thumb|De in 1926 gekozen leden van de Eerste Kamer.L.J.M. Feber en H. Franssen zijn ten onrechte in de collage opgenomen; Feber is nooit lid geweest van de Eerste Kamer en Franssen was in 1926 aftredend lid. De Eerste Kamerverkiezingen 1926 waren reguliere Nederlandse verkiezingen voor de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Zij vonden plaats op 30 juli 1926.

Bij deze verkiezingen kozen de leden van de Provinciale Staten in de kiesgroepenZie Eerste Kamerverkiezingen voor een nadere toelichting. II en IV - die op 9, 11, 12 en 13 april 1923 bij de Statenverkiezingen gekozen waren - 25 nieuwe leden van de Eerste Kamer.

De door de leden van Provinciale Staten uitgebrachte stemmen hadden niet alle dezelfde waarde; zij werden gewogen aan de hand van de bevolkingscijfers van de provincies. Bij deze verkiezingen was de volgende stemwaardetabel van toepassing:

Gr D O Ge ZH 82 61 95 120 208

De uitslag van de verkiezingen was als volgt: PartijZetels+/−Zetelverdeling naar kiesgroep 1923 1926 IIn deze kiesgroep werden geen verkiezingen gehouden.Utrecht, Zeeland, Noord-Brabant, Limburg IIGroningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland IIIFriesland, Noord-Holland IVZuid-Holland Roomsch-Katholieke StaatspartijNam bij de verkiezingen van 1923 deel onder de naam Algemeene Bond van RK-kiesverenigingen. 16 16 0 8 3 3 2 Sociaal-Democratische Arbeiderspartij 11 11 0 2 3 3 3 Anti-Revolutionaire Partij  8  7 −1   1 2 2 2 (−1) Christelijk-Historische Unie  7  7 0 1 2 2 2 Vrijheidsbond  5  6 +1   1 2 1 2 (+1) Vrijzinnig-Democratische Bond  3  3 0 0 1 1 1 Totaal 50 50 0 13 13 12 12

Gekozenen

In kiesgroep II waren alle dertien leden periodiek aftredend, van wie twaalf herkozen werden.

In kiesgroep IV waren alle twaalf leden periodiek aftredend, van wie tien herkozen werden. Eén aftredend lid had zich niet herkiesbaar gesteld.

1926 Categorie:Nederlandse politiek in 1926 Nederland