De Nieulant et de Pottelsberghe was een familie van Zuid-Nederlandse adel.

Geschiedenis Leden van de familie werden herhaaldelijk in de adel opgenomen en met titels vereerd: 1634: ridderschap aan Ghislain Nieulant, verleend door koning Filips IV van Spanje. 1647: ridderschap aan Frédéric Nieulant, verleend door koning Filips IV van Spanje. 1662: ridderschap aan François-Olivier Nieulant, verleend door koning Filips IV van Spanje. 1718: de titel burggraaf voor Hubert Nieulant, verleend door keizer Karel VI. 1724: de titel burggraaf voor Pierre-Jean Nieulant, overdraagbaar bij eerstgeboorte, verleend door keizer Karel VI. Hij was de grootvader van de Nieulants die na 1815 het adellijke statuut opnieuw verwierven.

De zoon van Pierre-Jean, burggraaf Hubert-François de Nieulant (1722-1767), grootbaljuw van Gent, staatsraad en kamerheer van de Oostenrijkse keizer, was de voorlaatste heer van Ruddervoorde, ter Meersche, Noortvelde, Saint-André, Bassevelde, Gaverelles en Coudekeuken. Hij was getrouwd met Françoise Alegambe (1730-1778). Ze hadden tien kinderen, onder wie vier zoons die na 1815, ten tijde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, opnieuw de adellijke status verwierven. Een tiende kind en vijfde zoon was Charles de Nieulant (1766-1809). Hij werd auteur van toneelwerken (komedies) en van poëzie.

Charles de Nieulant Charles Désiré Louis Ghislain de Nieulant et de Pottelsberghe (Gent, 21 juli 1755 - 25 januari 1822), laatste heer van de hierboven gemelde heerlijkheden, werd in 1816 erkend in de erfelijke adel met de titel burggraaf, overdraagbaar op alle afstammelingen en benoeming in de Ridderschap van Oost-Vlaanderen. Hij was kamerheer van Willem I der Nederlanden. Hij trouwde in 1785 in Gent met Marie de Lichtervelde (1767-1853), dochter van graaf Charles de Lichtervelde, baron van Herzeele en kamerheer van de Oostenrijkse keizer. Ze bracht het kasteel van Moerzeke in de familie de Nieulant in. Ze kregen vijf zoons en vijf dochters, onder wie er drie voor nazaten zorgden. Régine de Nieulant de Pottelsberghe (1789-1865), trouwde in 1818 in Gent met jhr. Jacob Everts (1785-1846), officier in het Franse en Nederlandse leger, generaal-majoor, provinciecommandant voor Noord-Holland, gouverneur van de koninklijke residenties en vleugeladjudant van koning Willem II der Nederlanden. Edouard de Nieulant et de Pottelsberghe (1792-1874), officier onder het Franse keizerrijk en het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, kamerheer van koning Willem I der Nederlanden, burgemeester van Sint-Andries en lid van de Provinciale Staten van West-Vlaanderen, trouwde in 1818 in Brugge met Sophie van Outryve d'Ydewalle (1789-1878), dochter van Emmanuel-Louis van Outryve d'Ydewalle, gemeenteraadslid van Brugge en lid van de Provinciale Staten van West-Vlaanderen. Ze kregen een zoon die vrijgezel bleef en drie dochters, zodat deze familietak uitdoofde. Henri de Nieulant et de Pottelsberghe (1798-1879), generaal-majoor, trouwde in 1844 in Antwerpen met Mathilde van den Berghe (1819-1885). Ze kregen drie zoons die kinderloos bleven en drie dochters, met afstammelingen tot heden. Théodore de Nieulant et de Pottelsberghe (1806-1882), officier, trouwde in 1832 in Brussel met Eléonore Huysman d'Honssem (1805-1859). Ze kregen drie dochters, met afstammelingen tot heden.

Maurice de Nieulant Maurice Jean Joseph Charles Hubert Ghislain de Nieuport et de Pottelsberghe (Gent, 17 maart 1760 - 23 mei 1869) trouwde met Marie-Pharaïlde Odemaer (°1759). Het huwelijk bleef kinderloos. In 1816 werd hij erkend in de erfelijke adel met de titel burggraaf, overdraagbaar op alle afstammelingen en benoeming in de Ridderschap van Oost-Vlaanderen.

Désiré de Nieulant Désiré Hubert Jean Népomucène Charles Ghislain de Nieulant et de Pottelsberghe (Gent, 27 februari 1763 - 30 april 1835), officier in de Franse tijd, kamerheer van Willem I der Nederlanden en lid van de Provinciale Staten van Oost-Vlaanderen, trouwde in 1804 in Etikhove met Marie-Henriette de Kerchove (1776-1844). In 1816 werd hij erkend in de erfelijke adel met de titel burggraaf, overdraagbaar op alle afstammelingen en benoeming in de Ridderschap van Oost-Vlaanderen. Désiré Jean Constant de Nieulant et de Pottelsberghe (1810-1874), trouwde in 1838 in Waillet met zijn nicht Mathilde van der Straten Waillet (1801-1885). François de Nieulant et de Pottelsberghe (1840-1912), trouwde in 1863 in Gent met Hermine de Clerque Wissocq (1843-1922), kleindochter van baron Joseph Benoit de Loën d'Enschede. Charles de Nieulant et de Pottelsberghe (1864-1919), trouwde in 1889 in Gent met Claire van den Hecke de Lembeke (1866-1940). Het huwelijk bleef kinderloos, wat het einde betekende van deze familietak. Adeline de Nieulant et de Pottelsberghe (1880-1941) was de laatste naamdrager en met haar dood doofde de familie volledig uit.

François de Nieulant François Joseph Charles Ghislain de Nieulant et de Pottelsberghe (Gent, 28 maart 1764 - Mechelen, 26 augustus 1853) was kanunnik van de kathedraal, eerst in Doornik, vervolgens in Mechelen. In 1816 werd hij erkend in de erfelijke adel met de titel burggraaf, overdraagbaar op alle afstammelingen en benoeming in de Ridderschap van Oost-Vlaanderen.

Adellijke allianties De Maelcamp de Schoonberghe (1769, 1780), De Lichtervelde (1785), Van der Straten Waillet (1791, 1838), De Kerchove (1804), Van Outryve d'Ydewalle (1818), Van Pottelsberghe (1823), Peers (1840, 1849), T'Serclaes (1855), Otto de Mentock (1857), Jolly (1860), De Cesve (1861), De Clerque Wissocq (1863), De Crombrugghe de Looringhe (1870), Cogels (1873), Van der Bruggen (1877), Van den Hecke de Lembeke (1889), D'Udekem d'Acoz (1890)

Literatuur 'Généalogie Nieulant', in Annuaire de la noblesse de Belgique, Brussel, 1857. Paul BERGMANS, 'Charles de Nieulant et de Pottelsberghe', in Biographie nationale de Belgique, vol. 15, Brussel, Académie royale des sciences, des lettres et des beaux-arts de Belgique, 1899. Oscar COOMANS DE BRACHÈNE, État présent de la noblesse belge, Annuaire 1995, Brussel, 1995.

Categorie:Zuid-Nederlands adellijk huis (voor 1830) Categorie:Belgisch adellijk huis