De tram van Naumburg rijdt sinds 1892 (met enkele onderbrekingen) in Naumburg (Saale) in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt over een ringvormig traject. Sinds 1994 wordt nog slechts een deel van de ringlijn bediend. De thans door de Naumburger Straßenbahn GmbH uitgebate metersporige lijn werd tijdens het DDR-tijdperk vaak ook Wilde Zicke genoemd. Het is thans het kleinste trambedrijf van Duitsland en ook één der kleinste in Europa.
Geschiedenis Stoomtram (1892-1906) Na de aanleg van de Thüringer Bahn en de bouw van het station van Naumburg, ontstond ook de wens om het station beter te verbinden met het historisch stadscentrum. Het Hauptbahnhof lag immers circa één kilometer van het centrum maar ook circa 40 meter lager. Nadat twee projecten voor de aanleg van een paardentram in 1860 en 1880 mislukten, werd in 1889 een stedelijk Comité opgericht voor de bouw van een tram. Door de sterke hellingen, kwam een paardentramlijn niet in aanmerking en gezien een elektrische tram te duur uitviel, stelde het Comité een exploitatie met stoomlocomotieven voor. Volgens de oorspronkelijke plannen zou het traject binnen enkele jaren verlengd worden.
In 1891 werd aan de verantwoordelijke ingenieur Georg von Kreyfeld uit Halle uiteindelijk de concessie gegeven om de eerste lijn voor de duur van 40 jaar uit te baten. De bouw werd enkele jaren vertraagd omwille van financiële problemen. Von Kreyfeld verkocht daarop zijn concessie aan een onderneming in Wittenberg. Deze begon evenmin met de bouw van de tramlijn, maar kon de plannen anderzijds wel omsmeden tot een elektrische tram. Ook dat bedrijf wilde de concessie echter opnieuw verkopen. De stad kon de nodige financiële middelen niet bijeen brengen, met als gevolg dat op 18 juni 1892 de Naumburger Straßenbahn Aktiengesellschaft opgericht werd. Het hiervoor benodigde kapitaal werd aangebracht door talrijke geïnteresseerde burgers van Naumburg die aandelen kochten.
Een week later kocht de nieuw opgerichte onderneming de concessie met de optie om na de afloop ervan, het eigendom over te dragen aan de stad. Kort daarop begon de aanleg. In juli begon de montage van de eerste sporen en in september kwamen de eerste trams in Naumburg aan. De feestelijke opening vond plaats op 15 september 1892. De inkomsten bleven de eerste jaren aanzienlijk lager dan verwacht en in april 1894 werd de exploitatie gedurende een week stilgelegd gezien het dagelijks verlies opliep tot 30 à 40 Duitse mark. Ook geplande uitbreidingen van het traject konden wegens gebrek aan middelen niet uitgevoerd worden. Daarom werd buitenlands kapitaal gezocht dat de exploitatie van de tram zou overnemen. Deze pogingen mislukten en daarom ging het bedrijf in 1900 failliet. De stad nam de exploitatie en later ook de voertuigen en infrastructuur over.
De financiële problemen konden in de volgende jaren opgelost worden maar de technische problemen namen toe en de toezichthoudende Preußische Staatseisenbahnen eiste een volledige vernieuwing van de infrastructuur alsook nieuwe voertuigen. Onder de leiding van burgemeester Kraatz werd in de komende zes jaar de verbouwing gepland naar elektrische uitbating. De stoomtram reed voor het laatst op 25 oktober 1906. De voertuigen en de sporen werden spoedig daarna verkocht of verschroot.
Elektrische ringlijn (1907-1991) miniatuur|links|Motorwagen 51 onderweg als rijschooltram In mei 1906 besloot de gemeenteraad tot de bouw van een elektriciteitscentrale en een elektrische tram. Kort daarvoor was het startschot gegeven voor de eerste werkzaamheden. Het traject van de stoomtram werd behouden en slechts met enkele honderden meters verlengd van de Wenzelstor tot aan de Salztor.
In oktober 1906 begon de bouw van het nieuwe traject en de elektrificatie van de bestaande lijn. Op 5 december werd de concessie voor de exploitatie verleend. Tien dagen later startte de elektriciteitscentrale op en konden de eerste proefritten plaatsvinden. Na ongeveer twee maand nam de elektrische tram op 2 januari 1907 de exploitatie over; er werd om de tien minuten gereden. Een rit kostte 10 Pfennig. Daar de tram een winst genereerde, verhoogde de stad als eigenaar de prijs van de elektriciteit in aanzienlijke mate.
Buiten de voorgestelde ringlijn werd in de volgende jaren discussie gevoerd over verschillende uitbreidingsplannen; in 1910 werd de lijn alvast verlengd van Salztor naar Michaelisstraße. Na de afwerking van deze verlenging, werd de ring in 1914 eindelijk gesloten door de verlenging over de Moritzberg naar het station (Hauptbahnhof). Vanaf Pasen reden de trams in beide richtingen door de stad. Plannen voor andere trajecten kwam op tafel, onder andere naar de naburige stad Bad Kösen, maar tot de aanleg kwam het nooit.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog en de sterke inflatie van de jaren 1910 en 1920 werd het tramaanbod sterk beperkt en de ritprijs aanzienlijk verhoogd. Met deze maatregelen kon de exploitatie het nog tot eind 1923 rekken, maar nadien werd de tram tot aan de invoering van de Reichsmark in 1924 stilgelegd, vooral omdat de voertuigen en infrastructuur sterk aan het degraderen waren en dus opgeknapt moesten worden. Vanaf 1928 verbeterde de situatie zich: de ring werd opnieuw in beide richtingen bereden nadat deze door een gebrek aan voertuigen gedurende drie jaar slechts in één richting werd uitgebaat. De economische opleving deed nieuwe plannen ontstaan om het net uit te breiden, maar de Grote Depressie van de vroege jaren 1930 doorkruisten deze ideeën.
Niettegenstaande de verbetering van de economische toestand, bleef de tram kampen met financiële problemen, vooral omdat de stad nog steeds de verhoogde elektriciteitsprijs inde, die ingevoerd was bij het begin van de elektrische tractie. De medewerkers van de werkplaats hielden de exploitatie van de tram overeind, ook wanneer daarvoor talrijke verschillende maatregelen moesten genomen worden. Gezien de dan voorhanden zijnde trams de economisch meest gunstige oplossing waren, werd de vervanging van de tram door trolleybussen of autobussen op dat ogenblik niet overwogen.
Eigenlijk had de tram op het einde van de jaren 1930 vanuit veiligheidstechnisch oogpunt een tijd stilgelegd moeten worden, omdat de technische toestand sterk verslechterd was. Dit werd verhinderd door het begin van de Tweede Wereldoorlog in 1939. Als enige maatregel werd de ring nog slechts in één richting bereden. Nadat meerdere voertuigen door grotere schade niet meer rijvaardig waren, werd de exploitatie in 1940 tijdelijk stilgelegd en na het herstel van de voertuigen hervat. Van 1943 tot 1945 stond de tram tussen de postkantoren aan het station en die aan de tramremise ook in voor het posttransport, gezien de post niet langer over voldoende voertuigen beschikte.
Op 12 april 1945, enkele weken voor het einde van de oorlog, werd de stad Naumburg zwaar getroffen door een Amerikaans bombardement. Ook de tram werd zwaar beschadigd. De exploitatie werd opnieuw gedurende meerdere maanden stilgelegd. Vanaf september 1945 kon de exploitatie worden hervat, maar slechts in één richting. Nadat de stad eerst bezet werd door het Amerikaans leger, kwam ze later in de Sovjet-bezettingszone terecht en vanaf 1949 in de Duitse Democratische Republiek.
Bij het begin van het eerste vijfjarenplan werd de stadstram omgezet in een stedelijk Volkseigener Betrieb (VEB). In het midden van de jaren 1950 werden het tractiestation, de werkplaats en de schuilhuisjes aan de haltes gemoderniseerd en de sporen vernieuwd.
miniatuur|Rit met de tram van Naumburg Vanaf 1957 werd de ringlijn na circa 20 jaar opnieuw in beide richtingen bereden, met de klok mee als lijn 1 en tegen de klok in als lijn 2. De reizigersaantallen stegen sterk, vooral omdat veel inwoners van Naumburg de tram gebruikten om naar het werk of het station te rijden. Door het in dienst nemen van de eerste buslijnen, was de tram tegen het einde van de jaren 1950 niet het enige openbaarvervoermiddel meer in Naumburg. Om kosten te besparen werd in 1962 de conducteur op de tram afgeschaft, waardoor de tram nog enkel met één personeelslid werd bediend. In plaats van de trams uit te rusten met de anders gebruikelijke betaalkast, werd het rijdend personeel voorzien van een primitief in elkaar getimmerde triplexdoos. Het rijdend personeel dat de tram aan het station moest doorlopen om de ritprijs te ontvangen, gaf aan die dozen snel de spotnaam Bettelbüchse. Door de onaantrekkelijkheid van de tram van Naumburg, overwogen de stedelijke verantwoordelijken herhaaldelijk - zoals ook in andere kleinere steden van de DDR - om het trambedrijf op te heffen.
De oliecrisis van 1973 gaf zekerheid het voortbestaan van de tram. Uit Halle werden negen oudere motorwagens van de firma Lindner overgenomen, waardoor het aanbod in het woon-werkverkeer kon worden verhoogd. Er werden zelfs opnieuw plannen gemaakt om de tram uit te breiden, maar het bleven plannen. In 1976 werd de ringlijn onderbroken omdat de binnenstad verkeersvrij werd gemaakt en de tram niet tot het voetgangersgebied werd toegelaten. In 1979 werd de exploitatie andermaal volledig onderbroken nadat de toezichthoudende overheid wezenlijke tekortkomingen had vastgesteld. Eigenlijk werd een verbussing van de lijn voorzien, maar de hoge olieprijs zorgde ervoor dat de lijn opnieuw werd opgeknapt en een maand later kon de exploitatie worden hervat.
Vanaf 1980 werden de sporen verder gesaneerd en de ring werd hersteld met een gewijzigd tracé langs de Stadtpromenade in plaats van over het marktplein zoals voorheen. Dit traject werd één jaar later gebouwd en vanaf 1982 was de exploitatie van de ringlijn opnieuw mogelijk. Tegelijk werden de vervoerbedrijven in de gehele DDR samengevoegd tot grotere kombinaten waardoor de tram van Naumburg onderdeel werd van het VEB Kraftverkehr Zeitz, dat op haar beurt deel uitmaakte van de VE Verkehrskombinat Halle. De spoorvernieuwing werd slechts op bepaalde deeltrajecten uitgevoerd door van een tekort aan materialen.
miniatuur|links|Motorwagen 26 in mei 1990 op het einde van het DDR-tijdperk In januari 1986 werd de exploitatie andermaal gestaakt, om dringende vernieuwingen aan bijna alle infrastructuur te kunnen uitvoeren. Deze stap werd door vele waarnemers beschouwd als een heimelijke stopzetting van het trambedrijf. Na achttien maanden door een bus vervangen te zijn, werd de exploitatie in juni 1987 hervat, maar enkel tegen de klok in (lijn 1). Met de overname van een eerste bijwagen werd de lijn voortaan in met de klok mee uitgevoerd, omdat het stijgingspercentage van het traject over de Moritzberg slechts in deze richting een exploitatie met bijwagens toeliet.
De Duitse hereniging in 1990 met de overgang van de geplande staatseconomie naar een marktgeleide economie, de sterke toename - zoals in veel andere steden - van het individueel verkeer en de stopzetting van heel wat economische activiteiten, leidden tot een sterke achteruitgang van het reizigersaantal. Elders werden tweedehandstrams uit West-Duitsland overgenomen of de beschikbare trams en infrastructuur gemoderniseerd, maar de tram van Naumburg vormde hierop een uitzondering. De beschikbare infrastructuur bevond zich in een zeer slechte toestand en liet zonder grote investeringen enkel de inzet van tweeassige trams toe. Vernieuwing zou twaalf miljoen Duitse Mark kosten. Omdat de stad deze kosten niet kon dragen, kwam de vervanging van de tram door (trolley)bussen opnieuw ter sprake.