In 1758 plaatste Linnaeus alle hem toen bekende vlinders in drie geslachten: Phalaena, Sphinx en Papilio. In Papilio plaatste hij alle vlinders die losjes gesproken ook wel "dagvlinders" worden genoemd. Verschillende vroege auteurs volgden Linnaeus hierin. Het geslacht Papilio is daarmee lang een grote vergaarbak geweest. Deze lijst dient om van de namen met een combinatie in Papilio te kunnen achterhalen welk taxon ze eigenlijk representeren.

De eerste die in 1777 nieuwe geslachten in deze groep introduceerde was Scopoli: Ascia, Battus, Graphium en Pterourus. Daarna volgden Kluk: Danaus, Heliconius, Nymphalis (1780), Fabricius: Hesperia (1793), Acraea, Argynnis, Apatura, Biblis, Cethosia, Euploea, Hipparchia, Idea, Limenitis, Lycaena, Mechanitis, Melanitis, Melitaea, Neptis (1807), Schrank: Erynnis, Maniola, Pieris (1801), Latreille: Parnassius, Polyommatus (1804), Satyrus (1810) en Hübner: Hamadryas (1806), Princeps, Urbanus, Consul, Dryas (1807), Parides, Troides, Iphiclides, Trapezites en vele andere (1819). Vanaf het begin van de negentiende eeuw is het geslacht snel verder opgesplitst. Veel van de nieuwe geslachten werden zelfs in aparte families geplaatst: Nymphalidae, Pieridae, Lycaenidae, Riodinidae en Hesperiidae.

Sommige namen komen in de literatuur voor met verschillende auteurs en publicatiejaren. Vaak is een naam gewoon onbedoeld meermaals gebruikt. In sommige gevallen is de oorzaak onduidelijkheid of onenigheid over de geldigheid van publicaties of over de publicatiedatum. Sommige auteurs accepteren de namen van Denis & Schiffermüller niet, waardoor er voor de door deze auteurs gepubliceerde namen alternatieve namen in omloop zijn. Zie voor een korte bespreking hiervan het artikel gehakkelde vos. Fauna Europaea accepteert in navolging van Sattler & Tremewan de namen van Denis & Schiffermüller. Die visie is ook in deze lijst gevolgd.

Over de relatieve prioriteit van de in 1775 verschenen werken van Johann Christian Fabricius, S.A. von Rottemburg, Johann Kaspar Füssli, Denis & Schiffermüller en Pieter Cramer is lang onduidelijkheid geweest. De ICZN heeft in 1958 in Opinion 516 de prioriteit vastgesteld in de volgorde zoals hier zojuist gegeven. (1958). ICZN Opinion 516 Opinions and declarations rendered by the International Commission on Zoological Nomenclature 19: 1-44. Gearchiveerd op 6 november 2023.

Over het grammaticaal geslacht van Papilio bestaat geen duidelijkheid. Cramer vatte het op als een vrouwelijke naam, Fabricius als een mannelijke. Met name Fabricius heeft nogal wat namen gepubliceerd die niet meer inhielden dan een geslachtsverandering van het epitheton. Een voorbeeld is Papilio marthesius voor Papilio marthesia van Cramer.

Veel van de latere namen die door Fabricius werden gepubliceerd zijn voorzien van een ultrakorte beschrijving waarbij hij, anders dan Linnaeus, niet naar eerdere beschrijvingen of afbeeldingen verwees. In die gevallen kan de identiteit slechts achterhaald worden aan de hand van een type. Veel daarvan zijn onvindbaar of verloren gegaan. De wetenschappelijke namen van Fabricius hebben veel latere auteurs voor problemen geplaatst. Fabricius gaf daarnaast regelmatig zonder goede reden een soort een andere naam. Een voorbeeld is Papilio morphius, waarbij hij expliciet aangaf dat het dezelfde soort betrof als Papilio cocyta van Cramer. Een andere auteur die een industrie maakte van het onnodig vervangen van namen was Anders Jahan Retzius (1783). Moritz Balthasar Borkhausen maakte er een hobby van om de door Eugen Johann Christoph Esper gepubliceerde soortnamen te vervangen door overbodige nieuwe. Een laatste auteur die om speciale vermelding vraagt is Johann Andreas Benignus Bergsträsser, die veel soorten die al lang een naam hadden opnieuw beschreef en van een naam voorzag. Ondanks de bijgevoegde afbeeldingen, is van een deel ervan niet exact te achterhalen welke soort ze representeren.