thumb|Lex-Van Oven (1956) De motie-Tendeloo werd in 1955 in de Tweede Kamer aangenomen. De motie werd ingediend door Corry Tendeloo en had tot doel het arbeidsverbod voor gehuwde vrouwen, op grond waarvan huwende vrouwen werden ontslagen uit overheidsdienst of als onderwijzers, af te schaffen. Een jaar later werd de handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw opgeheven.

Tot de wetswijziging in 1956 was een gehuwde vrouw in Nederland niet handelingsbekwaam. Dat betekende dat gehuwde vrouwen niet zelfstandig een overeenkomst konden afsluiten. Alleen met medewerking van de man/echtgenoot kon een vrouw rechtshandelingen verrichten. Als zij – minder juridisch uitgelegd – eigen inkomsten had uit een arbeidsovereenkomst, moest ze ontslag nemen bij haar werkgever, zodra ze huwde. Dit was een algemeen gebruik, omdat men de vrouw allereerst als moeder van haar toekomstige kinderen beschouwde. Vandaar dat de meerderjarige ongehuwde vrouw wel handelingsbekwaam was.

De motie-Tendeloogenoemd naar de indiener Corry Tendeloouit 1955 was een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van de vrouwenarbeid in Nederland. Deze motie keerde zich tegen een nieuw Koninklijk Besluit dat het verbod op arbeid van gehuwde vrouwen bij de overheid bevestigde. De tekst was kort en krachtig:

Een zeer kleine meerderheid, 46 tegen 44, stemde voor. Daaronder waren alle vrouwelijke Kamerleden.Tweede Kamer tegen ontslag van gehuwde vrouw; Motie-Tendeloo aangenomen, Algemeen Dagblad d.d. 23 september 1955 via Delpher

De regel van handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw werd in 1956 bij de wet Lex-Van OvenEen wetsvoorstel vernoemd naar minister van Justitie Julius Christiaan van Oven. afgeschaft tijdens het Kabinet-Drees III.

Categorie:Arbeidsrecht in Nederland Categorie:Ambtenaar Categorie:Feminisme in Nederland