miniatuur|"Vrouwen leren meetkunde". Illustratie aan het begin van een middeleeuwse vertaling van de Elementen van Eucldes (rond 1310 na chr.) Vrouwen hebben vanaf het ontstaan van het wetenschappelijk denken belangrijke bijdragen geleverd aan de wetenschap, maar hebben geregeld barrières van uiteenlopende aard moeten slechten om daartoe te komen.
Vrouwen waren met name bij de geneeskunde al vroeg betrokken. In het oude Griekenland stond ook het bestuderen van natuurfilosofie open voor vrouwen. Vrouwen droegen later onder meer bij aan de alchemie, een protowetenschap die ontstond in de eerste of tweede eeuw na Chr. Tijdens de middeleeuwen waren kloosters een plaats waar vrouwen opgeleid werden, en sommige van deze gemeenschappen gaven vrouwen de gelegenheid om aan wetenschappelijk onderzoek bij te dragen.
In de elfde eeuw werden de eerste universiteiten opgericht. Vrouwen werden aanvankelijk vrijwel uitgesloten van universitaire opleidingen.Whaley, Leigh Ann. In Italië was de houding tegenover een opleiding van vrouwen in de medische richting echter liberaler dan in andere landen. De eerst bekende vrouw ter wereld die een universitaire leerstoel bezette was in 1733 de achttiende-eeuwse Italiaanse wetenschapper, Laura Bassi. In Nederland werd in 1917 botanicus en schimmeldeskundige Johanna Westerdijk aangesteld als de eerste hoogleraar, in België was dat Irène Van der Bracht. Zij werd hoogleraar lichamelijke opvoeding in 1925.
In de negentiende eeuw werden vrouwen doorgaans nog steeds uitgesloten van de meeste wetenschappelijke opleidingen, maar soms werden ze wel toegelaten tot wetenschappelijke verenigingen. Aan het eind van de negentiende eeuw kwamen gemengde opleidingen op die niet alleen banen voor vrouwen opleverden, maar ook meer mogelijkheden voor een wetenschappelijke vervolgopleiding dan in de periode daarvoor.
Marie Curie was in 1903 de eerste vrouw die een Nobelprijs (voor natuurkunde) ontving. In 1911 ontving ze zelfs een tweede Nobelprijs, deze keer voor scheikunde. Beide prijzen hielden verband met haar onderzoek naar Radioactiviteit. Tussen 1901 en 2015 hebben 48 vrouwen een Nobelprijs gekregen waarvan 18 voor de exacte vakken als natuurkunde, scheikunde of fysiologie/geneeskunde.
Geschiedenis Klassieke wereld Dat vrouwen betrokken waren bij de geneeskunde is bekend uit verschillende vroege beschavingen. Een Egyptische, Merit-Ptah (ongeveer 2700 v.Chr.) die in een inscriptie "hoofdarts" wordt genoemd is de vroegst bekende vrouw die wetenschapper was. Agamede werd genoemd door Homerus als vrouwelijke genezer in het Oude Griekenland voor de Trojaanse Oorlog (ongeveer 1194–1184 v.Chr.).
Het bestuderen van de natuurfilosofie stond in het oude Griekenland ook open voor vrouwen. Uit de literatuur bekende voorbeelden zijn Aglaonike, die eclipsen voorspelde en Theano, wiskundige en arts, een leerling van Pythagoras, en mogelijk ook zijn echtgenote. Zij was afkomstig van een school in Crotone die gesticht was door Pythagoras en waar veel andere vrouwen bij betrokken waren miniatuur|Het kleitablet waar Tapputi-Belatekallim op vermeld is. Tijdens de Babylonische beschaving, rond 1200 v.Chr. konden twee parfummaaksters, Tapputi-Belatekallim en .....ninu (het eerste deel van haar naam is verloren gegaan) uittreksels van planten maken door extractie en destillatie. Deze twee vrouwen, die chemische instrumenten en processen gebruikten, zouden gezien kunnen worden als de eerste chemici. Van een fors aantal vrouwen is bekend dat zij belangrijke bijdragen hebben geleverd aan de alchemie. Velen van hen woonden rond de 1st of 2de eeuw na Chr. in Alexandrië, waar het gnosticisme bijdragen van vrouwen mogelijk maakte. De beroemdste vrouwelijke alchemist is Maria van Alexandrië. Zij zou diverse scheikundige instrumenten hebben uitgevonden, zoals de bain marie, zij zou de destillatie-apparatuur uit die tijd verbeterd of zelfs uitgevonden hebben, de kerotakis en de tribikos.
Hypatia (ca. 350–415 na Chr.), dochter van Theon van Alexandrië, was een filosofe, wiskundige en astronome. Zij is de vroegst bekende vrouwelijke wiskundige over wie gedetailleerde informatie bewaard is gebleven. Hypatia schreef verschillende belangrijke commentaren over meetkunde, algebra, en astronomie, stond aan het hoofd van een filosofische school, en onderwees vele studenten. In 415 na Chr. raakte ze verwikkeld in een politieke controverse tussen Cyrillus, patriarch van Alexandrië, en Orestes, de Romeinse gouverneur. Dit resulteerde er uiteindelijk in dat een menigte aanhangers van Cyrillus haar ontkleedde, in stukken scheurde, en de delen van haar lichaam verbrandde.
Middeleeuwen in Europa miniatuur|Hildegard van Bingen
In de middeleeuwen boden vrouwenkloosters vrouwen opleidingsmogelijkheden, maar soms ook de gelegenheid om wetenschappelijk onderzoek te verrichten. Een voorbeeld is de Duitse abdis Hildegard van Bingen (1098–1179 na Chr.). Zij was een beroemd filosoof en botanicus, bekend door vele geschriften, waaronder verhandelingen over verschillende wetenschappelijke onderwerpen. Zij schreef over geneeskunde, botanie en natuurlijke historie (ca. 1151–58). Een andere beroemde Duitse abdis was Hroswitha van Gandersheim (935–1000 na Chr.) die andere vrouwen aanmoedigde om intellectueel te zijn. Toen echter het aantal nonnenkloosters en hun macht steeds groter werd, stond de geheel mannelijke clerus daar niet positief tegenover, met als gevolg conflicten die nadelig waren voor de verdere ontwikkeling van vrouwen. Vele religieuze ordes werden gesloten voor vrouwen en de daarbij behorende nonnenkloosters werden gesloten. Vrouwen werd zelfs de kans ontnomen om te leren lezen en schrijven. Hierdoor werd de wetenschappelijke wereld geheel afgesloten voor vrouwen, waardoor dus ook hun invloed zeer beperkt werd.
In de latere middeleeuwen, vanaf de 11e eeuw, verschenen de eerste universiteiten. Vrouwen werden grotendeels uitgesloten van universitaire studie. Er waren echter enkele uitzonderingen. De Italiaanse Universiteit van Bologna stond bijvoorbeeld vanaf de oprichting in 1088 vrouwen al toe om lezingen bij te wonen. De houding tegenover vrouwen was in Italië liberaler dan op andere plaatsen, met name op het gebied van medisch onderwijs. Men vermoedt dat de vrouwelijke arts Trota van Salerno in de 11e eeuw een leerstoel bezette in de Medische School van Salerno. Zij gaf daar onderwijs aan de vele adellijke Italiaanse vrouwen, een groep die wel aangeduid wordt met de "dames van Salerno". Aan Trota schrijft men diverse invloedrijke geschriften toe over onder andere verloskunde en gynaecologie. miniatuur|Alessandra Giliani bezig met de anatomie van een lijk Dorotea Bucca was een andere vooraanstaande Italiaanse arts. Bucca kreeg in 1390 een leerstoel filosofie en geneeskunde aan de Universiteit van Bologna, die zij meer dan 40 jaar zou bezetten.Howard S. The Hidden Giants, p. 35, (Lulu.com; 2006) (Retrieved 22 August 2007)Brooklyn Museum: Elizabeth A. Sackler Center for Feminist Art: The Dinner Party: Heritage Floor: Dorotea Bucca (Retrieved 22 August 2007)Jex-Blake S (1873) The medical education of women, republished in The Education Papers: Women's Quest for Equality, 1850–1912 (Spender D, ed) p. 270] (Retrieved 22 August 2007) Ten slotte is van een fors aantal andere Italiaanse vrouwen bekend dat zij bijdragen leverden aan de geneeskunde, zoals Abella, Jacobina Félicie, Alessandra Giliani, Rebecca de Guarna, Margarita, Mercuriade (14e eeuw), Constance Calenda, Calrice di Durisio (15e eeuw), Constanza, Maria Incarnata en Thomasia de Mattio.Walsh, J. J. Medieval Women Physicians' in Old Time Makers of Medicine: The Story of the Students and Teachers of the Sciences Related to Medicine During the Middle Ages, ch. 8, (Fordham University Press; 1911)]
Ondanks het succes van sommige vrouwen bestonden er in de middeleeuwen vooral veel culturele vooroordelen tegen de opleiding van vrouwen en hun deelname aan de wetenschap. Zo schreef de zeer invloedrijke christelijke theoloog en filosoof Thomas van Aquino (1225 – 1274) over vrouwen dat zij "mentaal niet in staat waren een positie van gezag in te nemen en te houden". Vrouwen zouden volgens hem ook niet in staat zijn om te redeneren; het was daarom nutteloos om vrouwen onderwijs te geven.
Wetenschappelijke Revolutie (16e en 17e eeuw) In de 17e eeuw was het de uit een aristocratisch milieu afkomstige Margaret Cavendish (1623–1673) die belangrijke wetenschappelijke bijdragen leverde. Ze nam onder meer deel aan enkele van de grote wetenschappelijke debatten in die periode. Hoewel ze niet lid mocht worden van de Engelse Royal Society, mocht ze één keer aan een bijeenkomst deelnemen. Zij schreef een aantal wetenschappelijke werken waaronder Observations upon Experimental Philosophy en Grounds of Natural Philosophy. Zij was daarin met name kritisch tegenover het in deze periode groeiende geloof dat mensen, door hun wetenschappelijk aanpak, de meesters van de natuur waren.
In Nederland werd Anna Maria van Schurman geroemd om haar eruditie. Zij was in 1636 de eerste vrouw in Nederland die college mocht volgen. Zij deed dat aan de Utrechtse Hogeschool, maar alleen vanachter een gordijn. Zij schreef een Latijns gedicht met een lofdicht op de Utrechtse Hogeschool waarin zij de uitsluiting van vrouwen aan universiteiten hekelde. Zij deed daarmee een bijdrage aan het eeuwenlange debat over het vrouwenvraagstuk, de querelle des femmes.
In Duitsland namen vrouwen deel aan verschillende ambachten. Daardoor raakten enkelen van hen betrokken bij onder andere de astronomie. Tussen 1650 en 1710 was 14% van de Duitse astronomen vrouwelijk.Spielvogel, Jackson J. Western Civilization, Volume B: 1300–1815. De beroemdste van hen was Maria Winkelmann. Zij werd opgeleid door haar vader en oom en werd ook door een autodidact op het gebied van de astronomie die in haar omgeving woonde. Toen Winkelmann in het huwelijk trad met Gottfried Kirch, de belangrijkste astronoom van het toenmalige Pruissen, kreeg zij nog meer kansen. Zij werd de assistent van haar echtgenoot bij het astronomisch observatorium in Berlijn, dat werd beheerd door de Duitse Academie van wetenschappen. Zij ontdekte ook in die tijd zelf een komeet. Toen haar echtgenoot overleed, solliciteerde Winkelmann bij de Berlijnse academie voor de functie van assistent astronoom, waarmee zij immers ervaring had. Als vrouw – die bovendien geen universitaire graad bezat – werd zij afgewezen. Leden van de Berlijnse academie waren echter ook bang dat zij een slecht voorbeeld zouden geven door een vrouw in te huren. "Monden zouden openvallen", meenden zij.Schiebinger, Londa (1992). "Maria Winkelmann at the Berlin Academy", in Gendered domains: rethinking public and private in women's history : essays from the Seventh Berkshire Conference on the History of Women. (Ithaca: 1992). 65.
De problemen die Winkelmann had met de Berlijnse academie is een voorbeeld van de hindernissen die vrouwen tegenkwamen om geaccepteerd te worden in de wetenschap. Wetenschap werd in die tijd gezien als bestemd voor mannen. Geen enkele vrouw werd uitgenodigd om lid te worden van de Royal Society in Londen noch voor de Franse Académie des sciences. Dat gebeurde pas in de twintigste eeuw. De meeste 17e-eeuwers zagen vooral het huishouden als taak voor vrouwen, en niet het volgen van een opleiding. miniatuur|Boek van Merian, Verandering van Surinaamse insecten uit 1719