Braxton Bragg (Warrenton (North Carolina), 22 maart 1817 – Galveston (Texas), 27 september 1876) was beroepsofficier in het Amerikaanse leger en als generaal in het leger van de Geconfedereerde Staten van Amerika een van de belangrijkste Zuidelijke commandanten tijdens de Amerikaanse burgeroorlog.

Vroege jaren Bragg werd geboren in Warrenton, North Carolina op 22 maart 1817.Eicher, p. 140; Warner, p. 30; Woodworth, Jefferson Davis and His Generals, p. 92. Hij was een van de zes zonen van Thomas en Margaret Crosland Bragg. Hij was de broer van de toekomstige Zuidelijke minister van justitie Thomas Bragg en de neef van Edward S. Bragg, die generaal in het Union Army zou worden. Owen, Thomas McAdory (1921) History of Alabama and Dictionary of Alabama Biography, Vol. 3 (1921), p. 203. Zijn vader Braxton Bragg was timmerman en aannemer en zou dankzij een bloeiende zaak genoeg geld verdienen om zijn zonen een degelijke opleiding te geven. Braxton werd naar de Warrenton Male Academy gestuurd die een van de beste scholen in de staat waren.

West Point Bragg was slechts tien jaar toen zijn vader besliste om hem een militaire loopbaan te laten volgen. Toen hij 16 jaar werd kon hij een plaats bemachtigen aan de United States Military Academy in West Point en dit via de goede connecties van zijn oudere broer, John Bragg. Zijn klasgenoten waren de toekomstige Noordelijke generaals Joseph Hooker en John Sedgwick en de latere Zuidelijke generaals John C. Pemberton, Jubal Early, en William H. T. Walker. Hij studeerde af in 1837 als vijfde in een klas van vijftig. Hij werd tot Tweede luitenant benoemd in de 3rd U.S. Artillery.McWhiney, pp. 5–9, 24–25; Eicher, p. 140.

Militaire loopbaan Eerste jaren Bragg diende tijdens de Tweede Seminole Oorlog in Florida. Hij werkte als adjudant van het regiment en assistent voor de bevelhebber en zag geen actie. Hij kreeg al snel last van het warme klimaat en moest zich regelmatig ziek melden. Bragg vroeg een kreeg een overplaatsing naar Philadelphia waar hij werkte als rekruteringsofficier. In oktober 1840 moest hij terugkeren naar Florida. Hij werd verantwoordelijk voor een compagnie in het 3rd Artillery en kreeg het bevel over Fort Marion bij St. Augustine. Hij werkte hard om de leefomstandigheden van zijn manschappen te verbeteren. Hiervoor stuurde hij een reeks brieven naar verschillende hogere officieren waaronder de adjudant-generaal en de thesaurier-generaal. Bragg kreeg al snel de reputatie om twistziek te zijn.McWhiney, pp. 26–33.

Bragg had de reputatie zeer strikt in de leer te zijn en de regels letterlijk te nemen. Dit maakte hem zo onpopulair dat zijn eigen troepen in 1847 een poging ondernamen om hem op te blazen met een artillerie-granaat; wat mislukte, hoewel zijn bed verwoest was.Battles and Leaders of the Civil War Vol. III p. 604 footnote

In 1843 werd de 3rd artillery overgeplaatst naar Fort Moultrie bij Charleston, South Carolina. Bragg werkte daar samen met drie officieren die hij beschouwde als goede vrienden, George H. Thomas en John F. Reynolds werkten als luitenant onder Bragg en William T. Sherman. Ondertussen bleef Bragg controversiële brieven schrijven. In 1844 en 1845 schreef hij een reeks van negen artikels in de Southern Literary Messenger. Deze reeks, "Notes on Our Army," werd anoniem door Bragg gepubliceerd onder de schuilnaam "A Subaltern" (een ondergeschikte). Hierbij nam hij de opperbevelhebber van het leger, Winfield Scott flink op de korrel. Bragg omschreef hem als ijdel, kleinzielig en sluw. Hij viel ook het logge administratieve apparaat van het leger aan. In zijn artikels schreef hij over een nieuwe structuur voor de generale staf. Deze werden toen volledig genegeerd, maar zouden de in de vroege 20ste eeuw toch ingang vinden.McWhiney, pp. 34–38.

Zijn geschriften werden met veel aandacht gevolgd door een democratische volksvertegenwoordiger uit New York, James G. Clinton. Hij was een tegenstander van Winfield Scott en wou Bragg in maart 1844 voor het comité van publieke uitgaven laten getuigen tegen Scott. Bragg kreeg het bevel om geen getuigenis af te leggen. Bragg probeerde toch, werd gearresteerd en opgesloten in Fort Monroe in Virginia. Hij werd door de krijgsraad gebracht. Bragg voerde zijn eigen verdediging en probeerde om via zijn proces toch nog Scotts reputatie aan te vallen. Bragg werd veroordeeld wegens insubordinatie en kreeg een officiële blaam van de minister van oorlog. Daarnaast kreeg hij een relatief milde straf waarbij hij gedurende twee maanden maar een half loon zou ontvangen. Ondanks deze veroordeling voelde Bragg zich niet geroepen om te stoppen met zijn kritische uitlatingen over zijn superieuren.McWhiney, pp. 39–51.

Mexicaans–Amerikaanse oorlog thumb|right|250px|A Little More Grape, Capt. Bragg door N. Currier waarbij Bragg een doorbraak kon verijdelen van het Mexicaanse leger In de zomer van 1845 werd Bragg en zijn artillerie-eenheid naar Texas gestuurd. Daar werd hij onder het bevel geplaatst van generaal Zachary Taylor die Texas verdedigde tegen Mexico. Tijdens de daaropvolgende Mexicaans-Amerikaanse Oorlog kreeg Bragg meermaals een promotie voor moed. Hij werd gebrevetteerd kapitein na het Beleg van Fort Texas in mei 1846, majoor na de Slag bij Monterrey in september en luitenant-kolonel na de Slag bij Buena Vista in februari 1847. In juni 1846 kreeg hij de rang van kapitein in het beroepsleger.

Bragg werd alom gerespecteerd en bewonderd voor de discipline en doorgedreven oefeningen van zijn manschappen enerzijds en voor de nieuwe tactieken met lichte artillerie die hij uittestte en die doorslaggevend waren in verschillende veldslagen tijdens het conflict anderzijds. Het zou na de Slag bij Buena Vista zijn dat hij nationale faam kreeg. Bragg kon net op tijd zijn artillerie opstellen om een numeriek sterkere aanval van de Mexicanen te verijdelen. Hiermee verleende hij ook steun aan de Mississippi Rifles van kolonel Jefferson Davis, de latere minister van oorlog voor de Verenigde Staten en president van de Geconfedereerde Staten van Amerika.Woodworth, Jefferson Davis and His Generals, p. 92; McWhiney, pp. 52–88; Eicher, p. 140. Bragg keerde naar de Verenigde Staten terug als een nationale held. In Californië werd een fort naar hem vernoemd. De burgers van zijn geboortestad Warrenton gaven hem een ceremonieel zwaard cadeau. Het was tijdens een van deze vele huldeblijken dat Bragg Evergreen Plantation in Wallace, Louisiana bezocht. Daar ontmoette hij de 23 jarige Eliza Brooks Ellis, Elise voor de vrienden. Ze was een rijke erfgename van een suikerrietplantage. Ze huwden op 7 juni 1849 in het salon van Ellis plantation.Seebold, Herman Boehm de Bachellé (1941) Old Louisiana Plantation Homes and Family Trees vol. 1. New Orleans: Pelican Press. p. 223 Op 10 september verhuisde het pas gehuwd koppel naar Jefferson Barracks in Missouri. In oktober 1853 verlieten ze met spijt in het hart deze plaats. Braggs nieuwe aanstelling was in Fort Gibson in het Indianenterritorium. Acht maanden later werd hij opnieuw overgeplaatst, nu naar Fort Washita niet ver van de Texaanse grens. De primitieve leefomstandigheden waren niet geschikt voor een gehuwd koppel en zes maanden later vroeg Bragg om verlof. Het koppel keerde terug naar Thibodaux. Bragg reisde naar Washington om aan de minister van oorlog, Jefferson Davis, een overplaatsing te vragen van zijn eenheid. Dit werd echter geweigerd. McWhiney, pp. 108, 118, 121, 136–38.

Op 31 december 1855 nam Bragg ontslag uit het leger. Dit werd officieel goedgekeurd op 3 januari 1856. Samen met zijn vrouw kochten ze een suikerrietplantage ten noorden van Thibodaux Louisiana. Hij bleef zijn reputatie als een man met een sterk gevoel voor discipline en militaire efficiëntie ook getrouw op zijn plantage. Dankzij zijn inzichten werd de plantage al zeer snel winstgevend, ondanks de zware hypotheek die erop rustte. In 1860 was hij ook actief als commissaris voor openbare werken van de staat Louisiana.

Amerikaanse Burgeroorlog

Voor de burgeroorlog was Bragg kolonel in de militie van Louisiana. Op 12 december 1860 benoemde gouverneur Thomas O. Moore hem als lid van een militaire raad die een 5.000 man sterk leger op de been moest brengen voor de staat. Hij nam deze taak op zich alhoewel hij een tegenstander was de afscheiding van zijn staat van de Verenigde Staten. Op 11 januari 1861 voerde Bragg 500 vrijwilligers aan die de overgave van het federaal arsenaal in Baton Rouge afdwongen. Hij werd bevorderd tot generaal-majoor van de militie op 20 februari 1861. Hij had het commando over de troepen rond New Orleans tot 16 april. Op 7 maart werd zijn rang omgevormd naar brigadegeneraal in het nieuw opgerichte Confederate States Army. Hij leidde eenheden in Pensacola, Florida, in Alabama en het Departement of West Florida. Hij werd bevorderd tot generaal-majoor op 12 september 1861. De eenheden die hij trainde, zouden later tot de beste regimenten van het Zuidelijke leger gaan behoren zoals het 5th Georgia en de 6th Florida regimentenWoodworth, Jefferson Davis and His Generals, p. 94; McWhiney, pp. 150–52, 157–73, 190; Hewitt, pp. 113–14; Eicher, p. 141.Confederate Military History, Vol XI, pps. 175–76; OR Series 1 – Vol. 53, Chapter LXV, pps. 230–31, 239–40; NARA Microfilm M861 Roll 11; "Supplement to the Official Records"National Park Service, The Civil War Soldiers and Sailors System Gearchiveerd op 2010-12-03 in de Wayback Machine.

In december vroeg president Davis aan Bragg om het bevel van het Trans-Mississippi Department op zich te nemen, maar Bragg weigerde beleefd. Hij maakte zich zorgen over de slecht uitgeruste en slecht gedisciplineerde eenheden die zich ten westen van de Mississippi bevonden. Ook had hij opnieuw last van een slechte gezondheid. Hij leed aan reumatische aanvallen, had maagklachten en migraine aanvallen, wat waarschijnlijk bijdroeg aan zijn manier van leiding geven. Het commando werd aan Earl Van Dorn gegeven. Bragg stelde een andere strategische aanpak voor. In plaats van ieder vierkante kilometer te verdedigen van de Zuidelijke staten, stelde hij voor om de verschillende eenheden te concentreren om zo een aanval te kunnen uitvoeren tegen de Noordelijke eenheden in Tennessee. In februari 1862 verzamelde Bragg 10.000 soldaten rond Corinth en kreeg hij de verantwoordelijkheid om de al aanwezige eenheden van Albert Sidney Johnston gevechtsklaar te maken.McWhiney, pp. 179, 197–203; Woodworth, Jefferson Davis and His Generals, p. 94.

Shiloh en Corinth

Tijdens de Slag bij Shiloh op 6 en 7 april 1862 voerde Bragg een korps aan en was hij stafchef van Johnston. Na de initiële successen van de verrassingsaanval op de Noordelijke stellingen, kreeg Bragg het bevel om over een 4,8 km lang front op te rukken. Al snel werd zijn aandacht volledig beheerst door de gevechten in het centrum van de slaglinies rond het zogenaamde Hornet’s Nest. Daar vielen de Zuidelijken urenlang frontaal een Noordelijke stelling aan zonder veel vooruitgang te boeken. Nadat de Zuidelijke commandant, Generaal Albert Sidney Johnston, was gesneuveld bij Shiloh nam Generaal P.G.T. Beauregard het commando over. Bragg werd benoemd tot plaatsvervanger van Beauregard. Bragg was ontgoocheld toen Beauregard een aanval afblies tegen de laatste Noordelijke stellingen die hun misschien de overwinning kon bezorgen. Tijdens de tweede dag van de slag hadden de Noordelijken versterkingen gekregen en voerden ze tegenaanvallen uit. De Zuidelijken moesten zich terugtrekken naar Corinth.Daniel, p. 213; McWhiney, pp. 214–15, 235–43, 247.