Evelina, or the History of a Young Lady’s Entrance into the World is een komische briefroman van Frances Burney uit 1778 en was haar literaire debuut. Het boek is een satire op de sociale conventies van de Britse maatschappij in het midden van de 18de eeuw en in het bijzonder op de destijds heersende opvattingen omtrent sociale klasse en gender. De roman was een onmiddellijk succes en vestigde Burneys reputatie als auteur. Ze schreef het boek buiten het medeweten van haar vader, musicoloog Charles Burney, met wie ze een bijwijlen stroeve verstandhouding had en aan wie Evelina werd opgedragen.

Na Evelina schreef Burney het toneelstuk The Witlings, dat werd goedgekeurd door Richard Brinsley Sheridan doch uiteindelijk nooit werd opgevoerd door toedoen van haar vader, die bezorgd was dat het een publiek schandaal zou uitlokkenVivien Jones (2002), ‘Introduction’, in: Frances Burney (1778), Evelina, or the History of a Young Lady’s Entrance into the World. Edited by Edward A. Bloom. With an Introduction and Notes by Vivien Jones. Oxford: Oxford University Press 2002, blz. ix. – het theater gold in de 18de eeuw als een veeleer onbetamelijk medium voor vrouwelijke schrijvers. Als gevolg hiervan wijdde Burney zich opnieuw aan het schrijven van romans; er zouden nog de romans Cecilia, Camilla en The Wanderer volgen. Van deze romans is haar debuut Evelina door de eeuwen heen het populairst gebleven. Dat Burney echter liever toneelauteur ware geweest, komt tot uiting in haar dialogen, die een breed spectrum aan stijlregisters en idiomen bestrijken.

Achtergrond thumb|Ranelagh Gardens, de 18de-eeuwse Londense lusttuin Burney stuurde het eerste van de drie boekdelen van Evelina in december 1776 naar de uitgever Thomas Lowndes. In die periode stond haar vader hoog in aanzien als muziekhistoricus, en Frances was grootgebracht met een grote waardering voor de opera en de Italiaanse muziek, alsook voor het serieuze theater zoals vertolkt door David Garrick, die een vriend van Charles Burney was en in 1776 met pensioen ging. Theater gold overwegend als een amusementsvorm voor de lagere en middenklasse, terwijl opera een elitairder publiek trok: van deze tegenstellingen maakt Burney in haar roman gebruik om de mentaliteit en omgangsvormen van de verschillende klassen tegen elkaar uit te spelen. De aristocratische kringen van Lord Orville en Lady Howard contrasteren scherp met de nuchtere handelaarsmentaliteit van het gezin Branghton; zij frequenteren dan ook andere etablissementen en koffiehuizen. De theehuizen, schouwburgen, opera’s, taveernes en balzalen die in Evelina vermeld worden, bestonden daadwerkelijk en trokken een uiteenlopend cliënteel, afhankelijk van hun ligging in een mondaine dan wel alledaagse buurt van de hoofdstad.

Een ander contrast is dat tussen de stad en het platteland: Evelina’s pleegvader, dominee Villars, cultiveert de rurale idylle van een teruggetrokken bestaan in het landelijke Berry Hill. Voor hem is Londen niets dan een oord des verderfs, waarin zijn pleegdochter aan talloze gevaren wordt blootgesteld. In Londen waren ten tijde van Burney meerdere lusttuinen met exotische attracties, die een uiteenlopend publiek aantrokken: Ranelagh Gardens mikten op de hogere klassen, terwijl Vauxhall Gardens zowel door de aristocratie en de middenklasse als door prostituees werden aangedaan, die zich als voorname vrouwen kleedden.

Frances Burney bracht enkele correcties in de proefdruk van 1778 aan, die in een blad met errata werden opgenomen. Het daaropvolgende jaar volgde een tweede editie, en een derde in 1779, toen eveneens een Duitse vertaling verscheen. Tussen 1780 en 1785 kwam tevens een Nederlandse vertaling in omloop. Gedurende Burneys leven verschenen ten minste achttien edities.Jones en Bloom, blz. xxxv Het boek kreeg in 1778 positieve recensies in zowel de Monthly Review als de Critical Review. In dat jaar geraakte Burney bevriend met Hester Thrale en Samuel Johnson.ibid., blz. xli

Narratief karakter De satire in Evelina speelt enerzijds met het concept van ‘goede manieren’ en anderzijds met modegrillen. Het personage kapitein Mirvan is een sadistische bruut met een diepgewortelde haat voor alles wat Frans is: hij valt dan ook zwaar uit de toon in een gezelschap dat een schijnheilige façade van gecultiveerdheid ophoudt en dweept met de Franse cultuur die in de 18de eeuw toonaangevend was. De kapitein is niet bijster geletterd maar extreem rechtuit en verafschuwt pruiken, mooie kleren en fijne manieren, die hij als nutteloos en verwijfd beschouwt. In het derde deel van de roman wordt zijn plaats ingenomen door Mrs Selwyn. Zij is buitengewoon intelligent en kent de codes van de high society maar riduliseert deze voortdurend met sarcastische opmerkingen. Dergelijk gedrag gold echter als ‘onvrouwelijk’.Jones, blz. xxxii

Als jonge, aantrekkelijke vrouw wordt Evelina voortdurend achternagezeten door talloze mannen die haar avances maken; door haar afgeschermde opvoeding begrijpt zij dit echter niet. Gaandeweg wordt ze minder naïef en begint ze in te zien dat adeldom geen garantie voor eerlijkheid biedt. Sir Clement Willoughby is een elegante mooiprater die haar in wezen tracht aan te randen, terwijl Lord Merton in gezelschap doet alsof hij haar niet kent en haar poogt te verleiden wanneer hij alleen met haar is. Evelina schaamt zich dikwijls: ze heeft een sterk bewustzijn van betamelijkheid en maakt zich zorgen omtrent gezichtsverlies in de ogen van Lord Orville, wanneer hij haar per toeval in het plebejische gezelschap van de Branghtons ontmoet.

De personages onderscheiden zich vooral door hun taalgebruik. De meeste aristocraten spreken in welluidende volzinnen, terwijl het gezin Branghton alledaagse omgangstaal bezigt. Kapitein Mirvan praat hoofdzakelijk in een zeemansjargon vol relatief obscure uitdrukkingen, Madame Duval, die zich graag een Frans imago aanmeet, spreekt gebroken Engels en heeft problemen met de trappen van vergelijking en de verleden tijd. Dominee Villars schrijft sentimentele brieven in een plechtige stijl en spreekt Evelina met het familiaire thou en thee aan.

Evelina breekt op ironische wijze met de sentimentalistische traditie van Samuel Richardson: de heldin gaat niet ten onder door de nefaste invloed van haar omgeving en haar turbulente gevoelsleven, maar bejegent haar belagers met afstandelijkheid in een reeks komische incidenten, die uiteindelijk, zonder emotionele uitspattingen, tot een bevredigende ontknoping leidt.

Verhaal

Als protagonist is Evelina de voornaamste briefschrijver in de roman. Het leeuwendeel van haar brieven is aan haar pleegvader Arthur Villars op het landgoed Berry Hill gericht. Bij tijd en wijle antwoordt Villars haar, meestal om haar te waarschuwen of beleren. Kortere brieven worden onder anderen door Lady Howard, Sir John Belmont en Mr Macartney geschreven.

Eerste boek thumb|De balscène (illustratie uit 1906) Lady Howard schrijft aan Arthur Villars dat ze bericht van Madame Duval vanuit Frankrijk heeft ontvangen, de grootmoeder van Evelina. Evelina staat tot haar achttiende jaar onder Villars’ voogdij, maar Duval wil haar kleindochter naar Parijs meenemen om haar een betamelijke, wereldse opvoeding te schenken. Evelina’s moeder is onder de hoede van Villars overleden en haar vader, Sir John Belmont, is ervandoor gegaan zonder zijn verantwoordelijkheid op te nemen. Evelina’s grootvader, wijlen Mr Evelyn, die met Madame Duval gehuwd was, had Villars op zijn sterfbed verzocht zich over Evelina te ontfermen. Hierdoor heeft de dominee haar als zijn eigen dochter op het platteland in Dorset grootgebracht. Lady Howard stelt voor, Evelina enkele maanden naar Londen te sturen in het gezelschap van haar dochter, Mrs Mirvan, opdat ze een stukje van de wereld kan zien. Met tegenzin stemt dominee Villars hiermee in.

Evelina trekt eerst naar Howard Grove, het landgoed waar Lady Howard met haar dochter en kleindochter woont. Haar dochter krijgt algauw bericht dat haar echtgenoot, kapitein Mirvan, na zeven jaar terug in aantocht is. Het gezelschap wil naar Londen trekken om hem te ontvangen, en Evelina mag mee. Ze is laaiend enthousiast wanneer ze David Garrick in het Drury Lane Theatre de rol van Ranger in The Suspicious Husband van Benjamin Hoadly ziet spelen. Evelina gaat om voorname kleren winkelen met Maria, Mrs Mirvans dochter, en ze laten hun haar opsteken in hoge kapsels om, zoals Evelina het uitdrukt, zich te Londeniseren.

Op een bal brengt Evelina zichzelf in de verlegenheid. Ze wijst een man af die een menuet met haar wil dansen, maar aanvaardt even later het aanbod van Lord Orville: dit is volkomen tegen de regels. Wanneer een dame een man als danspartner afwijst, is het zeer onbeschoft later met een andere man te dansen. Lord Orville gedraagt zich als een heer en begeleidt haar naar haar koets. Een andere gegadigde op het bal, Sir Clement Willoughby, heeft Evelina in de gaten gekregen en informeert zich achteraf bij Lord Orville omtrent het incident, hetgeen door Maria wordt afgeluisterd. Lord Orville beschouwt Evelina als een eenvoudig, naïef meisje zonder kwade bedoelingen. De door haar afgewezen man blijkt nadien Mr Lovel te heten.

Evelina gaat naar een Italiaanse opera kijken, die haar zeer bekoort, en ’s anderendaags trekt het gezelschap voor het vertier naar Ranelagh Gardens. Ze bezoekt eveneens een opvoering van King Lear, ontmoet kapitein Mirvan, die ze zeer onaangenaam vindt, en trekt nogmaals naar de opera. Sir Clement Willoughby vraagt Evelina ten dans tijdens een ridotto, een modieuze danspartij: ze tracht hem er vergeefs van te overtuigen dat ze reeds een danspartner heeft, en wederom redt Lord Orville haar uit de verlegenheid. thumb|Kapitein Mirvan vernedert Madame Duval (illustratie uit 1906) Puur toevallig ontmoet Evelina haar grootmoeder, de verfranste mevrouw Duval, wanneer het gezelschap in de regen op een koets moet wachten. Er ontstaat meteen een gewelddadig conflict tussen haar en kapitein Mirvan, die alles wat Frans is hartgrondig veracht en verafschuwt. Madame Duval, wier echtgenoot drie maanden geleden gestorven is, is vastberaden Evelina met haar mee naar Frankrijk te nemen. Mrs Mirvan en de kapitein besluiten nog wat langer in Londen te vertoeven. ’s Anderendaags bezoekt Madame Duval het huis van de Mirvans en brengt haar metgezel Monsieur Du Bois mee, tot de onmetelijke ergernis van de kapitein. Ook Sir Clement Willoughby brengt hun een bezoek, en die avond gaan ze met zijn allen naar Ranelagh Gardens, alwaar ze Lord Orville ontmoeten. Madame Duval en kapitein Mirvan bekvechten hier onophoudelijk over wie de beste natie is, de Engelsen of de Fransen, en Sir Clement praat vooral de kapitein naar de mond, omdat hij ziet dat hij aan de zijde van Evelina staat (al is dit louter om Madame Duval te tergen). Eensklaps barst een enorm onweder los: iedereen zoekt zo snel mogelijk een vrije koets om terug naar huis te keren. Een van de koetsen krijgt pech, Sir Clement maakt van de gelegenheid gebruik om Evelina in zijn armen te dragen en Madame Duval en Monsieur Du Bois geraken in de chaos verloren; uiteindelijk komt het tweetal aan, doorweekt en met modder bespat. De kapitein lacht hen uit, en Madame Duval ziedt van razernij en spuwt hem in het gelaat, waarop een handgemeen ontstaat. Madame Duval heeft sterk het vermoeden dat iemand Monsieur Du Bois, die haar droeg, uit het raam van de koets geduwd heeft.

Met een zware verkoudheid moet Madame Duval in bed blijven, en ze ontbiedt haar neef met zijn zoon Tom en zijn dochters Biddy en Polly naar haar huis, teneinde hen aan Evelina voor te stellen. Dit is het gezin Branghton: vader Branghton is zilversmid op Snow Hill. Hij is niet dom, maar heeft weinig oog voor kunst en heeft nog nooit een opera bezocht. Zijn drie kinderen zijn levendig en eerlijk, maar oppervlakkig en niet bijzonderlijk belezen.