Met Congolese gemeenschap in België (ook wel Congolese Belgen) worden in België levende Congolezen en Belgen van Congolese afkomst aangeduid. De Congolezen vormen de negende grootste migratiegroep in België en de grootste uit een Sub-Sahara Afrikaans land.
Geschiedenis Al in de 19de eeuw waren er Congolezen in België omwille van de Belgische koloniale aanwezigheid in Congo. De eersten werden voor de wereldtentoonstelling van 1885 naar Antwerpen gebrachtKoenraad Nijssen, "Congo aan de Demer" (Het Belang van Limburg - 9 november 2013) om tentoongesteld te worden in menselijke dierentuinen en ook voor latere wereldtentoonstellingen werden Congolezen naar België gebracht. Op de Wereldtentoonstelling van 1897 waren bijvoorbeeld 267 Congolezen te zien in nagebouwde Congolese dorpen. Zeven Congolezen stierven aan ziektes die ze opgelopen hadden doordat men ze gedwongen had bij het koude weer traditionele Congolese kleding te dragen.primitives, Congolezen tentoongesteld in BelgiëSam De Schutter, Slachtoffers van kortzichtigheid (cultuurgeschiedenis.be) Nog op Expo 58 werden Congolezen tentoongesteld. In de sectie over de Belgische koloniën werd wederom een Congolees dorp nagebouwd. Speciaal daarvoor overgevlogen Congolezen moesten hier het leven in Congo van voor de kolonisatie weergeven. Zij droegen hiervoor schamele kleding, werkten met primitieve werktuigen en voeren met prauwen over een klein meertje. Halverwege de expo weigerden zij echter verder te komen omdat ze door het publiek werden bekeken, uitgejoeld en met pinda's en bananen bekogeld. Ze werden daarop terug naar Congo gestuurd. Om te tonen hoezeer België zijn koloniën ontwikkeld had, werden als contrast ook "geciviliseerde" Congolezen overgebracht, onder andere 500 zogenaamde évolués (waaronder Patrice Lumumba, die later de eerste premier van het onafhankelijke Congo zou worden) en het kinderkoor De Troubadours van koning Boudewijn, die op de expo en in andere plaatsen van België hun Missa Luba opvoerden.
Andere Congolezen die al in de negentiende eeuw naar België kwamen, deden dat als boy van een koloniaal of als matroos bij de Compagnie Maritime Belge du Congo (CMBC). De boys werden na verloop van tijd vaak op straat gezet of gingen soms zelf lopen. Anders verging het Paul Panda Farnana, die in 1904-1908 hogere studies volbracht en als eerste Congolese intellectueel wordt gezien. Hij was de spilfiguur van de Congolese gemeenschap die zich in Brussel had gevormd. Ook in steden als Antwerpen, Gent, Namen en Hasselt woonden enkele Congolezen.
België zette tijdens de Eerste Wereldoorlog geen troepen uit zijn kolonies in Europa in.Peter Jacobs, ‘Kijk eens hier, dit is nu een neger!’ (De Standaard - 4 oktober 2014) Congolezen waren ook geen Belgische burgers, maar onderdanen en moesten daarom geen dienstplicht leveren. In augustus 1914 meldden zich echter een dertigtal in België levende Congolezen als vrijwilligers in het Belgisch Leger. Eén Congolese Belg, Joseph Droeven, de zoon van een Vlaamse vader en een Congolese moeder, diende als beroepsmilitair in het leger. Hij meldde zich in 1913 als beroepsvrijwilliger en werd daarmee de eerste persoon met een donkere huidskleur in het Belgisch leger.Fred Braeckman, Onze Congolese jongens uit Wereldoorlog I (knack.be - 18 oktober 2013) Hij werd korporaal en kreeg zo het bevel over blanke soldaten. In het algemeen was dit echter iets wat de overheid te allen prijze probeerde te vermijden om geen verkeerde ideeën van evenwaardigheid te laten postvatten. Zelfs meevechten als soldaat was uit den boze. Men vreesde dat getuigen van de loopgravenervaring het morele overwicht van de blanken in Congo zouden ondermijnen.Griet Brosens, Congo aan den Yser. De 32 Congolese soldaten van het Belgisch leger in de Eerste Wereldoorlog, in: Cahiers Bruxellois – Brusselse Cahiers, 2014, p. 253-265
Na de oorlog voerde Farnana een strijd voor emancipatie in de pers en op congressen. De autoriteiten en de pers zagen hem als een gevaarlijke agitator. Moe van de vijandigheid en het uitblijven van resultaat, keerde Farnana in 1929 terug naar Congo, waar hij het volgende jaar overleed. Een maand later verbood gouverneur-generaal Auguste Tilkens terugkerende kolonialen om zwarten mee te nemen naar België.Tekst van de omzendbrief: J'ai l'honneur de porter à la connaissance du personnel de la colonie, qu'eu égard aux inconvénients multiples, voire aux dangers résultant du séjour des Noirs en Belgique, j'ai décidé d'interdire désormais aux fonctionnaires et agents rentrant en congé, d'emmener des Noirs avec eux. In 1913 had Félix Fuchs een gelijkaardig provisoir verbod ingesteld.
Door dit beleid bleef het aantal Congolezen in België tijdens de koloniale periode beperkt en was hun verblijf meestal van tijdelijke duur. Vlak na de Tweede Wereldoorlog werden maar 10 Congolezen in België geregistreerd. De Belgische staat was niet enthousiast Congolezen in België te laten studeren. Men dacht dat dit zou zorgen voor het ontstaan van een intellectuele elite die voor problemen zou kunnen zorgen (vaak treffend samengevat als "Pas d'élite, pas d'ennuis"). Na de oorlog kwam dit beleid echter steeds meer onder druk te staan. Dit begon ermee dat de missies vrome Congolezen naar België stuurden. De eerste was François Zuza, in 1940.Jef Abbeel, De Leuvense universiteit en Congo (dewereldmorgen.be - 1 september 2010) In 1952 begon de eerste Congolese lekenstudent, Thomas Kanza, gefinancierd door een Belgische zakenman aan de KU Leuven. Vanaf 1953 haalde de overheid tweejaarlijks een aantal Congolezen naar België en 1954 werd de eerste universiteit in Congo zelf opgericht. In de jaren vijftig bleef het aantal Congolese studenten echter klein; het waren er nooit meer dan dertig.Sam De Schutter, De eerste Congolese student in Leuven (cultuurgeschiedenis.be - 7 oktober 2015)
België gebruikte ook nooit gastarbeiders uit zijn koloniën om arbeiderstekorten te vullen. Andere koloniale mogendheden deden dit wel. Het Verenigd Koninkrijk haalde in de jaren vijftig en zestig bijvoorbeeld duizenden arbeiders uit Jamaica. Het is niet precies geweten waarom België niet iets vergelijkbaars deed, maar er zijn meerdere hypothesen. Ten eerste is het mogelijk dat de vraag naar arbeidskrachten in de kolonie zelf te groot was. De mijnen en plantages in Congo waren erg arbeidsintensief, zodat de kolonie mogelijk geen arbeiders aan het moederland kon afstaan. Dit gold echter ook voor de kolonies van andere landen. Wat ook tegen deze hypothese spreekt, is dat Congolezen wel als matrozen bij de CMBC tewerkgesteld werden. Een andere hypothese is dat de overheid simpelweg geen arbeiders uit de koloniën in het land wilde. Mogelijk wilde men verhinderen dat ze in contact zouden komen met antikoloniale ideeën (vooral uit communistische hoek) of wilde men uit een blank superioriteitsdenken de raciale homogeniteit van het land behouden. België haalde zijn gastarbeiders aanvankelijk uit Italië en later uit Spanje en uit Griekenland nadat de Italiaanse regering een einde had gemaakt aan de emigratie naar België na de mijnramp van Marcinelle. Pas tegen het einde van de arbeidsmigratie, in 1964, werden arbeiders uit Marokko en uit Turkije gehaald. Tegen dan was Congo onafhankelijk en was een gastarbeiderscontract quasi onmogelijk omwille van de slechte relaties tussen de twee landen. Ook andere koloniale mogendheden probeerden lang arbeiders uit andere Europese landen aan te werven. Pas toen dit niet lukte, of niet voldoende bleek te zijn, haalden zij arbeiders uit hun koloniën.
Pas na de onafhankelijkheid van Congo in 1960 begonnen grotere aantallen Congolezen naar het land te komen. Dit waren voornamelijk studenten en zakenmensen. Velen van hen bleven niet permanent, maar keerden na enkele jaren (bv. na het einde van hun studies) weer terug. Vlak na de onafhankelijkheid was er al onmiddellijk een immigratiepiek. Tussen 1961 en 1963 kwamen jaarlijks netto tussen de 1000 en de 1500 Congolezen naar België. Een jaar na de onafhankelijkheid verbleven 2585 Congolezen legaal in België. Daarna daalde de instroom.Tussen 1965 en 1990 was het immigratiesaldo nooit meer dan 900 per jaar. Het was in die periode zelfs tweemaal (1972-1973 en 1983-1984) negatief, omdat meer Congolezen vertrokken dan aankwamen.
Door het einde van de Koude Oorlog en het daardoor wegvallen van Amerikaanse steun voor het regime van Mobutu begon vanaf 1990 een periode van politieke instabiliteit. Zo plunderden onbetaalde soldaten in 1991 de hoofdstad Kinshasa. Hierdoor kwam een asielstroom op gang. Een studie van de Congolese gemeenschap in België uit de jaren 1990 berekende dat het aantal asielaanvragen van Congolezen tussen 1990 en 1994 bijna verviervoudige, namelijk van 1.120 naar 4.020. Na de val van Mobutu in 1996 kregen de Congolezen een optimistischer beeld van de toekomst van hun land en daalde het aantal Congolese asielaanvragen eventjes. Aan het einde van de jaren negentig was de instroom bijvoorbeeld het laagst sinds de onafhankelijkheid van Congo. Maar aan het begin van de jaren nul kwam in verband met de Tweede Congo-oorlog (1998-2003) een tweede asielstroom op gang.
Demografie Aantal Omdat België (in tegenstelling tot bv. Nederland) geen etnische statistieken verzamelt, is het exact aantal Belgen van Congolese afkomst moeilijk te berekenen. Statistieken over de nationaliteit zijn wel beschikbaar: in 1994 woonden er in België 16.542 personen met de Congolese nationaliteit (en zonder de BelgischePersonen met meerdere nationaliteiten, waarvan één de Belgische is, worden door de Belgische overheden administratief als Belg beschouwd.), in 2017 waren dat er 21.282."Bevolking naar nationaliteit en geslacht per gemeente" op statbel.be Tussen 1984 en 1992 verwierven 2.253 Congolezen de Belgische nationaliteit en tussen 2006 en 2016 was dat aantal 12.043."Vreemdelingen die Belg werden 2008-2016 per gewest en voornaamste nationaliteiten" op statbel.be (Hiervan is wellicht intussen een deel overleden of geëmigreerd.)
Voor het jaar 2006 bestaat er een betere schatting van de grootte van de Congolese gemeenschap in België. In dat jaar verbleven 40.301 in België die met de Congolese nationaliteit geboren waren, waarvan 25.987 (64,5%) intussen de Belgische nationaliteit verkregen hadden. Ook dit getal is echter niet perfect. Het houdt immers geen rekening met Congolese Belgen die met de Belgische nationaliteit geboren zijn, d.w.z. kinderen van genationaliseerde Congolezen, kinderen uit gemengde huwelijken en (onder bepaalde omstandigheden) kinderen van in België geboren Congolezen., Studie over de Congolese Migratie en de Impact ervan op de Congolese Aanwezigheid in België: Analyse van de voornaamste demografische gegevens (juni 2010)
Toch kunnen uit deze beperkte gegeven bepaalde dingen opgemaakt worden, zoals de (ongeveere) verhouding tot andere groepen: in 2006 vormden de Congolezen 2,5% van de als vreemdeling geboren populatie in België. Daarmee waren ze (volgens die metriek) de negende grootste migrantengroep, de tweede grootste uit een Afrikaans land (na Marokko) en de grootste uit de Sub-Sahara. Ook over de groei van de groep kan iets gezegd worden: in 1991 waren er 17.451 als Congolees geboren personen in België. In de 17 jaar voor 2006 was de groep dus meer dan verdubbeld. Ook procentueel was zij gegroeid. In 1991 vormden de Congolezen slechts 1,5% van de als vreemdeling geboren in België verblijvende personen en waren de tiende grootste migratiegroep.
Geografische spreiding thumb|Verspreiding van de Congolese buitenlanders (d.w.z. Congolese burgers zonder Belgisch paspoort) in België in 2017. Klik op de afbeelding voor meer details.