thumb|Sjeiks van de Al-Tarabinstam in 1934 in Beër Sjeva thumb|Een niet-erkend bedoeïenendorp in de Negev, januari 2008 thumb|Noordelijke Negev

De Negev-bedoeïenen of Naqab-bedoeïenen zijn een van oorsprong nomadisch of half-nomadisch levend volk, dat voornamelijk in het noordoosten van de Negev-woestijn in Israël woont. Tot aan de Tweede Wereldoorlog waren de bedoeïenen vrijwel de enige inheemse inwoners van de Naqab/Negev. Zij leefden in tenten en trokken met hun geiten, schapen, ezels en kamelen van plek naar plek door de woestijn op zoek naar weidegronden, zonder zich iets van nationale grenzen aan te hoeven trekken.

Meerdere stammen – onderverdeeld in clans – trokken in het verleden rond in de regio Palestina, inclusief Transjordanië, Gaza en de Sinaï. Hun voornaamste verblijfplaats was de Negev/Naqab. Afhankelijk van de seizoenen verbleven zij tijdelijk ook in het oosten en noorden van de regio. Identiteit en cultuur zijn voor hen nauw verbonden met het grondgebied waarop zij leven. Door regeringspolitiek en door concurrerende volken die aanspraak op het grondgebied maakten werden zij geleidelijk gedwongen tot een bestaan op ingeperkte vaste plekken.

Vóór de stichting van Israël in 1948 leefden in de noordelijke Negev zo'n 90.000 bedoeïenen die tussen de twee en drie miljoen dunam land in gebruik hadden. Hun claims daarop werden in de jaren 1970 grotendeels afgewezen. In 2008 hadden ze nog 650.000 dunams, waarvan uiteindelijk zo'n 58 dunam overbleef. Van de 90.000 bewoners bleven er slechts circa 10 à 11.000 over. De rest moest, net als de meeste andere Palestijnse vluchtelingen, in 1947-1949 tijdens de Nakba vluchten. Israël liet in 1949 alleen die bedoeïenen-stammen terugkeren die zich bereid verklaarden het gezag van de Israëlische staat te erkennen en zich te vestigen op de plekken die hen door de staat zouden worden toegewezen.

In de nieuwe staat Israël resteerden kleine dorpen, deels daterend van vóór de stichting van Israël, deels nieuw opgericht door van hun land verdreven bedoeïenen. Die dorpen werden door Israël gedwongen geconcentreerd in een gebied dat bekend staat als de Siyag.,p. 11 Deze dorpen staan bekend als de "unrecognized villages" (‘niet-erkende dorpen’). Ze werden niet erkend door Israël en derhalve niet opgenomen in een planningswet van 1965 en de meeste grond werd bestemd als landbouwgrond, waardoor bouwvergunningen voor nieuwe huizen niet mogelijk waren en de dorpen bij wet een illegale status kregen.The Arab Bedouin indigenous people of the Negev/Nagab – A Short Background. NCF/RCUV, mei 2019 pdf (pdf) Aanspraken van bedoeïenen op hun historische grondeigendomsrechten worden door de Israëlische regering doorgaans afgewezen, of er wordt gedeeltelijke schadevergoeding uitgekeerd in ruil voor het afstand doen van verdere claims.

Vanwege de verklaarde illegaliteit zijn en worden de bedoeïenen-dorpen voortdurend in hun voortbestaan bedreigd. Waar zij regeringsplannen in de weg staan worden hun huizen regelmatig gesloopt. Sinds de 1970-er jaren waren dat er duizenden.Off the Map: Land and Housing Rights Violations in Israel’s Unrecognized Bedouin Villages. Human Rights Watch, maart 2008. pdf (5.7 MB) Volume 20, No. 5 (E).,p. 3 Slechts ongeveer een tiental van deze bedoeïenen-dorpen werd na 2000 officieel door de staat erkend.

Israël heeft sinds zijn bestaan een politiek gevoerd om de Negev-bedoeïenen zoveel mogelijk in de Siyag te concentreren, om het zo vrijkomende grondgebied voor andere doeleinden te ontwikkelen. Het meeste land werd door de staat in beslag genomen en tot staatsland verklaard.,p. 112-113  De staat Israël, in samenwerking met de semi-staatsbedrijven Jewish Agency en JNF, wenste (en wenst) de Negev vooral te ontwikkelen voor de vestiging van nieuwe Joodse immigranten, industrie en algemene infrastructuur. Er wordt gestreefd naar een regionale Joodse meerderheid. Zo werd in 2003 een groots plan gepresenteerd, dat mede bedoeld was als demografisch tegenwicht voor de bedoeïenen-bevolking.New Effort To Settle Galilee, Negev. TOI, 22 aug 2003. "We are going to settle new rural communities in sensitive areas of the Negev where most of it is settled illegally by Bedouins, [...] The task force’s job is to make the Galilee and the Negev attractive for immigrants," Volgens Human Rights Watch streeft de regering naar maximale controle over het gebied en naar toename van de Joodse bevolking in de regio om strategische, economische en demografische redenen.

Israël bouwde speciaal voor de bedoeïenen in de Siyag een aantal 'townships', waar de bewoners veel minder grond tot hun beschikking hebben. Ze moesten daarbij afstand doen van hun traditionele levenswijze en afzien van de aanspraken op hun voorvaderlijke grond. Tussen 1968 en 1989 bouwde de staat 7 townships, waarvan de grootste Rahat is. Meer dan 100.000 Negev-bedoeïenen werden onder drang en dwang van de staat hiernaar overgebracht of gedeporteerd. Druk werd onder andere uitgeoefend door agressief en destructief optreden tegen de bedoeïenenbevolking en -dorpen, inclusief het slopen van woningen, het inperken van weidegronden en vernietigen van oogsten.De door Ariel Sharon ingestelde paramilitaire "Green Patrol" kon naar believen tenten van onwillige bedoeïenen vernielen, kuddes in beslag nemen, oogsten vernietigen, geldboetes opleggen en bewoners verdrijven. Zie Shmueli/Khamaisi, 2011 (nt. 7) en HRW Off the Map, 2008 (nt. 82)

In 2011 nam de regering van Benjamin Netanyahu het Begin-Prawer Plan aan, bedoeld om een eind te maken aan de niet-erkende dorpen en de eigendoms-claims van de bedoeïenen.The Bill on the Arrangement of Bedouin Settlement in the Negev (“Prawer-Begin Plan”) iataskforce.org.juli 2013 Netanyahu presenteerde het als een plan voor economische ontwikkeling en voorspoed voor de bedoeïenen. Formeel was het streven naar het zoveel mogelijk legaliseren van de dorpen, maar in de praktijk bleek het echter te gaan om het snel overbrengen van zoveel mogelijk inwoners naar de bedoeïenen-townships en de overigen onder te brengen in bestaande en nieuwe dorpen in de Siyag.

Het Prawer-plan werd na vele protesten eind 2013 uitgesteld, maar de staat ging in de geest van het Prawer-plan op andere wijzen door met de uitvoering ervan. Dat gebeurt sindsdien door middel van grote projecten waarvoor huizen en andere bebouwing in de dorpen moeten verdwijnen. Het gebruikelijke beleid sinds de 1970er jaren om regelmatig huizen in niet-erkende dorpen te slopen,p. 3 werd sinds het Prawer-plan door de Israëlische staat versneld voortgezet. Het aantal gesloopte bouwsels in de dorpen is sindsdien gestadig gestegen.

In Galilea, in het noorden van Israël, lagen eveneens niet-erkende Palestijnse bedoeïenen-dorpen. Verschillende uit de Negev verdreven stammen hadden zich daar en in nog andere regio's gevestigd met, onder druk van de staat, opgelegde beperkingen in bewegingsvrijheid. De noordelijke dorpen werden uiteindelijk door de staat erkend, maar kregen pas tussen 1994 en 2001 de status van gemeente. In Galilea wonen ongeveer 60.000 bedoeïenen; in centraal Israël nog eens zo'n 10.000.Fact sheet, update June 2014. Inter-Agency Task Force on Israeli Arab Issues via

Op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever leven vijf Palestijnse bedoeïenen-stammen die oorspronkelijk in de Naqab/Negev woonden. Ook hier worden de bedoeïenen-dorpen door Israël in hun bestaan bedreigd. Huizen en infrastructuur, ook door de internationale gemeenschap gesteunde projecten, worden hier regelmatig door het Israëlische defensieleger (IDF) vernietigd, materialen gestolen en de inwoners verdreven. Veelal in samenwerking met kolonisten uit de Israëlische nederzettingen.Indigenous World 2020: Palestine. The Indigenous World, 11 mei 2020Bedouins in the occupied Palestinian territory. UNDP, sep 2013. pdf (6,3 MB) Dit document bevat een uitvoerige lijst van stammen en hun woonplaats.

Onder Ottomaans staatsbestuur Vanaf 1858 begonnen de Ottomanen met de registratie van landeigendom in de Naqab, om dit gebied economisch te benutten en belastinginkomsten te genereren. Door registratie viel men tevens onder de dienstplicht. Het meeste land in de Naqab was gedefinieerd als voor cultivering ongeschikt staatsland, aangeduid als Mawat.Shmueli en Khamaisi: Bedouin Communities in the Negev, 2011, p. 111. "While many of the Bedouin had not registered their lands in the Ottoman or British land registries, as many other Arabs did, both the Ottomans and the British respected the customary rights the Bedouin had to the land and did not attach importance to the arid, desert terrain of the Negev, classifying it as mawat (“dead”) land that was not economically viable. Until the establishment of the State of Israel in 1948, the Bedouin were, for the most part, the sole residents of the Naqab (Negev) Desert. ... According to several sources, these Bedouin held approximately two million dunams (i.e., 1,000 square meters) of land, for which they adhered to a clear, agreed-upon system of property rights. The land was divided according to intertribal agreements. ... The majority of tribes lived farther south as nomads in the heart of the desert, where they were limited to grazing their herds of goats, sheep, and camels, along the same annual circuitous pathways."

Stammen begonnen onderlinge oorlogen om weide- en landbouwgronden, om dit op hun naam te laten registreren. In 1906 publiceerde de Ottomaanse regering een kaart waarop de Naqab was ingedeeld in gebieden voor verschillende stammen. De 6 stammen die waren vermeld waren: Azazma, Ah’eiwat, Tarabin, Sa’idyin, Tayaha en Jabarat.The Negev: Land, Settlement, the Bedouin and Ottoman and British Policy 1871–1948. Ruth Kark en Seth J. Frantzman, British Journal of Middle Eastern Studies 39(1), p. 53-77, 2012 (pdf pdf beschikbaar),p. 56 Hoewel veel bedoeïenen hun land niet lieten registreren respecteerden de Ottomanen wel hun gewoonterechten, omdat zij geen belang hechtten aan de droge woestijngrond. Het land was verdeeld volgens overeenkomsten tussen de stammen.

Onder het Ottomaans bestuur vond er al een algemene overgang plaats van een puur nomadische naar een half-nomadische levenswijze, waarbij vanuit een vaste woonplaats landbouw werd gecombineerd met een herderlijk bestaan. Daarbij bleef de traditionele stammencultuur, met iedere afzonderlijke stam verbonden met een bepaald grondgebied, intact. In deze periode ontwikkelde zich ook het specifieke systeem van landeigendom zoals dat ook nog in de hedendaagse dorpen wordt toegepast.,p. 12