De Slag om Frankrijk (Duits: Westfeldzug; Frans: Bataille de France) is het militair offensief dat Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog in mei en juni 1940 tegen de Lage Landen en Frankrijk uitvoerde. De aanval begon op 10 mei 1940 en betekende het einde van de Schemeroorlog. Het offensief bestond uit twee opeenvolgende operaties: Fall Gelb en Fall Rot.
In de eerste fase, Fall Gelb, rukten Duitse pantsereenheden snel en verrassend door de Belgische Ardennen op naar Het Kanaal en sneden daarmee de Britse en Franse troepen af die naar centraal België waren opgemarcheerd. Het lukte de Britten echter om de British Expeditionary Force en vele Franse soldaten in Operatie Dynamo uit Duinkerke te evacueren, zij het met achterlating van al het materieel.
In de tweede operatie, Fall Rot uitgevoerd vanaf 5 juni, omtrokken de Duitse troepen de Maginotlinie en rukten tot ver in Frankrijk op. Italië verklaarde de oorlog aan Frankrijk op 10 juni. Op 17 juni kondigde Philippe Pétain in het openbaar aan dat Frankrijk om een wapenstilstand zou vragen. Die werd op 22 juni tussen Frankrijk en Duitsland getekend en trad in werking op 25 juni.
De geslaagde uitvoering van het offensief leidde tot de snelle verovering van Nederland, België en Luxemburg, de gedeeltelijke bezetting van Frankrijk en een plotse omslag in de geopolitieke machtsverhoudingen ten gunste van Duitsland. Het onbezette, zuidoostelijke deel van Frankrijk, de zone libre, werd een vazalstaat, Vichy-Frankrijk, van Duitsland, dat toen nog maar één belangrijke tegenstander overhad: het Britse Gemenebest. Frankrijk en de Lage Landen werden pas in 1944 en 1945 bevrijd.
Voorgeschiedenis In 1933 kwam Adolf Hitler in Duitsland aan de macht. Hitlers plannen voor Duitsland waren eerst vrij bescheiden: herstel van de economie en van de positie van een normale staat, in plaats van een die door het Verdrag van Versailles militair en territoriaal beperkt werd. In 1935 begon Hitler openlijk aan de Duitse herbewapening, die al in het geheim door de democratische Weimarrepubliek was voorbereid. Doordat Duitsland echter een enorme achterstand in bewapening en training had opgelopen, zou het voor ongeveer 1943 niet in staat moeten worden geacht een reële militaire dreiging te vormen. Hitler probeerde dan ook door te bluffen de buurlanden concessies af te dwingen, in de verwachting dat de Entente, het bondgenootschap van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, te besluiteloos zou zijn om hem veel weerwerk te bieden, vooral omdat zij de Sovjet-Unie onder Jozef Stalin als het grootste gevaar zagen.
Politieke crises Rijnland In maart 1936 beval Hitler om het Rijnland, dat krachtens het Verdrag van Versailles was gedemilitariseerd, opnieuw te laten bezetten door Duitse troepen. De binnenmarcherende Duitse troepen hadden het bevel gekregen weer onmiddellijk rechtsomkeer te maken, mochten de Fransen interveniëren, maar die zagen daarvan af. Dit was de eerste stap van Hitler om de gebieden die Duitsland na de Eerste Wereldoorlog waren ontnomen terug te nemen. Hetzelfde Verdrag van Versailles bepaalde dat verschillende grensgebieden van het toenmalige Duitse Keizerrijk aan buurlanden toevielen. Het was een van Hitlers doelstellingen om deze gebieden, waar nog steeds veel 'Volksduitsers' woonden, terug te winnen. Volksduitsers was de term die na de Eerste Wereldoorlog gebruikt werd om de Duitsers aan te duiden die als afzonderlijke volksgroep buiten Duitsland (en buiten Oostenrijk en Zwitserland), meestal reeds eeuwenlang, woonden. De vernietiging van Polen, een land dat in 1918 na meer dan een eeuw opgedeeld te zijn geweest weer een zelfstandige staat was geworden, was een van de hoofddoelstellingen van zijn beleid.
Anschluss
Twee jaar later, in 1938, bedreigde Hitler Oostenrijk met een oorlog en onder deze druk zwichtte de toenmalige Oostenrijkse kanselier Kurt von Schuschnigg. Opnieuw greep de Entente niet in. Duitsland kon zijn mankracht met zo'n 10% uitbreiden.
Hitlers volgende doel was het annexeren van het Sudetenland, gelegen in de grensstreek van Bohemen (Tsjecho-Slowakije). Via het Verdrag van München, het resultaat van een diplomatiek overleg, na Duitse oorlogsdreiging, tussen Duitsland, Italië, Frankrijk en Groot-Brittannië, werd op 30 september 1938 bepaald dat het Sudetenland werd ingelijfd bij Duitsland. In november 1938, en in tegenstelling tot eerdere officiële toezeggingen aan de Slowaken en Tsjechen, dwongen Duitsland en Italië de federatie Tsjecho-Slowakije het zuidelijk deel van Slowakije af te staan aan Hongarije, bij de Eerste toekenning van Wenen.
Hitler hield niet op Tsjecho-Slowakije verder te ondermijnen. Hij moedigde de Slowaken en Roethenen aan zo min mogelijk rekening te houden met de centrale regering in Praag. Gesteund door Hitler riepen de Slowaakse separatisten op 14 maart 1939 de onafhankelijkheid uit van Slowakije. In de nacht van 14 op 15 maart 1939 tekende de Tsjechische president Emil Hácha de overgave, nadat Hitler tijdens een ontmoeting gedreigd had dat hij Hácha anders zou vertrappen,http://avalon.law.yale.edu/wwii/ylbk077.asp en op 15 maart 1939 werd de hoofdstad Praag bezet door Duitse troepen. Het resterende deel van Tsjechië werd zonder veel weerstand geannexeerd door Duitsland. Opmerkelijk is dat er in Tsjechië geen Volksduitsers woonden: Hitler had kennelijk ambities buiten de strikte hereniging van alle Duitssprekenden. Op 16 maart werden in Slowakije Duitse divisies gestationeerd waarmee dit land feitelijk een vazalstaat werd van nazi-Duitsland. Het Tsjechische kerngebied werd door Hitler uitgeroepen tot Rijksprotectoraat Bohemen en Moravië; het zou bestuurd worden door een protector, een hoge nazifunctionaris. Zeer belangrijk was voor de Duitsers dat de uitrusting voor een dertigtal divisies hun in handen viel, zodat ze hun leger sneller konden uitbreiden; en de aanzienlijke Tsjechische wapenindustrie zodat de tankproductie belangrijk verhoogd kon worden.
De Entente zegde nu garanties tegen Duitse agressie toe aan iedere staat.
Tweede Wereldoorlog thumb|350px|De politieke situatie in Europa in oktober 1939; Italië was toen nog neutraal. De garanties van de Entente maakten iedere verdere poging tot afpersing van territoriaal gewin zeer riskant; desalniettemin ging Hitler een steeds roekelozer buitenlandse politiek voeren. Al vanaf 1938 was zijn gedrag sterk beïnvloed door het besef dat Duitsland onherroepelijk op een grote economische crisis afstevende. Hitlers economische politiek was zeer succesvol geweest. De economie groeide snel en de werkloosheid was afgenomen tot ver onder het normale evenwichtsniveau. Hierdoor stegen de loonkosten echter, terwijl er ook een aanzienlijke afgedwongen herverdeling van welvaart plaatsvond ten bate van de arbeiders en de lagere middenklasse, de steunpilaren van zijn bewind. Aangezien de lonen van de andere industriestaten zich nog niet hersteld hadden van de Grote Depressie, was de concurrentiepositie van de Duitse industrie en daarmee de betalingsbalans dramatisch verslechterd. Dit werd nog verergerd doordat Frankrijk de Franse frank bleef devalueren. Dat kon dit land doen omdat het grondstoffen uit de eigen koloniën kon betrekken zonder te letten op de wereldmarktprijzen. Duitsland had echter sinds 1918 geen koloniën meer. In de zomer van 1939 waren de buitenlandse valuta's op en de grondstoffen- en aardolievoorraden naderden een kritiek laag niveau. Hitler besloot zeer hoog in te zetten: hij zou een nieuwe crisis uitlokken met de eis dat de Duitssprekende gebieden in Polen aan hem zouden worden afgestaan. Tijdens die crisis zou hij proberen de Entente en de Sovjet-Unie tegen elkaar uit te spelen. Als de Entente vrede wilde, moest men Duitsland gelijkwaardige toegang bieden tot de grondstoffen in hun koloniën en hun importheffingen tegenover Duitsland opheffen. Mochten zij niet op deze, volgens Hitler zeer redelijke, eisen willen ingaan, dan zou hij een blok vormen met Stalin en zo de benodigde aanvoer verwerven. Om te laten zien dat dit hem ernst was, sloot hij op 23 augustus 1939 het Molotov-Ribbentroppact, waarmee een tegen hem gerichte coalitie van Stalin en de Entente onmogelijk gemaakt werd.
Oostfront: invasie van Polen
Na vele grensincidenten en diplomatieke spanningen begon Duitsland op 1 september 1939 operatie Fall Weiss, de militaire inval in Polen. Tot Hitlers grote teleurstelling gingen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk niet met hem om de conferentietafel zitten maar verklaarden ze Duitsland de oorlog. Fall Weiss verliep militair gezien redelijk voor Duitsland. De Polen, die niet op tijd gemobiliseerd hadden en hun troepen over hun grenzen verspreid opstelden, werden grotendeels rond Warschau in een klassieke vernietigingsslag omsingeld en capituleerden na vijf weken. De Sovjet-Unie viel op 17 september 1939 Polen binnen langs de oostgrens. In het non-agressieverdrag zat een geheime clausule om Polen te verdelen. De Sovjet-Unie werd zo weer buurland van Duitsland.
Het militaire succes was echter een politieke nederlaag. Hitler had een overeenkomst met de Entente geprefereerd. Hij wilde niet afhankelijk zijn van de leveranties van Stalin, die ideologisch gezien ook niet een heel geloofwaardige bondgenoot leek. De oorlog werkte bovendien zeer ontwrichtend ten opzichte van Duitslands economie. Hitler besefte dat de Entente erop uit was zijn regime te destabiliseren door een economische blokkade, die tijdens de Eerste Wereldoorlog al zo effectief was gebleken. Een snelle nieuwe militaire overwinning moest het vertrouwen van de bevolking, die zeer pessimistisch was over de vooruitzichten in de onverwachte en ongewilde oorlog, herstellen en de Entente naar de onderhandelingstafel dwingen. Er was maar één gebied dat daarvoor tegelijk kwetsbaar en aansprekend genoeg was: de Lage Landen. De verovering daarvan zou zo'n klap zijn voor het prestige van de Entente, dat het zeer wel tot gunstige regeringswisselingen in Londen en Parijs zou kunnen leiden. Wanneer de Lage Landen Duits bezit zouden zijn, hield dat in ieder geval een dreiging in van zwaardere luchtaanvallen tegen Engeland en konden ze geen springplank vormen voor een Frans offensief tegen het Ruhrgebied, mocht de Entente, zoals Hitler terecht vermoedde, in 1941 tot de aanval willen overgaan. Op 12 september 1939 vertelde Hitler aan zijn adjudant Rudolf Schmundt dat hij erin geloofde Frankrijk snel te kunnen overmeesteren. Al op 27 september lichtte Hitler de bevelhebbers van het leger, de luchtmacht en de marine in over zijn intenties.
Führer-Directieve Nº6 Hitler bood het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk nog op 6 oktober 1939 een vredesplan aan via een toespraak voor de Rijksdag. Echter, nog voordat de Britten en Fransen hun officieel antwoord gaven, deed hij op 9 oktober 1939 zijn politiek bevel voor een offensief in het Westen uitgaan via Führer-Weisung Nr. 6 für die Kriegsfuehrung (Führer-Directieve Nº6). Hitlers vredesaanbod werd door de Britten en Fransen verworpen, respectievelijk op 10 en 12 oktober 1939.
In de Führer-Directieve Nº6 ontvouwde Hitler de algemene richtlijnen voor de militaire voorbereidingen. In een bijgevoegd memorandum wees hij het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk aan als de verantwoordelijken die de Duitse opkomst steeds belemmerd hadden sinds de Vrede van Westfalen in 1648. De algemene richtlijnen omschreven het strategisch en operationeel doel als volgt: