Horst (Noord-Limburgs: Hôrs, ter plaatse vaak als Hôrs gespeld) is de hoofdplaats van de gemeente Horst aan de Maas, in de Nederlandse provincie Limburg. Horst telde 13.460 inwoners in 2025 en heeft een regionale centrumfunctie voor de dorpen binnen de gemeente. Horst geniet bekendheid door de champignonteelt. In Horst wordt ongeveer de helft van de totale Nederlandse opbrengst aan champignons geproduceerd.
Horst ligt aan de A73 en ligt circa 10 km ten zuiden van Venray en 12 km ten noorden van Venlo. In het zuiden ligt het spoor tussen Venlo en Eindhoven. Hier deelt Horst samen met Sevenum het station Horst-Sevenum. In Horst wordt het Horster dialect nog veel gesproken.
Etymologie In de vroege middeleeuwen heette de plaats Berkele. Het is onbekend waarom deze naam veranderd is in Horst. De naam Berkele is nog wel terug te vinden in straatnamen en namen van gebouwen. De naam 'Horst' heeft meerdere betekenissen. De volgende kunnen worden toegepast op de omgeving van Horst. Betekenissen:
een hoger gelegen stuk beboste grond in een moerassig gebied. een gevlochten vogelnest (aardelaarsnest). laag struikgewas of nat struikgewas.
Geschiedenis De geschiedenis van het huidige gemeentegebied wordt beschreven in: Horst aan de Maas.
Prehistorie en Oudheid Restanten van kampplaatsen uit de jongste periode van de Oude Steentijd (ca. 8000 jaar voor het begin van de jaartelling) bewijzen dat de zogenaamde nomadische rendierjagers op het einde van de laatste IJstijd de toenmalige uitgestrekte kille en karige toendra's, op het gebied waar nu Horst ligt, bezochten. Aan de westgrens van de gemeente zijn sporen van deze kampementen gevonden. Uit de Middensteentijd, waarin vuurstenen werktuigjes werden gebruikt, zijn ook vindplaatsen van voorwerpen bekend. Toen de mens de revolutionaire stap van jager naar landbouwer zette (4000-2000 jaar voor het begin van de jaartelling), veranderden ook zijn werktuigen. Uit deze tijd zijn enkele glad gepolijste bijlen gevonden. Uit de Bronstijd zijn een klein aantal grafheuvels bekend. Onder deze heuvels werden de doden bijgezet. Uit de hierop volgende IJzertijd (700 jaar voor het begin van de jaartelling) zijn bewoningssporen teruggevonden. Verbranding van overledenen is vastgesteld in de buurt van de Kasteelse Bossen. Hier werd omstreeks 1945 een urnenveld ontdekt dat dateerde uit de Vroege en Midden IJzertijd (ca. 700-500 jaar voor het begin van de jaartelling). Er werd onder andere een zogenaamde Kalenderberg-urn opgegraven. Deze urn, versierd met prachtig geometrisch reliëf, is nu, evenals vele andere voorwerpen, te zien in de Oudheidkamer van Horst. Sporen van bewoning uit de Romeinse Tijd werden bij de meest recente opgravingen in het jaar 2000 gevonden. De personen die na de Romeinse tijd en de Volksverhuizing in de streek leefden, werden in de zesde en zevende eeuw tot het christendom bekeerd.
Middeleeuwen In de 11e eeuw bestond er een kerkje, dat in 1219 geschonken werd aan de Abdij van Averbode. De staatkundige verhoudingen van Horst zijn vóór de dertiende eeuw erg vaag. Vast staat dat Horst een hoge heerlijkheid was met een hoge rechtspraak, dat wil zeggen dat ook "halsmisdrijven" in Horst konden worden berecht. De schepenen van Horst worden voor het eerst genoemd op 8 mei 1345. In 1356 werden de rechten van de Heerlijkheid Horst bevestigd. Deze behoorde tot het Land van Kessel, en zeker vanaf 1400 was Huys ter Horst de zetel van de ambtman van dit land, die namens de Hertog van Gelre de dorpen en het gebied bestuurde. In de middeleeuwen lag Horst betrekkelijk veilig tussen Peel en Maas. Het is merkwaardig dat in het gebied rond Horst geen plaatsen voorkomen met stadsrechten, of plaatsen die omwald of ommuurd zijn geweest. Al vroeg bestonden in het gebied dat nu de gemeente Horst aan de Maas omvat, zelfstandige gemeenten met een eigen schepenbank. De schepenen waren belast met de rechtspraak, zowel burgerlijk als strafrechtelijk. Bovendien vervulden ze bij het besturen van de gemeente een belangrijke rol. De schepenen spraken recht volgens het oude gewoonterecht dat mondeling werd overgeleverd. Later werden deze gewoonterechten opgetekend en ten slotte vastgelegd in het "Gelders Land- en Stadrecht van het Overkwartier van Roermond" (1620). Horst was ten slotte ook een heerlijkheid. Aan het hoofd van een heerlijkheid stond een "heer" die "heerlijke" rechten had. De heer had bijvoorbeeld het recht om schepenen te benoemen. De heer, of zijn plaatsvervanger de scholtis, trad op als rechtsvorderaar, met name als aanklager in strafzaken. De heer had recht op een deel van de opgelegde boeten. In Horst vallen het gebied van gemeente, schepenbank en heerlijkheid samen. Vandaar dat deze drie begrippen dikwijls door elkaar werden gebruikt.
1500 tot nu miniatuur|De verwoeste kerk in 1944|240x240px In het begin van de zestiende eeuw kwam de Heerlijkheid Horst in het bezit van de Kleefse familie Van Wittenhorst. Horst was in die tijd een centrum van linnennijverheid en kreeg daarom in 1501 het recht om jaarlijks twee jaarmarkten te houden. Het eerste raadhuis werd in 1633 gebouwd. Omstreeks deze tijd was Horst een belangrijke pleisterplaats aan de weg van Cuijk naar Venlo. In 1648 behoorde Horst tot Spaans Gelre en in 1713 tot Pruisen. In 1729 was er een grote brand in Horst. Er is een "beestengeld" lijst van de heerlijkheid Horst uit 1749 bewaard gebleven waarop men kan zien wie er woonde en hoeveel vee ze hadden
Lyste van het Beesten-Geld der Heerlyckheydt Horst voor den jaere 1749 +GebiedAantal gezinnenAantal koeienAantal runderenAantal schapenEijkelen bosch9221657Melderslo173838155Hegelsom329052349Berckel761294164Middelick6712525129Meeterick4311666458Schadijck143827176Oostenrijeck307644181 Vanaf 1815 behoorde Horst tot de Verenigde Nederlanden. Tijdens de Belgische Revolutie was het gebied omstreden, maar middels het Verdrag van Londen van 1839 kwam het definitief aan Nederland. De maatschappelijke veranderingen die zich in de 19de eeuw en in de eerste helft van de 20ste eeuw hebben voltrokken, zijn groot. Aanvankelijk werden de uitoefening van de landbouw en de ambachten op de oude voet voortgezet, maar langzaam aan kwamen er veranderingen op gang die het hele leefpatroon zouden wijzigen. Bij de officiële ingebruikneming van de eerste stoommachine in Noord-Limburg in de molen van Frans Beuijssen op 22 oktober 1850 speelde de Harmonie van Horst. De Koninklijke Harmonie van Horst is de oudste, nog bestaande, vereniging van Horst. Deze is opgericht in 1817. Op dat ogenblik, men was het zich toen niet bewust, werd in feite een nieuw tijdperk ingeluid: de industrialisatie van Noord-Limburg. De fabrieken zouden aan de werkloosheid en de armoede een einde maken.
In 1850 telde Horst 3331 inwoners die grotendeels leefden van de landbouw. Er waren 545 huizen, 200 weeftoestellen, 3 blauwververijen, 3 brouwerijen, 2 hoedenfabrieken, 1 leerlooierij, 1 orgelmakerij, 2 stroopmakerijen, 2 windmolens en 1 stoommolen. De Molen Op de Laak, een windkorenmolen uit 1893, werd gebouwd met woonhuis en brouwerij. Er waren twee openbare scholen. In Horst was een lagere school en een Franse school.
In de Tweede Wereldoorlog werd de kerk van Horst verwoest, die in de jaren erna herbouwd is. Horst breidde zich na de oorlog uit in het noorden, en later in het oosten. Vanaf 2005 breidt Horst zich uit aan de westzijde, door middel van nieuwbouwwijk De Afhang. Deze, deels nog te bouwen wijk, zal uiteindelijk plaats moeten bieden aan 550 woningen.
Tot 2001 was Horst een zelfstandige gemeente. In dat jaar fuseerde Horst met de buurgemeenten Broekhuizen en Grubbenvorst tot Horst aan de Maas.
Economie Horst heeft een belangrijke functie in de regio, het is de belangrijkste plaats in de gemeente. Horst heeft het grootste winkelgebied van de gemeente, en trekt zodoende bezoekers uit binnen en buiten de gemeente. Echter trekt het Horster centrum vooral bezoekers uit de eigen gemeente. De oorzaak hiervan is de aanwezigheid van grotere plaatsen in de nabije omgeving zoals Venlo en Venray. De bezoekers van buiten de gemeente zijn veelal toeristen die afkomen op bijvoorbeeld het Aardbeienland, attractiepark Toverland of een van de musea in Horst, en overnachten in het Parkhotel of een van de vele campings in de regio. Ook wordt de regio veel bezocht door dagjesmensen uit Duitsland, dit is logisch gezien de ligging. Daarnaast heeft de plaats internationaal naam gemaakt door de champignonteelt. In Horst wordt ongeveer 50 procent van de totale Nederlandse champignonproductie geproduceerd. De omgeving van Horst wordt gekenmerkt door intensieve glastuinbouw. In Horst zijn ook enkele grote bedrijven gevestigd op een van de industriegebieden, waaronder een fabriek van tractorfabrikant John Deere.
Natuur en landschap miniatuur|220x220px|Kasteelruïne Huys ter Horst Horst ligt nabij de vallei van de Groote Molenbeek, op hoge zandgrond. De hoogte bedraagt ongeveer 24 meter. Vanuit het westen komt de Kabroeksebeek, die door Horst loopt en vervolgens, nabij de Kasteelse Bossen, in de Groote Molenbeek uitmondt. De Groote Molenbeek passeert de kerkdorpen Tienray en Meerlo waarna het uitmondt in de Maas bij Wanssum. De naam van de Kasteelse Bossen is sinds 2009 veranderd in Kasteelpark Ter Horst. De naam verwijst naar het voormalig kasteel Huys ter Horst (zie foto). Op het kasteelpark zijn veel recreatieve mogelijkheden. Men kan er sporten, vissen en wandelen. Ook is er een zandstrand aanwezig. Rondom het kasteelpark wordt ook enkele keren per jaar een grote rommelmarkt gehouden.
Ten noordwesten van Horst ligt het grootste natuurgebied in de omgeving: de Schadijkse bossen (in de richting van Meterik). De bossen hebben een oppervlakte van 525 ha.
De omgeving van Horst wordt gekenmerkt door, vaak intensieve, landbouw, waaronder grootschalige champignonteelt en glastuinbouw.
In het zuidoosten vindt men nog natuurgebied de Reulsberg, een voormalig heide- en stuifzandgebied en tegenwoordig vooral naaldbos. De Reulsberg is een populair wandelgebied.
Cultuur en recreatie Bezienswaardigheden miniatuur|Kasteelruïne Huys ter Horst, begin 20e eeuw. De kasteelruïne van Huys ter Horst met het voormalig landgoed Kasteelse Bossen. Waarschijnlijk zijn de eerste delen van het kasteel in 1326 gebouwd. Echter stelde het gebouw in die tijd nog niet veel voor. Waarschijnlijk waren het enkele muren, met daaromheen een gracht. In de 13e, 14e en 15e eeuw is het kasteel uitgebreid met een toren, boerderij, kasteelpoort en een hofje. In 1579 werd het kasteel geplunderd en gedeeltelijk verwoest door rondtrekkende soldaten. In 1660 kreeg het kasteel een nieuwe bewoner en werd het kasteel grondig verbouwd, vergroot en opgeknapt. De laatste grootte aanpassingen aan het kasteel dateren uit de 18e eeuw. In 1791 kwam het kasteel onder de hoede van Frans Clemens. Onder zijn gezag begon geleidelijk het kasteel te vervallen en werd het uiteindelijk onbewoonbaar. In 1842 werden hierdoor grote delen gesloopt. In 1950 werd het kasteel overgedragen aan Staatsbosbeheer. In 1961 kwam het Huys ter Horst via ruil in handen van de gemeente Horst. Tussen 1969 en 1976 werden er opgravingen gedaan in en rondom het kasteel. In 2003 werd een deel van het kasteel hersteld, en werd het toegankelijk voor toeristen door middel van een uitzichttoren. De gemeente is tot op de dag van vandaag nog bezig met het gedeeltelijk herbouwen van het kasteel. miniatuur|Sint-Lambertuskerk, in 1995