miniatuur|Het wapenschild van Boudewijn de Jonghe op de gevel van de Sint-Antoniuskapel in Sint-Niklaas, 17de eeuw. Hier bevindt zich het familiegraf van de familieleden uit de 17e eeuw. miniatuur|Wapenschild op een glasraam van het Wase Hoogcollege. thumb|rechts|Het kasteel van de heren van Ardooie De Jonghe d'Ardoye, ook alleen De Jonghe, is een Zuid-Nederlandse en Belgische adellijke familie afkomstig uit het Waasland.

Geschiedenis Oude generaties in het Land van Waas De eerste adelverheffing binnen deze Wase familie, bekend van hun bestuursfuncties voor het Hoofdcollege van Waas, vond plaats in 1690 met de vermelding "voor zoveel als nodig". Koning Karel II van Spanje verleende die postuum aan Boudewijn II de Jonghe, heer van Walburg, ten gunste van zijn weduwe Marie de Haze. Deze Boudewijn liet in Sint-Niklaas een kerk en klooster voor de gevluchte minderbroeders oprichten, die het voorrecht kregen zich daar te laten bijzetten, samen met de aangetrouwde families de Lanfrancye en Keyaerts. Zijn zoon, Théodore (I) de Jonghe, heer van Mandekens (1653-1743) bracht het in 1684 tot hoogschepen van het Land van Waes. Hij was in Vrasene gehuwd op 29 juli 1684 met jkvr. Isabella van Landeghem. Ze waren de schoonouders van Alexander Berthout de Carillo, burggraaf van Quenoville.

In 1772 schonk keizerin Maria Theresia aan diens zoon, Théodore (II) Joseph de Jonghe (1690-1776), de erfelijke titel van burggraaf. Hij werd raadsheer, nadien procureur-generaal bij de Raad van Vlaanderen. Hij was in Gent getrouwd met Agnès Maelcampo, dochter van handelaar Jacobus Fortunatus Maelcampo, heer van "Tomme". Sinds 1751 bewoonde hij het door hem verbouwde Hof van Camericke in de Onderstraat.

Heerlijkheid van Ardooie Vanaf 1773 was Théodore (II) de Jonghe, door aankoop, heer van Ardooie. Hij kocht deze, samen met een aantal erbij aansluitende heerlijke rechten, van de in geldnood verkerende markies Jean-Joseph de Houchies. De koop werd gesloten op 26 april 1773 voor 26.500 livres tournois. Hij kocht in 1775 van de ingezetenen van het dorp het Ardooieveld of 't Veld, met onder meer dertien visrijke vijvers. In juni 1775 deed hij zijn 'blijde intrede' in Ardooie. Er werd een stoet gehouden met de schuttersverenigingen en allerhande speellieden. Kort daarop overleed hij en nam zijn zoon, Théodore (III) Jean, de opvolging. Vanaf 1777 begon hij bomen te planten en een park aan te leggen. In 1780-1781 bouwde hij een nieuw kasteel waar hij zijn naam aan verbond. In 1789 schonk hij grond waarop een nieuwe armenschool werd gebouwd.

De revolutiejaren waren niet gunstig voor de heer van Ardooie. In 1794 werd zijn kasteel geplunderd door soldaten van de tegen Frankrijk geallieerde legers. Anderhalve eeuw later, tijdens de Eerste en de Tweede Wereldoorlog werd het kasteel telkens zwaar toegetakeld.

In 1816 hernam de familie de adellijke status door de erkenning in de adel met de titel burggraaf, overdraagbaar bij eerstgeboorte en de opname in de Ridderschap van Oost-Vlaanderen, verleend aan Théodore Jean Joseph Ghislain de Jonghe (Gent, 9 maart 1747 - aldaar, 11 december 1828). Hij was getrouwd met Isabelle Vilain XIIII (1755-1827), dochter van grootbaljuw en burggraaf Jean Jacques Philippe Vilain XIIII. Ze kregen zes kinderen van wie twee naamdragers, Édouard en Auguste, voor afstammelingen zorgden. Onder het ancien régime was hij afgevaardigde van de Sint-Jacobsparochie in de Collatie (tussen 1780 en 1794) en in 1793 werd hij schepen van Gedele.

Genealogie Théodore I de Jonghe (1653-1743), hoogschepen van het Land van Waes (1684), trouwde in 1684 in Vrasene met jkvr. Isabella van Landeghem (1668-1723). Théodore (II) Joseph de Jonghe, heer van Ardooie (1690-1776), trouwde in 1743 in Gent met Agnès Maelcamp (1716-1776). Ze kregen een zoon. Théodore (III) de Jonghe, heer van Ardooie (1747-1828), trouwde in 1773 in Gent met Isabelle Vilain XIIII (1755-1827). Ze kregen drie zoons en een dochter. Édouard de Jonghe (1780-1817), trouwde in 1807 in Gent met Caroline van der Haeghen de Mussain (1788-1819). Hij werd in 1816, naast zijn vader, benoemd in de Ridderschap van Oost-Vlaanderen. Ze kregen een zoon. Hermine de Jonghe (1808-1849), trouwde in 1847 in Brussel met graaf Camille de Tornaco (1807-1888), provincieraadslid van Luik, volksvertegenwoordiger en voorzitter van de Senaat. Het huwelijk bleef kinderloos. Jules de Jonghe (1811-1857), trouwde in 1847 in Sint-Joost-ten-Node met Zénobie de Bagenrieux (1826-1897), dochter van baron Philémon de Bagenrieux, schepen van Bergen en senator. Albert de Jonghe (1848-1920) × gravin Isabelle Cornet de Ways-Ruart (1868-1946). Hij bekwam op 12 juni 1920, kort voor zijn dood, dat de titel burggraaf op al zijn afstammelingen overdraagbaar was. De open brieven werden gelicht door zijn weduwe. Ze hadden twee zoons, waarvan alleen de tweede een zoon had, die echter in 1991 zonder afstammelingen overleed. Baudouin de Jonghe (1849-1925), artillerieluitenant, voorzitter van de Koninklijk Belgisch Genootschap voor Numismatiek en voorzitter van de Koninklijke Academie voor Oudheidkunde van België, trouwde in 1876 in Brussel met barones Dolorès de Vinck de Deux Orp (1852-1938), dochter van Eugène de Vinck de Deux Orp, burgemeester van Kampenhout, ambassadesecretaris en prentenverzamelaar, en zus van baron Carl de Vinck de Deux Orp, buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister en prentenverzamelaar. In 1871 verkreeg hij de titel burggraaf, overdraagbaar op al zijn afstammelingen. Ze kregen een zoon. Eugène de Jonghe (1877-1947), burgemeester van Anthée en provincieraadslid van Namen, trouwde in 1905 in Parijs met Renée Porgès (1882-1965). Mathilde de Jonghe (1909-2008), trouwde in 1935 in Brussel met graaf René Boël (1899-1990), industrieel. Ze kregen een zoon en een dochter, met afstammelingen tot heden, onder wie jhr. Harold Boël. Auguste de Jonghe d'Ardoye (1783-1868), lid van de Provinciale Staten van West-Vlaanderen en Oost-Vlaanderen, lid van het Nationaal Congres en senator, trouwde in 1812 in Brussel met Lucie Charliers de Buisseret (1791-1875). Hij werd in 1817, naast zijn vader en zijn broer, opgenomen in het Ridderschap van Oost-Vlaanderen en verkreeg in 1827 de titel burggraaf, overdraagbaar bij eerstgeboorte en vanaf 1857 op alle afstammelingen. Hij was tevens de eerste om, met vergunning, zijn naam te wijzigen door toevoeging van d'Ardoye. Théodore de Jonghe d'Ardoye (1818-1853), gezantschapsattaché, trouwde in 1844 in Humières met Césarine Hubert d'Humières (1822-1881). Ze kregen een zoon en een dochter. Fernand de Jonghe d'Ardoye (1850-1925), volksvertegenwoordiger en senator, trouwde in 1874 in Mechelen met Juliette Lebrun de Miraumont de Grand-Reng (1856-1931). Ze kregen vijf zoons en een dochter. Théodore de Jonghe d'Ardoye (1874-1965), lid van de Heraldische Raad, trouwde in 1908 in Brussel met gravin Marguerite d'Arschot Schoonhoven (1879-1926), kleindochter van graaf Guillaume d'Arschot Schoonhoven, in 1928 in Parijs met Anne de Pechpeyrou Comminges de Guitaut (1892-1931), en in 1832 in Parijs met Solange de Pechpeyrou Comminges de Guitaut (1880-1957). Hij kreeg vijf zoons en drie dochters uit zijn eerste huwelijk. Ferdinand de Jonghe d'Ardoye (1911-1989), grootbaljuw van de Orde van Malta, voorzitter en kanselier van de Belgische vereniging van leden van de Orde van Malta en voorzitter van de Heraldische Raad, trouwde in 1942 in Brussel met gravin Irène Cornet de Ways-Ruart (1921-2008). Ze kregen twee zoons en twee dochters, met afstammelingen tot heden. Diane de Jonghe d'Ardoye (°1943), trouwde in 1963 (gescheiden in 2005) met burggraaf Philippe de Spoelberch (°1941), industrieel en dendroloog. Ze kregen een zoon en een dochter. Jacques de Jonghe d'Ardoye (1915-1989), ingenieur, ridder in de Orde van Malta, trouwde in 1938 in Vézac met barones Donatienne d'Erp de Holt et Baerlo (1915-1992), kleindochter van baron Maximilien d'Erp de Holt et Baerlo. Ze kregen twee zoons en een dochter. Yves de Jonghe d'Ardoye d'Erp (°1953), burgemeester van Elsene en Brussels volksvertegenwoordiger, × gravin Eve van der Noot d'Assche (°1961). Antoine de Jonghe d'Ardoye (1922-1981), ridder in de Orde van Malta, trouwde in 1946 in Gent met Bernadette Cooreman (1924-1985), kleindochter van Gerard Cooreman. Hij was de laatste van de familie om nog op het kasteel te wonen en er ook te sterven. Hij verkocht het domein aan de provincie West-Vlaanderen en het kasteel aan particulieren. Ze kregen een zoon en vier dochters, met afstammelingen tot heden. Jean de Jonghe d'Ardoye (1877-1919), advocaat, gemeenteraadslid van Halle en volksvertegenwoordiger, trouwde in 1902 in Halle met Isabelle t'Serstevens (1878-1961). Ze kregen drie zoons en vijf dochters. Charles de Jonghe d'Ardoye (1907-2004), gemeenteraadslid van Halle, volksvertegenwoordiger, voorzitter van AG Verzekeringen en voorzitter van het college van commissarissen van de Société générale de Belgique, trouwde in 1933 in Overijse met gravin Geneviève de Marnix de Sainte-Aldegonde (1910-1984), kleindochter van graaf Ferdinand de Marnix de Sainte-Aldegonde en graaf Adrien d'Oultremont. Ze kregen twee zoons en drie dochters, met afstammelingen tot heden. Georges de Jonghe d'Ardoye (1910-1964), burgemeester van Vinalmont, trouwde in 1937 in Beez met barones Cécile Fallon (1913-1996). Ze kregen drie zoons en een dochter, met afstammelingen tot heden. Paul de Jonghe d'Ardoye (1914-1997), jezuïet. Myriam de Jonghe d'Ardoye (1917-2021) trouwde in 1938 in Brussel met baron Michel van der Straten-Waillet (1912-1994), burgemeester van Malle en Westmalle, kleinzoon van Arthur Bosschaert de Bouwel. Etienne de Jonghe d'Ardoye (1885-1963), luitenant-generaal, trouwde in 1914 in Brussel met jkvr. Marie-Louise de Prelle de la Nieppe (1893-1948), dochter van jhr. Charles de Prelle de la Nieppe, procureur-generaal bij het hof van beroep in Brussel, en in 1949 in Sint-Pieters-Woluwe met Simone van der Gracht d'Eeghem (1892-1970), dochter van baron Edgard van der Gracht d'Eeghem, arrondissementscommissaris van Roeselare-Tielt en inspecteur-generaal bij het ministerie van Economische Zaken, en kleindochter van baron Gustave de Woelmont. Georges de Jonghe d'Ardoye (1887-1961), missionaris in China, titulair aartsbisschop van Mistia en internuntius in Indonesië en Egypte. Louis de Jonghe d'Ardoye (1820-1893), buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister en minister van Staat, trouwde in 1860 in Brussel met barones Valentine Goethals (1841-1917), dochter van Auguste Goethals, luitenant-generaal en minister van Oorlog, en kleindochter van Charles Goethals en Jacques Engler. Hij verkreeg de titel graaf in 1875, overdraagbaar op alle afstammelingen. Ze kregen een zoon en een dochter. André de Jonghe d'Ardoye (1861-1936), luitenant-generaal en vleugeladjudant van de koning, trouwde in 1894 in Brussel met Geneviève de Wykerslooth de Rooyesteyn (1871-1959), dochter van baron Émile de Wykerslooth de Rooyesteyn, luitenant-generaal en vleugeladjudant van koning Leopold II. Ze kregen een zoon en vier dochters. Élisabeth de Jonghe d'Ardoye (1895-1978), burgemeester van Londerzeel, trouwde in 1923 in Brussel met burggraaf Roger de Spoelberch (1875-1950), burgemeester van Londerzeel en provincieraadslid van Brabant, zoon van burggraaf Adolphe de Spoelberch, brouwer en provincieraadslid van Brabant, en kleinzoon van Edmond Willems. Ze kregen twee zoons en een dochter, met afstammelingen tot heden. Marie-Élisabeth (Mitsy) de Jonghe d'Ardoye (1906-1986), trouwde in 1935 in Brussel met baron Christian de Meester de Betzenbroeck (1907-2003), kleinzoon van jhr. Raymond de Meester de Betzenbroeck. Ze kregen twee zoons en twee dochters, met afstammelingen tot heden.