De Tram van Kassel is een systeem van tram- en sneltramlijnen (sneltram in de vorm van tramtrein) in en om de Duitse stad Kassel. Sinds 1877 rijdt er in Kassel een tramlijn, eerst als stoomtram van Wilhelmshöhe naar Königsplatz. Later volgde paardentrams en rond het begin van de twintigste eeuw ook elektrische trams. De spoorbreedte is 1435 mm (normaalspoor). Daarnaast bestond er ook een meterspoornetwerk met de Herkulesbahn en een trolleybus tussen Harleshausen, Kirchditmold en Wilhelmshöhe. De tram vormt de ruggengraat van het openbaar vervoer in Kassel en werd gaandeweg verder de regio in verlengd, deels als tramlijn en deels als sneltram/tramtrein (RegioTram) volgens het "Karlsruher Modell".
Op het netwerk rijden twee exploitanten, de Kasseler Verkehrs-Gesellschaft AG (KVG) en de Regionalbahn Kassel GmbH (RBK). De KVG, een onderneming van de stad Kassel, exploiteert de trams in Kassel. RBK is een joint venture van de Hessische Landesbahn GmbH (HLB) en de KVG. RBK bestaat uit twee delen, een spoorwegonderneming en een spoorwegbeheerder. Als beheerder onderhoudt RBK de Lossetalbahn tussen Kassel en Hessisch Lichtenau. De RegioTram wordt geëxploiteerd door een dochteronderneming van RBK, RegioTram Betriebsgesellschaft mbH (RTB). 49% van deze onderneming is in handen van RBK, 51% is in handen van DB Regio.
Geschiedenis Stoomtram miniatuur|Een stoomtram van de "Cassel Tramways Company" tussen 1877 en 1881 Al in de zomer van 1870 was er in Kassel een paardenbus, die de stad met het Bergpark en Schloss Wilhelmshöhe verbond. De "Pferde-Omnibus-Verkehr" werd tijdens de duur van een industriële beurs van 1 juni tot 5 oktober 1870 door de uitgever Georg H. Wigand geëxploiteerd.
Door de groei van de stad werd vanaf 1877 de exploitatie van een stoomtram rendabel. Sinds 9 juli 1877 exploiteerde de Engelse firma "Jay & Comp. London" de "Cassel Tramways Company". Met twee stoomtramlocomotieven en vier rijtuigen werd de lijn van de Königsplatz naar Wilhelmshöhe bediend. Het wagenpark werd langzaam uitgebreid met verdere rijtuigen en locomotieven, onder andere door enkele locomotieven van de Henschel-Werke.
De stoomtram van Kassel geldt als de eerste tramlijn van Duitsland, die op eigen kracht reed en niet door paarden werd getrokken. In 1881 werd de maatschappij door een Berlijnse nv overgenomen en hernoemd in de "Casseler-Straßenbahn-Gesellschaft". De stoomtram werd in 1887 door de nieuw opgerichte "Großen Casseler Straßenbahn Actiengesellschaft" overgenomen en ging in dit bedrijf op. Op 10 mei stopte de exploitatie met stoomtrams en begon de elektrische trams met rijden.
Paardentrams miniatuur|Wagen nr. 8 van de "Pferdebahn Cassel-Wolfsanger G.m.b.H." bij de eindhalte Wolfsanger in 1897 miniatuur|Aandeel van 1000 Mark in de Großen Casseler Straßenbahn van 21 juni 1897 Naast de stoomtrams bestonden er in Kassel ook twee paardentramverbindingen. De "Aktiengesellschaft Casseler-Stadteisenbahn" exploiteerde drie lijnen. Sinds 1884 zijn dat de lijnen van de huidige hoofdbegraafplaats (Hauptfriedhof) naar de Königsplatz, van de Hedwigstraße (Königsplatz) naar station Bettenhausen en van de Kirchweg via het Hauptbahnhof naar de Hedwigstraße. In 1897 werd ook de paardentrams door de "Großen Casseler Straßenbahn Actiengesellschaft" overgenomen en vervangen door elektrische trams.
De "Pferdebahn Cassel-Wolfsanger G.m.b.H." werd in 1897 door een Berlijnse onderneming opgericht en kwam in 1903 in private handen. Het bedrijf beschikte over acht rijtuigen en verbond de Altmarkt in het centrum met het stadsdeel Wolfsanger an der Fulda. In 1909 werd ook dit bedrijf door de "Großen Casseler Straßenbahn Actiengesellschaft" overgenomen en geëlektrificeerd.
Elektrificering miniatuur|Dubbelsporige uitbouw van het tracé in Weinberg in 1926 Op 24 september 1897 werden beide naast elkaar bestaande bedrijven, Casseler-Stadteisenbahn en Casseler-Straßenbahn-Gesellschaft in de nieuw opgerichte "Großen Casseler Straßenbahn Actiengesellschaft" versmolten. Toen begon de elektrificering van het tramnetwerk. Op 14 december 1898 reden de eerste elektrische tramwagens in Kassel. Door het elektrificeren werden ook twee nieuwe onderhoudslocaties in Wilhelmshöhe en Bettenhausen gebouwd, evenals een eigen elektriciteitscentrale nabij de binnenstad van Kassel in Königstor gebouwd.
Herkulesbahn miniatuur|Wagen van de Herkulesbahn bij de eindhalte Brasselsberg in 1962 De Herkulesbahn was een buurtspoorachtige spoorlijn (meterspoor) in de Kasselse Habichtswald. De lijn was voor zowel reizigers als goederen in bedrijf tussen 1902 en april 1966. Sinds 1927 was het onderdeel van de "Großen Kasseler Straßenbahn".
Historisch materieelpark Het begin miniatuur|Het elektrische treinstel 58 bij de aflevering in 1899 Tot 1900 werden 54 elektrische wagens bij Van der Zypen & Charlier en Credé besteld. De eerste order van 14 relatief grote wagens waren voor de exploitatie van de weinig bochtige lijn van de voormalige stoomlijn voorzien. 40 verdere wagens met een duidelijker kleinere wielbasis reden op de overige bochtige lijnen.
Na de Eerste Wereldoorlog kwamen er tot de jaren 1936-1940 verdere tweeassige wagens op het Kasselse tramnetwerk. Vele door de oorlog beschadigde wagens werden na de Tweede Wereldoorlog herbouwd. De laatste 14 motorwagens en 8 bijwagens waren nog tot 1981 in de spitsuren in bedrijf en deden daarmee 45 jaar dienst.
260, 261-288 (2+2 Tw) In 1955 werd door Credé vijf tweeassige eenrichtingswagens met bijpassende bijwagens uitgeleverd. Zij waren de laatste tweeassige wagens van de KVG en ze waren ook een inspiratie voor andere West-Duitse tramsteden de zogenaamde Verbandstyp. De eerste beide bijwagens (551 en 552) werden als tweerichtingswagens geleverd maar zijn nog in hetzelfde jaar omgebouwd tot eenrichtingswagens.
Uit de Verbandstyp ontwikkelde Credé vanaf 1955 een gelede tram. In principe gaat het om een motorwagen met een bijwagen die via een doorloopbaar en vrij zwevend middendeel met elkaar verbonden wordt. Vanuit economisch perspectief waren de lage ontwikkelingskosten en het praktische inzet van conducteurs reden voor aanschaf. Op de lijndiensten in Kassel ingezette prototype (wagen 260) werd er een serie van 28 vierassige gelede trams (261-288), waarbij de carrosserie gebaseerd is op de moderne bouwvorm van de Düwag-Eenheidswagen. De wagens werden tussen 1956 en 1958 geleverd. De inzet van de Tw 260 kwam na de uitlevering van de N8C wagens ten einde. Ze werd op 25 oktober 1981 terzijde gesteld en in 1983 aan het Hannovers Trammuseum gegeven, waarbij het tegenwoordig, in zeer slechte toestand, aanwezig is. Ook enkele wagens van de serie 261-288 kon na de indiensttreding van de N8C uitgerangeerd worden. De overige ongeveer 20 wagens van dit type werden nog eenmaal gemoderniseerd en tot 1986-1987 en 1990-1991 in de diensten gebruikt.
De wagen 269 bevindt zich in het Hannovers Trammuseum in Wehmingen, Tw 273 is nog bij de Kasseler Verkehrs-Gesellschaft aanwezig alleen niet bedrijfsvaardig. De Tw 282 bevindt zich in Nederland. Tien wagens ontving in 1990-1991 het openbaarvervoerbedrijf van Gorzów Wielkopolski in Polen. Met uitzondering van de Tw 270, die naar de Tramvrienden in Warschau ging, zijn alle wagens gesloopt.
301-317, 351-366, 563-573, 575,576 (GT 6) miniatuur|Wegmann-tramwagen 362 uit 1970 Midden jaren 60 kreeg de "Arbeitsgemeinschaft der Kasseler Waggonindustrie" (een coöperatie van Wegmann en Credé) de opdracht voor de levering van nieuwe trams. De trams zijn wezenlijk gelijk aan de in 1956 door Düwag gebouwde gelede trams en werden onder licentie gebouwd.
Door Wegmann werd in twee fases geleverd, namelijk de 301-314 in 1966 en de 315-317 in 1970. De Tw 304 en 314-317 hadden aan de achterzijde een Scharfenbergkoppeling, zodat er ook met bijwagens gereden kon worden. Deze werden vrij snel weer gedemonteerd. De Tw 301-304 zijn afwijkend van andere wagens doordat zij met een Simatic-stuurschakeling zijn geleverd, die ze tot het einde gehouden hebben.
Credé leverde in 1966-1967 zeven zesassige eenrichtingswagens type GT 6 (351-357, geleverd als 315-321). Deze wagens hadden de typische PCC-kop die vele Düwags wagens in heel Duitsland hadden. Er werd een verdere partij van eenrichtingstrams geleverd door Wegmann in 1971. De negen wagens (358-366) hadden in tegenstellen tot de Credé-serie een slanker front en een panoramische voorruit, die in Kassel het nummer 301-317 kregen.
miniatuur|Tram met bijwagen van de KVG in 1995 Bij de 16 eenrichtingstrams werden elf vierassige bijwagens aangeschaft (563-573). De eerste vijf wagens werden in 1967 nog door Credé geleverd, kort voordat de productie werd stilgelegd. De overige bijwagens kwam in 1971 van Wegmann. In 1986 werden drie gebruikte L-bijwagens uit Frankfurt am Main overgenomen. Twee gingen als Bw 575 en 576 in dient, de derde diende als plukstel.
miniatuur|Een wagen uit Kassel in het Poolse Gorzów Wielkopolski (2005) De tweerichtingswagens 301-317 kon na de ingebruikname van de eerste 8NGTW in 1999 terzijde gesteld worden. Vele wagens werden aan Gorzów in verkocht of gesloopt.
De eenrichtingwagens 351-366 konden eveneens eind jaren 90 terzijde gesteld worden, maar werden nog wel bedrijfsvaardig gehouden omdat men nog niet wist of de overgebleven wagens voldoende waren voor de uitbreiding van de Lossetalstrecke (2001). Zo werden de Tw 354 en 355 evenals de bijwagens 563 en 569 in 2001 weer in gebruik genomen. Het definitieve einde voor deze wagens was eind 2003. Ook vele eenrichtingswagens (zonder bijwagen) gingen naar Gorzów. Eén eenrichtingswagen samen met een bijwagen werden in Kassel als toekomstig museumtram bewaard (Tw 355 + Bw 569). Eén tweerichtingswagen (317) werd als spooronderhoudswagen omgebouwd en een ander (316) werd terzijde gesteld.
Actuele netwerk Tramnetwerk miniatuur|Tram bij de eindhalte Vellmar Nord (2012) miniatuur|Niet meer frequent gebruikte halte in de keerlus Polizeipräsidium. Het linker spoor leidde naar zowel richting Am Stern als naar de oude tunnel. Het rechter, geasfalteerde, tramspoor alleen in de richting van Am Stern. Rechtsboven ligt het Hauptbahnhof. (2008) miniatuur|Oude noordelijke toegang van de tunnel onder het stationsplein (2008) miniatuur|Station Oberkaufungen (2013)
Door de voetgangerszone in de Königsstraße en noordwestelijk daarvan voorbij bevindt zich de Binnenstadring (Innenstadtring). De dubbelsporige Binnenstadring begint bij het kruispunt "Am Stern, volgt vervolgens de Unteren en Oberen Königsstraße door de voetgangerszone tot het kruispunt bij het Rathaus. Vanaf hier gaat het via de Fünffensterstraße tot de spoordriehoek bij de Ständeplatz en verder naar de spoordriehoek verder bij de Scheidemannplatz. Tegenwoordig takt hier de spoorlijn van de RegioTram af richting het Hauptbahnhof. Deze loopt direct na de afsplitsing in de Kurfürstenstraße via een helling naar een tunnel die onder het stationsplein en stationsgebouw doorloopt. Vanaf de Scheidemannplatz loopt de lijn over de Rudolf-Schwander-Straße naar de Lutherplatz en volgt vervolgens de Lutherstraße weer richting het kruispunt "Am Stern".
Hierop sluit vanaf het noordwesten gezien met de klok mee de volgende spoorlijn aan:
Grüner Weg - Keerlus Ottostraße: zonder tramverkeer