Homo naledi is een mensensoort, behorend tot de Hominini, die vermoedelijk leefde tijdens het Midden-Pleistoceen. Lee Berger, die de soort benoemde, ging er aanvankelijk van uit dat deze misschien wel twee miljoen jaar oud was, maar stelde de ouderdom in een artikel in april 2017 bij tot tussen de 335 000 en 236 000 jaar. In dat geval leefde de soort nog gelijktijdig met de vroege moderne mens, waarvan de eveneens in zuidelijk Afrika gevonden Florisbad-mens op 260 000 BP gedateerd is.

H. naledi werd september 2013 ontdekt in de Rising Stargrotten in Zuid-Afrika, in een diepe grotkamer die zeer slecht toegankelijk is. De overblijfselen van minstens vijftien individuen werden gevonden tijdens opgravingen tot april 2014 en de onderzoekers nemen aan dat er nog meer aanwezig zijn. Het betreft de grootste concentratie fossiele mensen die ooit in Afrika is aangetroffen. In 2015 benoemden Berger e.a. Homo naledi. De soortaanduiding betekent "ster" en verwijst naar de Dinaledikamer, uit de bodem waarvan de uit elkaar gevallen skeletten zijn opgegraven. In 2017 werden aanvullende vondsten gemeld uit de Lesedikamer en in 2021 uit een dieper gelegen spleet. Een belangrijk deel van het skelet als geheel is hierdoor bekend.

Homo naledi toont een eigenaardige mengeling van basale ("primitieve") en geavanceerde kenmerken. De hersenen van deze soort zijn opmerkelijk kleiner dan die van de moderne Homo sapiens, met een omvang van tussen de 465 en 610 kubieke centimeter, ondanks een lichaamslengte van tegen de anderhalve meter. Dat is maar weinig meer dan bij moderne basale mensapen of australopitheken. Met uitzondering van de Floresmens, een dwergvorm, heeft geen enkele mensensoort die geologisch zo jong is zulke kleine hersenen. Het brein heeft echter een vrij moderne structuur. De schouder heeft een kort sleutelbeen zodat de arm hoog geheven kan worden om takken te grijpen. Ook de zeer kromme vingerkootjes wijzen op een goed vermogen te klimmen. Homo naledi liep echter rechtop en was volledig tweevoetig. De voet heeft een vrijwel moderne vorm en de bouw van het vrij lange onderbeen duidt erop dat H. naledi efficiënt kon stappen.

De afkomst van Homo naledi is raadselachtig. De basale kenmerken wijzen op een vroege afsplitsing in de basis van het geslacht Homo. Dat is echter lastig verenigbaar met de geringe ouderdom. In combinatie met afgeleide eigenschappen kan een positie tussen Homo erectus en Homo antecessor berekend worden. Ook dat zou echter een tamelijk vroege oorsprong vergen. Bepaalde moderne trekken zouden dan door parallelle evolutie met de moderne mens verworven moeten zijn. Een laatste mogelijkheid is dat die zich met australopitheken vermengd heeft zodat H. naledi een hybride zou zijn. Australopitheken lijken echter al anderhalf miljoen jaar uitgestorven te zijn.

Een zwakke schedelmusculatuur en kleine kiezen, beide moderne kenmerken, wijzen erop dat Homo naledi niet heel goed kon kauwen op laagwaardig voedsel. Misschien at hij harde voedzame noten, waarop ook het grote aantal afgeschilferde tandranden wijst. Fruit en noten kunnen al klimmend geplukt zijn. Wellicht werden al boulderend vooral rotswanden in kloven beklommen want de habitat was niet sterk bebost. Eenduidige werktuigen zijn in de grotten niet aangetroffen maar Berger denkt dat die toch gebruikt werden. De diepe grotkamer zou alleen met behulp van verlichting bereikt kunnen zijn en in 2022 werd de vondst van vuurplaatsen gemeld. Dat zoveel skeletten tezamen aanwezig waren, is moeilijk te verklaren. Berger suggereerde dat de lijken opzettelijk door de nauwe spleten vervoerd werden om ze in de diepe kamer bij te zetten. Andere onderzoekers hebben echter betwijfeld of een soort met zo weinig hersens tot een dergelijk ritualistisch gedrag in staat zou zijn.

Ontdekking thumb|Peixotto en Elliott, twee van de Underground Astronauts, in maart 2014 Na zijn spectaculaire vondsten van Australopithecus sediba merkte paleoantropoloog Lee Rogers Berger dat hij tijd te kort kwam om persoonlijk de grotten van de "Wieg der Mensheid" (Cradle of Humankind) te exploreren op zoek naar nieuwe ontdekkingen. Hij besloot zijn ruime contacten onder de cavers (amateurspeleologen) te gaan mobiliseren om het onderzoek systematisch voort te zetten. Augustus 2013 gaf hij Pedro Boshoff toestemming op zijn kosten krachten daarvoor te rekruteren. Deel van het systeem vormden de Rising Stargrotten, waarvan de diepste kamers al in de jaren negentig waren bezocht, zonder dat de locatie ernstig was verstoord. left|thumb|upright|Bergers hoofd was te dik voor de doorgang Op 13 september 2013 zagen Rick Hunter en Steven Tucker van de Speleological Exploration Club er fossielen, waaronder tanden en kaken, maar hun fotocamera bleek niet te werken. Op 24 september keerden ze terug en namen foto's die ze op 1 oktober aan Berger en Boshoff lieten zien. Op 5 oktober was het de vrij gezette Berger niet gelukt de vindplaats te bereiken, maar zijn veertienjarige zoon Matthew wel en diens foto's van talloze beenderen bewezen het belang van de vondst. Hij besloot er vaart achter te zetten uit vrees dat stropers de fossielen zouden roven. Nog in oktober 2013 regelde Berger financiering door de National Geographic Society en de Universiteit van de Witwatersrand. Hij deed op 6 oktober een oproep op Facebook aan antropologen om zich te melden voor een te vormen onderzoeksteam. Binnen tien dagen meldden zich zestig sollicitanten, waaruit Berger een groep van zes wetenschappers samenstelde: Hannah Morris, Marina Elliott, Becca Peixotto, Alia Gurtov, K. Lindsay Eaves en Elen Feuerriegel. Deze Underground Astronauts waren voornamelijk geselecteerd op hun slankheid, nodig om zich door de extreem nauwe doorgangen van het grottenstelsel te wringen, op één punt niet breder dan achttien centimeter als toegang van een bijna verticale twaalf meter hoge helling, aflopend van de zogenaamde Dragon's Back. Hunter en Tucker waren magere jongemannen. Berger zelf zou uiteindelijk twintig kilogram afvallen om zich behendiger in de grotten te kunnen verplaatsen. De Underground Astronauts werden via een geavanceerde videoverbinding centraal aangestuurd. Als vrijwilligers kregen ze geen loon, maar het mede-auteurschap van artikelen was gegarandeerd. left|thumb|Diagram van de kamers Van 10 november 2013 af werden in de diepste Dinaledikamer, vindplaats UW-101 dertig meter onder de grond gelegen en op tachtig meter van de ingang van de grotten, ruim twaalfhonderd botten of botfragmenten geborgen die minstens twaalf individuen vertegenwoordigen. De opgravingen werden nog die maand voorlopig beëindigd wegens tijdgebrek. Op 20 februari 2014 werd in de Lesedikamer, UW-102, een tweede laag fossielen aangetroffen, waarvan reeds door Hunter in november een dijbeen was gemeld, die in april 2014 werd opgegraven. Die maand steeg het gecombineerde totaal aan vondsten tot 1754 specimina. In september 2015 beliep het aantal specimina uit de Dinaledikamer 1550, afkomstig van minstens vijftien individuen. Twaalfhonderdvijftig daarvan waren opgegraven, driehonderd direct aan het oppervlak aangetroffen. De opgravingen beperkten zich tot een oppervlakte van slechts één vierkante meter, rond een punt waar toevallig het eerste paar onderkaken was aangetroffen, van de ongeveer dertig vierkante meter die de bodem van de grot meet. Het werd aannemelijk geacht dat verder onderzoek meer vondsten zou opleveren. In 2020 was het aantal specimina gestegen tot 1800. thumb|De opgravers werden centraal aangestuurd De botten vertegenwoordigen het grootste deel van het skelet, inclusief schedels, onderkaken, ribben, een complete hand, een voet en zelfs een middenoor. Onder de individuen bevinden zich zes volwassenen en negen kinderen inclusief zuigelingen. Er zijn geen sporen van predatie door roofdieren en überhaupt nauwelijks niet-menselijke resten, slechts zes vogelbotten, de tand van een baviaan en wat niet op soort determineerbare knaagdiertanden. Er heeft zich slechts weinig sediment afgezet, in de loop van eeuwen, voornamelijk door verwering van de grotwand. Er lijkt geen gat in het plafond te zijn geweest waardoorheen mensen naar beneden zouden kunnen zijn gevallen. De botten tonen ook geen grote breuken die op zo'n val zouden kunnen wijzen. Het systeem is bedekt door een ruim één meter dikke laag hoornsteen. Er zijn geen sporen van transport door water.Kruger A., Randolph-Quinney P. & Elliott M. 2016. "Multimodal spatial mapping and visualisation of Dinaledi Chamber and Rising Star Cave". South African Journal of Science. 112: 11 Dat alles heeft de vraag opgeroepen hoe zoveel lijken in zo'n diepe grot terecht kunnen zijn gekomen.Stringer, Chris. 2015. "The many mysteries of Homo naledi". eLife 4: e10627 Het betreft de grootste concentratie aan prehistorische fossiele mensachtigen die ooit op één locatie in Afrika zijn aangetroffen. In 2015 werd geconcludeerd dat ze, ondanks de zeer moeilijke toegang, als intacte lijken zijn gedeponeerd en pas in de kamer uiteenvielen.Randolph-Quinney P.S. 2015. "A new star rising: Biology and mortuary behaviour of Homo naledi". South African Journal of Science. 111(9/10), Art. #a0122

In 2017 werden door John David Hawks uit de Lesedikamer nog eens 131 specimina gemeld, gevonden tot en met 2015, die minstens drie individuen vertegenwoordigen, twee volwassenen en een kind. Die kwamen in bouw overeen met de vondsten uit de Dinaledikamer. "Lesidi" betekent "licht". De vondsten werden gewonnen door het ziften van slechts tweehonderd liter sediment, maar dat leverde een vrij compleet skelet met schedel op. Veel meer fossielen zouden nog aanwezig kunnen zijn.Hawks J., Elliott M., Schmid P., Churchill S.E., de Ruiter D.J., Garvin H.M., Williams S.A., Delezene L.K., Feuerriegel E.M., Kivell T.L., Laird M.F., Tawane G., DeSilva J.M., Bailey S.E., Brophy J.K., Meyer M.R., Skinner M.M., Tocheri M.W., VanSickle C., Walker C.S., Campbell T.L., Kuhn B., Kruger A., Tucker S., Gurtov A., Hlophe N., Hunter R., Morris H., Peixotto B., Ramalepa M., van Rooyen D., Tsikoane M., Boshoff P., Dirks P. & Berger L.R. 2017. "New fossil remains of Homo naledi from the Lesedi Chamber, South Africa". eLife. 6: e24232

In 2021 werd een derde vindplaats gerapporteerd, UW-110. Het gaat om een vijftien centimeter nauwe spleet die zich nog eens twaalf meter dieper dan de Dinaledikamer in het complex uitstrekt. Omdat de locatie extreem moeilijk te bereiken valt, werden alleen in september 2017 opgravingen verricht, door Peixotto. Daarbij werden zes tanden en achtentwintig schedelfragmenten gevonden van vermoedelijk één enkel individu, een vrij jong kind bij wie het vaste gebit net doorbrak. Ook dit exemplaar is aan Homo naledi toegewezen.Brophy, Juliet; Elliot, Marina; De Ruiter, Darryl; Bolter, Debra; Churchill, Stevens; Walker, Christopher; Hawks, John & Berger, Lee. 2021. "Immature Hominin Craniodental Remains From a New Locality in the Rising Star Cave System, South Africa". PaleoAnthropology. 2021(1): 1–14 Het kreeg de bijnaam "Leti", kort voor Letimela, "vermist kind".

Naamgeving thumb|Het holotype van Homo naledi Al na een kort onderzoek kwam Berger tot de conclusie dat de vondsten tot het geslacht Homo behoorden en dat ze daarin een nog onbekende soort vertegenwoordigden. Hij verwierp de mogelijkheid dat het om resten van twee soorten zou gaan, zoals Jeffrey Schwartz suggereerde,Schwartz J.H. "Why the Homo naledi discovery may not be quite what it seems". Newsweek. 2015 September 10. aangezien de skeletelementen weinig variatie vertoonden, zowel in morfologie als in de lichaamsomvang gecorrigeerd voor leeftijd. In 2015 benoemde hij, met vijfenveertig medeauteurs, die soort als Homo naledi. De soortaanduiding naledi werd aan de soort gegeven als verwijzing naar de Rising Stargrotten waar ze werd aangetroffen; naledi betekent ster in het Sesotho.