thumb|300px|Perioden van de geschiedenis van Al-Andalus.1. Het Omajjaden rijk2. Het emiraat en kalifaat van Córdoba3. Al-Andalus onder de Almoraviden en Almohaden4. Emiraat Granada. Al-Andalus (Arabisch الأندلس) is de naam die de Moorse veroveraars uit Marokko gaven aan het door hen veroverde gedeelte van het Iberisch Schiereiland. Al-Andalus mag niet worden verward met de huidige Spaanse autonome regio Andalusië.
Omschrijving De naam heeft niet alleen specifiek betrekking op het emiraat Córdoba (756–929) en het kalifaat Córdoba (929–1031) en de latere taifa's, maar is ook van toepassing op het gehele gebied onder Moorse overheersing (711–1492) in het algemeen.
Gedurende de jaren van de Reconquista werd met Al-Andalus het door de Moren beheerste gebied bedoeld in de vroegere Romeinse provincies Hispania Baetica, Hispania Lusitania en Hispania Tarraconensis, waarbij de noordgrens met de jaren steeds zuidelijker kwam te liggen. Al-Andalus komt van "Al-Vandaluz" en is een verbastering van de Arabische naam voor "gebied van de Vandalen". Dit was een Germaans volk dat zich, tijdens de Grote Volksverhuizing in de 4e en 5e eeuw, strijdend vanuit het noordoosten richting Zuidwest-Europa verspreidde. Zij vestigden zich voor een korte tijd in Zuid-Spanje, maar onder druk van de na hen binnenvallende Visigoten staken ze later de Straat van Gibraltar over, vestigden het Vandaalse Rijk, voornamelijk gelegen in de kuststreek van Noord-Afrika rondom hun hoofdstad Carthago, en gingen uiteindelijk op in de Noord-Afrikaanse bevolking. Ondanks het feit dat de Visigoten veel langer over Iberië heersten dan de Vandalen, noemden de latere Moren het gebied als pars pro toto toch Al-Andalus 'gebied/land van de Vandalen' omdat ze in het huidige Tunesië al eerder in aanraking kwamen met de Vandalen.
Klassenmaatschappij Toen de Moren de Visigotische overheersers verdreven werd Iberië een onderdeel van de islamitische veroveringen. Er ontstond vanaf 750 na Chr. een onafhankelijke staat onder leiding van Abd al-Rahman I en zijn daarop volgende Omajjaden dynastie. Córdoba werd de nieuwe hoofdstad van het gebied en werd langzaam maar zeker uitgebouwd tot een cultureel centrum dat wedijverde met het Bagdad van de Abbasiden, de toenmalige hoofdstad van het islamitische kalifaat. De Iberische Omajjaden legden het jodendom en christendom een aantal beperkingen op in hun godsdienstbeleving. Deze lagen vooral in het niet meer mogen luiden van klokken, het actief bekeren of het bouwen van nieuwe kerken of synagogen, zoals in het oosten reeds vastgelegd in het Pact van Omar. Deze beperkingen hadden geen betrekking op het dagelijks leven en diverse joden klommen op tot hoge posities binnen de heersende klasse van het kalifaat en later de taifa's (stadstaten). Hoewel er in deze staat, zeker vlak na de verovering van Iberië, meer vrijheid van levensovertuiging was dan in middeleeuwse christelijke staten, vonden er na het Omajjadenkalifaat pogroms plaats tegen joden en christenen, zoals de grote anti-joodse pogrom van 30 december 1066 in de taifa Granada. Ook was het moslims verboden om hun geloof vaarwel te zeggen, met de executie als doodstraf. Ook intellectuelen van wie de denkbeelden buiten de soennitische orthodoxie lagen (zoals sjiisme, kharidjisme en ibadisme), wachtte dit lot.
De Moren hieven belasting op grondeigendom in natura, en verdeelden de zo verkregen grond weer onder de arme boeren (Zakāt). Zo raakte de christelijke adel en kerk in Al-Andalus langzaam zijn monopolie op landbouwgrond kwijt, en nam de rurale armoede en kindersterfte onder kleine boeren sterk af. Ook introduceerden de Moren nieuwe landbouwtechnieken. Daardoor groeide de voedselproductie, de bevolking en de levensverwachting in Al-Andalus veel sneller dan in de rest van Europa.G. T. Wrench, 'A Kingdom of Agricultural Art in Europe', chapter 21 in: Reconstruction by way of the soil, Faber and Faber Ltd: London 1946 online at Small Farms Library
Door dit succes ontstond er brede koopkracht, waardoor ook de industrie en handel het heel goed deden. Door de herverdeling van grond en rijkdom werd de islam een populaire godsdienst onder arme Iberiërs, en velen keerden zich af van de Roomse Kerk, aangetrokken door de belastingvoordelen en hogere sociale status voor moslims. Daarom werd de Andalusische islam door Roomse en adellijke leiders elders in Europa soms als een grote politiek-economische bedreiging ervaren.
Op 30 december 1066 vond een grote pogrom plaats in Granada toen moslims het grootste deel van de joodse gemeenschap uitmoordden met enkele duizenden doden als gevolg, al zijn specifieke getallen voor het aantal slachtoffers lastig te geven en waren de getallen die onderhevig aan een hyperbool. De joodse vizier Joseph ibn Naghrela werd gekruisigd en de joodse wijk verwoest.https://www.haaretz.com/jewish/.premium-1066-massacre-in-granada-spain-1.5284396
Betekenis voor West-Europa Nadat de taifa Toledo veroverd was door Alfons VI in 1085 en hij Toledo al snel tot de hoofdstad van zijn koninkrijk gemaakt had, groeide Toledo uit tot het intellectuele centrum van Europa, een christelijke stad waar het Arabisch de taal van kennisoverdracht en cultuur bleef. Na de komst van de Almoraviden in Al-Andalus werd Toledo een toevluchtsoord voor veel gearabiseerde joden en christenen (Mozaraben) die vluchtten voor de intolerantie en wreedheid van deze orthodoxe AlmoravidenMaria Rosa Menocal, De gouden eeuwen van Andalusië, Bulaaq: Amsterdam 2006, p. 156-159, Uitg.), . Deze vluchtelingen brachten hun culturele erfenis mee en nadat Toledo ook uitgeroepen was tot zetel van de aartsbisschop, stroomden steeds meer noordelingen toe die hier vaak voor het eerst in contact kwamen met de Arabische taal en cultuur. De Castiliaanse christelijke monarchen en kerkvorsten leverden hun bijdragen aan de uitgebreide bibliotheekcollecties. Aartsbisschop Raimundo (tussen 1125 en 1151 aartsbisschop van Toledo) benoemde de instituten die verbonden waren aan de grote bibliotheken aldaar tot de "Vertaalschool". Het was dankzij dit instituut dat de rest van Europa en het Latijnse christendom toegang kreeg tot het grote filosofische en wetenschappelijke geheel van werken dat in de voorafgaande eeuwen in Bagdad, aldaar in het zogenaamde Huis der Wijsheid, uit het Grieks in het Arabisch vertaald was.
Sinds 2007 is Het erfgoed van Al-Andalus een Europese Culturele Route van de Raad van Europa.
Geografische indeling thumb|200px|De geografische indeling van Al-Andalus Opper Mark (Tagr al-Ala) Neder Mark (Tagr al-Adna) Centraal Mark (Tagr al-Awsat) Gharb Al-Andalus: het westen van Al-Andalus Mawsat Al-Andalus: het midden van Al-Andalus Sharq Al-Andalus: het oosten van Al-Andalus Oostelijke eilanden van Al-Andalus: de Balearen onder de Moren
Chronologie Islamitische rijken in Al-Andalus Naam Hoofdstad Begin Einde RegeerperiodeMunteenheidOpmerking Omajjaden Córdoba 711 750 39 jaar Omajjadische dinar Abbasiden Córdoba 750 756 6 jaar Omajjadische dinar Omajjadische Emiraat Córdoba Córdoba 756 929 173 jaar Omajjadische dinar Omajjadische Kalifaat Córdoba Córdoba 929 1031 102 jaar Omajjadische dinar Eerste Taifa periode - 1009 1110 101 jaar Diverse munten 37 taifa's Almoraviden 1085 1145 60 jaar Almoravidische dinar Tweede Taifa periode - 1140 1203 63 jaar Diverse munten 23 taifa's Almohaden Sevilla 1147 1238 91 jaar Almohadische dinar Derde Taifa periode - 1232 1287 55 jaar Diverse munten 11 taifa's Nasridische Emiraat Granada Granada 1238 1492 254 jaar Nasridische dinar Wordt ook wel de laatste taifa genoemd. De Meriniden regeerden verschillende keren over een klein stukje in het zuiden van Iberië.
Gouverneurs van Al-Andalus 712–756 712–714 Moessa bin Noessair, ook gouverneur van Ifriqiya 714–716 Abd al-Aziz ibn Moessa 716 Ajjoeb ibn Habib al-Lachmi 716–719 Al-Hoerr ibn Abd ar-Rahman ath-Thaqafi 719–721 Al-Samh ibn Malik al-Khawlani 721 Aboe Said Abd ar-Rahman ibn Abdallah al-Ghafiqi, 1e maal 721–726 Anbasa ibn Soehaim al-Kalbi 726 Oedhra ibn Abd Allah al-Fihri 726–728 Jahja ibn Salama al-Kalbi 728 Hoedhaifa ibn al-Ahwas al-Qaysi 728–729 Othman ibn Abi Nisa al-Jathami 729–730 Al-Haitham ibn Oebaid al-Kilabi 730 Mohammed ibn Abd Allah al-Asjdjai 730–732 Aboe Said Abd ar-Rahman ibn Abdallah al-Ghafiqi, 2e maal 732–734 Abd al-Malik ibn Qatan al-Fihri, 1e maal 734–740 Oeqba ibn Hajjadj al-Saloeli 740–741 Abd al-Malik ibn Qatan al-Fihri, 2e maal 741–742 Balj ibn Bishr al-Qushayri 742–743 Thalaba ibn Salama al-Amili 743–745 Abul Khattar al-Husam ibn Darar al-Kalbi 745–746 Tuwaba ibn Salama al-Judami 746–747 Abd al-Rahman ibn Katir al-Lahmi 747–756 Yusuf ibn Abd al-Rahman al-FihriAbd al-Rahman I, lid van de dynastie der Omajjaden, versloeg in 756 de laatste gouverneur Yusuf al-Fihri in de slag bij Alameda en nam de macht van hem over. Abd al-Rahman werd de eerste emir van Cordoba. 756–929 emirs van Cordoba 929–1031 kaliefen van Cordoba
Kaartengalerij
Zie ook Arabische agrarische revolutie