De menselijke voortplantingssystemen zijn respectievelijk het geheel van de vrouwelijke, en dat van de mannelijke geslachtsorganen bij de mens. Het mannelijke en het vrouwelijke voortplantingssysteem zorgen samen voor de menselijke voortplanting.
Mannelijk versus vrouwelijk geslachtsorgaan In tegenstelling tot de meeste andere organen in het menselijk lichaam, verschillen de voortplantingsorganen van de twee seksen morfologisch sterk van elkaar. Deze verschillen zorgen voor diversiteit in genetisch materiaal tussen de individuen, wat weer zorgt voor een grotere kans op genetische fitness van het nageslacht.
De belangrijkste organen van het menselijke voortplantingssysteem zijn de externe genitalia (penis en vulva) en diverse interne organen, waaronder de testikels, die zaadcellen produceren. Er zijn veel verschillende voorkomende ziektes, behorende bij de voortplantingsorganen, met name seksueel overdraagbare aandoeningen. daarnaast zijn er aangeboren afwijkingen, zoals een blijvende cloaca waarbij het rectum, de vagina en de urinewegen samenkomen en samensmelten, waardoor er een enkel gemeenschappelijk kanaal ontstaat.
Menselijke voortplanting thumb|upright=1.6|Vroege ontwikkeling van het menselijk embryo vanaf ovulatie tot en met innesteling Menselijke voortplanting vindt plaats bij interne bevruchting, tijdens geslachtsgemeenschap. Tijdens dit proces wordt de stijve penis van de man ingebracht in de vrouwelijke vagina, totdat de man ejaculeert. Hierbij wordt het sperma in de vagina gespoten. Het sperma vindt een weg via de vagina en baarmoederhals naar de baarmoeder en vervolgens naar de eileider, voor het bevruchten van de eicel.
Bevruchting en zwangerschap In het geval van een succesvolle bevruchting en het vervolgens innestelen van het zygote (de bevruchte eicel of blastocyste), begint de groei van het embryo en de latere foetus in de baarmoeder. Dit duurt ongeveer 9 maanden of 42 weken. Deze tijd wordt de zwangerschap genoemd. De zwangerschap eindigt met de bevalling.
Seksuele dimorfie De mens kent een grote seksuele verscheidenheid tussen de twee seksen. Naast de verschillen tussen de voortplantingsorganen, zijn er verschillen in de vorm van seksuele differentiatie of seksuele dimorfie. Voorbeelden zijn de verschillen in secundaire geslachtskenmerken, en in seksueel en ouderlijk gedrag.
Mannelijk voortplantingssysteem Het mannelijk voortplantingssysteem bestaat uit een serie van organen die zich binnen en buiten het lichaam bevinden, en rondom de pelvis, en die een bijdrage leveren aan het voortplantingsproces. De primaire directe functie van dit systeem is om de mannelijke gameten of spermatozoa aan te maken voor de bevruchting van het vrouwelijke ovum.
Belangrijke secundaire seksuele karakteristieken behelzen: grotere, gespierdere bouw, verlaagde stem, gezichts- en lichaamsbeharing, brede schouders, en de ontwikkeling van de adamsappel. Een belangrijk seksueel mannelijk hormoon is androgeen, in het bijzonder testosteron.
Homologe organen in het menselijk voortplantingssysteem Lijst van homologe organen Dit is een lijst van homologe organen in het menselijk lichaam, met name van de geslachtsorganen, die zich in een menselijk embryo onder invloed van o.a. het hormoon testosteron vanuit een dezelfde groep cellen (blastocyste) ontwikkelen tot verschillende mannelijke en vrouwelijke organen.
Oorsprong Mannelijk Vrouwelijk Gonade Teelbal Eierstok Gang van Müller Appendix testis Gesteelde hydatide van Morgagni aan de eierstok Prostaatkanaal Baarmoeder (uterus), bovenste deel vagina Oernier (mesonephros) Paradidymis Epoöforon, paroöforon Rete testis Rete ovarii Bijbal (epididymis) Gang van Gartner (ductus longitudinalis epoophori) Zaadleider (vas deferens) Zaadblaasjes (glandulae vesiculosae) Sinus urogenitalis Prostaat Para-urethrale klieren Urineblaas, urinebuis Urineblaas, urinebuis, onderste deel vagina Cowperse klier Klier van Bartholin Labioscrotale plooi Scrotum Buitenste schaamlippen (labia majora) Urogenitale plooi Raphe mediana van de penisDefinitieve sponsachtige deel van de urinebuis Binnenste schaamlippen (labia minora) Tuberculum genitale Penis Clitoris Corpus spongiosum penis (zwellichaam van de penis) Corpus cavernosum clitoridis (zwellichaam van de clitoris) Glans penis Glans clitoridis Crus penis Crus clitoridis Preputium Voorhuid Clitorishoed Buikvlies (peritoneum) Processus vaginalis Gang van Nuck Gubernaculum Gubernaculum testis Gubernaculum (zoogdier)#Vrouwelijk gubernaculum: Het ligamentum ovarii proprium (eierstokken) en het ligamentum rotundum (baarmoeder)
Inwendige differentiatie Zie de drie figuren A, B en C rechts. thumb|300px|right|Schema's die de mannelijke en vrouwelijke ontwikkeling aangeven vanuit een gemeenschappelijk type. A.primitieve urogenitale organen in het embryo vóór genitale verschillen. B.vrouwelijk. C.mannelijk. 3. Ureter Ureter Ureter 4. Urineblaas Urineblaas Urineblaas 5. Urachus Urachus Urachus i. Onderste deel van de ingewanden i. Onderste deel van de ingewanden i. Onderste deel van de ingewanden cl. Cloaca cp. Opbolling die zich ontwikkelt tot clitoris of penis (tuberculum genitale) cc. Corpora cavernosa clitoridis cp. Corpora cavernosa penis ug. Sinus urogenitalis C. Klier van Bartholin met direct daarboven de urethra C. Klier van Bartholin van één kant f. De buikopening van de linker eileider g. Ligamentum rotundum (rond ligament, baarmoeder) g. Gubernaculum testis h. Plaats van het hymen ls. Labioscrotale plooien l. Labium majus (Buitenste schaamlippen) s. Scrotum n. Labium minus (Binnenste schaamlippen) m, m. Rechts en links de gangen van Müller samen met de gangen van Wolff in gc, de geslachtsstreng m. Gang van Müller, het bovenste deel blijft bestaan als de hydatide van Morgagni; het onderste deel, aangegeven met een stippellijn naar de prostaat, is het soms aanwezige cornu en buis van de uterus masculinus. ot. De gonadale richel waar de eierstok of teelbal wordt gevormd. o. De linker eierstok t. Teelbal op de plaats waar deze oorspronkelijk wordt gevormd; t’, samen met de gestippelde lijn erboven geeft dit de richting aan waarin de teelbal en de bijbal afdalen in het scrotum. pr. Prostaat sc. Corpus cavernosum clitoridis sp. Corpus spongiosum penis u. Uterus. De eileider aan de rechterkant is m. v. Vulva va. Vagina vh. Ductus aberrans vs. Zaadblaas (vesicula seminalis) W. Links Oernier (mesonephros, lichaam van Wolff) W. verspreide resten van de oernier, bestaande uit de paradidymis (het orgaan van Giraldès of de paradidymis van Waldeyer). w, w. Rechts en links gangen van Wolff W. Verspreide resten van de gangen van Wolff bij het paroöforon van Waldeyer; dG. Resten van de linker gang van Wolff, deze gaan naar de gang van Gartner, aangegeven met stippellijnen; aan de rechterkant aangegeven met w. po. Epoöforon
Uitwendige differentiatie thumb|300px|right|Fasen in de ontwikkeling van uitwendige organen. Tekening rechts; fasen in de ontwikkeling van uitwendige organen: A: Gelijk B, D, F: Vrouwelijk C, E: Mannelijk
Categorie:Menselijke voortplanting Categorie:Orgaansysteem