thumb|Een LTO-tapedrive met bijbehorende cassette thumb|Historische tapedrives met losse spoelen

Een tapedrive of magneetbandstation is een apparaat waarmee een computer digitale gegevens op magneetband kan schrijven en daarvan kan lezen. Tapedrives worden onder meer gebruikt voor back-ups en het langdurig bewaren van grote hoeveelheden gegevens. Bij moderne systemen zit de band doorgaans in een verwisselbare cassette.

Een magneetband is een sequentieel opslagmedium: om gegevens op een bepaalde plaats te lezen, moet de band eerst naar die plaats worden verplaatst. Daardoor is een tapedrive vooral geschikt voor het achtereenvolgens schrijven of lezen van grote hoeveelheden gegevens en minder voor toepassingen waarbij voortdurend kleine, verspreid opgeslagen bestanden moeten worden opgevraagd. Ook het plaatsen van een cassette kost tijd. Een cassette die niet in de drive zit, kan bovendien los van het computersysteem worden bewaard.

Plaats in de huidige gegevensopslag Gegevens die snel en regelmatig toegankelijk moeten zijn, worden doorgaans op solid state drives (SSD's) of harde schijven opgeslagen. Magneetband wordt nog steeds gebruikt, vooral voor back-ups en het langdurig bewaren van gegevens die minder vaak worden geraadpleegd. Daarbij kunnen gegevens vanuit opslag op SSD of harde schijf naar tape worden overgebracht. Een organisatie kan dus dezelfde gegevens op verschillende opslagmedia bewaren, afhankelijk van hoe snel ze beschikbaar moeten zijn en waarvoor ze worden gebruikt.

Geschiedenis en techniek Vroege tapedrives gebruikten losse spoelen. De IBM 726, aangekondigd in 1952, was een vroege tapedrive voor de opslag van digitale computergegevens. De latere overgang naar cassettes betekent dus niet dat magneetband pas daarna voor digitale opslag werd gebruikt.

Tapedrives verschillen onder meer in de wijze waarop zij de band langs de lees- en schrijfkop voeren. Bij lineaire opname beweegt de band langs een kop die gegevens in sporen in de lengterichting van de band vastlegt. Linear Tape-Open (LTO) gebruikt een lineaire, zogenoemde serpentijnopname: de drive beschrijft opeenvolgende sporen terwijl de band afwisselend in twee richtingen beweegt. Bij helical scan, toegepast in oudere formaten zoals DDS, lopen de sporen schuin over de band doordat de kop op een roterende trommel is geplaatst.

Capaciteit en gebruik De capaciteit hangt af van het bandformaat en de generatie. LTO-10 heeft cassettes met een capaciteit van 30 of 40 TB zonder compressie. Het LTO-programma vermeldt voor deze cassettes respectievelijk maximaal 75 en 100 TB bij een aangenomen compressieverhouding van 2,5:1. Die hogere waarden zijn afhankelijk van de mate waarin de opgeslagen gegevens daadwerkelijk comprimeerbaar zijn. Buiten LTO bestaan andere formaten: de IBM TS1170 kan op een daarvoor bestemde cassette 50 TB zonder compressie opslaan.

Tapedrives kunnen afzonderlijk worden gebruikt of deel uitmaken van een geautomatiseerde tapebibliotheek. In zo'n bibliotheek bewaart een rek meerdere cassettes en plaatst een mechanisme de benodigde cassette in een van de aanwezige drives. Daarmee kunnen back-ups en archieven worden beheerd die niet op één cassette passen.

Moderne LTO-systemen ondersteunen, afhankelijk van drive en cassette, functies zoals hardwarematige versleuteling, WORM-opslag (eenmaal schrijven, meermaals lezen) en het Linear Tape File System (LTFS). LTFS maakt bestanden op een geschikte tape via een bestandssysteem toegankelijk, maar verandert niets aan de noodzaak om de band voor het lezen of schrijven naar de juiste positie te verplaatsen. Bij het bewaren van oudere banden is ook de beschikbaarheid van een compatibele drive van belang: LTO-10-drives kunnen geen cassettes van eerdere LTO-generaties lezen of beschrijven.

Zie ook Magneetband Linear Tape-Open Back-up

Categorie:Computerrandapparatuur Categorie:Dataopslag