thumb|Een paar grondbloemen vuurwerk in Nederland thumb|Markering van de vuurwerkvrije zone in Hilversum

Het Nederlandse vuurwerkbeleid betreft het geheel aan wetten, regels en bestuurlijke keuzes die het bezit, de verkoop en het afsteken van vuurwerk in Nederland reguleren, met name rond de jaarwisseling.

Historisch gezien was het uitgangspunt dat consumenten zelf vuurwerk mochten kopen en afsteken rond de jaarwisseling, binnen vaste tijdsvensters en met productcategorieën die als veilig werden beschouwd. Dit beleid kwam in de loop van de decennia steeds meer onder druk te staan door letsel, schade aan de openbare ruimte, belasting van zorg en hulpdiensten, en maatschappelijke onrust. Beleidsmatig wordt vuurwerk daardoor niet langer primair benaderd als een feestelijk consumentengoed, maar als een veiligheids- en handhavingsprobleem.

Geschiedenis Vroeg gebruik Het gebruik van vuurwerk bij feestelijkheden is waarschijnlijk van Indische of Chinese oorsprong.Encarta-encyclopedie Winkler Prins (1993–2002) s.v. "vuurwerk". Microsoft Corporation/Het Spectrum. In Nederland werden vanaf de 15e eeuw al heel wat openbare feesten opgeluisterd met professioneel vuurwerk, bijvoorbeeld de feestelijkheden op de Dam in 1648 ter gelegenheid van de Vrede van Münster. In 1678 verscheen het boek Pyrotechnia, of Meer dan hondertderleye konstvermakelijcke vuurwerken, waarin werd uiteengezet "hoe men de selve sal maken, toebereyden en stellen, neffens des selfs correcte vormen, maten en gewichten der stoffen". Dit boek was door Daniel Manlyn vertaald uit het Engels naar het boek Pyrotechnia, or a Discourse of Artificiall Fireworks, geschreven door de Britse artillerist en wiskundige John Babington. Voorin Manlyns boek wordt nog een lijst van vuurwerksoorten genoemd, zoals "Vuurspuuwende Draken", "Wonderlijke Vuur-pijlen" en "Voet-soeckers".Beelen, H. en N. van der Sijs, 'Vuurwerk', in Onze Taal 12 2013, blz. 351.

Consumentenvuurwerk kwam in Nederland voor het eerst beschikbaar in de 19e eeuw en werd sporadisch gebruikt op evenementen zoals Hartjesdag (getuige verschillende incidenten in contemporaine kranten), maar niet met oud en nieuw. In 1864 meldde het Bataviaasch Handelsblad dat Chinezen in de kolonie Nederlands-Indië naast Chinees Nieuwjaar (dat elk jaar valt op een andere dag tussen 21 januari en 20 februari) ook "Europeesch Nieuwjaar" vierden met zelf afgestoken vuurwerk. Tien jaar later zouden de Indische Nederlanders dit gebruik inmiddels hebben overgenomen.

Inburgering in de 20e eeuw thumb|Viering van het 700-jarig bestaan van Amsterdam met vuurwerk (1975) De oorsprong van het gebruik dat burgers in Nederland zelf zonder speciale opleiding vuurwerk mogen kopen en afsteken met oud en nieuw is pas ingeburgerd na de Tweede Wereldoorlog. Er zijn sterke aanwijzingen dat de Indische Nederlanders, waarvan er tussen 1945 en 1962 tienduizenden naar Nederland migreerden als gevolg van de dekolonisatie van Nederlands-Indië en Nederlands-Nieuw-Guinea, de traditie van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling in Nederland hebben geïntroduceerd. In de meeste Nederlandse gemeenten was het afsteken van 'Chinees' vuurwerk midden jaren 1950 formeel verboden, maar werd her en der gedoogd tijdens de jaarwisseling, ondanks allerlei relletjes die dit veroorzaakte (vooral in Den Haag, waar veel Indische Nederlanders oud en nieuw met vuurwerk vierden). In 1955 probeerde de Vereniging van Nederlandse Gemeenten dit vergeefs te beëindigen; autoriteiten kozen in plaats daarvan voor de strategie om het fenomeen veiliger te laten verlopen. Consumentenvuurwerk (op kleine schaal) kwam pas in de jaren zestig op gang in Nederland en werd pas medio jaren zeventig op grotere schaal populair; daarvoor was het gebruikelijker dat alleen pyrotechnische experts vuurwerkshows hielden.

Tussen 1983 en 1993 was er een grote stijging van het aantal slachtoffers van vuurwerkletsel dat werd behandeld. Tijdens de jaarwisseling van 1983/1984 werden 450 slachtoffers behandeld. Hierop volgde een daling, waarna tegen het einde van het decennium het aantal slachtoffers begon te stijgen om een piek van 1900 slachtoffers te bereiken tijdens de jaarwisseling van 1992/1993.

Vuurwerkrampen in Culemborg en Enschede thumb|Vuurwerkramp in Enschede (2000) Op 14 februari 1991 explodeerde de vuurwerkfabriek MS Vuurwerk in Culemborg, met twee doden en veel materiële schade tot gevolg. In april 1991 publiceerde het TNO Prins Maurits Laboratorium een rapport over de ramp, waarbij het concludeerde dat betrekkelijk licht vuurwerk in grote hoeveelheden een onverwacht grote explosie had veroorzaakt omdat het niet meer in de verpakking zat. TNO deed aanbevelingen aan de vier betrokken ministeries om de veiligheid te verbeteren, maar hier is weinig tot niets mee gedaan omdat de ministeries en inspectiediensten 'slecht of geheel niet met elkaar hebben gecommuniceerd', gaf Minister Klaas de Vries van Binnenlandse Zaken in 2001 toe.

In 1993 werd het Vuurwerkbesluit van kracht. Elke partij vuurwerk die in Nederland aankwam, moest sindsdien worden gemeld bij de Keuringsdienst van Waren in Rotterdam. In 1996 pleitte de keuringsdienst ervoor om het Vuurwerkbesluit te verruimen zodat de eisen meer overeen zouden komen met die zoals ze aan vuurwerk in België en Duitsland werden gesteld. Op 13 mei 2000 vond de Vuurwerkramp in Enschede plaats toen vuurwerkfabriek S.E. Fireworks explodeerde, waarbij 23 doden en ca. 950 gewonden vielen en de hele woonwijk Roombeek in de as werd gelegd. Naar aanleiding van de ramp werd in 2002 het Vuurwerkbesluit aangepast (in 2012 opnieuw) om vuurwerk strenger te reguleren, met name de opslag.

Strengere maatregelen 21e eeuw

Sinds het begin van de 21e eeuw is het debat over consumentenvuurwerk in Nederland geïntensiveerd, mede naar aanleiding van veiligheidsincidenten, letselcijfers en maatschappelijke overlast rond de jaarwisseling. De vuurwerkramp in Enschede (2000) markeerde een kantelpunt waarna risico’s van opslag en gebruik van vuurwerk nadrukkelijker in beeld kwamen.

In de jaren daarop nam de aandacht toe voor de belasting van de gezondheidszorg, schade aan eigendommen, geweld tegen hulpverleners en de rol van illegaal vuurwerk. Tegelijkertijd bleef consumentenvuurwerk voor veel Nederlanders verbonden met traditie en persoonlijke vrijheid. Deze spanning tussen veiligheid en gebruik leidde tot een geleidelijke aanscherping van regelgeving en een groeiende rol voor lokaal beleid, waaronder vuurwerkvrije zones.

Vanaf de jaren 2010 experimenteerden steeds meer gemeenten met dergelijke zones; in 2018 werd het juridisch mogelijk om volledige gemeenten vuurwerkvrij te verklaren. Tegelijkertijd werden letselcijfers structureel gemonitord. Het aantal behandelingen op de spoedeisende hulp (SEH) schommelde sterk per jaar, met een duidelijke daling tijdens de jaarwisselingen waarin tijdens de coronacrisis een tijdelijk algeheel vuurwerkverbod gold.Valkenburg, H., Nijman, S. Ongevallen met vuurwerk Jaarwisseling 2019 - 2020. VeiligheidNL

Ondanks toenemende beperkingen bleef Nederland lange tijd tot de landen behoren waar per hoofd van de bevolking veel consumentenvuurwerk werd afgestoken. Ook de economische omvang van vuurwerkverkoop bleef groot, evenals de jaarlijkse schade aan woningen en voertuigen rond de jaarwisseling, waarbij een aanzienlijk deel werd toegeschreven aan illegaal vuurwerk.nos.nl

Deze ontwikkelingen vormden gezamenlijk de achtergrond voor het bredere maatschappelijke en politieke debat over de wenselijkheid van een landelijk verbod op consumentenvuurwerk, dat in de jaren 2020-2025 uitmondde in ingrijpende beleidswijzigingen.

Jaarlijkse evenementen Oud en nieuw thumb|start=0:02|Verslag van oud en nieuw 1971/72 thumb|Nijmegenaren reageren op een oud en nieuw zonder legaal vuurwerk na het oudejaar van 2021 Op oudejaarsavond van 31 december tot 1 januari mag in Nederland door burgers zelf vuurwerk afgestoken worden tussen 18.00 en 02.00 uur. Het vuurwerk moet voldoen aan bepaalde wettelijke eisen en mag alleen verkocht worden op de laatste drie dagen van het jaar, niet vallend op een zondag, bij een winkel met een vergunning.

Begin 2020 besloot de overheid, op grond van een advies van de Onderzoeksraad voor Veiligheid uit 2017, dat knalvuurwerk en vuurpijlen niet langer pasten bij een feestelijke en veilige jaarwisseling. Vanwege de belasting van de zorg door corona in 2020 werd in november 2020 besloten een algeheel vuurwerkverbod tijdens de jaarwisseling 2020-21 in te stellen. Het verbod werd in 2021 om dezelfde reden opnieuw tijdelijk ingesteld, ondanks dat verschillende beleidsmakers in de zorg hadden aangegeven dat vuurwerk geen grote druk op de zorg legde. Een meerderheid van deelnemers aan een enquête van het tv-programma EenVandaag gaf eind november 2021 aan achter deze maatregel te staan en ook achter een permanent vuurwerkverbod. Tijdens de Oudejaarsnacht werd meer vuurwerk afgestoken dan het jaar ervoor. De politie had vooraf aangegeven dat er niet op het verbod gehandhaafd zou worden.

Koningsdag Op koningsdag worden er elk jaar in verschillende gemeenten vuurwerkshows gegeven door professionals.

Vuurwerkfestival Scheveningen Het Vuurwerkfestival Scheveningen, dat door professionals wordt uitgevoerd, wordt jaarlijks door circa 200.000 mensen bezocht. In de zomer van 2016 werd het festival voor de 37e keer georganiseerd. In 2016 waren er ook enkele vuurwerkshows in de winter.Vuurwerkfestival Scheveningen

Regulering en handhaving Vuurwerkoverlast thumb|"Hufterproof" gemaakte brievenbus rond de jaarwisseling

Vuurwerk zorgt op verschillende manieren voor overlast bij gebruikers, omstanders en omwonenden, vooral in de weken voorafgaand aan oud en nieuw. Er wordt voorafgaand aan oud en nieuw in Nederland extra politiekracht ingezet om overlast van illegaal vuurwerk zo veel mogelijk tegen te gaan. Wat wel en niet werkt en hoe het beter kan zonder 'het feest te bederven', is voortdurend onderwerp van discussie. Vuurwerkoverlast bestaat voornamelijk uit: Geluidsoverlast vanwege de onverwachte harde knallen (ook voor dieren) Stankoverlast en milieuverontreiniging door de rook die erbij vrijkomt en achtergelaten vuurwerkresten (in 2008 veroorzaakte smog door vuurwerkrook tientallen verkeersongevallen, waarbij twee doden vielen) Vuurwerkletsel en de angst om door vuurwerk (al dan niet bedoeldPolitie: vuurwerk gooien naar hulpverleners strenger bestraffen NOS, 23 december 2017) geraakt te worden (tijdens oud en nieuw 2016/17 waren 61% van de slachtoffers omstanders, 39% waren de afstekers zelf, in de jaren 2018-2022 lag dit rond de 40%) Materiële vernieling en vandalisme in verband met (illegaal) vuurwerk Verstoring van de openbare orde, onder meer door geweld tegen hulpverleners (politiemensen, brandweerlieden en ambulancepersoneel) middels vuurwerk

Vuurwerkbedrijven thumb|Kunstvuurwerkfabriek van der Nat in Steenwijk (1997) Anno 2000 waren er in Nederland 26 vuurwerkbedrijven actief met vestigingen in Leeuwarden, Appingedam, Lichtenvoorde, Tilburg, Den Haag, Enschede, Leiden, Lijnden, Dronten, Lelystad en Landgraaf. 14 hiervan importeerden vuurwerk uit vooral China voor verkoop op de Nederlandse markt, de 12 andere bedrijven verzorgden professionele vuurwerkshows. In sommige fabrieken zoals het Enschedese S.E. Fireworks (dat sinds 1985 niet meer zelf vuurwerk produceerde) werd Chinees vuurwerk in Nederland verder geassembleerd alvorens te worden verkocht. Sinds de ontploffing van de Culemborgse vuurwerkfabriek in 1991 opereerden vrijwel alle vuurwerkbedrijven buiten bewoonde gebieden; S.E. Fireworks was het laatste bedrijf dat nog middenin een woonwijk stond voorafgaand aan een geplande verhuizing in 2002.

Veiligheidstests