, waarvan de belangrijkste het koninkrijk van de Garamanten was. Vanaf 630 v.Chr. werden verschillende steden gesticht in het oosten van Libië. Het gehele kustgebied werd later onder Romeins gezag gebracht. De kustzone floreerde in de eerste eeuwen van onze jaartelling door de productie van graan en andere gewassen. Er ontstonden Romeinse steden waarvan de ruïnes in Leptis Magna nog getuigen. In de nadagen van het Romeinse Rijk werd het gebied vanuit Byzantium geregeerd.

In de zevende eeuw veroverden de Arabieren de Libische gewesten en brachten de islam mee.

Koloniale tijd Ottomaans bestuur In de Middeleeuwen breidde het Ottomaanse Rijk zijn invloed uit tot Libië. Formeel bleef nog eeuwenlang de pasja van Tripolitanië de heerser in het gebied, maar een Turkse gouverneur bepaalde meestal de gang van zaken. Totdat in 1835 De Porte gebruik maakte van interne Libische twisten en het land onder direct Ottomaans bestuur plaatste.

thumb|left|De drie Ottomaanse districten die in 1912 werden samengevoegd tot Libië

Italiaanse kolonie

In 1911-1912, in de Italiaans-Turkse Oorlog tussen het Ottomaanse Rijk en Italië, veroverde Italië de drie Ottomaanse provincies Cyrenaica, Tripolitanië en Fezzan, en voegde die samen tot de kolonie Italiaans-Libië. In 1912 werd het Verdrag van Ouchy getekend, waarbij de Turken de Italiaanse soevereiniteit erkenden.

Aangemoedigd door Mussolini arriveerden in oktober 1938 20.000 Italiaanse landverhuizers, om in het woestijnland een bestaan als landbouwer op te bouwen. Deze ventimilli vormden in de beleving van de fascisten de voorhoede van wat in de jaren zestig moest zijn uitgegroeid tot een kernbevolking van 500.000 mensen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verdreef het Britse leger de Italianen en hun Duitse bondgenoten uit het land. De provincies Tripolitanië en Cyrenaica in het oosten kwamen onder Brits militair bestuur, terwijl in het westen Fezzan onder Frans militair bestuur viel. Dit ging door onder een mandaat van de Verenigde Naties (VN) tot 1950.

Onafhankelijk koninkrijk In december 1949 stuurde de Verenigde Naties de ondersecretaris-generaal Adriaan Pelt als Commissaris-vertegenwoordiger naar Libië. Hij moest de weg bereiden voor onafhankelijkheid. Het lukte hem binnen de gestelde termijn van twee jaar om met de verschillende stammen overeenstemming te bereiken over de stichting van een federaal koninkrijk. Op 24 december 1951 werd het onafhankelijke Verenigd Koninkrijk Libië gesticht met Idris I als koning.

In 1959 werden aanzienlijke olievoorraden in Libië ontdekt. Hierdoor werd een van de armste landen ter wereld plotseling zeer rijk. Onvrede groeide echter bij sommige Libische facties, over het feit dat de rijkdom van het land zich concentreerde in de handen van koning Idris. Tijdens de regering van Idris was Groot-Brittannië de grootste wapenleverancier van het land, en de Britten waren ook intensief betrokken bij bouwkundige projecten. De Verenigde Staten hielden hun luchtmachtbasis Wheelus Air Base, 11 km oostelijk van Tripoli, in stand.

Qadhafi-tijdperk Op 1 september 1969 vond een staatsgreep plaats onder leiding van kolonel Moammar al-Qadhafi. Deze staatsgreep werd later ook wel de septemberrevolutie genoemd. Qadhafi vestigde een nationalistische en panarabische dictatuur met een islamitische inslag. De oliewinning werd genationaliseerd en de Engelse en Amerikaanse ingenieurs moesten het land verlaten. Ook de 12.000 afstammelingen van de ventimilli, moesten in oktober 1970, samen met de Libische joden, halsoverkop het land verlaten. Bovendien werden alle Italiaanse bezittingen in Libië onteigend.

Sindsdien heeft de Libische economie zeer geprofiteerd van de olieopbrengsten, die hebben geleid tot relatief weinig armoede en aantrekking van migranten uit armere buurlanden, zowel Arabische als niet-Arabische. Dit leidt af en toe tot etnische spanningen. Gedurende de jaren tachtig raakte het land in verschillende conflicten met buurlanden, die vaak het gevolg waren van pogingen tot samenwerking, die had moeten leiden tot Arabische eenheid. Qadhafi was ook in andere Afrikaanse landen actief door steun te verlenen waar hij dat nuttig achtte, zoals inmenging in de burgeroorlog in het buurland Tsjaad, aan de Oegandese dictator Idi Amin bij diens inval in Tanzania en aan de verzetsbeweging Polisario in de Spaanse Sahara.

Ook met verschillende westerse landen, met name de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, liepen de spanningen hoog op. In 1979 trok de VS diplomatiek personeel terug uit de ambassade in Tripoli toen die door een woedende menigte in brand werd gestoken. In 1984 bereikten de betrekkingen met het Verenigd Koninkrijk een dieptepunt toen vanuit de Libische ambassade in Londen geschoten werd op demonstranten tegen het Libische regime, waarbij een Britse politieagente gedood werd. Dit leidde tot verbreking van de diplomatieke betrekkingen. De uitgewezen diplomaat die de moord op zijn geweten had, zou in Libië opgehangen zijn, maar pas in 1999 zou het regime komen met een erkenning van 'algemene' verantwoordelijkheid. In combinatie met erkenning van de verantwoordelijkheid voor 'Lockerbie' (zie verder) leidde dit tot een herstel van de betrekkingen.

Het conflict met de Verenigde Staten kwam tot een hoogtepunt in april 1986 toen de Amerikaanse marine in opdracht van president Reagan de steden Tripoli en Benghazi bombardeerde, als vergelding voor de "vermeende rol in het terrorisme", met name bij een bomaanslag in een Berlijnse discotheek waarbij 3 doden en 230 gewonden vielen, onder wie veel Amerikaanse militairen.

In 1988 ontplofte een Amerikaanse Boeing 747 boven het Schotse dorpje Lockerbie. Men vermoedde dat de bom afkomstig was uit Libië, bij wijze van vergelding voor het Amerikaanse bombardement. In 1992 kondigden de Verenigde Naties (VN) economische sancties af, omdat Libië weigerde verdachten uit te leveren. Pas in 1999 vond op de Nederlandse Vliegbasis Soesterberg onder Schots recht een rechtszaak plaats, waarbij de verdachten alsnog berecht werden.

Met de Sovjet-Unie waren de betrekkingen ook niet eenvoudig; een (vermoedelijk gemotiveerd door mogelijk aanwezig uraniumerts) mislukte invasie in de Aouzoustrook van Tsjaad die werd uitgevoerd met Sovjet-wapentuig, was in strijd met afspraken met de Sovjet-Unie.

Op 25 september 2011 kwam in het nieuws dat bij de Abu-Salim gevangenis in Tripoli een massagraf zou zijn gevonden met 1270 lichamen. Volgens mensenrechtenorganisaties was daar in 1996 onder het bewind van Qadhafi een massamoord gepleegd. Bij nader onderzoek bleek echter dat het graf waarschijnlijk enkel beenderen van dieren bevatte.

Sinds de val van het communisme in Oost-Europa was er een wat minder antiwesterse koers waar te nemen. Qadhafi gold echter nog steeds als een steunpilaar van het regime van Robert Mugabe in Zimbabwe. Op 12 september 2003 beëindigden de VN de sancties tegen Libië. Het beëindigen van de sancties was een gevolg van het feit dat Libië de verantwoordelijkheid voor de Lockerbie-aanslag accepteerde en 2,7 miljard dollar aan de nabestaanden van de ramp betaalde.

Staatsinrichting onder Qadhafi

Onder de heerschappij van Moammar al-Qadhafi werd Libië gevormd tot een staatsvorm die compleet anders is dan andere republieken. Qadhafi omschreef Libië als een "zuivere socialistische staat", het was echter zo dat de formele overheidsinstituten hier en daar vaag gedefinieerd waren. Qadhafi zelf was officieel niet president of premier van het land, maar beschreef zichzelf als een soort "gids" die het Libische volk hielp het socialisme te realiseren. Libië had een uit 1976 daterende semi-grondwet en de wetten van het land waren afgeleid van het socialisme, de sharia en van Qadhafi's Groene Boekje van politieke filosofie. Libië was formeel een naar het socialisme gevormde staat. In de praktijk kon Qadhafi's Libië gezien worden als een dictatuur, met Qadhafi aan het hoofd en geholpen door een kleine kliek van militaire en politieke ambtenaren. Libië werd beschuldigd van grootschalige schendingen van de mensenrechten en door de overheid gesponsord terrorisme.

Een systeem van volkscongressen structureerde de beraadslagingen, waaraan iedere Libische burger vanaf 18 jaar kon deelnemen. Ieder volkscongres kende als uitvoerende raad een volkscomité (een soort ministerie) dat verantwoording aflegde aan hun volkscongres. De voorzitters van de volkscomités hadden zitting in een Algemeen Volkscomité, een soort ministerraad. De secretaris-generaal van het Algemeen Volkscomité fungeerde als premier. Er was een scheiding aangebracht tussen de uitvoerende en de wetgevende macht (trias politica). De volksvertegenwoordiging (dat dus onder andere uit de volkscongressen bestond) kende ook een Algemeen Volkscongres (27.000 leden), het parlement. De secretaris-generaal van het Algemeen Volkscongres fungeerde als formeel staatshoofd. De minister van Buitenlandse Zaken was Abdel Rahman Shalgham. Politieke partijen waren, met uitzondering van de door Qadhafi geleide Arabische Socialistische Unie (formeel geen politieke partij), verboden.