Fumiko Enchi (Japans: 円地文子, Enchi Fumiko) (Asakusa, 2 oktober 1905 – Yanaka, 12 november 1986) was het pseudoniem van Ueda Fumi, een Japanse schrijfster tijdens de Showaperiode.
Biografie Jeugd Enchi werd geboren in Asakusa onder de naam Ueda Fumi. Ze was de dochter van Ueda Kazutoshi (1867-1937) en Murakami Tsuruko. De familie bestond uit haar ouders, haar oudere broer Kotobuki, haar oudere zus Chiyo en haar grootmoeder Ine. Het was Enchi’s grootmoeder die haar de wereld van Kabuki, Noh theater en de populaire fictie van de Edoperiode zou laten zien.Mulhern, 1994 “…her paternal grandmother Ine, who introduced Enchi to the world of Kabuki and Nō theaters and the popular fiction of the Edo Period …” Regelmatige theaterbezoeken met haar familie en de ongelimiteerde toegang tot haar vaders boekencollectieCarpenter 1990, “… his enormous collection of books became one of her most vivid childhood memories.” droegen bij tot haar latere keuze om schrijfster te worden.
Ondanks haar bevoorrechte opvoeding verliep Enchi’s carrière moeizaam. Op 12 april 1912 startte Enchi aan de lagere school in een jongensschool die een divisie voor meisjes bevatte. Ondanks het feit dat ze tot de beste studenten van haar jaar behoorde, slaagde ze er niet in om tot dezelfde prestigieuze school als haar oudere zus toegelaten te worden. Een zwakke gezondheid, en misnoegen ten opzichte van het onrechtvaardige systeemCarpenter, 1990 p.346 resulteerde al snel in een onverschillige houding tegenover haar opleiding. Ze begon alsnog aan haar middelbare opleiding aan een meisjesschool, maar haar interesse lag eerder bij literatuur dan bij studeren.Mulhern, 1994 “…but she was not an avid student and preferred instead to read…” Rond deze periode ontwikkelde ze ook een interesse in Westerse schrijvers zoals Edgar Allen Poe en Oscar Wilde. Enchi studeerde nog enkele jaren aan een universiteit voor vrouwen, maar stopte op haar 17de met haar opleiding, een jaar voor ze af hoorde te studeren. Daarna kreeg ze thuis privélessen in onder andere Engels, Chinese literatuur en Frans. Literatuur bleef echter haar grootste passie.
Literaire carrière In de jaren na haar opleiding en voor haar huwelijk bracht Enchi veel tijd door in het Tsukiji ShogekijoTsukiji Little Theatre dat in 1924 door Osanai Kaoru werd gesticht. Het theater was belangrijk binnen het Shingeki'New theatre' De voornaamste vorm van theater in Japan tijdens de 20ste eeuw theater. Er werden drie succesvolle stukken opgevoerd die van haar hand kwamen.Mulhern, 1994 p.41 Na de dood van Osanai kwam ze in contact met verschillende schrijvers binnen de proletarische beweging. Alhoewel ze uit bezorgdheid om haar vader afstand nam van deze bewegingCarpenter 1990, p. 347, was ze onder de indruk van haar ideeën en begon ze een affaire met de getrouwde Kataoka Teppei die omwille van zijn ideologie onder overheidstoezicht werd gehouden.
Enchi begon haar literaire loopbaan met het schrijven van toneelstukken. In 1926 schreef ze de komedie FurusatoGeboortestad, die gepubliceerd werd in het literaire tijdschrift Kabuki, waar ze een prijs mee won. Een volgend stuk genaamd Banshun Soya (1928)gekend als A turbulent Night in Late Spring was haar eerste stuk dat ten tonele verscheen. Daarnaast was het ook een van de eerste keren dat er meerdere, succesvolle door een vrouw geschreven stukken in het Tsukiji Shogekijo werden opgevoerd.
Nadat ze in 1930 trouwde met de journalist Enchi Yoshimatsu, schreef ze 2 jaar lang niet. Het was een liefdeloos huwelijk met een man die 10 jaar ouder was. Uit walging voor het schenden van haar huwelijksgeloften zette ze haar verhouding met Teppei stop, maar pas in 1938 zou ze alle banden met hem verbreken. Uit haar ongelukkige huwelijk werd in 1932 haar dochter Motoko geboren. Rond deze periode besloot Enchi romans te gaan schrijven. De vraag naar toneelstukken bleef verminderen, en ze voelde zich beperkt door de conventies van de toneelliteratuur. De fictie die ze schreef kreeg ze echter moeilijk gepubliceerd. Ze kreeg ze te kampen met het verlies van haar vader. En in 1938 werden er borstkanker en tuberculose bij haar vastgesteld.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog in 1945 werd ze gedwongen te verhuizen naar het huis van haar moeder in Nagano omwille van de vernietiging van haar eigen woning. In 1946 werd er baarmoederhalskanker bij haar vastgesteld. Haar slechte gezondheid, de lange revalidatieperiodes en de economie bracht haar literaire werk tot een halt. Tussen 1943 en 1948 bracht ze enkel een wetenschappelijk werk uit met de jeugd als doelpubliek.
Naoorlogs succes
Pas rond eind 1940, begin 1950, begon Enchi's werk weer gedrukt en gewaardeerd te worden. Desondanks haar slechte gezondheid en de zware tegenslagen was ze in de jaren '50 en '60 als schrijfster bijzonder actief. Ze schreef verschillende novelles en korte verhalen, en besteedde daarnaast ook tijd aan het vertalen van oudere Japanse literatuur uit onder andere de Heian- en Edoperiode.
In 1953 verscheen Himojii tsukihiHongersdagen waar ze in 1954 de 'Woman's Literature Prize' mee won. Onnazaka (1949-57)Letterlijk vertaald, gekend onder de Engelse titel 'The Waiting Years' won de 'Noma Literary Prize', en werd in 1971 in het Engels vertaald. Enchi's werk kent sterke thema's zoals de plaats van de vrouw en haar seksualiteit binnen de familie en de maatschappij. Zo vertelt Onnazaka het verhaal van een vrouw die voor haar man een concubine moet zoeken, en zo in deze driehoeksverhouding zal moeten leven. Hierbij beperkt ze zich niet enkel tot jonge vrouwen, maar kaart ze ook de seksualiteit van oudere vrouwen aan.
Drie van haar werken werden in 1969 geselecteerd voor de 'Tanizaki Prize': Ake wo ubau mono (1955-56)Dat wat rood steelt, Kizu aru tsubasa (1960)Gewonde vleugel en Niji to shura (1968)De regenboog en Asura.
In 1967 begon ze aan haar vertaling van de Genji Monogatari (Het verhaal van Genji) naar het modern Japans, een project dat 6 jaar in beslag nam. Dit kwam deels door een operatie aan haar retina, 1 jaar nadat ze aan de vertaling was begonnen.
Latere leven In 1970 werd ze geselecteerd als lid van de Bungei-in (Academy of Art). In 1972 ontving ze de 'Japanese Grand Literature Prize' voor haar werk Yukon (1970).Dolende geest Na een tweede operatie aan haar retina, na welke haar zicht nooit volledig herstelde, reisde ze in 1974 naar Europa voor ongeveer 20 dagen. In 1977 zou ze opnieuw 18 dagen door Europa reizen.
Enchi werd in 1979 uitgeroepen tot bunka koroshaEen officiële titel die in Japan jaarlijks uitgereikt wordt aan mensen die opmerkelijke culturele bijdragen geleverd hebben, en ontving in 1985 de 'Order of Culture' prijs van de Japanse overheid. Ze was een van de weinige vrouwen die de prijs had gewonnen, voorafgegaan door Nogami Yaeko in 1971.
Ze stierf in 1986 aan een hartaanval op 81-jarige leeftijd, tijdens een familie evenement thuis in Yanaka. Haar graf is gelegen te Yanaka Reien (Yanaka begraafplaats) in Tokio.
Bibliografie Enchi schreef zowel toneelstukken als romans en kortverhalen.De lijst van opgesomde werken kan onvolledig zijn Daarnaast vertaalde ze ook verschillende werken van het oud Japans naar het modern Japans.
Toneelstukken JaarRomajiJapanse titelVertaling 1926 Furusato 古里 Geboortestad 1928 Banshun Soya 晩春騒夜 A turbulent Night in Late Spring 1931 Kanojo no jigoku 彼女の地獄 Haar hel 1934 Arashi あらし Storm 1935 Seishuneen collectie van toneelstukken aan het einde van haar carrière als toneelschrijfster Hartstochtelijke lente Romans en kortverhalen JaarRomajiJapanse titelVertaling 1936 Sanbun ren ai 散文恋愛 Prosa liefde 1938 Genzai 原罪 Oorspronkelijke zonde 1938 Rengoku no ryo 煉獄の霊 Geesten van het vagevuur 1939 Onna no fuyu 女の冬 De winter van een vrouw 1949-57 Onnazaka 女坂 The Waiting Years 1951 Komyo kogo no e 光明皇后の絵 Het schilderij van Keizerin Komyo 1953 Himojii Tsukihi ひもじい月日 Hongersdagen 1955-56 Ake wo ubau mono 朱を奪うもの Dat wat rood steelt 1956 Yo (kortverhaal) 妖 Verleidster 1956 Otoko no hone (kortverhaal) 男のほね De botten van een man 1957-60's Hanachirusato 花散里 Het dorp van uitgestrooide bloesems 1957 Mimiyoraku 耳瓔珞 Oorbel 1957 Aki no mezame 秋のめざめ Het wekken van de herfst 1957 Nise no en-shui 二世の縁拾遺 Karma van twee levens 1958 Onnamen 女面 Masks 1959 Futaomote 双面 Een paar maskers 1961-65Onafgewerkt gelaten in 1961, en in 1965 afgewerkt en gepubliceerd Namamiko monogatari なまみこ物語 Het verhaal van de valse verleidster 1960 Kizu aru tsubasa 傷ある翼 Gewonde vleugel 1962 Yasashiki yotu no monogatari やさしき夜の物語 Het verhaal van een zachte avond 1960 Hatsukoi no yukikata 初恋の行方 De wijze van eerste liefde 1960 Watashi mo moeteiru 私も燃えている Ik, ook, brand 1960 Otoko to iu mono 男というもの Een ding genaamd man 1960's Onna no mayu (kortverhaal) 女の繭 De cocon van een vrouw 1960's Yuki ore (kortverhaal) 雪折れ Een scheutje sneeuw 1960's Adashino (kortverhaal) あだし野 Adashino 1960's Onna wo ikiru (kortverhaal) 女を生きる Leven als een vrouw 1960's Mekura oni (kortverhaal) めくら鬼 Blinde demon 1960's Hokuro no onna (kortverhaal) ほくろの女 Vrouw met een moedervlek 1960's Utsukushii shojo (kortverhaal) 美しい姉妹の話 Prachtige jongedame 1960's Shitamachi no onna (kortverhaal) 下町の女 Vrouw van de lagere stad 1960's Kekkon sodan (kortverhaal) 結婚相談 Huwelijks discussies 1960's Kesho (kortverhaal) 化性 Veranderende gemoederen 1960's Yume no naka no kotoba (kortverhaal) 夢の中の言葉 Woorden uit een droom 1960's Ningyo shimai (kortverhaal) 人形姉妹 Poppen zusters 1960's Miyako no onna (kortverhaal) 都の女 Vrouw van de hoofdstad 1961-66 (periodeErgens in deze periode, slaat niet op de duur van het schrijven van het werk) Komachi henso 小町変相 Komachi in vermomming 1961-66 (periode) Onna obi 女帯 Female Sash 1961-66 (periode) Yuki moe 雪燃え Brandende sneeuw 1961-66 (periode) Shishijima kidan 鹿島綺譚 Het vreemde verhaal van Shishijima 1968 Niji to shura 虹と修羅 De regenboog en Asura 1970 Yukon 遊魂 Dolende geest 1975 Saimu 彩霧 Gloeiende mist
Vertalingen en nabeschouwingen De oorspronkelijke werken werden niet door Enchi zelf geschreven. Ze vertaalde de werken in het modern Japans, of schreef er studies rond. JaarRomajiJapanse titelVertaling 1954 Taketori monogatari 竹取物語 Het verhaal van de bamboesnijder 1956 Ugetsu monogatari 雨月物語 Verhalen over regen en maanlicht 1956 Harusame monogatari 春雨物語 Verhalen over lente regen 1960 Kagero nikki 蜻蛉日記 Het libelle dagboek 1960 Zenko Izumi Shikibu nikki 全講和泉式部日記 Het Izumi Shikibu dagboek 1961 Otogizoshi monogatari 御伽草子物語 Sprookjesboek verhalen 1961 Gikeiki 義経記 De Yoshitsune kroniek 1961 Soga monogatari 曽我物語 Het verhaal van Soga 1967-73 Genji monogatari 源氏物語 Het verhaal van Genji 1968 Yowa no nezame / Yoru no nezame 夜の寝覚 Middernachtsontwaken 1968 Tsutsumi chunagon monogatari 堤中納言物語 Het verhaal van de middelste raadgever aan de oever
Enchi vertaalde ook verscheidene JoruriVerhalende muziek gemaakt door middel van zang en een shamisen. De nadruk ligt eerder op het verhalende aspect dan de muziek zelf. Joruri wordt vaak in bunraku gebruikt en Kabuki werken.
Voetnoten
Bronnen
Literatuur Carpenter, Juliet W. (July, 1990). "Enchi Fumiko: "A Writer of Tales"" Japan Quarterly Copeland, Rebecca L. (2006). "Woman Critiqued: Translated Essays on Japanese Women's Writing" University of Hawaii Press Mulhern, Chieko I. (1994). "Japanese Women Writers: A Bio-critical Sourcebook" Greenwood Press Reiger, Naoko A. (1986). "Enchi Fumiko's literature: the portrait of women in Enchi Fumiko's selected works" Hamburg : Roland Schneider Umemoto, J. (2010). AN EXPERIMENT IN GENDERED READING:: ENCHI FUMIKO’S “A BOND FOR TWO LIFETIMES—GLEANINGS”. In Comparative Literature Studies (pp. 369–378). Penn State University Press
Artikelen Brownstein, M. (2014). The “Devil” in the Heart: Enchi Fumiko’s Onnamen and the Uncanny. The Journal Of Japanese Studies, 40(1), 29-55. Enchi. (2016). Willamette.edu. Geraadpleegd 7 April 2016, van http://www.willamette.edu/~rloftus/enchi.htm