De Slag om Koan, ook bekend als de slag in de Baai van Hakata, vond plaats in augustus 1281 en was na een eerste poging in 1274 de tweede van de Mongoolse invasies van Japan, pogingen van de Yuan-dynastie om de Japanse eilanden in te lijven bij het Mongoolse rijk. Een tyfoon vernietigde de Mongoolse vloot praktisch volledig.
Vooraf De Yuan-dynastie begon China te overheersen na de inname van Beijing door Mongoolse krijgers in 1215. Koeblai Khan regeerde van 1260 tot zijn dood in 1294 over China en wilde, na het veroveren van grote delen van Eurazië, ook Japan annexeren. Nadat pogingen om de Japanners via diplomatieke weg (1268 en 1273) te onderwerpen mislukten, koos Koeblai Khan voor een andere aanpak. In 1274 dwong hij, door het inzetten van 25.000 Mongoolse krijgers, 15.000 Koreaanse boeren onder de wapens en moesten zij 900 schepen ter beschikking stellen om zijn leger naar het meest westelijke van de grote Japanse eilanden, Kyushu, te vervoeren. In november landden de Mongolen op Kyushu maar bovenop de Japanse tegenstand stak er een storm op die een groot deel van de vloot vernietigde. Met een dodentol van ongeveer 13.000 soldaten was deze poging onmiddellijk voorbij. Na het mislukken van twee diplomatieke missies, waarbij de Japanners telkens de vijf gezanten onthoofdden, beval Koeblai Khan in 1281 de bouw van een nog grotere vloot voor een grotere, tweede expeditie.
De Invasie Voor deze onderneming verzamelde Koeblai Khan niet alleen Koreanen maar ook duizenden Chinezen uit het zuiden werden ingelijfd. De vloot bestond uit twee delen: de Noordelijke en de Zuidelijke vloot.
De Noordelijke vloot bestond uit circa 70.000 soldaten en zo'n 1700 schepen. Dit deel van de vloot voer in het voorjaar van 1281 uit en meerde aan in het noorden van Kyushu in juni van dat jaar. Waarheen de troepen zich bewogen tussen juni en augustus is niet duidelijk. Blijkbaar dacht men de Japanse kustverdediging, die was uitgebreid na de invasie van 1274, beter te kunnen aanvallen via land dan over zee.
Op het moment dat de Noordelijke vloot uitvoer, was de Zuidelijke nog niet klaar. Deze bestond uit circa 100.000 soldaten en 3000 schepen maar het duurde tot augustus voordat zij de Japanse kust bereikten. Het middelpunt van de Japanse verdedigingslinie was het kuststadje in de baai van Hakata langs de noordkust van Kyushu. Dankzij de sterke verdedigingslinie hielden de Japanners het Mongoolse leger tot half augustus tegen. De Japanners drongen af en toe door tot de gecombineerde vloot en brachten zo enkele schepen tot zinken. De oorlog zat in een impasse. In de nacht van 14 op 15 augustus brak een tyfoon uit die zo krachtig was dat de Mongoolse vloot de baai werd ingeblazen. De Zuidelijke vloot verloor bijna al haar 100.000 manschappen terwijl de Noordelijke vloot werd herleid tot een troepenmacht van ongeveer 30.000 soldaten wat te weinig was voor de verdere campagne.
Gevolgen Ondanks twee rampzalige expedities gaf Koeblai Khan het bevel tot de bouw van een derde vloot. Een opstand in 1286 deed hem echter voorlopig afzien van deze plannen. Zijn opvolger Temür Khan maakte snel een einde aan de bouw en de annexatieplannen van zijn voorganger. Tot aan de negentiende eeuw werd er geen poging meer ondernomen om Japan te onderwerpen.
Koan Koan Categorie:Mongoolse Rijk Categorie:1280-1289