Plostsjad Revoljoetsi (Russisch: ) is een station aan de Arbatsko-Pokrovskaja-lijn van de Moskouse metro. Het ligt tussen de stations Arbatskaja en Koerskaja in de wijk Tverskaja van het Centrale Administratieve District van Moskou. Het betreft een pylonenstation met in dit geval een diepe fundering. Het station is genoemd naar het bovenliggende Revolutieplein dat tot 1918 Wederopstandingsplein heette.
Op 13 maart 1938 werd het station geopend als onderdeel van de tweede fase van de bouw van de metro. Het is het 15e station van de metro en door het opheffen van de splitsing in lijn 1 en de koppeling van de westtak naar Kievskaja aan de tunnel naar Koerskaja ontstond de zelfstandige lijn 3, als tweede metrolijn. Het station is het werk van de architect A. Doesjkin en is aangemerkt als cultureel erfgoed. In afwachting van de opening van lijn 2 konden overstappers tussen de twee lijnen gebruik maken van de middenhal van Plostsjad Sverdlova om Ochotny Rjad te bereiken. Samen met deze stations aan de lijnen 1 en 2 vormt ze sinds eind 1938 het belangrijkste overstappunt in het centrum van de stad en deelt het westelijke toegangsgebouw met lijn 2.
Geschiedenis De geschiedenis van het station is nauw verbonden met het ontwerp van de z.g. Pokrovski Radius tussen het Kremlin en Izmailovo in het oosten van de stad. De plannen voor het tracé zijn meerdere malen herzien. In de plannen van 1932 was een tracé opgenomen van de Biblioteka Imeni Lenina naar de Iljinski-poort, ongeveer ter hoogte van het huidige station Kitaj Gorod, en dan verder naar het oosten. Hierbij was voorzien in een station onder het Rode Plein waar zou kunnen worden overgestapt op de Tagansko-Tver-lijn en de Dzjersinski-Zamoskvoretskaja-lijn. In 1934 werd besloten om het centrale overstapstation onder het Rode Plein niet te bouwen en het knooppunt in noordelijke richting tot onder het Theaterplein te verplaatsen. Hierop verschenen ook de plannen voor het station Revolutieplein en het verdere traject naar het oosten via de stations Iljinskipoort en Pokrovskipoort, waar de lijn haar naam aan dankt, naar Izmailovo. Hierbij is besloten om dit traject via het station Komintern te verbinden met de westtak van de eerste metrolijn naar Smolenskaja. De stations Iljinskipoort en Pokrovskipoort werden geschrapt en het tracé werd zonder tussenstations en een stuk ten zuiden van de Pokrovskipoort aangelegd om door een 2,3 km lange tunnel direct bij het spoorwegstation Koerskaja uit te komen.
Voor het station werd een ontwerpwedstrijd uitgeschreven die door Aleksej Doesjkin werd gewonnen. De bouw van het traject begon in 1935 en werd in januari 1938 afgerond. Op 13 maart 1938 kon de tunnel tussen Komintern en Koerskaja in gebruik worden genomen en reden de metros rechtstreeks tussen de spoorwegstations Koerskaja en Kievskaja.
In 1946 werd een extra verbinding naar het perron van Teatralnaja gebouwd via trappen in de middenhal. Het toegangsgebouw aan de oostkant van het perron werd op 21 december 1947 geopend aan de Bogojavlenskistraat. In 1974 werd nog een rechtstreekse verbinding tussen de middelhal en het zuidelijke perroneinde van Teatralnaja gerealiseerd.
Nadat in 1941 een bom insloeg in de metrotunnel tussen Arbatskaja en Smolenskaja bleek de kwetsbaarheid van de strategisch belangrijke metro. Hierom werd besloten om de tunnel onder de Arbat te vervangen door een dieper gelegen tracé. Dat tracé verving de metro tussen, het in 1946 in Kalininskaja omgedoopte, station Komintern en Kievskaja. Het vooroorlogse tracé werd op 5 april 1953 gesloten. Al in 1958 werd het vooroorlogse tracé heropend en vormde, samen met de nieuwe westlijn, de Filjovskaja-lijn (lijn 4). Van 25 juni 2002 tot 25 december 2003 was het westelijke toegangsgebouw gesloten om de roltrappen uit 1938 te vervangen.
Sinds maart 2007 is een draadloze internetverbinding (Wi-Fi) beschikbaar in het station. A. Cherednichenko: Metro 2010, gids voor de ondergrondse stad (Метро-2010. Путеводитель по подземному городу). Uitgeverij Eksmo, Moskou 2010. Blz. 263
Van 8 december 2008 tot 29 maart 2010 was het oostelijke toegangsgebouw gesloten voor groot onderhoud. Ter gelegenheid van de heropening zijn in 2010 herdenkingskaartjes uitgegeven.
Technische specificaties Het station is ontworpen als een pylonenstation met driebuizen en ligt op 34 meter diepte. Het is afgeleid van een standaard ontwerp voor de tweede fase van de metro. Het station bestaat uit drie evenwijdige tunnels, met elk een de dwarsdoorsnede van 9,5 meter. De tunnels zijn bekleed met gietijzeren elementen van 60 centimeter breed, iedere schachtring bestaat uit 18 elementen. M.A. Zelenin en S.M. Kravets: Bouwkunde van de Moskouse Metro (Архитектура Московского метрополитена). Sovjetacademie van bouwkunst, Moskou 1941. Blz. 94 De totale breedte van de perrons en de middenhal is 22,5 meter; de afstand tussen de sporen 25,4 meter. De middenhal is 5,3 meter hoog. Het perron ligt 1,1 meter boven de kop van de spoorstaven. De totale lengte van het perron is 155 m. De middenhal is via 2,8 meter lange doorgangen, die ontworpen zijn als ijzeren buis, met de perrontunnels verbonden. Aan iedere kant van de middenhal zijn acht van dergelijke doorgangen. M.A. Zelenin en S.M. Kravets: Bouwkunde van de Moskouse Metro (Архитектура Московского метрополитена). Sovjet academie van bouwkunst, Moskou 1941. Blz. 39 De doorgangen zijn 3 meter breed en 3,35 meter hoog Onder het perron liggen aan beide uiteinden kelders voor ventilatie doeleinden De tunnels voor de roltrappen zijn geboord onder een hoek van 30°. Ze zijn gemaakt van gietijzeren buizen en hebben een diameter van 7,9 meter. Aan elk einde van het station zijn afsluitbare keerwanden aangebracht waarmee in geval van overstroming of oorlog het station hermetisch afgesloten kan worden. Aan de noordkant van de middenhal staat een noodoproep zuil. Kilometerpaal PK08 + 25,3 bevindt zich midden tussen de aangrenzende tunnels richting Koerskaja naar het oosten en Arbat in het westen.
Architectuur en vormgeving Het station kent twee toegangsgebouwen, het westelijke uit 1938 ligt aan het Revolutieplein en wordt gedeeld met Teatralnaja, Het oostelijke werd geopend op 21 december 1947.
Toegangsgebouw West Het westelijke toegangsgebouw werd, net als het ondergrondse deel, ontworpen door A. Doesjkin. Doesjkin moest bij zijn ontwerp rekening houden met een toekomstige integratie van het station in de nieuw te bouwen grote bioscoop die aan het Theaterplein zou worden opgetrokken. De stationshal moest dan ook zo gebouwd worden dat deze zelfstandig binnen een groter gebouw kon functioneren en ook tijdens de bouw van de bioscoop geopend kon blijven. M.A. Zelenin en S.M. Kravets: Bouwkunde van de Moskouse Metro (Архитектура Московского метрополитена). Sovjetacademie van bouwkunst, Moskou 1941. Blz. 28 De ingang wordt gekenmerkt door zes vierkante zuilen bekleed met donker Labrador marmer. De buitenmuren zijn bekleed met witte kalksteen uit de buurt van Moskou. M.A. Zelenin en S.M. Kravets: Bouwkunde van de Moskouse Metro (Архитектура Московского метрополитена). Sovjet academie van bouwkunst, Moskou 1941. Blz. 30 Vanaf de ingang gaan de reizigers linksaf door een korte gang naar een ovale hal, door deze constructie zouden de reizigers geen hinder ondervinden van de bouw van de grote bioscoop boven op het station. Het interieur van het westelijke toegangsgebouw is vrij eenvoudig van ontwerp. A.N. Zinovjev: Stalins Metro, historische gids (Сталинское метро. Исторический путеводитель). Moskou 2011. Blz.76 De muren bij de roltrappen zijn bekleed met donker "Sadachlo" marmer, de muren van de centrale hal met donkergeel "Buchan-Janko". De vloer is bedekt met graniet en aan het plafond verzorgen hanglampen de verlichting. In de hal staat een borstbeeld Lenin. Begin jaren 1970 vond een verbouwing plaats waarbij op de oorspronkelijke de kassa werd verplaatst. Wie goed kijkt kan nog de letters verboden toegang zien boven de voormalige toegang tot de kassiersruimte zien. Er zijn toen ook bij de in en uitgang tourniquets geplaatst die in 2009 zijn vervangen door geheel nieuw ontwerp met glazen deuren. De roltrappen naar de perrons van Plostsjad Revoljoetsi en Teatralnaja beginnen in een grote ovale hal die onder de toekomstige bioscoop zou komen. De roltrappen uit 1938 werden in 2004 vervangen door drie nieuwe van het type ET-3M en voorzien van roestvrijstalen balustrades.
Toegangsgebouw Oost left|thumb|Het interieur van de oostelijke toegang Het oostelijke toegangsgebouw is opgenomen in de beganegrond van een huizenblok aan de Bogojavlenskistraat. Aan de achterzijde van het huizen blok bevindt zich een halfronde hal met kantoren en de bovenkant van de roltrap naar de perrons. M.S. Naumov: Onder de zeven heuvels: het heden en verleden van de metro in Moskou (Под семью холмами: Прошлое и настоящее московского метро). AIE IC "Moskvovedenie"; OJSC "Moskouse schoolboeken", Moskou 2010. Blz. 200 Het gebouw is ontworpen door de architecten YP Zenkevich Doesjkin en N. Demchinskii. De muren zijn bekleed met grijs-wit marmer. Tegenover de roltrap bevinden zich de kassa's met daarboven een mozaïek voor de dertigste verjaardag van de Oktoberrevolutie: Het mozaïek van V.F. Borodichenko bestaat uit een schild met de hamer en sikkel geflankeerd door scharlaken banieren met de jaartallen 1917 en 1947. Naast het mozaïek is de tekst van het Sovjet volkslied, volgens de versie die in 1943 is vastgesteld, in het marmer gegraveerd.
In de hal zorgt een kroonluchter met 24 lampen voor de verlichting, daarnaast worden de roltrappen geflankeerd door bronzen sokkels die aan de bovenzijde zijn voorzien van grote schotels met daarin verlichting. M.S. Naumov: Onder de zeven heuvels: het heden en verleden van de metro in Moskou (Под семью холмами: Прошлое и настоящее московского метро). AIE IC "Moskvovedenie"; OJSC "Moskouse schoolboeken", Moskou 2010. Blz. 201 Van buiten maakt het oostelijke toegangsgebouw een bescheiden indruk op de binnenplaats van het 5e district van de regio Tver (adres:. Epiphany Laan, 3/5, blz 1c). De oostelijke toegang was al opgenomen in het Algemeen Plan voor de herbouw van Moskou uit 1935, waarbij naast de huidige ingang nog een tweede ingang was gepland aan de Nikolskajastraat. I.E. Katzen en K.S Ryzhkov: Moskouse Metro (Московский метрополитен). Sovjet academie van Bouwkunst 1948.
Het oostelijke toegangsgebouw werd op 8 december 2008 gesloten ter renovatie. In het station waren al eerder werkzaamheden aan de roltrappen en het gebouw uitgevoerd maar groot onderhoud van het hele gebouw werd voor het eerst uitgevoerd. Na afloop van het onderhoud werd het toegangsgebouw zonder problemen op 29 maart 2010 heropend. De plechtigheden voor de officiële opening werden echter afgelast als gevolg van de Aanslagen in de metro van Moskou 2010 die een paar uur voor de geplande officiële opening plaatsvonden. De drie roltrappen werden vervangen door drie van het type E55T. Tijdens de renovatie werden diverse onderdelen van dit architectonische monument beschadigd en vervangen door replica's die slechts een zwak aftreksel zijn van het origineel.
Ondergronds left|thumb|Het perron Het thema van het station is de Russische revolutie en de twintig jaren daarna. Architect A. Doesjkin heeft dit in het ontwerp verwerkt door een synthese van architectuur en beeldhouwkunst. Door middel van een valse archivolt als afdekrand op de doorgangen tussen de drie tunnels heeft de architect een suggestie van inkrimping bereikt. M.A. Zelenin en S.M. Kravets: Bouwkunde van de Moskouse Metro (Архитектура Московского метрополитена). Sovjet academie van bouwkunst, Moskou 1941. Blz. 22 In het ontwerp spelen, net als bij andere ontwerpen van Doesjkin, lichteffecten een grote rol. Het was de bedoeling om op de hoeken van de doorgangen nissen te maken om reliëfs, die het thema uitbeelden, aan te brengen.