De HMS Belfast is een voormalig oorlogsschip van de Royal Navy. Het schip is een van de tien lichte kruisers uit de Town-klasse die in de jaren 30 van de 20e eeuw in opdracht van de Royal Navy werden gebouwd. De HMS Belfast heeft meegevochten in de Tweede Wereldoorlog tijdens D-day en in het poolgebied (waar het schip deelnam aan de jacht op de Scharnhorst), en later ook tijdens de Koreaanse Oorlog. Tegenwoordig ligt het schip in de Theems in Londen, en is ingericht als museumschip als onderdeel van het Imperial War Museum.
Achtergrond De Belfast behoort tot de Town-klasse, die was ontworpen als antwoord op de Japanse Mogami-klasse kruisers. Het was het eerste schip van de Royal Navy dat werd genoemd naar de Noord-Ierse hoofdstad. De tewaterlating vond plaats op St. Patrick's Day: 17 maart 1938.
De Belfast heeft een lengte van 187 meter en is 19,3 meter breed. Het schip heeft een waterverplaatsing 10 000 ton. De primaire bewapening van het schip bestond bij de oplevering uit twaalf 152 mm-kanonnen, die elk 8 schoten per minuut konden lossen. Als secundaire bewapening werden zes tweelingstorens opgesteld met kanonnen van 102 mm. Verder bestond het luchtafweergeschut uit 2 achtloops 'pompoms' en twee vierloops Vickers machinegeweren van 7,62 mm.
Bij de herstelling en verbouwing tussen juli 1940 en november 1942 nam de waterverplaatsing toe tot 11 550 ton.
Geschiedenis Maidentrip De Belfast voer voor het eerst uit op 3 augustus 1939 en werd op 5 augustus 1939 officieel in dienst genomen. De eerste kapitein was G. A. Scott. Het schip had 761 bemanningsleden. De eerste oefening waar het schip aan deelnam was Operatie Hipper. Daarbij simuleerde de Belfast succesvol een Duitse raider die probeert uit te breken naar de Atlantische Oceaan. Op 31 augustus werd het schip ingedeeld bij de 18th Cruiser Squadron samen met de lichte kruisers Aurora, Edinburgh en Sheffield. Met dit squadron nam de Belfast deel aan de Northern Patrol: schepen richting Duitsland werden gecontroleerd op contrabande en Duitse schepen werden buitgemaakt. Ook werd gepatrouilleerd tegen Duitse raiders die zouden willen uitbreken naar de Atlantische Oceaan. Op 9 oktober onderschepte de Belfast het Duitse passagiersschip Cap Norte dat zich voordeed als het neutrale Zweeds schip Ancona. Het schip werd opgebracht naar Kirkwall. Daardoor was de Belfast aanwezig in Scapa Flow toen de Duitse U-boot U 47 de vlootbasis binnendrong en het slagschip Royal Oak tot zinken bracht. Daarna verlegde het 10th Cruiser Squadron zijn basis naar Sullom Voe in de Shetlandeilanden.Imperial War Museum, p. 30
Uitgeschakeld door zeemijn miniatuur|Averij van de zeemijn: de kiel is gebroken en zal 28 maanden reparatietijd vergen|links Op 21 november 1939 voer de Belfast op een magnetische TMB zeemijn in een mijnenveld gelegd door de U-21 nabij de Firth of Forth.Blair, p. 122Rohwer, p. 7 Hierdoor brak de kiel, en raakte een ketelruimte en machine beschadigd. Mocht de kruiser dergelijke schade later in de oorlog opgelopen hebben, dan was hij als total loss verklaard geweest en zou hij gesloopt worden. Maar bij het begin van de oorlog was er een groot tekort aan kruisers: veel grote koopvaardijschepen werden als hulpkruiser in dienst genomen om het tekort aan kruisers op te vangen. Na voorlopige reparaties te Rosyth werd hij in juni 1940 naar Devonport gesleept, waar de reparaties van juli 1940 tot november 1942 duurden. Tijdens de reparaties werden ook verbeteringen aangebracht, ingegeven door de opgedane oorlogservaringen met de andere kruisers. De zijpantsering werd versterkt en er kwam zodanig veel topgewicht bij door de installatie van de nieuwste radars voor vuurgeleiding en detectie van schepen en vliegtuigen, dat ook de romp verbreed moest worden. De Belfast kreeg moderner licht luchtdoelgeschut: de Vickers machinegeweren van klein kaliber werden vervangen door vijf tweeloops en acht enkele Oerlikon 20 mm kanons. Ook een nieuwe sonar werd geïnstalleerd. Door het toegenomen gewicht, breedte en diepgang werd de topsnelheid teruggebracht to 30,5 knopen.Imperial War Museum, pp. 30-32links|miniatuur|Een foto genomen vanop de brug van de HMS Sheffield toont de torenhoge golven van de zware orkaan die haar stormschade opleverde (februari 1943).
De Arctische konvooien miniatuur|Ijsvorming op de voorste geschutstorens tijdens operaties in Arctische wateren, winter 1942-1943 miniatuur|De Belfast stoomt voor het slagschip Anson, tijdens operatie Leader in oktober 1943 Op 3 november 1942 werd de Belfast terug in dienst gesteld door Kapitein Frederick Parham. Op 10 december verliet hij Plymouth om zich als vlaggenschip van de 10th Cruiser Squadron onder vice-admiraal Robert Burnett bij de Home Fleet te voegen. Dit squadron bestond uit de zware kruisers Cumberland en de lichte kruisers Belfast en Sheffield en had tot taak om JW-konvooien te begeleiden op hun reis door het poolgebied richting de Sovjet-Unie. In februari 1943 was dit squadron het nabij-escorte voor konvooi JW-53 naar Moermansk en in maart 1943 kwam het squadron terug naar Engeland als nabijescorte voor konvooi RA-53.Imperial War Museum, p.32 Voor het vertrek van JW-53 uit IJsland loopt de Sheffield zware stormschade op en wordt vervangen door de zware kruiser Norfolk. Na de konvooien JW-53 en RA-53 werden de Arctische konvooien stopgezet wegens de dreiging van de Duitse oppervlaktevloot: op 11 maart kwam het Duitse slagschip Scharnhorst aan in Trondheim, en ging het Duits eskader met het slagschip Tirpitz, de zware kruiser Lützow en de lichte kruiser Nürnberg in de Altenfjord bij Narvik versterken, vanwaaruit de schepen gemakkelijk de konvooien konden aanvallen.Rohwer, pp. 232-233 Aangezien door een gelijktijdige crisis op de Noord-Atlantische konvooiroutes door de U-boot aanvallen veel torpedobootjagers naar dat strijdtoneel overgeheveld werden, waren er niet genoeg torpedobootjagers om het escorte te verzekeren van de Arctische konvooien.Kemp, pp.143-151
In september 1943 werd het Duitse slagschip Tirpitz buiten gevecht gesteld tijdens Operatie Source. Door de verminderde slagkracht van de Duitse vloot in Noorwegen besloot admiraal Bruce Fraser, de bevelhebber van de Home Fleet, om meer offensieve operaties uit te voeren. Op 2 oktober nam de Belfast deel aan operatie Leader, een aanval door het Amerikaanse vliegdekschip de USS Ranger op de haven en schepen bij Bodø.Rohwer, p. 280Imperial War Museum, p. 35 Het is de eerste aanval met vliegkampschepen op Noorwegen in twee jaar, de Duitsers worden totaal verrast en voeren geen tegenaanvallen uit met hun luchtmacht. De meeste Duitse vliegtuigen waren wegens het stopzetten van de Arctische konvooien reeds lang overgebracht naar andere strijdtonelen.
Bij de hervatting van de konvooien naar de Sovjet-unie in november 1943, voer de Belfast samen met de zware kruisers Norfolk en Kent als nabij-escorte voor het konvooi RA-54A van Archangelsk naar Loch Ewe. Aansluitend vertrok de Belfast samen met het slagschip Anson en vier torpedobootjagers terug naar Archangelsk en terug naar Loch Ewe als afstandsdekking voor de konvooi JW-54B en RA-54B.Rohwer, p. 286Kemp, p. 160
De Scharnhorst miniatuur|Een Fairey Barracuda vliegt over HMS Belfast tijdens Operatie Tungsten In december 1943 opereerde de Belfast samen met de lichte kruiser Sheffield en de zware kruiser Norfolk als nabij-escorte voor de konvooien JW-56A, JW-56B en RA-56. Konvooi JW-56A bereikte ongeschonden Archangelsk, maar JW-56B werd aangevallen door een Duits eskader bestaande uit het slagschip Scharnhorst en vijf torpedobootjagers. Tijdens de Zeeslag bij de Noordkaap op 26 december 1943, kon het kruisereskader twee keer verhinderen dat het Duitse slagschip tot bij het konvooi raakte. Bij het eerste treffen konden de kruisers de belangrijkste radar van de Scharnhorst uitschakelen, maar het slagschip kon op hoge snelheid ontsnappen en de kruisers konden geen contact houden om het sterkere dekkingseskader met het slagschip Duke of York naar de Scharnhorst te leiden. Bij het tweede treffen kon de Scharnhorst de Norfolk beschadigen, en toen de Sheffield met machinepech achterop bleef, was de Belfast de enige kruiser die via radar voeling kon houden met de Scharnhorst totdat de Duke of York contact kon maken en aanvallen. De Scharnhorst werd tot zinken gebracht door kanonvuur van de Duke Of York, en torpedo's van de torpedobootjagers. Ook de Belfast vuurde drie torpedo's af op de Scharnhorst in de laatste fase van de strijd, maar het slagschip was toen al zinkende. Na het zinken van de Scharnhorst nam de Belfast enkele van de Duitse overlevenden aan boord. Door het uitschakelen van de Scharnhorst was het nu niet langer nodig om de Arctische konvooien van een slagschip- en kruiserescorte te voorzien.Stephen, pp. 198-217Rohwer, pp. 292-293Bredemeier, pp. 236-256Busch, pp. 228-309 miniatuur|Het Duitse slagschip Tirpitz wordt geraakt tijdens operatie Tungsten.
De Tirpitz Op 30 maart 1944 vertrok de Belfast uit Scapa Flow als deel van de Home Fleet. De Home fleet bestond uit de slagschepen Duke of York en Anson, de vliegdekschepen Victorious en Furious, vier kruisers waaronder de Belfast en elf torpedobootjagers. De Home fleet escorteerde het konvooi JW-58 naar Rusland, maar het eigenlijke doel was operatie Tungsten: het Duitse slagschip Tirpitz, dat na de aanval met miniatuuronderzeeërs in september 1943 zwaar beschadigd werd, was bijna gerepareerd en met een verrassingsaanval van de vliegdekschepen wilde men het Duitse slagschip uitschakelen. De luchtaanval vond plaats op 3 april en met veertien treffers werd het schip opnieuw zwaar beschadigd en voor drie maanden buiten gevecht gesteld.Rowher, p. 314Grove, p. 131 miniatuur|De Belfast in het droogdok te Malta, om de schade van een mijntreffer te repareren
D-day Op 8 mei 1944 voer koning George VI van het Verenigd Koninkrijk op de Belfast tijdens een bezoek aan de vloot die ingezet zou worden voor de landing in Normandië. De Belfast hoorde ook bij deze vloot als hoofdkwartier van Bombardment Force E.Rohwer, p. 331 De Belfast had tot doel de landingen door Britse en Canadese troepen te ondersteunen Juno Beach.Grove, p. 150 Winston Churchill was aanvankelijk van plan de invasie zelf bij te wonen vanaf de Belfast, maar dit plan werd afgeblazen nadat generaal Dwight D. Eisenhower het afkeurde en Churchill bovendien een uitnodiging van de koning ontving. Tijdens de invasie nam Belfast een Duitse batterij met vier 10cm houwitzers opgesteld in betonnen kazematten, bij Ver-sur-Mer onder vuur om zo de geallieerde soldaten dekking te geven. Nog op 11 juli geeft de Belfast vuursteun voor landoperaties in het oostelijk deel van de landingszone.Rohwer, p.341 In de periode van 6 to 12 juni vuurde de kruiser 1996 granaten af. Op 12 juni is ze in Portsmouth om nieuwe munitie in te laden en zes dagen later hervat de Belfast haar ondersteuningstaken. Op 30 juni is ze in actie met het slagschip Rodney en de kruiser Argonaut. Tijdens Operatie Charnwood vuurde de Belfast op treinsporen en de bruggen over de Odon om Duitse troepenbewegingen tegen te houden. Op 12 juli was de Belfast terug in Scap Flow.Imperial War Museum, pp. 45-49
Stille Oceaan miniatuur|De Belfast in Sydney augustus 1945|links miniatuur|1 oktober 1945. De Belfast neem Britse geïnterneerden aan boord in Shanghai.