Jérôme Jacques Becker (Kalmthout, 21 augustus 1850 – Antwerpen, 30 maart 1912) was een Belgisch militair en ontdekkingsreiziger die in Centraal-Afrika actief was voor de Association internationale africaine en later voor de Onafhankelijke Congostaat.
Levensloop Becker was een zoon van Guillaume-Joseph Becker en Anne-Marie Anthonissen. Hij werd officier in het Belgische leger en diende als luitenant bij het 5e regiment artillerie. Op 26 april 1880 werd hij gedetacheerd bij het Militair Cartografisch Instituut. In die periode organiseerde de Association internationale africaine vanuit Zanzibar expedities naar Centraal-Afrika. Becker vertrok op 4 juni 1880 voor zijn eerste expeditie naar Afrika.
Eerste expeditie: Zanzibar, Tabora en Karema De expeditie stond onder leiding van Jules Ramaeckers en telde naast Becker ook Albert de Leu en Robert de Meuse. Op 30 juni 1880 bereikten zij Zanzibar. Via Tabora, waar zij op 17 september aankwamen, reisden Becker en zijn metgezellen verder naar Karema aan het Tanganyikameer. Zij bereikten de post op 4 december 1880. Becker werkte er mee aan de verdere uitbouw van de door Ernest Cambier gestichte post. In augustus 1881 vertrok hij naar Tabora, waar hij dokter Van den Heuvel afloste.
Tabora, Mirambo en het bevel over Karema Tijdens zijn verblijf in Tabora onderhield Becker contacten met de Afrikaanse machthebber Mirambo en met de Arabisch-Swahilische handelaar Tippu Tip. Toen Ramaeckers op 25 februari 1882 overleed, besloot Becker naar Karema terug te keren om er voorlopig het bevel over te nemen. Hij arriveerde er op 24 april. Toen Ramaeckers op 25 februari 1882 overleed, besloot Becker naar Karema terug te keren om er voorlopig het bevel over te nemen. Hij arriveerde er op 24 april. Op 27 september 1882 arriveerde Emile Storms, die Becker als bevelhebber afloste.
Na een conflict waarbij askari's van de post gewond raakten en hun wapens verloren, eiste Becker genoegdoening van Yassagula, het hoofd van Karema. Toen deze weigerde, viel Becker met ongeveer zestig askari's het dorp aan en werden Yassagula's strijders verdreven. Een maand later onderwierp Yassagula zich. Becker verliet Karema op 16 november 1882 en keerde via Zanzibar terug naar België, waar hij op 21 mei 1883 aankwam.
Vijfde expeditie Op 19 oktober 1883 vertrok Becker opnieuw naar Afrika, ditmaal als leider van de vijfde expeditie van de Association internationale africaine. Tot de expeditie behoorden onder anderen Francis Dhanis, Durutte en Dubois. Het doel was een verbinding tot stand te brengen tussen de posten aan het Tanganyikameer en die aan de Congo en zo mogelijk door te dringen tot Nyangwe aan de Lualaba. De onderneming liep echter vast door problemen bij het werven van dragers, tegenwerking van de sultan van Zanzibar en de slechte gezondheid van Becker. Op 15 mei 1885 droeg hij het bevel over aan Durutte en keerde hij naar Europa terug.
Onafhankelijke Congostaat Op 17 september 1888 vertrok Becker voor de derde maal naar Afrika, nu in dienst van de Onafhankelijke Congostaat. Als districtscommissaris kreeg hij onder meer de opdracht een post aan de Aruwimi te stichten. Vervolgens werd hij naar de omgeving van de Stanley Falls gestuurd om er betrekkingen te onderhouden met Arabisch-Swahilische machthebbers, onder wie Tippu Tip, die hij eerder in Tabora had ontmoet.
Becker bleef pleiten voor samenwerking met de Arabisch-Swahilische machthebbers in het gebied. Na onenigheid hierover met het bestuur van de Onafhankelijke Congostaat nam hij ontslag uit de koloniale dienst. Daarna maakte hij nog reizen langs onder meer de Itimbiri en de Likati en naar het noorden van de Uele. Op 27 juni 1890 keerde hij naar Europa terug.
Laatste jaren Na zijn vertrek uit de koloniale dienst verbleef Becker enige tijd in Madagaskar en Santo Domingo. Als gepensioneerd artilleriekapitein werd hij in 1902 benoemd tot inspecteur van explosieven in Lillo. Becker was onderscheiden met de Dienstster van de Onafhankelijke Congostaat en de Ottomaanse Orde van Mejidië.
Op 30 maart 1912 overleed hij in Antwerpen aan een hersenbloeding na een val op het Sint-Jansplein. Hij kreeg een eenvoudige begrafenis en werd begraven op het Kielkerkhof. De Antwerpse gemeenteraad liet er een bescheiden grafmonument voor hem oprichten.
Opvattingen over slavernij In zijn geschriften verdedigde Becker de in Oost- en Centraal-Afrika bestaande slavernij. Hij stelde dat de positie van een slaaf meer bestaanszekerheid kon bieden dan die van een vrij persoon en meende dat Afrikaanse slaven daardoor gelukkiger konden zijn dan vrije Afrikanen. Deze opvattingen publiceerde hij in La Vie en Afrique.
Publicaties Becker publiceerde over zijn ervaringen in Centraal-Afrika:
La Vie en Afrique, ou Trois ans dans l'Afrique centrale, twee delen, J. Lebègue & Cie, Parijs-Brussel, 1887. La troisième expédition belge au pays noir, J. Lebègue, Brussel, 1888; een verkorte uitgave van zijn reisverslag.
Literatuur
E. Dessy, „Becker (Jérôme)”, in: ''Belgische Koloniale Biografie'', deel 1, Brussel, 1948, kol. 93–98. Lucas Catherine, ''Verre kusten van verlangen. Curieuze reizen'', EPO, 2005.
Voetnoten
Categorie:Belgisch ontdekkingsreiziger Categorie:Ontdekkingsreiziger van Afrika Categorie:Militair in de Onafhankelijke Congostaat