miniatuur|217x217px|Rouwjurk Rouwkleding is kleding die wordt gedragen tijdens een periode van rouw na het overlijden van een familielid, of bij het bijwonen van een uitvaart. Hoewel zowel mannen als vrouwen rouwkleding dragen, zijn er rondom de rouwkleding van vrouwen traditioneel meer en strengere regels.
Veel culturen kennen rouwkleding maar in de Europees-christelijke cultuur zijn er in verhouding veel tradities en gebruiken rondom de kleren die men tijdens de rouw draagt. Hieronder vallen het gebruik van de kleur zwart, het vermijden van glanzende materialen en sieraden, en het dragen van sluiers door vrouwen en rouwbanden door mannen.
Het hoogtepunt van de rouwcultuur in Europa ligt in de 19e eeuw toen er zeer uitgebreide regels waren over hoelang en hoe er gerouwd moest worden. In de eenentwintigste eeuw is het dragen van rouwkleding meestal beperkt tot de periode rond de begrafenis of crematie.
Kenmerken van Europese rouwkleding De Europees-christelijke cultuur heeft in verhouding veel normen en tradities rondom rouwkleding.
In de periode van rouw worden traditioneel verschillende fases onderscheiden. Meestal gaat het om volle rouw, tweede rouw en half-rouw. De eisen die aan de rouwkleding worden gesteld verschillen per fase van de rouw. De indeling in fases, de benaming van die fases en de exacte eisen aan rouwkleding verschillen per land, regio en klasse. Ook verschillende godsdienstige stromingen kennen vaak hun eigen tradities omtrent rouwkleding.
Volle rouw
Tijdens de volle rouw, direct na het overlijden van degene om wie men rouwt, draagt men alleen zwart, geen glanzende stoffen, geen stoffen met ingeweven patronen, geen glimmend leer en niet of nauwelijks juwelen. thumb|Koningin Wilhelmina der Nederlanden in witte rouw, 1934. Zij draagt parels als sieraad.|247x247px
Tweede rouw en half rouw In de tweede rouw mag men glanzende stoffen dragen; de kleding is nog wel helemaal zwart met hooguit enkele witte accenten voor kragen of manchetten. Zwarte sieraden, sieraden met witte stenen en parels zijn in de tweede rouw toegestaan. In de laatste periode van de rouw, de half-rouw, mag men ook de kleuren grijs, wit, zilver, violet en paars dragen, en zijn patronen en dessins in stoffen weer toegestaan.
Mannen, vrouwen en kinderen In principe dragen zowel mannen als vrouwen rouwkleding. In de praktijk zijn de regels voor vrouwen veel strakker en ingrijpender dan voor mannen. In de 19e eeuw droeg een weduwnaar drie maanden een zwart pak; daarna werd van hem alleen verwacht dat hij een rouwband om zijn arm en om zijn hoed droeg. Een weduwe droeg een half jaar zware rouw en vertoonde zich in die periode niet ongesluierd buitenshuis. In totaal droeg een weduwe twee jaar rouwkleding. Ook van kinderen werd verwacht dat ze rouwden. Voor jonge kinderen (tot zes jaar) was witte rouwkleding met zwarte linten of zwart borduurwerk acceptabel. Oudere kinderen droegen echter net als de volwassen zwart.
Witte rouw In uitzonderlijke gevallen droegen ook volwassenen wit als rouwkleding. Dit was de gewoonte van de koninginnen van Frankrijk (deuil blanc - witte rouw). Ook de Nederlandse en Belgische koningshuizen kozen soms voor witte rouwkleding. Een bekend voorbeeld van witte rouw uit de modegeschiedenis is de white wardrobe die couturier Norman Hartnell in 1938 maakte voor de Britse koningin-gemalin Elizabeth. Kort voor een gepland staatsbezoek aan Frankrijk overleed de moeder van de koningin. Het lukte Hartnell de hele pastelkleurige en fleurige garderobe die hij voor dit bezoek had ontworpen in drie weken tijd te vervangen door een versie in het wit, die gepast was voor een koningin in de rouw.
Stoffen, sieraden en accessoires
Stoffen Tot in de 20e eeuw was het gebruik van de stof krip (crêpe) kenmerkend voor Europese rouwkleding. Rouwkleding en hoeden werden met zwarte krip afgezet en er werden sluiers en rouwbanden van gemaakt. Naarmate de rouw vorderde werd er minder gebruik gemaakt van krip. Een andere typische rouwstof was bombazijn. Beide stoffen zijn dof en hebben een sobere uitstraling. Ze werden vooral in volle rouw veel gebruikt, naast wol en mousseline. In de tweede rouw en half-rouw werden ook luxere stoffen als zijde, satijn en fluweel gebruikt. Schoenen mochten ook niet glimmen en werden daarom gemaakt van suède of gemsleer. Zilveren of gouden gespen op schoenen moesten worden vervangen door een zwart exemplaar. Bont mocht tijdens de hele rouwperiode wel gedragen worden, ook bruin of grijs bont.
Sieraden en accessoires Voor de verschillende fasen van de rouw waren speciale sieraden en accessoires nodig. In de eerste fase van de rouw moesten glanzende en glinsterende voorwerpen worden vermeden. Als er in deze fase al sieraden gedragen werden, dan waren het (zwarte) parels of sieraden van doffe git. In latere fases van de rouw kon men ook gepolijst git, onyx en witte stenen (b.v. diamant en maansteen) of paarse stenen (amethist) dragen. Mannen mochten tijdens de rouw geen zilveren of gouden horlogekettingen, dasspelden en (manchet)knopen dragen. Daarnaast waren er rouwsieraden die direct herinnerden aan de overledene, bijvoorbeeld medaillons en miniaturen met afbeeldingen. Haar van de overledene werd verwerkt in broches en armbanden.
Alle accessoires die bij de kleding hoorden, zoals parasols, paraplu's, waaiers en tassen, moesten worden aangepast aan de rouw. Zakdoeken werden afgezet met een zwarte rand.
Rouw en klederdracht miniatuur|262x262px|Kroonprinses (later koningin) Mary van Groot-Brittannië in gala-rouwjurk. Zij draagt parels en een driedelig devant de corsage met witte diamanten. In haar tiara is een zwart rouwlint aangebracht. Zij heeft als accessoires zwarte handschoenen en een zwarte waaier. (1901)In Nederland is rouwkleding het langst gangbaar gebleven in streken waar men klederdracht draagt. Dragers van streekdrachten passen hun kleding aan na het overlijden van een familielid. Daarbij gelden dezelfde principes als voor rouwkleding in het algemeen: de kleding is zwart, glanzende stoffen worden vermeden, evenals sieraden en ornamenten zoals gouden of zilveren oorijzers. Ook wordt de kleding soberder. Grote kanten mutsen worden vervangen door eenvoudigere kapjes. Bij de klederdracht zijn verschillende fases in de rouw zichtbaar; op Marken waren er bijvoorbeeld zeven gradaties van rouw. Men gaat geleidelijk weer ‘uit de rouw’ en brengt dan weer meer kleur in de klederdracht. Bij de klederdracht van Spakenburg zijn er andere gewoonten. Met name aan de karakteristieke kraplap is te zien dat de vrouw in de rouw is. Bij het overlijden van een naast familielid, een echtgenoot, een van de ouders of een kind, wordt jarenlang zwaar gerouwd. In eerste instantie draagt men zwart en naarmate de rouw minder wordt donkerpaars, soms jarenlang. Daarna wordt overgegaan op lichter paars. Iets minder diepe rouw, en ook minder donkere kleuren, worden gebruikt als bijvoorbeeld een oom of tante overlijdt; deze rouw wordt ‘vierljaars rouw’ genoemd. Vierljaars betekent een kwart jaar en deze kleding wordt dan ook ca. drie maanden gedragen. De lichtste rouwkleuren, de "pronkrouw" of "zevenweken rouw," worden gedragen als bijvoorbeeld een neef of nicht overleden is. Het gaat dan om paarse, zwarte of blauwe bloemen op een witte ondergrond. Dit wordt ook gedragen als de zware rouw om een familielid voorbij gaat. Dit alles in tegenstelling tot de vrolijke rode kleuren die in Spakenburg gedragen worden als er geen verdriet is.
Hofrouw en nationale rouw
Hofrouw Behalve bij persoonlijke rouw (als er een lid van de eigen familie was overleden) droeg men ook rouwkleding bij hofrouw en nationale of publieke rouw. Hofrouw werd afgekondigd bij het overlijden van een lid van de koninklijke familie of van een buitenlandse vorst: deze rouwperiode gold voor iedereen die verbonden was met het hof maar ook voor mensen die een bijeenkomst bijwoonden waar een lid van de koninklijke familie aanwezig was. Hofrouw kon enkele maanden tot een jaar duren.
De regels voor hofrouw hadden veel invloed op hoe er in de samenleving werd omgegaan met rouw en rouwkleding. De koninklijke weduwendracht werd in de loop der eeuwen steeds wereldlijker (minder bedekkend) en modieuzer. De manier waarop aan het hof gerouwd werd had grote invloed in de hele samenleving. Bij familierouw kopieerde men de gebruiken bij hofrouw na een sterfgeval in de koninklijke familie.
Het fenomeen hofrouw bestaat nog steeds maar is nu meestal beperkt tot de periode van direct na het overlijden tot kort na de begrafenis, en geldt alleen voor leden van de koninklijke familie en de directe hofhouding. Zo legde de Britse koninklijke familie in 2022 een week na de begrafenis van koningin Elizabeth II hun rouwkleding af.
Nationale rouw Bij nationale rouw werden ook mensen die geen banden hadden met het hof geacht te rouwen, bijvoorbeeld bij het overlijden van de koning of na een dramatische gebeurtenis met consequenties voor het hele land. De rouwbanden die voetballers soms tijdens wedstrijden dragen zijn een van de laatste restanten van deze traditie.
Geschiedenis van rouwkleding in Europa miniatuur|Koningin Victoria en haar kleinkinderen in de rouw om de dood van Alice van Hessen-Darmstadt, haar dochter en hun moeder
Middeleeuwen In de vroege middeleeuwen trokken adellijke weduwen zich meestal terug in kloosters. Zij droegen daar kleding die vergelijkbaar was met die van de nonnen, ook al waren ze niet echt tot de orde toegetreden. Dit werd van lieverlee ook de dracht voor weduwen buiten het klooster. Het gaat dan om een wijd habijt, een kapje dat het haar en het voorhoofd helemaal bedekt en een sluier. Buitenshuis droeg de weduwe een wijde mantel met capuchon of een huik. Behalve zwart droegen de weduwen ook grijs, wit en bruin. Zij droegen deze kleding de rest van hun leven, tenzij ze hertrouwden. Mannen in de rouw droegen een gewaad dat op een monnikspij leek, maar alleen in de periode voor en vlak na de begrafenis.
16e-18e eeuw In de Renaissance ontstond er voor het eerst zoiets als mode. De kleding van weduwen werd iets wereldser maar bleef zeer sober en hield het het hoofd bedekt. Statusbepalend waren de lengte van de sleep, de hoofdtooi en de omvang van de sluiers. Ook de rouwkleding van mannen werd meer modieus.
Tot in de 16e eeuw werden ook andere kleuren dan zwart gebruikt voor rouwkleding. De Franse koningen rouwden bijvoorbeeld in het purper. Er kwamen in deze tijd officiële, door het hof opgelegde regels betreffende kleding en vooral het gebruik van kostbare materialen en accessoires. Hiermee wilde men het verschil tussen de klassen benadrukken en handhaven. Het dragen van rouwkleding viel ook onder deze regels en was in eerste instantie alleen toegestaan aan de adel.
miniatuur|Rouwkleding. Illustratie in het Modetijdschrift Gracieuse uit 1879. De trend dat rouwkleding meer op gewone kleding ging lijken zette vanaf de 17e eeuw door, het eerst in Engeland en Frankrijk. Dit heeft ook te maken met het feit dat van mensen in de rouw, en met name van weduwen, niet meer werd verwacht dat ze zich geheel uit het normale sociale leven terugtrokken. De rouwkleding leek qua model op gewone kleding maar kleur, gebruikte stoffen en accessoires verschillen. In deze tijd ontwikkelden zich ook de basisregels van rouwkleding: het vermijden van glanzende stoffen en sieraden, en zwart als overheersende kleur. Mannen droegen aan hun hoed een lange rouwsjaal die tot hun middel kwam en ook rouwsjerpen en rouwbanden kwamen in gebruik. Vrouwen in de rouw hoefden voor het eerst hun haar niet meer helemaal te bedekken maar waren buitenshuis wel nog steeds gesluierd. Vanaf 1700 gaan ook steeds meer niet-adellijke families rouwkleding dragen. Door de gewoontes van de adel over te nemen toonden ze sociale ambitie en konden ze zich onderscheiden van de lagere klassen. In de eeuwen daarna werd het dragen van rouwkleding voor steeds grotere groepen een sociale verplichting.