miniatuur|de plundering van Soezdal in 1238 volgens een fantasietekening uit de 16e eeuw
De Mongoolse invasie van het Kievse Rijk was een reeks veldtochten waarbij legers van het Mongoolse Rijk onder leiding van Batoe Chan, een kleinzoon van Dzjengis Chan, de vorstendommen van de Roes' aanvielen. De vorstendommen waren toen al politiek versnipperd. De aanvallen op de noordoostelijke Roes' begonnen in 1237; na de verovering van Kiev in 1240 trokken de Mongoolse legers verder naar het westen.Encyclopaedia Britannica, ‘Daniel Romanovich’.Alexander V. Maiorov, ‘The Mongol Invasion of South Rus’ in 1239–1240s: Controversial and Unresolved Questions’, The Journal of Slavic Military Studies 29 (2016), nr. 3, pp. 473–499.
In 1237 en 1238 werden onder meer Rjazan, Soezdal en Vladimir ingenomen. Vervolgens richtten de Mongoolse legers zich op de zuidelijke vorstendommen: Pereiaslav en Tsjernihiv vielen in 1239, gevolgd door Kiev in december 1240. In 1241 trokken de legers door Galicië-Wolynië en verder naar Midden-Europa. Ook in Galicië en Wolynië werden steden aangevallen; de gevolgen van de invasie verschilden van plaats tot plaats.
De veroveringen gingen in getroffen gebieden gepaard met grote verwoestingen. Niet alle vorstendommen werden echter op dezelfde wijze militair getroffen. Onder Mongoolse heerschappij bleven vorsten delen van de Roes' besturen, maar zij moesten rekening houden met schattingen en met de bevestiging van hun positie door de khan. Ook Daniel van Galicië, de vorst van Galicië-Wolynië, moest na de invasies de opperheerschappij van de khan erkennen.Lawrence N. Langer, ‘The Rus′ Principalities’, in The Cambridge History of the Mongol Empire, deel I (Cambridge University Press, 2023), pp. 753–776, samenvatting.
Geschiedenis Jebe en Subedei, twee generaals van Dzjengis Chan, keerden in 1223 terug van een veldtocht tegen Kuchlug, de laatste heerser van Kara-Kitan. Hierbij trokken zij over het gebied van het huidige Oekraïne, waar meerdere steden werden geplunderd. De Turkse Koemanen (Polovtsen) richtten zich tot de Roes' vorsten om hulp tegen de gemeenschappelijke vijand. Dit bondgenootschap werd op 31 mei van datzelfde jaar in de Slag aan de Kalka verslagen. Aan het eind van het jaar vielen de Mongolen Wolga-Bulgarije binnen, maar werden verslagen bij de Slag van de Boog van Samara.
In 1236 probeerden de Mongolen opnieuw Wolga-Bulgarije in te nemen, maar het zou nog vijf jaar duren voordat ze het geheel veroverd hadden.
In 1237 keerden de Mongolen onder Batoe Chan terug in het oosten van de Roes'. Tijdens hun veldtocht naar het noorden plunderden ze de meeste grote steden in de vorstendommen Vladimir, Rjazan en Soezdal. Bij de Slag aan de Sit werden de troepen van de noordoostelijke Roes' vorsten beslissend verslagen.
Tijdens het zuidelijke deel van de veldtocht werden meerdere steden veroverd, eindigend met de inname van Kiev in 1240. Het Mongoolse leger trok daarna verder westwaarts, richting Polen.
Batoe stichtte in 1242 zijn hoofdstad Saraj aan de benedenloop van de Wolga en richtte het kanaat van de Gouden Horde op. Een belangrijk deel van de inkomsten van de Gouden Horde bestond uit de tribuutbetalingen van de onderworpen volkeren. Als deel van het Mongoolse Rijk moest een tiende van deze belastingen aan de Grootkan afgegeven worden.
Gevolgen
De Mongoolse veroveringen hebben de geschiedenis van Rusland, Oekraïne en Belarus diepgaand beïnvloed.
Handel De Mongoolse veroveringen veranderden de handelsverbindingen van de vorstendommen van de Roes'. Zij betekenden geen volledige breuk met Europa: via het gebied van de Gouden Horde bleven verbindingen bestaan tussen de Roes', Centraal-Azië en het Zwarte Zeegebied. Het handelsverkeer over grote afstanden werd mede bevorderd door de infrastructuur en bescherming van handelsroutes onder Mongools bestuur, een verschijnsel dat vaak Pax Mongolica wordt genoemd.Prajakti Kalra, ‘Pax Mongolica: Trade and Traders in the Mongol Empire’, Oxford Research Encyclopedia of Asian History, 19 november 2020.Janet Martin, ‘The Land of Darkness and the Golden Horde: The Fur Trade under the Mongols, XIIIth–XIVth Centuries’, Cahiers du monde russe et soviétique 19 (1978), nr. 4, pp. 401–421.
De gebieden binnen de invloedssfeer van de Gouden Horde namen op verschillende manieren aan die handel deel. Vanuit de noordelijke vorstendommen werden onder meer pelzen naar het zuiden verhandeld. Via de benedenloop van de Wolga en havens aan de Zwarte Zee stonden deze gebieden in verbinding met handelsroutes naar Azië en het Middellandse Zeegebied. Genuezen en Venetianen waren actief rond de Zwarte Zee; de Genuezen vestigden onder meer een handelsnederzetting in Caffa op de Krim. Voor de heersers van de Gouden Horde vormden heffingen op de handel een bron van inkomsten.Şerban Papacostea en Virgil Ciocîltan, ‘The Black Sea, the “plaque tournante” of the Euro-Asian Trade during the Thirteenth and Fourteenth Centuries’, Euxeinos 14 (2014), pp. 17–24.
De handelsverbindingen konden ook bijdragen aan de verspreiding van ziekten. In het midden van de veertiende eeuw verspreidde de pest zich vanuit het Zwarte Zeegebied via bestaande zee- en handelsroutes naar het Middellandse Zeegebied. De precieze rol van Caffa in de verspreiding van de Zwarte Dood is onderwerp van discussie; de epidemie kan niet zonder meer aan één schip of één gebeurtenis daar worden toegeschreven.Mark Wheelis, ‘Biological Warfare at the 1346 Siege of Caffa’, Emerging Infectious Diseases 8 (2002), nr. 9, pp. 971–975.
Stedelijke ontwikkeling De Mongoolse veldtochten troffen steden in de vorstendommen van de Roes' in uiteenlopende mate. In het noordoosten werden onder meer Rjazan, Vladimir en Moskou aangevallen. Verwoesting en ontvolking bemoeilijkten op verschillende plaatsen de wederopbouw. Dat het stedelijke of culturele leven overal tot stilstand kwam, of dat gedurende een eeuw nergens meer in steen werd gebouwd, is echter niet juist: ook na de invasie vonden bouw- en herstelwerkzaamheden plaats, zij het niet overal in hetzelfde tempo.‘Russian Architecture of the First Century after Mongol Invasion’, Russian Archaeology; samenvatting over kerkbouw, vestingbouw en herstelwerkzaamheden in de tweede helft van de dertiende en het eerste derde van de veertiende eeuw.
De Republiek Novgorod werd niet door Batoes leger ingenomen en behield daardoor meer van haar stedelijke infrastructuur dan de veroverde steden. Ook Novgorod bleef echter niet buiten de invloed van de Mongoolse heersers. Moskou daarentegen werd tijdens de veldtocht van 1237–1238 getroffen. De stad groeide pas later, vooral in de veertiende eeuw, uit tot een belangrijk machtscentrum. Daarbij speelden onder meer haar ligging en de samenwerking van haar vorsten met de Gouden Horde een rol.‘Ivan I and the Rise of Moscow’, World Civilization, Lumen Learning.
Vazalschap en belastingen De Mongolen hadden er echter geen belang bij ieder eigen politiek, cultureel en sociaal-economisch leven van de Roes' bevolking stil te zetten. Zij stonden het de Roes' vorsten toe hun eigen landen te besturen, zolang zij onderdanig en schatplichtig bleven aan de khan van de Gouden Horde. Iedere nieuwe vorst diende persoonlijk naar Saraj te reizen om met een jarlik (een soort octrooi) bevestiging te krijgen dat zij in dienst van de khan over hun vorstendom mochten regeren.
Met een verdeel en heers-politiek speelden de khans de rivaliteiten der Roes' vorsten tegen elkaar uit, terwijl in geval van ongehoorzaamheid of te grote machtsuitbreiding van een vorst vernietigende strafexpedities uitgevoerd werden. Met name de jarlik voor de titel van grootvorst van Vladimir zou vanaf eind 13e eeuw een grote rol gaan spelen.
Hoe het bestuursapparaat precies tot stand kwam en werkte, is eeuwen later moeilijk te reconstrueren. Historicus Charles Halperin waarschuwde in 1987: 'Het analyseren van het Mongoolse bestuur in Rusland vereist zorgvuldige bestudering van zowel de overgeleverde bronnen afzonderlijk als het grotere plaatje dat ze presenteren. Veel van de verwijzingen naar Mongoolse ambtenaren en bestuurders komen voor in onbetrouwbare teksten uit latere perioden en vertonen onmiskenbare tekenen van interpolatie.' Wat duidelijk is, is dat er binnen enkele jaren na de invasie (ergens tussen 1245 en 1260) baskaki (enkelvoud baskak) of darugha (enkelvoud darughachi) werden aangesteld, lokale tollenaars die namens de khan belasting kwamen innen. Dit lijkt niet centraal en uniform overal tegelijkertijd te zijn georganiseerd, maar plaatselijk per dorp of stad op verschillende momenten te zijn opgezet.
Mongolen en Tataren
In de Russische en andere Europese geschiedschrijving werden de invallende Mongolen ten onrechte Tataren genoemd. De eigenlijke Tatar waren een Siberisch volk dat door Dzjengiz Chan onderworpen was. Hoe deze benaming voor de Mongolen gebruikt kwam te worden is niet geheel duidelijk. De Turkse volkeren, die al langer in het gebied van het huidige Rusland woonden, bekeerden zich tot de islam en identificeerden zich geleidelijk met de Gouden Horde. Uiteindelijk werd "Tataren" zo de benaming voor alle islamitische Turkstalige volkeren in Rusland. Het huidige volk der Wolga-Tataren stamt dan ook hoofdzakelijk af van de Wolga-Bulgaren en slechts in zeer geringe mate van de 12e-eeuwse Mongoolse invallers.
Tijdlijn van de Mongoolse invasie thumb|Kaart 1223: Slag aan de Kalka december 1237: Rjazan wordt door de Mongolen na een belegering van zes dagen ingenomen en vernietigd en de bevolking gedood; de stad Pronsk wordt veroverd en verwoest januari – maart 1238: verovering van de vorstendommen Vladimir, Pereslavl, Joerjev-Polski, Rostov, Jaroslavl, Oeglitsj en Kozelsk 1239: verovering van het vorstendom Tsjernihiv, de stad Moerom wordt platgebrand 1240: verovering en deels verwoesting van Kiev 1241: verovering van Galicië-Wolynië en vernietiging van Volodymyr en Halytsj 1242: Batoe Khan sticht de Gouden Horde met als hoofdstad Saraj.
Categorie:Geschiedenis van Oekraïne Categorie:Geschiedenis van Rusland Categorie:Militaire geschiedenis van het Kievse Rijk Categorie:Mongoolse Rijk