England, My England is een historische film van Tony Palmer uit 1995, gebaseerd op een scenario van toneelschrijver John Osborne. De prent is een poging tot een biografische film over de componist Henry Purcell, over wiens leven echter zeer weinig bekend is. Naar aanleiding van de driehonderdste verjaardag van Purcells overlijden werd de film op kerstavond 1995 op Channel 4 uitgezonden; John Osborne, een groot liefhebber van Purcells muziek, overleed echter voordat de film voltooid was. Charles Wood werkte het draaiboek af. Sommige scènes werden in Bulgarije opgenomen.

De film springt heen en weer tussen de jaren 60 van de twintigste eeuw en het tijdperk van de Restauratie; deze twee perioden worden onderling verweven doordat de acteurs Simon Callow en Lucy Speed zowel twintigste-eeuwse als zeventiende-eeuwse personages spelen, namelijk Charles II en Nell Gwyn respectievelijk, die in hun twintigste-eeuwse incarnaties eveneens Charles en Nell heten. De twintigste-eeuwse Charles poogt, met de schaarse informatie die hij vindt, een toneelstuk over Purcell te schrijven, en zijn personage maakt hierbij in sommige scènes een naadloze transformatie tot de 17de-eeuwse koning Charles door. Daarnaast werkt de film met een verteller onder de vorm van dichter John Dryden, vertolkt door Robert Stephens. De dialogen bevatten meerdere citaten uit onder andere Dryden, Samuel Pepys, Nahum Tate en de werken van Purcell.

Met uitzondering van een stukje William Walton en Benjamin Britten is alle muziek in de film van Henry Purcell en wordt vertolkt door het Monteverdi Choir en de English Baroque Soloists onder leiding van John Eliot Gardiner. Het koor en de solisten komen tevens in beeld en spelen zodoende mee in de film.

Verhaal

De inleiding vangt met beelden van de zee aan. De stem van Dryden vertelt dat in het jaar 1660 twee wonderen zijn geschied die de geschiedenis van dit eiland voorgoed veranderd hebben, namelijk de restauratie van Charles Stuart en de geboorte van Henry PurcellPurcell is echter waarschijnlijk in 1659 geboren.: „Hij kwam uit de hemel.” Henry wordt als boreling door een gang gedragen door zijn oom en vader, die beiden als muzikant in de Chapel Royal werken. Charles landt op het strand met zijn broer James en Samuel Pepys. Hij plant zijn standaard in het zand en zegt: „Moge de hemel ons allen weer tot Engelsen maken.”

De Restauratie thumb|Charles in kroningsgewaden. Purcell was een boreling; de muziek op de kroning was in werkelijkheid grotendeels van Matthew Locke. Vervolgens begint de eigenlijke film met de kroningsceremonie, waarbij Edward Hyde, Lord Clarendon, een toespraak geeft. De nieuw gekroonde koning werpt geld naar de kinderen, en baby Purcell bijt op een muntstuk.

Nu is Charles een acteur in het Londen van de jaren 60. Hij betreedt de scène als koning Karel II in een opvoering van het oude stuk In Good King Charles's Golden Days van George Bernard Shaw. Er zit nauwelijks publiek in de zaal, en Nell verhaspelt haar tekst. Na de voorstelling is de producer van het stuk, Bill Betterton, mateloos geïrriteerd: dit is het saaiste wat hij ooit gezien heeft, en het is duidelijk dat het stuk snel afgevoerd zal worden. „We kunnen doen wat we willen, zolang het niet saai is”, aldus Bill. Hij tracht Charles en Nell te inspireren door aan het gouden tijdperk te refereren: „Denk aan wetenschap, poëzie, muziek, Dryden, Milton [...] Wren, St Paul's, muziek. Purcell... Henry Purcell!” Hij zet vol ergernis de televisie uit, waarop net Twist and shout weerklinkt, en neuriet de ‘Round O’ uit Abdelazer van Aphra Behn.

De muziek vloeit over in een banket tijdens de Restauratie, waarop de ‘Round O’ gespeeld wordt. Charles zit aan de feestdis naast Nell Gwyn. Dryden draagt vers 32 tot 34 uit zijn panegyriek voor Charles uit 1661 voorJohn Dryden, ‘To His Sacred Majesty, A Panegyrick On His Coronation’, in: John Sargeaunt (1910), The Poems of John Dryden. Edited with an introduction and textual notes by John Sargeaunt. Londen: Henry Frowde. Oxford University Press, blz. 12., gevolgd door het laatste stanza uit zijn lijkdicht voor Oliver Cromwell uit 1659.‘A Poem upon the Death of His Late Highneſs, Oliver, Lord Protector of England, Scotland & Ireland’, in: ibid., blz. 4. De lijken van Cromwell en zijn moeder worden opgegraven.

Purcells jeugdjaren Purcell is een knaap in de Chapel Royal. Met zijn beste vriend Pelham Humfrey saboteert hij het orgel waarop zijn oom, de hofcomponist Thomas Purcell, net aan het componeren is. Thomas zit Henry achterna door het gebouw. De koormeester, kapitein Henry Cooke, geeft Henry een uitbrander en ziet dat de jongen een partituur met een zelf gecomponeerd liedje bij zich heeft. Thomas verzekert Cooke dat Henry het zonder hulp van anderen geschreven heeft, en ze besluiten het nummer uit te voeren. Het blijkt I attempt from love's sickness to fly te zijn.In werkelijkheid dateert deze compositie van 1695, Purcells laatste levensjaar. Cooke pocht tegen Matthew Locke (die niet in beeld verschijnt) dat hier een authentiek, door en door Engels werk te horen valt en dat ze die ‘vingt-quatre’ hier helemaal niet nodig hebben: dit is een verwijzing naar de Franse strijkkapel die met Charles naar Engeland was meegekomen. Cooke voorspelt Henry dat hij voor grootse dingen is voorbestemd, op voorwaarde dat hij op zijn viola da gamba blijft oefenen. Tijdens de les spreekt Cooke de leerlingen bemoedigend toe: de weg ligt open naar de welvaart. Alle leerlingen juichen en gooien hun papieren in de lucht.

De 20ste-eeuwse Charles mompelt in zijn slaap. Nelly klaagt dat er geen inkomsten zijn. Charles droomde dat hij in een toneelstuk over het leven van Henry Purcell de rol van koning Charles moest spelen, maar zijn tekst niet kende en überhaupt niets over de inhoud van het stuk wist. Nell leest Private Eye en antwoordt cynisch dat dromen de huur niet betalen. Charles is beledigd, trekt zijn kamerjas aan en verlaat de kamer. Hij komt meteen weer in de jaren 60 van de 17de eeuw terecht: enkele kingcharlesspaniëls lopen achter hem aan, en hij overlegt met Clarendon, die hem vertelt dat in de schatkist nog £ 11 zit en de staatsschuld meer dan drie miljoen bedraagt. Charles kan zijn muzikanten niet betalen, en toch spelen ze onverdroten verder, in dit geval de fantasie nr. 5 van Purcell.De fantasia’s die Purcell omstreeks 1680 componeerde, zijn door hem echter nooit gepubliceerd; Charles II had tevens een hekel aan viola da gamba.

Charles de acteur legt een plaat met sonates van Purcell op en overlegt met Bill over zijn plan om een toneelstuk over de componist te schrijven. Bill is in de London Library op speurtocht gegaan naar biografische gegevens, maar heeft helemaal niets gevonden. Het lied Close thine eyes, and sleep secure leidt de overgang naar de volgende scène in, waarin Charles en Nell aan het graf van Purcell in Westminster Abbey staan. Charles beledigt Nell door haar met een maîtresse van Karel II te vergelijken, en ze gaat er met een Duitse toerist vandoor.

Vroege regering van Charles II In de volgende scène zit koning Charles de ministervergadering voor. Iedereen schreeuwt en gooit met papieren. Met tegenzin ondertekent hij het doodsvonnis van de rechter die zijn vader heeft terechtgesteld, en verklaart laconiek dat er geen geld is om een oorlog tegen Nederland te beginnen: „De duivel schijt Hollanders.”Een uitspraak van William Batten na de Nederlandse tocht naar Chatham, opgetekend in het dagboek van Pepys op 19 juli 1667.

Charles, geflankeerd door Lady Castlemaine, wordt voorgesteld aan Catharina van Bragança, die hij allesbehalve aantrekkelijk vindt: „Ze ziet eruit als een vleermuis!” Het is een zuiver verstandshuwelijk, geregeld door Clarendon: Charles’ huwelijk met Catharina verschaft toegang tot de Portugese kolonies, met alle handel in rubber, thee en koffie van dien. Charles komt zijn plichten na, maar zit op het banket rustig naast Lady Castlemaine, zijn vrouw negerend. Charles vraagt de steenrijke handelaar William Kiffin een lening van £ 40.000. Kiffin weet heel goed dat hij dat geld nooit zou terugzien, en biedt hem in plaats daarvan een schenking van £ 10.000 aan. Opgelucht verklaart hij dat hij £ 30.000 heeft bespaard.

Dryden is tevreden met de tijdsgeest. Overal bloeit het theater en worden nieuwe stukken opgevoerd, waaronder zijn Tyrannick Love. Nell Gwyn wordt een nieuwe ster en komt algauw in de gunst van de koning, ten nadele van Lady Castlemaine. Nelly’s voordracht van de epiloog wordt door de jonge Purcell gesaboteerd, die papierproppen in haar decolleté blaast. Terug in de 20ste eeuw zit Barbara (dezelfde actrice als Lady Castlemaine) hoogzwanger in het huis van Charles en vraagt hem om geld, dat hij niet heeft. Ook zij is uit de gratie gevallen. Een Beefeater geeft een rondleiding door de Tower of London. Charles blijft achter bij de kroon van Karel II, en plotseling duikt de goudsmid op, die hem meeneemt op een drinkgelag. Boeren in een 17de-eeuwse taveerne zingen ‘Your hay it is mow’d’ uit King Arthur. Dan breekt de pest uit. Door Londen rijden karren met lijken. Purcell wordt in veiligheid gebracht, zijn vader overlijdt.

Er volgen beelden van een demonstratie tegen de Vietnamoorlog met de ouverture van Dido and Aeneas. Dan springt het verhaal naar de grote brand van Londen. Kapitein Cooke brengt de koorjongens in veiligheid. Charles en James doen hun best om het vuur te blussen. De muziek onder deze scène is van William Walton. In de volgende scène zit de 20ste-eeuwse Charles, die tijdens de betoging gewond is geraakt, in bad de brieven van koning Charles te lezen. Koning Charles wordt door schuldeisers achternagezeten. Hij laat simpelweg het Ministerie van Financiën sluiten, alle interesten weigeren en alle terugbetalingen bevriezen. De bankiers zijn ontsteld en gooien met papieren. Onverstoorbaar geeft de koning de opdracht tot de bouw van St Paul’s Cathedral, die meerdere miljoenen zal kosten. Hierop volgt een scène van de 20ste-eeuwse Charles en Nell die door het Koninklijk Observatorium van Greenwich dartelen. Vervolgens hebben ze een discussie over de staat van het moderne Engeland. Charles haat middelmatigheid en correctheid; volgens hem wordt de publieke opinie gedomineerd door banaliteit en onwetende meningen. Charles gaat naar de British Library en kijkt er het lange tijd verloren manuscript van The Fairy-Queen in.

Late regering van Charles II thumb|Venus en Cupido door Peter Lely. In de film staat Nell Gwyn model; mogelijk poseerde hier echter Lady Castlemaine. Koning Charles zit tussen zijn maîtresses en hondjes en Dryden leest hem voor uit zijn epiloog voor het theater van 1681.‘The epilogue writ by Mr. Dreyden ; spoke before His Majesty at Oxford, March 19, 1680.’, op: Early English Books Online Text Creation Partnership, Universiteit van Michigan. Gearchiveerd op 28 juni 2023. ’s Avonds danst de koning met Nell Gwyn en vrijt met haar. Peter Lely portretteert Nell, en het verhaal springt kortstondig weer naar de 20ste eeuw.

Purcell is een adolescent. Hij loopt met Pelham Humfrey druk door een repetitie voor een Franse opera voor het huwelijk van prins Jacobus met Maria van Modena in 1673, waarvoor Purcell de muziek moet schrijven, hetgeen hij weigert.De opera is van Louis Grabu en Robert Cambert. Er zijn geen composities van Purcell uit 1673 bekend. Pelham dweept met alles wat Frans is en spioneert in Frankrijk;Humfrey werkte voor de geheime dienst. Hij overleed in 1674. Henry heeft het niet zo op Franse muziek begrepen: te veel noten.