De musculus nasalisFederative Committee on Anatomical Terminology (FCAT) (1998). Terminologia Anatomica. Stuttgart: Thieme of neusspierEverdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum. is een platte driehoekige spier die loopt over de neus.Donkelaar, H.J. ten, Lohman, A.H.M., Broek, P. van den, Zaal, M.J.W., Keyser, A en Thijsen, H.O.M. (1997). Hoofd en hals. In A.H.M. Lohman en H.J. ten Donkelaar (Red.) Klinische anatomie en embryologie. (pp. 479-659) Utrecht: Wetenschappelijke Uitgeverij Bunge. De spier beweegt de neusvleugels en daarmee de (rest van de) neusPutz, R. & Pabst, R. (Red.) (2000). Sobotta. Atlas van de menselijke anatomie. Deel 1. Hoofd, hals, bovenste extremiteit. (2de druk). Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum. Hij wordt geïnnerveerd door de nervus facialis.
De musculus nasalis bestaat uit twee delen: pars alaris of musculus dilatator naris: de oorsprong van dit deel ligt bij het jugum alveolare van de laterale snijtand en haar aanhechting aan de neusvleugel en rand van het neusgat. De pars alaris verwijdt de neusopening. pars transversa of musculus compressor naris: de oorsprong van dit deel ligt bij het jugum alveolare boven de hoektanden en haar aanhechting aan de cartilago nasi lateralis en de peesplaat van de neusrug. De pars transversa trekt het neuskraakbeen omlaag.
nasalis