De Honda CB 125-serie is een serie 125cc-motorfietsen die Honda produceert sinds 1964. De serie kende zowel één- als tweecilindermotoren. Behalve de "CB-modellen" zijn ook een aantal gerelateerde modellen in deze serie ondergebracht: de CG 125, de CL 125, de CL 125 S, de SL 125, de SS 125 A, de TL 125 en de TL 125 S.

thumb|300px|Honda CB 125 S2 uit 1975

Voorgeschiedenis Honda was in 1959 op de markt gekomen met 125cc-tweecilindermodellen, de Honda Benly-serie. Het topmodel van die serie was de CB 92 Benly Super Sport, die met zijn 15 pk veel concurrenten met grotere motoren de baas was. In 1965 eindigde de productie van dit model, maar in dat jaar kwam er een opvolger met de CB 125 K.

Tweecilinders Motor Motorisch was de CB 125 K0 ten opzichte van de CB 92 Benly Super Sport nauwelijks gewijzigd. Dit was een paralleltwin met licht voorover gebouwde cilinders en een bovenliggende nokkenas. De CB 125 K0 kreeg echter twee 22 mm carburateurs, waardoor het vermogen gelijk bleef, maar bij een iets lager toerental geleverd werd.

Aandrijving De krukas dreef via tandwielen de meervoudige natte platenkoppeling aan. In eerste instantie werd een vierversnellingsbak gebruikt, maar in 1971 kregen de machines vijf versnellingen. De secundaire aandrijving verliep via een ketting.

Rijwielgedeelte Het plaatframe was vervangen door een buisframe, maar nog steeds van het brugtype met de motor zelf als dragend deel. De geduwde schommelvork was vervangen door een telescoopvork. Aanvankelijk werden trommelremmen toegepast, maar in 1972 kreeg de CB 125 B6 een schijfrem in het voorwiel. Die was net als bij de CB 200 mechanisch bediend. Zwaardere Honda's hadden hydraulisch bediende schijfremmen.

CB 125 K 1964-1967: CB 93 (CB 125 K0 / K1) Het eerste model had nog 4 versnellingen en ze werd verkocht onder de namen "CB 125", "CB 125 Benly", "CB 125 K0", "CB 93" en (in elk geval in Duitsland) "CB 125 Super Sport". Het werd geleverd in rood, wit en zwart, maar altijd met verchroomde tankflanken met knierubbers en zilvergrijze spatborden en zijdeksels. De toerenteller en de snelheidsmeter zaten boven in het koplamphuis. Vanaf 1966 werd ze onofficieel ook wel als "CB 125 K1" aangeduid.

1968: CB 125 K2 In 1968 veranderde het kleurenschema. De bovenkant van de tank werd rood, de onderkant wit. Bij de zijdeksels was het precies omgekeerd. De Honda-vleugel en de naam "Honda" stonden allebei op de bovenste tankhelft.

1969: CB 125 K3 De CB 125 K2 was motorisch identiek aan de CB 93, maar kreeg een vijfversnellingsbak en een two-tone lakschema dat hetzelfde was als dat van de CB 175: Candy Blue met wit of Candy Orange met wit. De bovenste helft van de tank was in Candy Blue of Candy Orange gespoten, evenals de zijdeksels en de bovenkant van de voorvork. Op de tank zaten knierubbers. De Honda-vleugel zat op de bovenste helft van de tank, het woord "Honda" in zwarte letters op de witte onderste helft van de tank. Het frame kreeg een extra buis vanaf het balhoofd naar de onderkant van het motorblok, dat echter een dragend deel bleef omdat de buis niet doorliep. De tank werd ook wat hoger en de zijdeksels juist kleiner.

1970: CB 125 K4 Ook de CB 125 K4 volgde het kleurenschema van de CB 175 van 1970: Candy Blue Green, Candy Gold en Candy Ruby Red. Dit waren de kleuren van de bovenste helft van de tank, de zijdeksels en de bovenkant van de voorvork. De knierubbers op de tank vervielen.

1971: CB 125 K5 De Honda CB 125 K5 behield dezelfde kleuren als de K4, maar op de witte onderkant van de tank stond het woord "Honda" nu tussen twee dunne zwarte biezen.

1972-1976: CB 125 B6 De CB 125 B6 kwam in 1972 op de markt met een eenvoudiger kleurenschema: rood of blauw met een brede, gebogen zwarte bies op de tank en een klein kadertje op de zijdeksels met het getal "125". De duplexrem in het voorwiel was vervangen door een schijfrem. Bij de zwaardere modellen werd die hydraulisch bediend, maar de CB 125 B6 en de CB 200 hadden een mechanisch bediende schijfrem.

Tussenmodellen CL 125, SS 125 A en CB 125 SS Van 1967 tot 1970 leverde Honda speciale modellen als scrambler en als sportmotor. Dit waren nog modellen met een plaatframe.

1967-1969, CL 125 De CL 125 was de scramblerversie van de CD 125/CB 125. Daarvoor waren beide uitlaten naar de linkerkant van de machine en omhoog gebogen. Het stuur was hoger en de spatborden waren smaller en verchroomd, waardoor de CL 125 licht en sportief oogde. De CL 125 werd geleverd in Candy Blue, Candy Red, lichtgeel en zwart, met in alle gevallen een zilverkleurige tank.

1967-1969, SS 125 A Super Sport De SS 125 Super Sport was de sportversie van de CD 125/CB 125. De machine was dan ook vlotter uitgevoerd, vooral door de vlakkere benzinetank die veel beter aansloot op het duozadel en de zilverkleurige tank en spatborden. Het frame, dat in de hoofdkleur gespoten was, werd geleverd in Candy Blue, Candy Red en zwart. Het "SS 125"-logo op de zijdeksels was rood met wit.

1970: CB 125 SS De CB 125 SS was in 1970 de directe opvolger van de SS 125 A Super Sport. Het belangrijkste verschil was het feit dat de CB 125 SS nu twee carburateurs kreeg. Dat leverde een toename van het vermogen van 2 pk op. De CB 125 SS kreeg ook een vijfversnellingsbak.

CB 125 T De CB 125 T-modellen, die in 1976 op de markt kwamen, waren duidelijk geposteerd als "sportief". Een gevolg daarvan was bijvoorbeeld het toegenomen vermogen, maar ook de open ketting, die het achterwiel tijdens het gebruik danig vervuilde. Om gewicht te sparen was ook de startmotor vervallen. Dat was bij de CB 125 T geen enkel probleem: de machine liet zich zowel bij koude als warme motor gewillig aantrappen met de kickstarter.

1976-1977: CB 125 T De CB 125 T kwam in 1976 op de markt en leverde 16,5 pk. Daarvoor moest het blokje wel doorgetrokken worden tot 11.300 tpm, dicht bij de bovengrens van 12.000 tpm. Dat was een ongehoord hoog toerental voor een gewone wegmotor. In Duitsland werd de CB 125 T vanwege het daar (toen nog) geldende rijbewijs 1b ook met 6 pk aangeboden.

1978-1991: CB 125 T 2 De CB 125 T2 kwam in 1978 op de markt. Het meest in het oog lopende verschil met het vorige model waren de geklonken comstarvelgen. Honda claimde een 26% betere werking van de voorrem, waarschijnlijk omdat de schijfdiameter groter was, want de rem werd nog steeds mechanisch bediend. In 1980 kreeg de CB 125 T2 een elektronische CDI-ontsteking. In 1983 werden de comstarwielen vervangen door gietwielen en kreeg de machine weer een startmotor.

CB 125 TD De CB 125 TD werd in 1982 alleen op de Britse markt uitgebracht en leverde om verzekeringstechnische redenen slechts 12 pk.

Technische gegevens tweecilinders HondaCB 93 (CB 125 K0 / K1)CB 125 K2CB 125 K3CB 125 K4CB 125 K5CB 125 B6CL 125 A ScramblerSS 125 ACB 125 SSCB 125 TCB 125 T2CB 125 TDPeriode1964-196719681969197019711972-19761967-196919701976-19771978-19911982CategorieToerScramblerSportToerMotortypeOHCKoelingLuchtBouwwijzeDwarsgeplaatste staande paralleltwinStartsysteemStartmotorKickstarterKickstarter,

vanaf 1983:

startmotorBoring44 mmSlag41 mmCilinderinhoud124,7 ccCompressieverhouding9,4:19:1Onbekend9,4:1OnbekendMax. Vermogen15 pk

bij 10.000 tpm15 pk

bij 11.000 tpm15 pk

bij 10.000 tpm15 pk

bij 10.500 tpm12,5 pk

bij 10.000 tpm13 pk

bij 10.000 tpm15 pk

bij 10.000 tpm16,5 pk

bij 11.300 tpm

(gemeten)12 pkTopsnelheid115 km/h120 km/hOnbekend125 km/h110 km/hPrimaire aandrijvingTandwielenKoppelingMeervoudige natte platenVersnellingen4545Secundaire aandrijvingKettingRijwielgedeelteBuis-brugframePlaat-brugframeBuis-brugframeVoorvorkTelescoopvorkAchtervorkSwingarmRemmenTrommelremmenTrommelremmen,

later

schijfrem voor,

trommelrem achterTrommelremmenSchijfrem voor,

trommelrem achterTankinhoud9 literOnbekend9 liter11,5 liter Droog gewicht115 kg118 kg119 kg127 kg98 kg95 kg110 kg114 kg

Eencilinders Vanaf 1971 ging Honda naast de 125cc-tweecilinders ook eencilinders produceren. Als basis diende het 100cc-blokje van de CB 100/CL 100 en mogelijk was de belangrijkste reden de Honda SL 125 te bouwen, een terreinmotor die dankzij een iets grotere cilinderinhoud wat meer vermogen zou kunnen leveren. Tegelijk verscheen echter ook de wegmotor CB 125 S. Ondanks de "S" in de modelnaam én het feit dat de machine verscheen toen de Honda CB 125 SS uit productie ging, was de CB 125 S zeker geen sportmotor, maar eerder een goedkoop alternatief voor de tweecilinders als motorfiets voor woon-werkverkeer.

Motor De Honda eencilinders hadden allemaal een kopklepmotor met bovenliggende nokkenas, met uitzondering van de CG 125, die een laagliggende nokkenas kreeg, waarbij de kleppen bediend werden met stoterstangen en tuimelaars. De cilinderinhoud bedroeg in eerste instantie slechts 121,9 cc, maar vanaf 1976 werd de boring 0,5 mm groter, waardoor de cilinderinhoud 124,1 cc werd. Alle modellen hadden een wet-sump-smeersysteem.

Aandrijving Vanaf de krukas werd de meervoudige natte platenkoppeling door tandwielen aangedreven. Alle modellen hadden een vijfversnellingsbak, opnieuw met uitzondering van de goedkope CG 125, die aanvankelijk vier versnellingen had. De secundaire aandrijving verliep via een ketting.

Rijwielgedeelte Alle modellen hadden een buisframe, meestal van het brugtype, met een extra framebuis van het balhoofd naar de onderkant van het motorblok, dat een dragend deel vormde. Voor de SL 125 en de TL 125 was dat als terreinmotor geen optie: de stenen en rotsen zouden het carter beschadigen en daarom kregen die machines een semi-dubbel wiegframe waarbij de framebuis zich onder het blok in tweeën splitste. Daar zat ook nog een stalen carterbeschermer tussen de framebuizen. Alle modellen hadden een telescoopvork en een swingarm en werden geremd met trommelremmen. Vanaf 1972 verschenen de mechanisch bediende schijfremmen, behalve bij de terreinmodellen en het spaarmodel CG 125, dat pas in 2004 een hydraulisch bediende schijfrem kreeg.

CB 125 S 1971-1973, CB 125 S0 De Honda CB 125 S0 had nog de two-tone beschildering die de tweecilinders ook hadden, met een in kleur gespoten bovenste tankhelft waarop de Honda-vleugel stond en de witte onderste tankhelft met het woord "Honda". De koplamp, die ook de snelheidsmeter huisvestte, was in de hoofdkleur (in elk geval waren donkergroen en donkerrood leverbaar) gespoten, net als het bovenste deel van de voorvork en de swingarm. De ketting liep in een volledig gesloten kettingkast. In 1972 veranderden de kleuren zoals dat ook bij de CB 125 B6 gebeurde: de tank kreeg één kleur met een brede, gebogen en tweekleurige bies. In 1973 werden de kleuren Candy Topaz Orange en Candy Peacock Green. Al deze versies hadden verchroomde spatborden.

1974, CB 125 S1 De CB 125 S1 uit 1974 kreeg een mechanisch bediende schijfrem, een open kettingkast en werd slechts in één kleur geleverd: Candy Topaz Orange met een zwart vlak op de tank met witte biezen. Het embleem op de zijdeksels was rood. Het instrumentenpaneel zat nu boven de koplamp en werd uitgebreid met een toerenteller.

1975, CB 125 S2 Ook de CB 125 S2 uit 1975 had slechts één kleur: Candy Riviera Blue met een zwart vlak op de tank met witte biezen. Het embleem op de zijdeksels was wit en geel. De verchroomde afdekking van de achterveren was verdwenen, de schroefveren lagen nu volledig in het zicht rond de schokdempers.

CB 125 J (CB 125 S3) 1976-1977, CB 125 S '76 Hoewel de officiële naam in 1976 "Honda CB 125 J" (in Japan: JX) werd, bleef de aanduiding op de zijdeksels "CB 125 S" en daarom wordt de machine meestal aangeduid als "Honda CB 125 S3". De cilinder was 0,5 mm opgeboord waardoor de cilinderinhoud op 124,1 cc kwam. De hoofdkleur was nu Aquarius Blue met een zwart vlak op de tank met witte biezen. Het embleem op de zijdeksels was wit en rood.

1977, CB 125 S '77