Sinds de jaren 1960 is er een Kaapverdiaanse gemeenschap in Nederland. Ze bestaat uit ongeveer 23.000 tot 35.000 personen en is voornamelijk geconcentreerd in Rotterdam en daar vooral in de deelgemeente Delfshaven.
Kaapverdianen hebben het imago een 'stille migrantengroep' te zijn. Ze mengen zich niet veel met andere bevolkingsgroepen en trekken weinig de aandacht.
Op sociaal vlak nemen Kaapverdianen in veel opzichten een middenpositie in. Qua onderwijs, werkloosheid, inkomen en dergelijke, doen zij het beter dan andere migrantengroepen, maar minder dan autochtonen.Een beknopte historische schets met aandacht voor de cultuur in , 'Kaapverdië - De morna op het Pleintje der Gebrokenen', in Zwarte pracht; Cultuur uit de voormalige Nederlandse koloniën. Amsterdam: Uitgeverij Van Oorschot, 2025, p. 293-298, .
Kaapverdië
thumb|De locatie van Kaapverdië Kaapverdianen zijn de inwoners van Kaapverdië, een land bestaande uit een eilandengroep in de Atlantische Oceaan, voor de westkust van Afrika, ter hoogte van Senegal.
De eilanden waren onbewoond tot het door de Portugezen ontdekt werd in de 15de eeuw. Kaapverdië werd een Portugese kolonie en een belangrijk knooppunt voor de trans-Atlantische slavenhandel. Het bleef onder Portugese heerschappij tot het in 1975 onafhankelijk werd.
De bevolking van Kaapverdië bestaat voornamelijk uit mensen met gemengde Europese/Afrikaanse afkomst. Daarnaast bestaan er ook nog kleinere groepen van mensen met (bijna) uitsluitend Afrikaanse of Europese afkomst. De officiële taal van Kaapverdië is het Portugees. Bijna alle Kaapverdianen hebben echter als moedertaal een op het Portugees gebaseerde creooltaal, het Crioulo. De overgrote meerderheid (93%) van de bevolking is katholiek, de resterende 7% zijn protestants.
Kaapverdië is een van de meest ontwikkelde landen in Afrika. Desondanks is het een van de armste landen ter wereld. Het CIA World Factbook schatte dat in 2000 30% van de bevolking onder de armoedegrens leefde.
Migratiegeschiedenis Eerste fase Tijdens de 19de en het begin van de 20ste eeuw migreerden Kaapverdianen hoofdzakelijk naar Amerika. De eerste Kaapverdianen kwamen naar Nederland in de jaren 1950. Het waren voornamelijk jonge mannen van de Barlavento-eilanden die op Nederlandse schepen werkten. Nederlandse rederijen stonden bekend om hun goede arbeidsomstandigheden.Vijf Eeuwen Migratie, "Kaapverdië" Een baan als zeeman op een Europees schip was voordelig voor de Kaapverdiër, die zo de armoede in zijn thuisland kon ontsnappen, maar ook voor de rederij; men kon Kaapverdiërs lagere lonen betalen en ze stonden bekend als harde werkers. Door de combinatie van deze factoren steeg het aantal Kaapverdische zeelui in Nederland van 20 in 1958 naar 700 aan het einde van de jaren 1960.
De Kaapverdianen kwamen echter niet enkel om uit de armoede te ontsnappen, maar ook uit avonturierszin en om de dienstplicht te ontlopen. In die tijd woedde de Portugese koloniale oorlog doorheen de Portugese bezittingen in Afrika. Deze dienstweigeraars waren politiek meer geëngageerd. Het gevolg was dat Rotterdam een internationaal centrum werd van de Kaapverdische onafhankelijkheidsstrijd. Vele acties tegen de Portugezen vonden hun oorsprong in of werden gefinancierd vanuit Rotterdam.
De jaren 1960 waren een tijd van economische groei in Nederland. Er was daardoor een grote vraag naar arbeidskrachten. Ook ongeschoolde Kaapverdianen konden zo gemakkelijk werk vinden, meestal in de schoonmaaksector of in een fabriek. In Rotterdam werkten bijvoorbeeld veel Kaapverdianen in de Van Nellefabriek, wasserij Bombeke en de Heineken-brouwerij. Ook de Kaapverdiaanse zeelui stapten over op dit soort werk want als buitenlandse werknemer bij een Nederlandse rederij kreeg men geen verblijfsvergunning in Nederland.Vijf Eeuwen Migratie, "Zeelui uit Kaapverdië
Het grootste aantrekpunt was Rotterdam, met zijn belang als centrale aanmonsterplaats voor schepen van Noordwest-Europa. Veel Kaapverdiaanse zeelieden verbleven in de stad. Oorspronkelijk woonden zij in hotels, maar al snel ontstonden speciale pensions ("pensões") speciaal voor de Kaapverdianen, die zij na verloop van tijd ook zelf zouden runnen. Uiteindelijk zouden er meer dan twintig dergelijke pensions in Rotterdam zijn. Zij dienden als meer dan enkel een verblijfplaats. Nieuwkomers kregen via hun verblijf daar toegang tot het sociale netwerk van de pensionbazen, wat hielp bij het vinden van werk. Het pension Delta in de Jan Kruijffstraat werkte zelfs met voorschotten aan nieuwkomers die moesten worden terugbetaald met de verdiensten van een baan waar het pension voor zorgde.
Rotterdam wordt door veel 'Cabo's' zoals ze zichzelf noemen, ook wel het 'elfde eiland' genoemd, naast de 10 eilanden die de eilandengroep Kaapverdië vormen. Zes geboren Rotterdammers maakten deel uit van het nationale voetbalelftal van Kaapverdië dat deelnam aan het Wereldkampioenschap van 2026.
Tweede fase De oliecrisis van 1973 en de daaropvolgende beurskrach hadden een negatieve invloed op scheepvaartindustrie, waardoor minder Kaapverdianen werk vonden als zeelui. Daarnaast begon Nederland in de jaren 1970 zijn immigratiebeleid te verstrengen. De onafhankelijkheid van Kaapverdië in 1975 betekende ook het verlies van het Europese burgerschap en toenemende problemen met de immigratiewetgeving wat de emigratie naar Europa bemoeilijkte.
Desondanks bleven Kaapverdianen naar Nederland komen. Nu waren het voornamelijk ontslagen militairen, lagere ambtenaren, leerkrachten en schoolverlaters. Een verdere groep waren Kaapverdianen van het eiland Santiago die in de jaren 1960 waren geronseld om in Portugal te komen werken. Toen het nieuws zich verspreidde dat de arbeidsomstandigheden in Nederland beter waren, vertrokken velen van hen daarheen. Nog een groep bestond uit bijna uitsluitend Kaapverdische vrouwen die in Italië in huishoudens hadden gewerkt.
In de jaren 1970 werd gezinshereniging een mogelijkheid. In 1976 kregen illegaal in Nederland aanwezige Kaapverdianen een 'algehele amnestie'; bijna 600 mensen werden toen gelegaliseerd. Daarnaast kregen zeelui die meer dan zeven jaar lang op Nederlandse schepen gewerkt hadden de kans om het Nederlandse staatsburgerschap aan te vragen. Velen van hen maakten hiervan gebruik en begonnen hun gezinnen naar Rotterdam te brengen.
Derde fase De derde migratiefase begon na de invoering van de democratie in Kaapverdië in 1991. Degenen die nu direct uit Kaapverdië kwamen waren voornamelijk hoogopgeleide jonge mensen die hun studies in het buitenland wilden voortzetten. Daarnaast bleven er Kaapverdische vrouwen uit Portugal en Italië komen.
In het begin van de jaren 1990 werd het Nederlandse migratiebeleid nogmaals verscherpt. Hierdoor werd een huwelijk de voornaamste mogelijkheid om naar Nederland te komen. Dit zorgde voor een groot aantal schijnhuwelijken. De Kaapverdische immigratie nam na 1996 gelijk af, mogelijk door de verscherping van de regels.
Demografie In 2026 zijn er 23.923 Kaapverdianen legaal in Nederland aanwezig. Daarnaast verbleef er ook een aantal illegaal in het land. Ze vormden daarmee een van de grootste Nederlandse migrantengroepen uit de sub-Sahara,Anja van Heelsum, "Afrikanen in Nederland" (2005) de derde grootste Kaapverdische diasporagemeenschap wereldwijd, na die in de VS en die in Portugal.Cláudia de Freitas, "Cape Verdeans in the Netherlands: population profile, identity and integration"
De Kaapverdische gemeenschap groeit nog maar met mate. In Rotterdam is het een van de minst snelgroeiende allochtone bevolkingsgroepen. In 1998 bedroeg die groei ruim twee procent; in 1999 iets minder dan twee procent en in 2002 zelfs slechts ruim een procent. Er is ook een zekere mate aan remigratie.OneWorld, Terug naar Kaapverdië (17 januari 2014) Deze geringe mate aan verdere immigratie heeft een invloed op de opbouw van de gemeenschap; van de Kaapverdianen in Nederland is 40% daar geboren en behoort dus tot de tweede generatie. Dit heeft onder andere invloed op de geldstroom terug naar Kaapverdië. In Nederland geboren Kaapverdianen zijn veel minder geneigd om geld terug naar het moederland te sturen. Geldovermakingen van buiten het land levende landgenoten vormen echter een aanzienlijk deel van de Kaapverdische economie. Aan het einde van de jaren 1990 was dat 25-30 procent. Door de groei van de tweede generatie viel het Nederlandse aandeel aan deze overmakingen tussen 1990 en 2000 terug van 20 naar 12 procent.Migration Policy Institute, "Cape Verde: Towards the End of Emigration?" (1 november 2002)
+ Geografische verdeling van de Kaapverdiaanse gemeenschap (2025)GemeenteAantalRotterdam14.907Schiedam1.619Capelle a/d IJssel758Nissewaard 637Zaanstad517Amsterdam508Vlaardingen 437
De meeste Kaapverdianen uit de eerste generatie komen van het eiland Maio, maar de andere eilanden zijn ook vertegenwoordigd in de Nederlandse gemeenschap. In Nederland woont het overgrote deel (75%) van de Kaapverdianen in Rotterdam, omwille van de historisch belangrijke rol van die stad als aantrekpunt (zie boven) en de daaropvolgende kettingmigratie. Daarvan woont ook nog eens 40% in de deelgemeente Delfshaven, zodat Kaapverdianen bijna 10% van de bevolking van Delfshaven uitmaken. Andere Rotterdamse wijken met relatief veel Kaapverdianen zijn Middelland en het Nieuwe Westen. Behalve in Rotterdam zijn er nog grotere concentraties van Kaapverdianen in de omgeving van Rotterdam (Schiedam, Capelle aan den IJssel, Vlaardingen en Den Haag) en in andere steden in Nederland (Amsterdam, Zaanstad, Delfzijl). In Amsterdam vormen zij de kleinste buitenlandse gemeenschap.Er zijn nationaliteiten die met nog minder leden in Amsterdam aanwezig zijn (er is bijvoorbeeld ook één Tuvaluaan). Deze worden echter niet als "gemeenschap" geteld.Het Parool, Kaapverdianen kleinste buitenlandse gemeenschap in Amsterdam (24 april 2015) Een overzicht van de geografische spreiding van de Kaapverdiaanse gemeenschap in Nederland in 2004 wordt gegeven in de tabel rechts.
De gemeenschap is nog vrij jong. Ruim de helft van de tweede generatie is jonger dan 15 jaar en het aandeel 65-plussers bedraagt slechts vier procent.Het aandeel 65-plussers werd gemeten in Rotterdam, niet in de algemene Kaapverdiaanse gemeenschap. De geslachtsverdeling is niet helemaal evenwichtig. In de eerste generatie zijn er in het algemeen iets meer vrouwen dan mannen. Zij zijn vooral oververtegenwoordigd in de leeftijdscategorie 25-44 jaar, terwijl de mannen in de meerderheid zijn onder de 45-plussers. Een overzicht van de leeftijds- en geslachtsverdeling wordt gegeven in de tabel hieronder.
+Rotterdamse Kaapverdianen naar leeftijd, geslacht en generatie (2004)LeeftijdEerste generatie (m)Eerste generatie (v)Tweede generatie (m)Tweede generatie (v)Totaal0–14 jaar901001.7361.6573.58315–34 jaar6527541.2241.2643.89435–44 jaar1.4461.9831161053.65045–64 jaar1.7581.504003.26265 jaar of ouder33725700594Totaal4.2834.5983.0763.02614.983
Sociale positie en integratie Kaapverdianen hebben als groep een positief imago. Ze staan bekend als zogenaamde “stille migranten” omdat ze schijnbaar tevreden zijn met hun positie, relatief weinig problemen veroorzaken (hoewel er weleens problemen worden gesignaleerd met Kaapverdiaanse jongeren, zie #Jeugdcriminaliteit) en niet veel van zich laten horen; ze zijn vooral gericht op de eigen groep: Ze wonen het liefst bij elkaar in de buurt, de interactie (en menging) met andere etnische groepen en met autochtonen is vrij laag. Wel proberen Kaapverdiaanse organisatie meer aandacht te krijgen voor hun groep.
Qua sociale positie (inkomen, werkloosheid, opleiding, …) nemen de Kaapverdianen een middenpositie in tussen autochtonen en andere allochtone groepen.
Opleidingsgraad