thumb|300px|De Kapitein Kok, hier in 2010, werd gebouwd als de Reederij op de Lek 6Profiel, binnenvaart.eu, geraadpleegd 2 februari 2016.

De Stoomboot Reederij op de Lek (SRodL) was een Nederlandse transportonderneming die van 1857 tot eind 1973 actief was. Het bedrijf werd gestart als rederij voor de binnenstoomvaart en onderhield geregelde diensten op de Lek en de Nieuwe Maas voor passagiers, vracht en vee. In de jaren twintig werden vrachtwagen- en autobusdiensten aan de activiteiten toegevoegd. In 1948 werden de lijnbootdiensten gestaakt ten gunste van het wegtransport. De rederij had onder druk van de Commissie Vergunningen Personenvervoer voor het busbedrijf sinds begin jaren veertig samenwerking gezocht met anderen. De hieruit resulterende N.V. Vervoermaatschappij "De Twee Provinciën" (TP) groeide uit tot een streekvervoerder van formaat. De vier partners, waaronder de Reederij op de Lek, bleven binnen dit samenwerkingsverband zelfstandig. In 1971 werd de SRodL, die eerst twee andere TP-partners had overgenomen, een dochteronderneming van de Nederlandse Spoorwegen.NS neemt aandelen van „Reederij op de Lek" over, digibron.nl, oorspronkelijk geplaatst op 24 juli 1972.

Geschiedenis Lekdienst thumb|De Lekboot, een schip uit 1903 In 1857 besloten dertien personen samen een bootdienst op de Lek in de vaart te brengen, die een verbinding moest bieden tussen Rotterdam en Schoonhoven.Brouwer, P. & Kesteren G. van, m.m.v. A. Wiersma (2008); Berigt aan de heeren reizigers; 400 jaar openbaar vervoer in Nederland - Hoofdstuk 11: "Hoogtij van de stoomboot", p. 411-412. Den Haag, SDU uitgevers. Geraadpleegd 29 januari 2016 via sdu.nl. Het was een vorm van partenrederij, waarbij een van de belangrijkste aandeelhouders als boekhouder en directeur optrad, in dit geval Johann Hermann von Santen (1819-1877). De onderneming werd daarom bekend als J.H. von Santen & Co. Van de overige deelnemers was de helft (aangetrouwd) lid van de rederij- en scheepsbouwfamilie Smit.

Drie maanden na de oprichting van de onderneming werd voor 7000 Gulden een tweedehands raderstoomboot aangeschaft.Raderstoomboten waren niet erg gebruikelijk in Nederland. Doordat de raderen aan weerszijden uitstaken, waren ze voor de kleinere waterwegen al snel te breed. Verder waren de beheerders van de waterwegen bevreesd voor schade aan de walkanten. Raderstoomboten waren eigenlijk alleen op de grote rivieren goed inzetbaar, waar ze door een geringe diepgang bij alle waterstanden uit de voeten konden. Deze werd voor 20.000 gulden verbouwd en vervolgens als Schoonhoven (ook wel: Stad Schoonhoven) in de vaart gebracht. Het schip, in 1841 bij Fop Smit in Kinderdijk gebouwd als Stad Heusden, mat 100 ton en vervoerde personen en vracht.De Reederij op de Lek – Kinderdijk, privésite, geraadpleegd 2 februari 2016. In de beginperiode ging het de onderneming niet voor de wind. Op enig moment kon de Schoonhoven voor sleepdiensten worden ingezet, waarmee extra inkomsten werden verworven.Met de Lekboot uit naar Rotterdam, Reformatorisch Dagblad, 29 april 1987. Na een aantal moeizame jaren ging het beter met de rederij.Bouwnummer 629, Cronyck de Geyn, Historische Kring Nieuwegein, jaargang 1984, p. 121-131.

In 1865 kon het tracé van de verbinding verlengd worden naar Vreeswijk en een jaar later naar Culemborg.De Kuilenburgse boot, Culemborg zoals het was, publicatiedatum onbekend. Daartoe werd de raderstoomboot Vreeswijk in de vaart gebracht. Dit schip, gebouwd in 1851, werd overgenomen van de Culemborgsche Stoomboot Reederij. De eerste boot die de rederij voor eigen rekening liet bouwen, was de in 1876 door J. & K. Smit te Krimpen aan de Lek afgeleverde Schoonhoven.

Nevenbelangen Von Santen had naast de Lekdienst nog belangen in andere ondernemingen. hij was ook reder van zeilschepen van de grote vaart. Zo richtte hij in 1870 de Reederij der Stoombargedienst tussen Utrecht-IJsselstein en Vreeswijk op, die vervoer aanbood ten zuiden van Utrecht. In 1875 kon Von Santen een andere verbinding, die hij met de reder Adriaan Smit had opgebouwd, samenvoegen met de Lekdienst. Deze kreeg daardoor de beschikking over drie schroefstoomschepen: de Streefkerk, de Groot Ammers en de Bergambacht. Met deze fusie werd de Lekdienst sterker in het veevervoer. De bemanning van de boten was deskundig op het gebied van vee en de koeien konden desgewenst aan boord gemolken worden.

Von Santen overleed in 1877. De leiding van de firma kwam in handen van de ervaren schipper Pieter van der Hoog, die op dat moment reeds enige jaren voor de Lekdienst werkte.Het korte verhaal van Pieter van der Hoog, de reder, privésite, geraadpleegd 29 januari 2016. In 1877 werd de nieuw gebouwde schroefstoomboot Groot Ammers in dienst gesteld. Gaandeweg ging de Lekdienst van J.H. von Santen & Co. over tot een meer gestructureerde bedrijfsvoering en vanaf 1879 werd de rederij aangeduid als Stoombootdienst op de Lek. Bij Koninklijk Besluit van 29 mei 1896 werd de rederij omgevormd tot de NV Stoomboot-Reederij op de Lek (SRodL). Later werd de onderneming, naar haar schepen, kortweg Reederij op de Lek genoemd.

De in 1897 gebouwde Culemborg (lokaal vaak als Kuilenburg uitgesproken) was een raderboot van 197 ton. Het was met name geschikt als passagiersschip en werd te Culemborg ook vaak voor representatieve doeleinden ingezet.

In 1912 werd de in 1903 opgerichte en in Schoonhoven gevestigde concurrent "N.V. Stoombootdienst op de Lek" ingelijfd. Voorheen de firma van Zessen & Zn. met als directeur de Hr. Kortland. Daarmee kon de rederij vier schroefstoomschepen overnemen. Drie ervan werden als Reederij op de Lek 7, Reederij op de Lek 8 en Reederij op de Lek 11 in de vaart gebracht. De vierde, de Senior, kreeg nog het nummer 12, maar werd nog in 1912 doorverkocht. De 8 was de enige van deze vier schepen met een (kleine) deksalon en werd daarom wel gebruikt voor plezierreisjes.

Over de weg

In 1921 startte de Reederij op de Lek met wegtransport, allereerst met een vrachtautodienst en in 1923 kwam daar busvervoer bij. Gaandeweg werd het wegtransport belangrijker, net als voor alle vergelijkbare vervoersbedrijven in Nederland. Met het in bedrijf nemen en houden van een vrachtwagen zijn aanzienlijk kleinere investeringen gemoeid dan met die van een stoomboot. Bovendien werd het wegennet in Nederland in de jaren twintig en dertig sterk uitgebreid, waardoor vrachtwagens op veel meer plaatsen konden komen dan schepen. Midden jaren 1930, tijdens de Grote Depressie werd het concurrentievoordeel van de vrachtwagen pijnlijk duidelijk en veel stoombootdiensten schakelden langzaam aan over op het wegtransport.

In november 1935 staakte de Stoomboot-Reederij Fop Smit & Co haar bootdiensten, omdat deze niet meer winstgevend waren. De Reederij op de Lek nam vervolgens Fop Smits stamlijn Rotterdam - Dordrecht - Gorinchem over, waarbij het deel Dordrecht - Gorinchem werd omgezet in een vrachtautodienst. Als bootdienst bleef dat jaar alleen Rotterdam - Dordrecht in bedrijf, door omstandigheden slechts gevaren in 1935 - 1937, 1940 - 1944 (met schroefstoomboot door naar Sliedrecht) en in 1945 - 1946.

Einde bootdiensten Mede door tekorten aan transportmiddelen en grondstoffen hadden schepen tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog tijdelijk weer een zeker concurrentievoordeel. Toch ondervonden zij veel hinder van de omstandigheden. Schepen werden gevorderd of gingen verloren bij gevechtshandelingen en brandstoftekorten zorgden voor een enorme terugloop in het vervoer.

Op de lange duur was een einde aan geregelde bootdiensten voor vervoer van passagiers, vracht en vee onvermijdelijk. In de periode 1946-1950 werden veel lijnen opgeheven, moesten rederijen fuseren of was wederopbouw eenvoudigweg niet lonend. Vanaf begin 1948 werd alleen nog het traject Schoonhoven - Rotterdam gevaren met de RodL 7 en RodL 6 in lijndienst tussen, respectievelijk Rotterdam en Culemborg. Op 1 maart 1948 staakte de rederij haar bootdiensten. De schepen werden verkocht of voor de sloop afgevoerd. Alleen de Reederij op de Lek 6 werd nog tot 1950 aangehouden voor het maken van verhuurvaarten op de Nieuwe Maas en de Lek.Het schip werd in 1950 naar Duitsland verkocht, maar kwam in 1984 als partyschip in Nederland terug, onder de naam Kapitein Kok. Het schip staat op de afbeelding bovenaan.

Als vrachtautodienst tot 1968 had het bedrijf nog toekomst en met het busbedrijf ging het ook voor de wind. Reeds in 1941 was een samenwerking aangegaan met het eveneens door Von Santen gestichte vervoersbedrijf Vereeniging. Een jaar later breidde de samenwerking zich naar anderen uit, hetgeen leidde tot de oprichting van streekvervoerder De Twee Provinciën. Begin jaren 1970 kon de Reederij op de Lek de aandelen van twee samenwerkingspartners overnemen en in 1972 nam de NS (die een van de TP-bedrijven al sinds 1966 in handen had), de Reederij over. In 1974 ging de Reederij op de Lek op in de streekvervoerder en NS-dochter Westnederland.

Materieel thumb|Silhouet Reederij op de Lek 2 De rederij hanteerde enkele decennia vier vaste namen voor haar schepen: Krimpen aan de Lek (de oudste), Vreeswijk, Schoonhoven en Culemborg (de nieuwste). Zodra een nieuw schip in de vaart werd gebracht, en het oudste afgevoerd, werden de schepen herdoopt. Zo werd de Schoonhoven uit 1876 in 1892 en 1897 herdoopt in Vreeswijk, respectievelijk Krimpen aan de Lek. Daarin kwam in 1903 verandering met het in de vaart brengen van de De Lekboot, gebouwd bij de Koninklijke Maatschappij 'De Schelde' te Vlissingen. Vanaf 1910 kregen de schepen de naam Reederij op de Lek, gevolgd door een nummer. De genoemde Krimpen aan de Lek werd in 1912 herdoopt in Reederij op de Lek 1, De Lekboot in Reederij op de Lek 5.

In 1911 werd het eerste schip opgeleverd dat direct de naam Reederij op de Lek droeg, vanaf 1912 gevolgd door het nummer 6. In 1950 zou dat schip, als laatste van de vloot, worden afgevoerd en naar Duitsland verkocht, om in Ludwigshafen als restaurantschip "Kurpfalz"te gaan dienen. In 1976 werd de raderboot naar Nederland teruggebracht door Wijnand Key, en in 1977 met een diesel-hydraulische aandrijving onder de naam "Kapitein Kok", vanuit Amsterdam als plezierboot in de vaart gebracht. Na een reeks andere eigenaren is de boot sinds 2014 van rederij "Qua Vadis", en vaart nu onder de naam "Kapitein Anna".

Uiterlijk en werktuigen De Lekboten, zoals zij algemeen bekend waren, kon men direct van alle andere raderboten onderscheiden door de kranen, die zich aan stuurboordzijde en bakboordzijde op de brug bevonden. Deze dienden om de zware loopbrug binnen en buiten boord te draaien. Alleen de Reederij op de Lek 1 gebruikte hiervoor een andere methode.

Behalve de Reederij op de Lek 3 hadden alle Lekboten in het stuurhuis een geelkoperen standaard met verticaal stuurwiel. De 3 had de gehele stuurmachine in de stuurhut zelf, wat veel hinder van de stoom gaf. Het stuurhuis van dit schip was dan ook groter dan bij de andere schepen.