Willy Birgel (Keulen, 19 september 1891 - Dübendorf, 29 december 1973) was een Duitse acteur.
Jeugd en opleiding Willy Birgel was de zoon van een voor de Keulse Dom werkzame goudsmid. Als oudste van zes kinderen zou hij de firma van zijn vader overnemen. Naar zijn eigen zeggen was hij onder de indruk van de mystiek van het katholicisme. Hij was onder de indruk van het renaissance-drama Mona Vanna van Maurice Maeterlinck en besloot om acteur te worden. Door de weerstand van zijn vader lukte dit niet direct en bezocht hij vervolgens de kunstvakscholen in Keulen en Düsseldorf.
Carrière Als toneelacteur In de periode 1912 – 1913 werd Birgel toneelleerling bij het theater van Keulen. In 1913 – 1914 nam hij als toneelvrijwilliger deel bij het Stadttheater Bonn. Zijn volgende stopplaatsen waren het Kristallpalast in Dessau (1914), wederom het Stadttheater in Bonn, Keulen (1915) en Koblenz (1916). De Eerste Wereldoorlog beëindigde hij als officier en voerde hem in 1915 – 1918 naar Servië en Frankrijk. Hij zette zijn carrière voort bij het theater in Aken (1919 tot 1924), ten laatste onder Francesco Sioli, waarmee hij in 1924 wisselde naar het Nationaltheater Mannheim, waar hij tot 1934 grote successen boekte met rollen als Faust en Mephistopheles in Faust I van Goethe, Franz Moor in Die Räuber van Friedrich von Schiller en de titelfiguren in Hamlet en Richard III van William Shakespeare.
Als filmacteur Toen Birgel op 43-jarige leeftijd een bijrol kreeg in de film Ein Mann will nach Deutschland, was het niet te overzien, dat hij zich tot een vrouwen- en publiekslieveling zou ontwikkelen. Nadat hij in films meer obscure karakters vertolkte, werd in 1937 zijn capaciteit als charmante seigneur ontdekt. Voor de achtergrond van de filmbetrokkenheden verhuisde Birgel naar Berlin-Schmargendorf. Zijn eerste hoofdrol kreeg hij in de film Woronzeff. Hij speelde in amusementsfilms samen met Zarah Leander, Gustaf Gründgens en Heinrich George, maar ook in propagandafilms van het naziregime, waaronder Unternehmen Michael (1937), Feinde (1940) en Kameraden (1941). Daardoor werd hij in 1937 door rijkspropagandaminister Joseph Goebbels tot staatsacteur benoemd.
In 1941 speelde Birgel een ritmeester in de film … Reitet für Deutschland, die door de deelname aan de Grote Prijs van Europa na de Duitse nederlaag na de Eerste Wereldoorlog, de Duitse eer weer herstelde. De film kreeg van de toenmalige filmkeuringsdienst het predicaat 'staatspolitisch besonders wertvol'. Vanwege zijn rol in deze film en andere propagandafilms werd hem door de geallieerden na de Tweede Wereldoorlog een tijdelijk verbod tot optreden opgelegd. In 1947 speelde hij in de film Zwischen gestern und morgen. In de jaren 1950 was hij een van de bekendste filmacteurs. Birgels rollentypen veranderden in die van de rijpe heer, de charmeur van de oude school en ook die van een vaderfiguur.
Na een mislukte poging als regisseur in 1955 oriënteerde Birgel zich opnieuw als toneelacteur. Hij behoorde in 1961 tot het ensemble van de première van het drama Andorra van Max Fritsch bij het Schauspielhaus Zürich in de rol van dokter. In de vroege jaren 1960 werkte Birgel voor de televisie. Zijn laatste bioscoopfilm dateert uit 1965, als ouder wordende jachtauteur in Schonzeit für Füchse van Peter Schamoni.
Privéleven en overlijden Birgel was tweemaal getrouwd. Hij overleed op 29 december 1973 op 81-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hartinfarct en werd bijgezet op het Melaten-kerkhof in zijn geboorteplaats Keulen in het stadsdeel Lindenthal.
Onderscheidingen 1949: Schiller–plaquette van de stad Mannheim 1960: Bambi 1964: Goldenes Filmband 1966: Bundesfilmpreis: Goldenes Filmband voor jarenlang en voortreffelijk werk in de Duitse film 1972: Grillparzer-Ring van de stad Wenen
Filmografie
1934: Ein Mann will nach Deutschland 1934: Fürst Woronzeff 1935: Barcarole 1935: Das Mädchen Johanna 1935: Einer zuviel an Bord 1935: Schwarze Rosen 1936: Schlußakkord 1936: Verräter 1936: Ritt in die Freiheit 1937: Menschen ohne Vaterland 1937: Unternehmen Michael 1937: Fanny Elssler 1937: Zu neuen Ufern 1938: Verklungene Melodie 1938: Geheimzeichen LB 17 1938: Der Fall Deruga 1938: Der Blaufuchs 1939: Hotel Sacher 1939: Der Gouverneur 1939: Maria Ilona 1939: Kongo-Expreß 1940: Feinde 1940: Das Herz der Königin 1941: …reitet für Deutschland 1941: Kameraden
1942: Der dunkle Tag 1942: Diesel 1943: Du gehörst zu mir 1944: Der Majoratsherr 1944: Mit meinen Augen / Im Tempel der Venus 1944: Ich brauche Dich 1944: Musik in Salzburg 1945: Die Brüder Noltenius 1947: Zwischen gestern und morgen 1950: Vom Teufel gejagt 1951: Das ewige Spiel 1951: Wenn die Abendglocken läuten 1952: Mein Herz darfst Du nicht fragen 1952: Heidi 1953: Der Kaplan von San Lorenzo 1953: Sterne über Colombo 1954: Die Gefangene des Maharadscha 1954: Konsul Strotthoff 1954: Rittmeister Wronski 1955: Ein Mann vergißt die Liebe 1955: Heidi und Peter 1955: Die Toteninsel 1955: Rosenmontag (ook regie) 1956: Rosen für Bettina 1956: Johannisnacht
1956: Ein Herz kehrt heim 1956: Zwischen Zeit und Ewigkeit 1956: Die Heilige und ihr Narr 1957: Familie Schölermann (tv-serie) 1957: Frauenarzt Dr. Bertram 1958: Liebe kann wie Gift sein 1958: Le belissime gambe di Sabrina 1958: Der Priester und das Mädchen 1959: Geliebte Bestie 1959: Arzt aus Leidenschaft 1959: Wenn die Glocken hell erklingen 1961: Frau Cheneys Ende 1962: Romanze in Venedig 1964: Ein Sarg aus Hongkong 1964: Andorra 1966: Agent 505 – Todesfalle Beirut 1966: Schonzeit für Füchse 1967: Der Kreidegarten (tv-film) 1968: Der Meteor (tv-film) 1968: Sommersprossen 1969: Die Fee (tv-film) 1969: Sind wir das nicht alle? (tv-film) 1971: Professor Sound und die Pille (tv-film) 1971: Glückspilze (tv-film)
Categorie:Duits acteur