Dit artikel gaat over de geschiedenis van de in 1849 ontstane Oostenrijkse gemeente Loosdorf in het district Melk in Neder-Oostenrijk en de geschiedenis van het plaatsje Loosdorf van voor 1849.
Het plaatsje Loosdorf ligt aan de weg die Linz met Wenen verbindt, tussen Melk en Sankt Pölten. De kastelen Schallaburg, Albrechtsberg en Sitzenthal liggen dicht bij het centrum van Loosdorf. Vanaf de twaalfde eeuw tot in de negentiende eeuw was Loosdorf vrijwel altijd met kasteel Schallaburg verbonden. Van ca. 1574 tot 1627 was er in Loosdorf een protestants gymnasium waar met name de Neder-Oostenrijkse protestantse adel hun kinderen naartoe stuurde. In 1849 werd Oostenrijk in gemeenten ingedeeld en zo werd ook de gemeente Loosdorf gevormd. Albrechtsberg en Sitzenthal en hun gelijknamige kastelen kwamen bij deze nieuwe gemeente. Kasteel Schallaburg echter kwam bij de gemeente Schollach.
In de negentiende eeuw was Loosdorf de woonplaats van enkele leden van de Pools-Oostenrijkse adellijke familie Ledóchowski. Twee zussen en een broer die in hun jeugd in Loosdorf hebben gewoond, hebben later in hun leven een bijzondere rol in de katholieke kerk gespeeld. Een andere broer maakte een militaire carrière in het Oostenrijkse leger en later in het Poolse leger.
Loosdorf heeft verbindingen met Linz en Wenen. In de zestiende eeuw en later was er hier, zoals bij de meeste plaatsen aan de weg van Linz naar Wenen, een "poststation", waar de postkoets stopte. Sinds 1858 is er een treinstation en tegenwoordig is er bij Loosdorf een afslag van de A1. Omdat Loosdorf in 1584 marktrecht verkreeg, werd het tot 1849 in het Duits "Markt Loosdorf" genoemd en tegenwoordig heet de gemeente in het Duits nog "Marktgemeinde Loosdorf".
Het ontstaan van de gemeente Loosdorf De gemeente Loosdorf ontstond bij de Oostenrijkse gemeentelijke indeling van 1849 door het samenvoegen van de plaatsjes Loosdorf, Rohr, Albrechtsberg en Sitzenthal tot één gemeente. Vóór 1849 hoorden deze plaatsjes bij verschillende kastelen of kloosters. De plaats Loosdorf was voor 1849 verbonden met het nabijgelegen slot Schallaburg. Tegenwoordig ligt dit slot binnen de gemeentegrenzen van Schollach. Rohr hoorde voor 1849 bij de abdij van Melk, Albrechtsberg hoorde bij het slot Albrechtsberg en Sitzenthal was een landgoed met een slot, waar pas relatief laat een woonkern bij kwam.
Oudere namen Oudere namen voor Loosdorf zijn o.a. Ladestorf (1145) Gerhard Floßmann, Loosdorf, 1e druk, 1974, , uitgegeven door Pfarramt Loosdorf, p.3, Lahstorf (1250), Loßdorff (1574) en Lostorf (1879).Kaart "Situation der k.k. niederöstereichischen Staats-Bahnen" uit 1879 in Sterhard en Slezak's boek "Niederösterreichische Südwestbahnen", p. 8,
Prehistorie Het gebied rond Loosdorf werd al in de prehistorie bewoond. Op de Wachberg, in de kadastrale gemeente Neubach, werd aan het eind van de jaren 80 van de 20e eeuw een versterkte nederzetting uit het Chalcolithicum ofwel de Kopertijd (5500 - 3300 v.Chr.) ontdekt. Verder zijn er op deze berg een veertigtal urnen en ongeveer evenveel weefstoelgewichtjes van de zeldzame Mödling-Zöbing/Jevišovice-groep gevonden.
Oudheid Het gebied waarin Loosdorf ligt maakte in de oudheid oorspronkelijk deel uit van het Keltische koninkrijk Noricum. De Romeinse keizer Augustus maakte, naar de wetenschap aanneemt, Noricum op vreedzame wijze deel van het Romeinse Rijk. Keizer Claudius maakte er de Romeinse provincie Noricum van.Hannsjörg Ubel, in Dom und Stift St. Polten und ihre Kunstschätze, uitgegeven door Heinrich Fasching, St. Pölten, 1985, p.11 Loosdorf ligt op de landweg die de oude limes-weg langs de Donau ten westen van Melk verbindt met Wenen (tegenwoordig de B1).
Middeleeuwen Karel de Grote ondernam in 791 een kruistocht tegen de Avaren ten oosten van de Enns, die eerder als grensrivier tussen Beieren en het land der Avaren gold.Friedrich Schragel in Dom und Stift St. Pölten und ihre Kunstschätze, St. Pölten, 1985, p. 19 In de achtste eeuw woonden er tussen de rivier de Enns en de veel kleinere rivier de Pielach Slaven, Avaren en Germanen (Bajuvaren of Beieren). De Slaven waren als onderdanen van de Avaren uit het oosten gekomen. Van de dunne Beierse bevolking weet men niet of ze tijdens de volksverhuizingen in de vierde eeuw uit het oosten of later uit het westen gekomen waren. De rivier Melk ten westen van de Pielach is waarschijnlijk ook een grensrivier tussen de politieke invloedssfeer van de Avaren en de Germanen geweest, omdat het Slavische woord voor de rivier Melk, "Medjilica", "grensrivier" betekent.Stift Melk und seine Kunstschätze, Gerhard Flossmann, p. 9, St. Pölten, 1980,
De graven van Schala In de 9e en 10e eeuw was bijna het hele gebied tussen de zijriviertjes van de Donau de Melk en de Pielach, waarin Loosdorf ligt, eigendom van de familie Sigharding. In de tweede helft van de 11e eeuw werd dit bezit gedeeld tussen de broers Sighard en Friedrich von Tengling. Sighard kreeg het noordelijke gedeelte en maakte de 'Schallaburg', toen 'Feste Schala' geheten, tot centrum van zijn bezit; Friedrich kreeg het zuidelijke gedeelte en vestigde zich op kasteel 'Peilstein', ten zuiden van de Hiesberg, een berg ten zuiden van Melk.R. Feuchtmüller, G. Flossmann e.a., Renaissanceschloss Schallaburg, 1e druk 1989, , p. 12 Peilstein was in de vijftiende eeuw al een ruïne. Van het oude kasteel Schallaburg is ook nog maar weinig over, maar er staat nu op die locatie een nieuwer slot met de naam Schallaburg. Het oudste bewaarde gedeelte daarvan is uit de twaalfde eeuw, maar in de zestiende eeuw (en door latere restauraties) kreeg het haar huidige vorm. Schallaburg is tegenwoordig een museum. De graven van Schalla hadden naast andere kleinere plaatjes ook bezittingen in Beieren en grote gebieden ten noorden van de Donau.
Albrechtsberg en de heren van Perg Rond 1100 werd kasteel Albrechtsberg gebouwd. Het is genoemd naar Albrecht I von Pergnaam in het Nederlands: Albrecht van Berg (1120, † 1168), die met een gravin van Schala (van de Schallaburg) getrouwd was. Dit was mogelijk een dochter van Sophie van Oostenrijk, die een dochter van markgraaf Leopold II was. Volgens een andere bron heeft Albrecht I von Perg het kasteel Albrechtsberg zelf laten bouwen. Dan moet het rond 1140 gebouwd zijn. Albrecht I von Perg was voogd van het voormalige klooster St. Pölten en ondervoogd van het klooster Melk. Duits Wikipedia-artikel met de titel Herren von Perg und Machland, geraadpleegd op 10 september 2017. Gearchiveerd op 15 juli 2023.
In het midden van de twaalfde eeuw werd kasteel Sitzenthal gebouwd. Sitzenthal is waarschijnlijk genoemd naar graaf Sighard von Schalla, kortweg Sizo genoemd. De huidige sloten Albrechtsberg en Sitzenthal in de gemeente Loosdorf zijn niet zo groot en anders van vorm dan hun naamgenoten in de twaalfde eeuw waren. De oudste vermelding van Albrechtsberg is in een oorkonde van 1147.
In de twaalfde en dertiende eeuw waren er op de markt in St. Pölten handelaren uit Melk, Loosdorf, Wilhelmsburg, Kilb en Pöchlarn die in grof, rood textiel uit St. Pölten handelden ("das Pöltinger Tuch"), dat op de markt in Wenen doorverkocht werd.Karl Gutkas, Werden und Wesen der Stadt St. Pölten - Kulturamt St. Pölten, 1970, p. 20
De parochie Werde In het midden van de twaalfde eeuw lag er ten zuiden van Loosdorf, tussen de huidige plaatjes Groß-Schollach en Klein-Schollach, een plaatsje Werde, waar waarschijnlijk ook een waterburcht met de naam Werde stond. Een bisschop, Hendrik van TroyesEr was in die tijd een zekere Enri bisschop van Troyes, die in dat jaar naar Hongarije ging, maar Alois Plesser schrijft "Troja bei Neapel". Dan zou het om een Italiaanse bisschop uit de buurt van Napels gaan., die in verband met de Tweede Kruistocht in de buurt was, wijdde daar in 1147 een kerk in. De parochie Werde was kort daarvoor door de bisschop van Passau van de parochie Mauer afgesplitst.Mauer ligt tegenwoordig in de gemeente Dunkelsteinerwald. De parochie Loosdorf bestond nog niet. In 1210 werd de kerk in Loosdorf de parochiekerk in plaats van de kerk in Werde.
De graven van Schala, die op kasteel Schallaburg woonden, stierven in 1190 met het overlijden van Heinrich en Sighard, twee kleinkinderen van eerstgenoemde Sighard, uit.
Op 15 juli 1191 overleed Friedrich II von Perge (1150-1191), de toenmalige leenheer van kasteel Albrechtsberg, in Palestina tijdens de Derde Kruistocht. Het kasteel verviel aan de toenmalige landsvorst.Alois Plesser, Zur Kirchengeschichte des Viertels ob dem Wienerwald vor 1627, Geschichtliche Beilagen zum St. Pöltner Diözesanblatt, Band 15, St. Pölten 1977, p. 27
Het ontstaan van de parochie Loosdorf In 1210 werden de parochierechten van Werde aan de kerk in Loosdorf overgedragen. De kerk in Werde werd niet meer onderhouden en verviel tot alleen de funderingen overbleven.Alois Plesser, Zur Kirchengeschichte des Viertels ob des Wienerwaldes, Geschichtliche Beilagen zum St. Pöltener Diözesanblatt, Band 16, gedrukt in Oostenrijk 1998, , pp. 74, 75 De patroonheiligen van de kerk in Loosdorf waren Sint Laurentius en Sint Martinus. Sint Laurentius is waarschijnlijk de naamgever van het dorp Lutisdorf, Lautisdorf, Lobesdorf, Lousdorf of Loosdorf.
Volgens een oude parochie-optekening werd Otto von Ottenstein, de bezitter van het nabijgelegen kasteel Schallaburg, in 1250 door de bisschop van Passau met de parochie "Lahstorf" beleend. Kort na deze vermelding ging dit recht over op de heren Von Zelking.
In de jaren 1251 en 1265 was in het decenaat Loosdorf een pastoor (en later deken) uit Loosdorf bekend, Swickerus Plebanus et Decanus de Losdorf geheten, die als onderzoeker en bemiddelaar in het hele decanaat een groot vertrouwen had verworven. In de dertiende eeuw was Loosdorf al een plaats van regionale betekenis.Schweickhardt, "Darstellung des Erzherzogtums Österreich unter der Enns", 1837, Wenen, VOW, Band 8, p. 207
In 1286 werd de Schallaburg met de nabijgelegen dorpen als Loosdorf en Inzersdorf voor de helft een lening van de vorst van het Aartshertogdom Oostenrijk Beneden de Enns (toen hertog Albrecht I van Habsburg) en voor de andere helft vrij en eigen bezit van de bezittende familie van dat moment.R. Feuchtmüller, G. Flossmann e.a., Renaissanceschloss Schallaburg,1e druk 1989,
Saffraanteelt en wijnbouw in Loosdorf In de tijd van de kruistochten werden saffraankrokussen uit het Midden-Oosten naar Oostenrijk meegenomen en geplant. In Melk en Loosdorf gedijden deze plantjes goed. Van delen van de stampers van deze bloemen, de stijlen en stempels, kan men saffraan maken, wat in de middeleeuwen veel als kleur- of verfstof gebruikt werd. Saffraan is ook een smaakstof. In 1259 verkochten Loosdorfse handelaren saffraankleurig textiel in St. Pölten, wat doorverkocht werd op de markt in Wenen.Jahrbücher der Literatur, 55. Bd., 1831, Anzeigenblatt, 18, 19. "1259 lieferte auch Lostorph (mit Safran) gefärbte Tücher nach St. Pölten, von wo sie nach Wien gingen." In de late middeleeuwen was Loosdorf tot in Hamburg bekend om zijn goede kwaliteit saffraan en zijn saffraankleurige textiel. Een andere belangrijke agrarische bezigheid in Loosdorf en de Wachau was de wijnbouw. In het midden van 19e eeuw stopte men met het verbouwen van saffraan omdat de verffabrikanten toen op synthetische kleurstoffen overgegaan waren. De wijnbouw op de Mühlberg in Loosdorf stopte aan het eind van de 19e eeuw in verband met plantenziektes.
De familie Von Loosdorf Uit oorkonden uit de veertiende eeuw blijkt dat er in die eeuw een adellijk geslacht in Loosdorf woonde, dat zich Von Loosdorf noemde. Op een zegel bij een oorkonde uit 1366 van een Von Loosdorf staan een vos en een vogel, die vermoedelijk in het wapen van deze familie zaten. Een ander lid van deze familie, een zekere Agnes von Loosdorf, trad als zuster in bij een orde uit St. Pölten. Na de veertiende eeuw werd er niets meer van deze familie vernomen. Vermoedelijk is ze rond het eind van de veertiende eeuw uitgestorven.
De heren Von Losenstein