De Mongoolse eik (Quercus mongolica) is een loofboom uit de napjesdragersfamilie (Fagaceae).Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (2014) Verordening (EU) Nr.1320/2014 van de Commissie. Geraadpleegd op 28 januari 2016. De soort werd voor het eerst beschreven door Friedrich Ernst Ludwig von Fischer in 1838 en werd vervolgens door Carl Friedrich von Ledebour in 1850 gepubliceerd. Global Biodiversity Information Facility (2011). Quercus mongolica Fisch. ex Ledeb. Geraadpleegd op 28 januari 2016. ITIS Taxonomy (2012). Quercus mongolica Fisch. ex Ledeb. Geraadpleegd op 28 januari 2016.
Kenmerken De Mongoolse eik wordt tot ca. 30 meter hoog. Plants for a Future (2012). Quercus mongolica - Fisch. Geraadpleegd op 28 januari 2016. De bladvorm van de soort is omgekeerd eirond, 7 tot 19 cm lang en 3 tot 11 cm breed. De bladrand bestaat aan beide zijden uit 7 à 10 gekartelde lobben. Ook heeft het blad 10 tot 18 aderen aan beide zijden van de hoofdnerf. De eikels zijn rond tot elliptisch, met een lengte van 2 tot 2,4 cm en een breedte van meestal tussen de 1,3 en 1,8 cm. De eikels verschijnen tussen september en oktober. Flora of China (2016). Quercus mongolica Fischer ex Ledebour, Fl. Ross. 3(2): 589. 1850. Geraadpleegd op 28 januari 2016.
Verspreiding De soort komt voor in het zuidoosten van Oost-Siberië in de Oblast Transbaikal, alsmede in het Russische Verre Oosten in de Oblast Amoer, Primorje, Chabarovsk, Sachalin en de zuidelijke Koerilen. In zuidelijke richting komt de soort voor in Mongolië, de Japanse eilanden Honshu en Hokkaido, het Koreaans Schiereiland en het noorden, oosten en midden van China. National Plant Germplasm System (2009). Taxon: Quercus mongolica Fisch. ex Ledeb. Geraadpleegd op 28 januari 2016. Mongoolse eiken worden doorgaans op hoogten tussen de 200 en 2.500 meter gevonden.
Categorie:Eik Categorie:Plant uit het Palearctisch gebied