Miss Marple en haar dertien problemen, ook gekend onder de titel Miss Marple en haar 13 problemen, is een reeks kortverhalen van Agatha Christie. Het werk werd voor het eerst uitgegeven in het Verenigd Koninkrijk in juni 1932 door Collins Crime Club.Chris Peers, Ralph Spurrier and Jamie Sturgeon. Collins Crime Club – A checklist of First Editions. Dragonby Press (Second Edition) March 1999 (p. 14) In 1933 bracht Dodd, Mead and Company het boek uit op de Amerikaanse markt onder de titel The Tuesday Club Murders.John Cooper and B.A. Pyke. Detective Fiction – the collector's guide: Second Edition (pp. 82, 87) Scholar Press. 1994; Uitgeverij Luitingh-Sijthoff bracht in 1956 een eerste Nederlandstalige versie uit.Miss Marple en haar dertien problemen

Het boek bestaat uit dertien kortverhalen met in de hoofdrollen detective Miss Marple, haar neef Raymond West en vriend Sir Henry Clithering. In de eerste zes verhalen organiseert Miss Marple wekelijks in haar huis De Dindagavondclub. Hier kan eender wie aan deelnemen. Bedoeling is dat de deelnemers een mysterieus verhaal vertellen en dat Miss Marple van uit haar stoel het raadsel oplost. In de zes volgende verhalen is Miss Marple te gast bij Sir Henry Clithering waar min of meer hetzelfde wordt gedaan als tijdens De Dinsdagavondclub. In het laatste verhaal vraagt Miss Marple aan Henry Clithering om haar te helpen in het onderzoek naar de dood van een jong meisje.

Verhalen behorend tot De Dinsdagavondclub Enkele mensen zijn op bezoek bij Miss Marple. Elk van hen vertelt een waargebeurd mysterieus verhaal dat alle aanwezigen trachten op te lossen. Miss Marple heeft het in alle gevallen bij het juiste eind. De Dinsdagavondclub Sir Henry start als eerste. Handelreiziger Jones, zijn vrouw en mevrouw Clark krijgen na een diner een voedselvergiftiging waaraan mevrouw Jones sterft. Een hotelmeid leest hierover een artikel in de krant en herkent in meneer Jones een van hun goede klanten. Ze herinnert dat ze onlangs in zijn kamer restanten van vloeipapier vond met daarop enkele woorden zoals "het geld van zijn vrouw", "haar dood" en "honderden en duizenden". De meid start het gerucht dat mevrouw Jones weleens vermoord zou kunnen zijn. Het lijk wordt opgegraven en het slachtoffer blijkt inderdaad met arsenicum te zijn vergiftigd. Kokkin Gladys, die de maaltijd had bereid, beweert dat de drie personen grotendeels hetzelfde aten: kreeft uit blik, brood, kaas en trifle. Voor mevrouw Clark was er een extra nagerecht met maiszetmeel..

Miss Marple komt tot de conclusie dat de zinnen op het vloeipapier niet gericht zijn op mevrouw Jones, maar wel op Gladys. Volgens haar verwijst "honderden en duizenden" naar de kruimels die men op de trifle doet. Meneer Jones heeft deze kruimels vooraf gemengd met arsenicum. Mevrouw Clark heeft niet van de triffle gegeten. Meneer Jones heeft de vergiftigde laag van zijn dessert verwijderd. Sir Henry zegt dat Miss Marple het bij het rechte eind heeft. Gladys werd zwanger van meneer Jones. Meneer Jones beloofde met haar te trouwen zodra zijn vrouw dood was. Daarom overhaalde hij haar om zijn vrouw te vergiftigen. Na haar dood trouwde meneer Jones echter met iemand anders. De baby stierf kort na de geboorte waarop Gladys bekende wat er was gebeurd.

Staven goud Raymond West vertelt het volgende verhaal. Twee jaar eerder was hij tijdens het Pinksterweekend in Cornwall om zijn zakenpartner John Newman te ontmoeten. Newman heeft net de toestemming gekregen om bergings- en onderzoekswerken te doen aan het gezonken schip Spanish Armada. Tijdens een treinrit bespreken Newman en inspecteur Badgworth het mysterie van het schip RMS Otranto dat zes maanden eerder zonk. Het schip had gouden staven aan boord dewelke ofwel in zee zijn verdwenen nadat de romp scheurde ofwel voor de ramp reeds werden gestolen.

De volgende dag bezoeken Newman en West een lokaal café waar landheer Kelvin niet te spreken is over de manier waarop de politie de zaak met de Otranto onderzoekt. 's Maandags spreekt West met de tuinman van Newman, die in de hof de rozen aan het verzorgen is, en komt men tot de conclusie dat West al enkele uren vermist is. Men vindt hem gebonden en met mondprop in een greppel terug. Hij beweert dat hij op het strand mannen zag die hun cargo in een grot verborgen. Zij hebben hem opgemerkt en vastgebonden. Badgworth vindt aan de betreffende grot autosporen terug waarvan de banden overeenkomen met die van de truck van Kelvin. Echter, de nachtverpleegster van Kelvin's buren beweert dat de truck al geruime tijd niet meer uit de garage is geweest. Kelvin werd daarom vrijgesproken.

Volgens Miss Marple is Newman in werkelijkheid een dief en zit deze zelfs momenteel opgesloten in de gevangenis van Princetown na goud te hebben gestolen uit een Londense kluis. Hij heeft de banden van de wagen van Kelvin gestolen en aan een andere wagen gemonteerd. Zijn kompaan is wellicht de tuinman: Pinkstermaandag is een verlofdag en dan werkt de tuinman normaal gezien niet.

De bloedvlek op de stenen Het derde verhaal wordt gebracht door Joyce Lemprière, een amateurschilderes. Op een ochtend was ze in Rathole ter hoogte van een café het pittoreske huis aan de overkant aan het schilderen op linnen doek. Vlak bij haar parkeert een auto met een man, genaamd Denis, en zijn vrouw Margery. Even later stopt een tweede wagen die wordt bestuurd door een vrouw. Denis herkent in deze vrouw zijn oude vriendin Carol die hij sinds zijn jeugdjaren niet meer heeft gezien. Denis stelt voor om een bootje te huren en te roeien naar een grot. Carol heeft waterangst en besluit te voet naar de betreffende grot te gaan. In de namiddag, na een korte rustpauze, keert Joyce terug naar het café om haar schilderij af te werken. Ze merkt aan de gevel het scharlaken badpak op. Ze wordt even afgeleid door een caféklant en merkt dan plots dat ze op haar schilderij, zonder het te beseffen, net enkele rode stipjes heeft getrokken. Tot haar verbazing merkt ze dat er op de gevel van het gebouw ook bloedvlekjes zijn die er 's ochtends niet waren. Denis komt vervolgens uit het café en vraagt aan Joyce en de andere klant of zij Carol hebben gezien. De drie hadden elkaar ontmoet in de grot en spraken daar af om terug samen te komen in het café. Daar is Carol niet gearriveerd en haar wagen staat nog steeds op dezelfde plaats. Niet veel later vertrekken Denis en Margery en merkt Joyce dat de bloedvlekjes op de muur zijn verdwenen. Enkele dagen later leest Joyce in de krant dat het lijk van Margery in zee is gevonden. Ze heeft een hoofdwonde die wellicht is opgelopen door bij een duiksprong te belanden op de rotsen onder de waterspiegel.

Miss Marple merkt op dat het bloed wellicht afkomstig is van het te drogen gehangen scharlaken badpak. Joyce beaamt dit en gaat verder met haar verhaal. Een jaar later kreeg ze een déja-vu aan de oostkust van Engeland. Daar zag ze Denis met een andere vrouw. Niet veel later arriveerde Carol. Denis herkende haar weer als een oude vriendin die hij sinds zijn jeugdjaren niet meer had gezien. Joyce vond dit verdacht en informeerde de politie. De man in kwestie, Denis, is gekend onder vele namen. Hij is in werkelijkheid een koppel met Carol. Denis trouwt met rijke vrouwen om hen niet veel later te vermoorden en zo hun erfenis op te strijken. De dame die Joyce bij vertrek in Rathole zag, was niet Margery, maar een vermomde Carol. Toen Denis haar vroeg waar Carol was, heeft Carol het badpak weggenomen. Daarbij heeft ze de bloedvlekjes op de gevel wellicht opgemerkt en weggeveegd.

De tempel van Astarte Een week later is dokter Pender de eerste aan de beurt om op De Dinsdagavondclub zijn verhaal te doen. Hij werd ooit uitgenodigd op het verkleedbal georganiseerd door sir Richard Haydon en dat ook in diens huis plaatsvond. Al snel waren heel wat mannen onder de indruk van de schoonheid van Diana Ashley, een van de andere genodigden. Tijdens een wandeling in de tuin, welke vol staat met relikwieën uit de steentijd, komt men aan een cirkel met struikgewas. In het midden van de cirkel staat een stenen huisje. Dokter Pender grapt dat hij deze plaats "het authentieke bosje van Astarte" noemt. Diana antwoordt daarop dat dit een geschikte plaats is voor een orgie ter verering van de maangodin. De anderen zijn geschokt.

Later op de avond is Diana verdwenen. Men vindt haar terug op het zomerhuis en stelt zich voor als een priesteres van Astarte. Ze waarschuwt dat niemand dichterbij mag komen. Sir Richard doet dit toch en valt neer. Zij neef Elliot en dokter Symons komen tot de conclusie dat zijn hart is doorboord. Niemand heeft echter ook maar iets van een wapen gezien. Het lijk wordt binnengebracht en de politie wordt opgeroepen. Symons beslist om terug een kijkje te nemen in de tuin. Men vindt hem even later op quasi dezelfde plaats dood terug met een mes in zijn schouder en een bebloed mes in zijn hand. De politie verdenkt Diana van de eerste moord, maar heeft geen verklaring hoe ze de moord zou hebben kunnen gepleegd. Voor de tweede moord heeft ze een alibi.

Volgens Miss Marple struikelde Sir Richard en heeft Elliot toen een mes in zijn hart gestoken. Dat mes verstopte hij in zijn verkleedkleren. Even later deed hij hetzelfde bij Symons. Pender confirmeert dit: vijf jaar later kreeg hij een brief van zijn neef met diens bekentenis.

Motief en gelegenheid Meneer Petherick, een advocaat, start een verhaal over zijn eigen client "Simon Clode". De rijke weduwnaar Simon zijn zoon stierf tijdens de oorlog. Die zoon had een dochter die ook tijdens haar kinderjaren stierf. Daardoor bleef Simon alleen en verbitterd achter. Simon had verder nog een broer, toen reeds overleden, met drie kinderen: Grace, Mary en George. Simon deed regelmatig beroep op de Amerikaanse spiritualiste Eurydice Spragg. Zij hield seances waarin ze de geest van het kleinkind opriep.

Petheric kwam dit laatste te weten en bracht zijn client een bezoek. Hij stelde voor dat Philip, een professor in spiritualiteit, zulke seance bijwoonde. Philip kwam al snel tot de conclusie dat Eurydice een oplichter is. Dat was niet naar de zin van Simon die Philip het huis uitzette. Vervolgens liet hij Petheric komen om zijn testament aan te passen: Grace, Mary en George erven 5000 Britse ponden. De rest gaat naar Eurydice Spragg. Het testament werd ondertekend door Petherick, Simon en twee getuigen. Petheric nam het testament mee om het in een kluis op te bergen.

Twee maanden later stierf Simon. Toen Petheric het testament opende, was het blad volledig leeg.

Miss Marple heeft al snel door wat er was gebeurd: de pen bevatte tijdelijke inkt. Petherick geeft haar gelijk: Philip biechtte later op dat hij de getuigen kende en hen had aangedrongen het testament te laten opschrijven en ondertekenen met de pen die hij mee gaf. Daardoor erfde Eurydice niets meer en ging de erfenis naar de natuurlijke rechthebbenden.

De vingerafdruk van de heilige Petrus Het laatste verhaal dat op "De Dinsdagavondclub" wordt verteld, komt van Miss Marple zelf.

Haar nicht Mabel trouwde op 22-jarige leeftijd met Geoffrey Denman ondanks hij een agressieve man is en er meerdere psychisch gestoorde mensen in zijn familie zijn. Tien jaar later stierf de man. Drie maanden later vroeg Mabel aan haar tante om dringend te komen om de juiste doodsoorzaak te achterhalen. Er wordt geïnsinueerd dat zij Geoffey giftige paddenstoelen liet eten. Volgens de meid en de verpleegster, die de demente vader van Geoffrey verzorgt, is hij gestikt en murmelde hij iets van "vis te hebben gegeten". Er wordt een autopsie uitgevoerd, maar deze is niet sluitend. Wanneer Miss Marple niet veel later in de stad wandelt, ziet ze in een winkel een schelvis met zijn typische zwarte stippen die men in Engeland omschrijft als "vingerafdrukken van de heilige Petrus". Daardoor weet Miss Marple hoe Geoffrey is gestorven.