miniatuur|De zonnebloem, het internationale symbool van de Groenen.miniatuur|Een kaart met landen van Groene partijen in nationale overheden (donkergroen), nationale parlementen (lichtgroen) en zonder nationale zetels (geel) Groene politiek is een politieke stroming die gericht is op een ecologisch duurzame samenleving, vaak gekoppeld aan idealen als sociale rechtvaardigheid en basisdemocratie. De groene stroming begon vorm te krijgen in de jaren zeventig in de westerse wereld, waarbij de politieke zelfbenoeming "groen" voor het eerst werd gebruikt door de Duitse Grünen.geschiedenis grunen. Gearchiveerd op 3 april 2023. Sindsdien hebben veel groene partijen over de hele wereld zich ontwikkeld en electoraal succes behaald zoals GroenLinks en De Groenen in Nederland, Groen in Vlaanderen en Ecolo in Wallonië.Groene partijen wereldwijd De term "politieke ecologie" wordt soms ook gebruikt in Europa en in academische kringen.
Groenen delen veel ideeën met milieubeweging, feminisme en vredesbeweging omdat ze thema's zoals burgervrijheden, sociale rechtvaardigheid, pacifisme en sociale progressie op de agenda zetten. Groene partijen bekritiseren de louter economische belangen van de moderne industrie die schade kunnen toebrengen aan mens en milieu.Schaden Groene partijen worden over het algemeen links geplaatst in het politieke spectrum met een sterke focus op milieu-gerelateerde onderwerpen. In deze overlapt het met politieke ideologieën zoals ecosocialisme, eco-anarchisme en ecofeminisme, maar in hoeverre deze bewegingen gezien kunnen worden als deel van de Groene politiek staat ter discussie.Wall 2010 p. 47-66. Los en ongerelateerd van de ontwikkeling van de "linkse" groene politieke filosofie ontstond er ook een aparte ecologische beweging op de politieke rechterflank zoals groen conservatief, ecokapitalisme en ecofasicme.
Geschiedenis Invloeden De Groene politiek is een samenkomen van verschillende politieke, sociale en filosofische ideeën. Aanhangers van Groene politiek zien het vaak niet alleen als politiek maar ook als een deel van een algemeen wereldbeeld.
De filosofische wortels van milieubewegingen kunnen worden herleid tot de verlichting, met denkers zoals Rousseau en later de auteur en naturalist Thoreau in Amerika. Historische figuren zoals Gandhi, E.F. Schumacher, Jacob von Uexküll en Spinoza worden vaak aangehaald als vroege voorvaders van de Groene politieke stroming omwille van hun langetermijnvisie. Centraal in hun denken staat immers het hebben van de persoonlijke verantwoordelijkheid voor het maken van morele keuzes en het rekening houden met volgende generaties.
Ook is het moderne concept van milieubescherming niet nieuw: er zijn bronnen gevonden van Rome tot China waarin geklaagd werd over lucht-, water- en geluidsvervuiling.Keys, David (december 2003). Georganiseerde milieubewegingen kwamen van de grond in de late negentiende eeuw in Midden-Europa en de Verenigde Staten als reactie op de Industriële Revolutie met nadruk op ongeremde economische groei.McCormick, John. Een van de eerste natuurbehoud-bewegingen uit deze tijd was de Sierra Club die werd opgericht in 1892 te San Francisco.
In de jaren zeventig begonnen Groen-Linkse bewegingen zich te baseren op wetenschappelijke termen en het vooropgestelde beleid van milieubewegingen, feminisme, pacifisme, anarchisme, liberaal socialisme en socialisme. Toen deze bewegingen zich omvormden in partijen en invloedrijk begonnen te worden, begon Groene politiek deze bewegingen te overkoepelen.
Vroege ontwikkeling tot 1980 thumb|De Duitse oprichter van de Groene partij Petra Kelly met oud kabinetslid Otto Schily, bij een persconferentie in 1983.
De eerste politieke partij met een basis in milieubewegingen was de United Tasmania Group, gestart in maart 1972 in Australië. Hun doel was de ontbossing tegengaan en de bouw van een milieu-schadende dam te stoppen. Hoewel de partij maar drie procent van de stemmen haalde inspireerde het volgens Derek Wall "de oprichting van Groene partijen over de hele wereld".Wall 2010 p. 14. In mei van het jaar 1972 - op een bijeenkomst bij de Victoria University of Wellington in Nieuw-Zeeland - werd de Values Party opgericht, 's werelds eerste nationale groene partij. Een jaar later, in 1973, werd Europa's eerste Groene partij opgericht in het Verenigd Koninkrijk: de Ecology Party.
Hoewel de Duitse Grünen een van de meest bekende Groene partijen in Europa is, was het niet de eerste. De Bündnis 90/Die Grünen deed voor het eerst mee met de verkiezingen in 1980. Ze startten als een coalitie van burgergroepen en politieke groepen die er gezamenlijk van overtuigd waren dat hun belangen door de huidige politiek niet goed vertegenwoordigd waren. Het waren ook de Duitse Grünen die voor het eerst de term "Groen" gebruikten en het internationale Groene symbool van de zonnebloem gebruikten. In de Duitse verkiezingen van 1983 wonnen de Groenen 27 zetels in de Bondsdag.
Na de Europese verkiezingen van 1979 identificeerden de Duitse Grünen als eersten de "Vier Pilaren van de Groene politiek" (ecologische wijsheid, sociale rechtvaardigheid, basisdemocratie en geweldloosheid).
De opkomst van groene partijen valt te verklaren aan de hand van een bottom-upbeweging. Groene partijen starten doorgaans op een lokaal niveau, om daarna door te groeien naar de regionale, provinciale en eventueel nationale politiek.
Rond dezelfde tijd (1970) behaalde een politieke partij in Nederland, genaamd de Kabouterbeweging enkele zetels in gemeenteraden van grote steden. De Kabouters kwamen voort uit de Provo beweging met hun "witte plannen", zoals het witte fietsenplan (waarbij fietsen gratis door iedereen gebruikt kunnen worden) en het witkarproject. Hierna introduceerden ze de zogenaamde "Groene plannen". Hun ideeën komen overeen met andere jonge Groene partijen.
Gematigde en conservatieve groene stromingen
Naast de dominerende groen-linkse stroming binnen de groene politiek, bestaan er ook gematigde en conservatieve groene stromingen. De voornaamste stromingen zijn het groen conservatisme dat teruggaat op Edmund Burke. Het groen conservatisme staat op economisch en sociaal-cultureel vlak dicht bij het traditioneel conservatisme, dat sterk gekant is tegen urbanisatie, overconsumptie en de moderne levensstijl an sich dat niet alleen een verstoring is van de traditionele normen en waarden, maar – zo stellen groene conservatieven – ook van het leefmilieu. De moderne levensstijl wordt vaak gelijkgesteld met uitbuiting van de aarde en haar natuurlijke hulpbronnen. Een terugkeer naar een mentaliteitsverandering, gemeenschapszin, zuinigheid en een rurale levensstijl worden aangedragen als oplossingen voor de milieu en klimaatproblematiek. Het toekennen van rechten aan dieren wordt meestal afgewezen; men gaat immers niet uit van het klassiek liberale beginsel dat dieren beschouwd als goederen. Als de mens weer in een zekere harmonie leeft met de natuur zijn dierenrechten, zo stelt men, niet meer aan de orde.
"Groen rechts" is meer een neoconservatieve en neoliberale variant – in dat geval verwant aan het groenliberalisme – van het groen conservatisme. Groen rechts probeert economisch liberalisme en groene politiek te verzoenen.
Groen conservatisme gaat niet terug op het Verlichtingsdenken, anders dan progressieve en liberale groene stromingen.
Het groenliberalisme streeft naar een verantwoorde en duurzame economische groei, waarbij natuur en milieu zoveel mogelijk worden ontzien. De schade die het milieu oploopt door de economische groei dient te worden gecompenseerd. Door het schadebeginsel uit te breiden op andere levende wezens dan de mens wil men dierenleed (vgl. dierenrechtenAls men een dier rechten toekent staat het een bezitter van een dier niet zomaar meer vrij om het naar eigen goeddunken te behandelen; het schadebeginsel is nu van toepassing. Het toekennen van rechten aan andere levensvormen, zoals planten levert natuurlijk meer problemen op. en schade aan de natuur inperken. (Het absolute eigendom wordt in zekere zin aan banden gelegd.) Ingrijpen door de overheid in de levensstijl van burgers, door bijvoorbeeld minder te consumeren of minder vlees te eten om zo het milieu te ontlasten wordt verschillend beoordeeld.
Rentmeesterschap
Te onderscheiden van, maar verwant aan bovengenoemde groene stromingen, is de christelijke leer van het rentmeesterschap. De aarde en haar bewoners wordt gezien als de schepping van God en het staat de mens niet zomaar vrij om er naar eigen goeddunken mee om te springen. Een absolute vorm van eigendom wordt afgewezen, alleen een afgeleide vorm hiervan (bezit als te onderscheiden van eigendom) wordt gezien als in lijn met de bedoelingen van God de Schepper. De aarde is door God in bruikleen gegeven aan de mens. In Nederland staat rentmeesterschap hoog in het vaandel bij de ChristenUnie.Rob Nijhof: Een groene bijbel? Duurzaamheid als voorraadbeheer en herwijding. Een oefening in morele meertaligheid, uitgave van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie 2008 De ChristenUnie gaat door voor een zeer milieubewuste partij.Trouw: GroenLinks meeste groene, PVV meest grijze partij - 27 augustus 2012. Gearchiveerd op 12 juni 2018.De Correspondent: Dit zijn de partijen die klimaatverandering serieus tegengaan - 13 maart 2017De Groene Kamer: ChristenUnie - 2010 Ook het CDA onderschrijft het rentmeesterschap.CDA: Uitgangspunten: Rentmeesterschap. Gearchiveerd op 18 april 2023., evenals de Vlaamse CD&V.CD&V: Standpunten : Visie "Wij Planeet Aarde
Verdere ontwikkeling van de Groene Politiek Anno 1995 werd de Groene Liga in Finland de eerste Europese partij die deel werd van een coalitie op staatsniveau. De Duitse Groenen volgden in 1998-2005 waarbij ze een regering vormden met de SPD (Sozialdemokratische Partei Deutschlands). In 2001 slaagde deze partij erin haar stempel op het beleid te drukken, door het bereiken van een akkoord waarbij de Duitse afhankelijkheid van nucleaire energie gestopt moest worden.
In 2004 werd in Letland Indulis Emsis, de leider van de Letse Groene Partij, de minister-president van Letland. Daarmee werd hij de eerste Groene politicus die een land leidde.
Standpunten Centrale principes In 1979 identificeerden de Duitse Grünen als eersten de Vier Pilaren van de Groene politiek (ecologische wijsheid, sociale rechtvaardigheid, basisdemocratie en geweldloosheid). Dit zou de latere basis vormen voor Groene partijen over de hele wereld.Wall 2010 p. 12-13.
In 1984 breidden de Green Committees of Correspondence in de Verenigde Staten de vier pilaren uit tot de tien kernpunten. Naast de eerder vernoemde Vier Pilaren voegde men de volgende basisprincipes toe: decentralisatie, een gemeenschapsgerichte economie, post-patriarchale waarden (later veranderd naar feminisme, respect voor diversiteit, de klemtoon op het principe van wereldwijde verantwoordelijkheid en de toekomstfocus. In 2001 is op het congres in Camberra de huidige 6 pilaren aangenomen: Ecologische wijsheid, sociale rechtvaardigheid, een basisdemocratie, anti-geweld, duurzaamheid en respect voor diversiteit.
thumbnail|1979; 4 pilaren van de Groenen
thumbnail|2001; 6 pilaren van de Groenen
Democratie Vanaf haar begin heeft de Groene politiek gepleit voor basisdemocratie. De Groene Politiek vindt het belangrijk dat burgers - bijvoorbeeld via referenda - een actieve rol spelen bij het maken van beslissingen die een invloed hebben op hun eigen leven.
Groene politiek bemoedigt ook politieke betrokkenheid op individueel niveau, zoals bewust consumeren of het kopen van artikelen die ethisch verantwoord en milieuvriendelijk zijn.
In de Europese Unie steunen de meeste groene partijen een democratisch federaal Europa.