Het Bergportaal, Latijn: Porticus montis, ook wel Bergpoort of Zuidportaal, is een vroeggotisch beeldenportaal in de Sint-Servaasbasiliek in de Nederlandse stad Maastricht. In feite bestaat het portaal uit een vestibule met drie rijkversierde wanden bij de zuidwestelijke Bergpoort. Het Bergportaal wordt gezien als een belangrijke schakel in de ontwikkeling van het gotische kerkportaal. Het beeldhouwwerk dateert uit de late 12e en vroege 13e eeuw en is daarmee het vroegste voorbeeld van gotische beeldhouwkunst in de Nederlanden.Timmers (1980), p. 94.
Situering Het Bergportaal bevindt zich nabij de zuidwestelijke hoek van de Sint-Servaasbasiliek, aan de kant van het Henric van Veldekeplein. Dit plein ligt op een helling, wat de waarschijnlijke verklaring is van de namen Bergpoort en Bergportaal. Op het plein, dat als plantsoen is ingericht, staat het bronzen standbeeld van Henric van Veldeke. Rondom liggen de Sint-Janskerk en diverse kanunnikenhuizen.
Het portaal is gebouwd tegen de eerste twee traveeën van de zuidelijke zijbeuk van de Sint-Servaaskerk en geeft via enkele aflopende treden toegang tot de kerk. Rechts (oostelijk) van het portaal bevindt zich de gotische doopkapel. Ter linkerzijde, grenzend aan het westwerk van de kerk, ligt een omheind pleintje met de standbeelden van Monulfus en Gondulfus. Hier stond tot eind 19e eeuw het Spijker, de graanschuur van het kapittel van Sint-Servaas.
Geschiedenis Bouw van het portaal thumb|240px|Dwarsdoorsnede. Links het Bergportaal Over het bouwjaar van het Bergportaal bestaat geen zekerheid. In het verleden dateerden kunsthistorici het Bergportaal doorgaans in het tweede kwart van de 13e eeuw; ruim een halve eeuw later dan wat men tegenwoordig aanneemt. De kunsthistorica Elizabeth den Hartog gaat uit van twee bouwperiodes, waarvan de eerste rond 1175 ligt. Het idee van een ontstaan in fasen is niet nieuw en wordt ondersteund door de merkwaardige opbouw van het portaal, waarbij bepaalde delen niet bij elkaar lijken te passen. Zo sluit de latei boven de toegangsdeur niet aan bij de rest van het portaal en lijken de grote beelden aan weerszijden van de deur te hoog en te ver uit elkaar geplaatst. Dat laatste was al in 1934 door Van Nispen tot Sevenaer opgemerkt. In 1977 kwam een onderzoeksteam van het Kunsthistorisch Instituut van de Universiteit van Utrecht eveneens tot de conclusie dat het portaal gedurende meerdere, wellicht drie bouwfasen moet zijn ontstaan. Op basis van bouwhistorisch onderzoek werd geopperd dat delen van het portaal mogelijk uit de late 11e eeuw dateren, de tijd van 'bouwproost' Humbertus.De Jong e.a. (1977), p. 42. Het in 1988 gevonden grafkruis van Humbertus laat weliswaar ruimte voor die mogelijkheid, maar historisch of archeologisch bewijs is er niet.Den Hartog (1994), pp. 199-201.
thumb|left|190px|Eerste bouwfase Bergportaal (in kleur, bij benadering) De eerste bouwfase lag waarschijnlijk rond 1170-80, waarna de bouw vermoedelijk enige tijd stil lag, om kort na 1200 te worden voortgezet en omstreeks 1215 te worden voltooid. In de tussentijd waren de plannen gewijzigd en besloot men het portaal met gebruikmaking van de reeds bestaande delen te vergroten, wat leidde tot een enigszins geforceerd resultaat. Ook vond er waarschijnlijk een wijziging plaats in het iconografisch schema: de oudere voorstellingen lijken te wijzen op een Mariaportaal; de latere op een Christus- of koningsportaal.Timmers (1980), p. 96. Het oorspronkelijke portaal bestond uit de Maria-voorstellingen op de latei en het timpaan, en de twee binnenste archivolten. Ook de lagere delen van de zijwanden lijken tot deze bouwfase te behoren. De latere uitbreiding bestond uit de twee buitenste archivolten, gecombineerd met een verhoging van de poortdoorgang. Om toch tot een eenheid van stijl te komen werd het portaal beschilderd met een blauwgrijze verf, waarvan op alle onderdelen sporen zijn aangetroffen.Den Hartog (2002), pp. 339-343.
Een reden voor de vertraagde realisering van het portaal kan zijn geweest dat het atelier van 'steenmetsen' (beeldhouwers), dat vanwege de bouwhausse bij de Maastrichtse kapittelkerken van 1140 tot 1170 permanent in deze stad gevestigd was, na 1170 elders aan het werk was.Den Hartog (2002), p. 327. Ook was er in deze periode een machtsstrijd gaande tussen de paus en de keizer. De Maastrichtse proosten kozen traditioneel de zijde van de keizer, wat in 1190 leidde tot het min of meer gedwongen aftreden van proost Lotharius van Hochstaden.Den Hartog (1994), p. 210. De voltooiing van het portaal viel mogelijk samen met de (hernieuwde) verloving van keizer Otto IV en Maria van Brabant in 1214 in de Sint-Servaaskerk.
thumb|160px|Het Bergportaal op een 19e-eeuwse lithografie van Alexander Schaepkens thumb|160px|Door Cuypers vernieuwd beeldhouwwerk Beeldenstorm en restauraties Het Bergportaal heeft sterk te lijden gehad van de beeldenstorm in 1566. Zo werden van een groot aantal beelden de koppen afgeslagen. De beschadigingen werden in 1596 hersteld, maar deze restauratie (met gips) werd later betiteld als een "tweede daad van vandalisme".Den Hartog (1994), p. 198. In de 18e eeuw kreeg het portaal een barokke gevel.
Tijdens de algehele kerkrestauratie van 1870 tot 1890 werd onder leiding van architect Pierre Cuypers de barokke buitengevel van het Bergportaal verwijderd. Daarbij werd boven de toegangspoort een gebrandschilderd raam met een voorstelling van het Laatste Oordeel aangebracht.Dickhaut (1990-92), p. 434. De voorliggende straat, die in 1812 aanzienlijk was opgehoogd, werd bij die gelegenheid teruggebracht naar het oorspronkelijke niveau, waardoor men niet langer een tiental treden af hoefde om het portaal te betreden. Dit werd weer deels tenietgedaan door de ontdekking tijdens de restauratie dat de oorspronkelijke vloer bijna een halve meter lager had gelegen, maar ook dit werd hersteld. De op 19e-eeuwse tekeningen herkenbare zerken werden verwijderd en de ruimte kreeg vervolgens een tegelvloer met een labyrint.De Jong e.a. (1977), pp. 183-186.Koldeweij (1984), pp. 150, 152-153. Enige jaren later werd het Spijker afgebroken, waardoor de westzijde van het portaal vrij kwam te liggen.
De inwendige restauratie werd naar plannen van Cuypers in de periode 1884-87 uitgevoerd door het atelier Cuypers-Stoltzenberg uit Roermond. Een aantal zwaar beschadigde beelden werden aangevuld met cement. Het beeld van Sint-Servaas werd voor driekwart vernieuwd en doordat het beeld van Simeon (met het kindje Jezus) niet als zodanig werd herkend kreeg dat het hoofd van Maria. Tevens werd het portaal voorzien van een neogotische polychromie, min of meer gebaseerd op enkele aangetroffen verfresten. Na de Tweede Wereldoorlog stond de Noodkist van Sint-Servaas enkele jaren in het Bergportaal.Kroos (1985), p. 403.
In 1992 is het interieur van het portaal opnieuw gerestaureerd, nadat het exterieur al eind jaren 1980 bij de grote kerkrestauratie onder handen was genomen. Bij de restauratie bleek dat belangrijke delen van het beeldhouwwerk in het verleden op grove wijze waren "hersteld". De beelden van de binnenste archivolt bleken nog het best in hun oorspronkelijke toestand bewaard. Begonnen werd met een proef waarbij een drietal beelden in de archivolten van hun 19e-eeuwse polychromie werden ontdaan. Van de oorspronkelijke polychromie bleek weinig bewaard. De andere beelden werden niet teruggebracht naar hun oorspronkelijke toestand, ook al omdat het restauratieteam in voorgaande fasen van de kerkrestauratie nogal wat kritiek had gekregen op het grotendeels verwijderen van de Cuypers-uitmonstering. Bij het Bergportaal werd daarom gekozen voor herstel van de laat-19e-eeuwse toestand.Dickhaut (1990-92), p. 441.Den Hartog (1994), p. 199.Den Hartog (2002), pp. 332-333.
Beschrijving Architectonische opbouw thumb|320px|Panoramafoto Bergportaal (zijkanten sterk vertekend) Wat gewoonlijk het Bergportaal genoemd wordt, is in feite de vestibule van de Bergpoort. Het bouwwerk is opgetrokken deels in kolenzandsteen, deels in Limburgse mergel. Tussen het met leien gedekte zadeldak en het gewelf bevindt zich een zolderruimte, die daglicht ontvangt via een drietal gekoppelde rondboogvensters met deelzuiltjes in de zuidgevel. Aan de zijde van het Henric van Veldekeplein bevindt zich een grote spitsbogige poortopening. Het onderste deel van de poortopening wordt door twee dubbele zuilen in drieën gedeeld. Aan de buitenzijde bevindt zich een fries met een doorlopende rij kapitelen. De eigenlijke Bergpoort bezit een vergelijkbaar kapitelenfries aan de binnenzijde van de poort (te zien vanuit de kerk).De Jong e.a. (1977), pp. 36, 42.
In het interieur van de vestibule vormen de zijwanden min of meer een eenheid met het eigenlijke portaal in de noordwand van de hal. Het iconografisch programma van het Bergportaal bevat 72 beelden van profeten, koningen, apostelen en heiligen, twaalf halffiguren van engelen en drie reliëfs met scènes uit het leven van Maria. De beelden en reliëfs zijn opgenomen in een architectonisch geheel, opgebouwd uit gebeeldhouwde plinten, lijsten, nissen, zuilen, basementen en kapitelen. De vloer bestaat uit een tegellabyrinth. Het portaalgebouw wordt gedekt door twee rechthoekige kruisribgewelven.
Latei en timpaan Boven de poortdoorgang van de Bergpoort prijkt een spits timpaan, dat gedragen wordt door een latei met reliëfs van ongelijke grootte. De drie reliëfs verbeelden scènes uit het leven van Maria: linksonder het sterfbed, rechtsonder de opwekking en in het eigenlijke timpaan Maria als Koningin van de Hemel. De latei en het timpaan, samen met de twee binnenste archivolten, dateren uit de eerste bouwfase (1170-80). De polychromie dateert uit de tijd van Cuypers, maar is gebaseerd op middeleeuwse verfresten.Van Nispen tot Sevenaer (1926/74), pp. 341-347.Den Hartog (2002), p. 337.
Archivolten De latei en het timpaan worden omgeven door spitsbogige archivolten, waarvan er vier versierd zijn met beelden en de tussenliggende met bladornamentiek. De binnenste archivolt verbeeldt de legendarische stamboom van Sint-Servaas. De figuren moeten van boven naar beneden (en naar buiten toe) worden gelezen, links: Anna, Maria, Jezus en een extra figuur (mogelijk Jozef); rechts: Esmeria, Eliud, Emiu en Servatius.Kroos (1985), p. 321. De figuren van de tweede figuratieve archivolt stellen de twaalf stammen van Israël voor. Op de derde en vierde archivolt zijn koningen van Israël afgebeeld; de vierde archivolt is verder opgevuld met de twaalf kleine profeten. De polychromie dateert ook hier uit de tijd van Cuypers. Twee figuren in de tweede archivolt en één in de derde zijn ontdaan van hun polychromie. De twee binnenste archivolten dateren uit de eerste bouwfase (1170-80). De figuren zijn hier levendiger en gevarieerder dan in het latere beeldhouwwerk; kleine details verlenen aan elk beeldje individualiteit. De buitenste archivolten, die nooit gepolychromeerd zijn geweest, stammen uit de tweede bouwfase (na 1200) en lijken door minder bedreven kunstenaars te zijn vervaardigd.
Zuilen en statues-colonnes