Dan Lacksman (19 mei 1950, Werl, Duitsland), geboren als Daniël Lanckmans, is een Belgisch componist, muzikant, producer en geluidstechnicus. Als stichter van Electronic System (1972-1978) en medeoprichter van de synthpopgroep Telex (1978-1986) wordt hij beschouwd als een van de belangrijkste pioniers van de Belgische elektronische muziek.Le pionnier de l'electro belge revient, Lavenir.net, 6 juni 2013, geraadpleegd op 13 januari 2018. Gearchiveerd op 14 januari 2018.Biografie Dan Lacksman, Botanique.be, geraadpleegd op 13 januari 2018. Gearchiveerd op 4 december 2024.

Hij werkte samen met nationale en internationale artiesten. Lacksman produceerde albums voor artiesten als Lio, Deep Forest, Camouflage, Anna Domino, Philip Catherine, Marc Moulin en Ozark Henry. Als producer oogstte hij zijn grootste succes met de productie van Deep Forests debuutalbum, waarvan 3 miljoen exemplaren werden verkocht, en de single Sweet Lullaby (1992).Strange Sounds: Music, Technology and Culture, by Timothy D Taylor, Routledge, 2 januari 2014, p.133, geraadpleegd op 13 januari 2018. Gearchiveerd op 20 juni 2023. Hij componeerde tevens muziek voor onder meer Johan Verminnen, waaronder 'Laat me nu toch niet alleen', en Joe Harris.

Als synthesizerspeler en geluidstechnicus werkte Lacksman mee aan diverse hits, zoals 'Born to Be Alive' (van Patrick Hernandez, 1979)Born To Be Alive, album details, discogs.com, geraadpleegd op 13 januari 2018. Gearchiveerd op 14 januari 2018. en Hooverphonics 'Mad About You' (2000).Hooverphonic's Mad About You, discogs.com, geraadpleegd op 14 januari 2018. Gearchiveerd op 14 januari 2018. Lacksman fungeerde als geluidstechnicus voor onder meer Thomas Dolby, Sparks, Arno, Clouseau, Thijs van Leer, Will Tura en Youssou N'Dour.

Dan Lacksman is tevens de oprichter van Synsound Studios (1979), een opnamestudio in Laken waar honderden liedjes en albums werden opgenomen, waaronder K's Choices Paradise in Me en Novastars Another Lonely Soul.

Biografie Op 12-jarige leeftijd leerde Dan Lacksman pianospelen. Een jaar later kreeg hij als kerstgeschenk een gitaar en een taperecorder en besliste hij om een bandje te stichten dat nummers bracht in de stijl van The Shadows.

In de jaren zestig begon Lacksman vervolgens eigen materiaal te componeren. In 1968 beslist hij om professioneel geluidstechnicus te worden. De opleiding die hij volgde in die materie vond hij echter te theoretisch en dus beslist hij na enkele maanden om praktijkervaring op te doen. Lacksman kon aan de slag gaan bij de opnamestudio Studio Madeleine in Brussel waar hij kon samenwerken met geluidstechnici en muzikanten.

Niet veel later geraakt hij geïntrigeerd door synthesizers. In 1970 kocht Lacksman reeds zijn eerste synthesizer, een EMS VCS 3, een draagbare analoge synthesizer.Biography Dan Lacksman, danlacksman.be, geraadpleegd op 13 januari 2018. Gearchiveerd op 14 januari 2018.

Dan Lacksman Association (1971-1976) Begin jaren zeventig bracht hij onder eigen naam en als "Dan Lacksman Association" zeven Engelstalige nummers en twee albums uit. De eerste single werd 'I Start a Dream Today' met op de B-kant het nummer 'You'll Be Fine'.Dan Lacksman, biography, houbi.com, geraadpleegd op 14 januari 2018. Gearchiveerd op 2 december 2024.

In 1972 verscheen het album Flamenco Moog, een album waarop Lacksmans nieuwe synthesizer, een Moog-synthesizer, een centrale rol toebedeeld kreeg. Het album werd opgenomen in de Studio Madeleine en omvatte onder meer een cover van 'Popcorn' en zelfgeschreven nummers.Dan Lacksman Association, Album Flamenco Moog, Albumdetails, discogs.com, geraadpleegd op 13 januari 2018. Gearchiveerd op 14 januari 2018.Flamenco Moog, 1972, muziekarchief.be, geraadpleegd op 13 januari 2018. Gearchiveerd op 20 juni 2023.

In 1973 verscheen een tweede album met nummers als 'Happiness is a cold beer', dat als single werd uitgebracht, en 'Love You Every Day' dat een jaar later fungeerde als basis voor Skylab, een 14 minuten durende instrumentale compositie die onder de naam Electronic System werd uitgebracht.Album Dan Lacksman, 1973, muziekarchief.be geraadpleegd op 13 januari 2018. Gearchiveerd op 21 december 2018. Eén nummer op het album, 'Monday Morning', werd geschreven door Lou Deprijck (Two Man Sound). Deprijck en Sylvain Vanholme (van The Wallace Collection) fungeerden als gastmuzikanten op het nummer.Monday morning, 1973, muziekarchief.be, geraadpleegd op 13 januari 2018. Gearchiveerd op 21 december 2018.

Muziek voor Vlaamse hits Een van Lackmans eerste demo's werd in 1973 als basis gebruikt voor Johan Verminnens "Laat me nu toch niet alleen". De demo werd geactualiseerd en aangevuld met een Moog-synthesizer die door Lacksman werd bespeeld.Laat me nu toch niet alleen, Johan Verminnen, 1974, muziekarchief.be, geraadpleegd op 14 januari 2018. Gearchiveerd op 24 december 2018. De combinatie van Lackmans muziek, de lyrics van Johan Verminnen en de productie van Jean Kluger resulteerde in een Vlaamse evergreen. "Laat me nu toch niet alleen" haalde de 3de plaats in de Vlaamse Top 10 van 1974. Het nummer werd later gecoverd door diverse artiesten, onder wie Clouseau, Anita Meyer, The Bony King Of Nowhere en Scala & Kolacny Brothers.Laat me nu toch niet alleen, Ultratop.be, geraadpleegd op 14 januari 2018. Gearchiveerd op 1 december 2024. Lacksman schreef ook de muziek voor twee andere nummers van Johan Verminnen, 'Waar Ben Jij' (1973) en 'Oostende in the Rain' (1978).

Dan Lacksmans muziek werd eveneens aangewend voor diverse liedjes van Joe Harris ('Hé Ho Mijnheer', 'Kom eens kijken' en 'Niets gezien, niets gehoord', 1973), Micha Marah ('Weer een jaar erbij', 1974) en Will Tura ('Wat kan ik doen', 1994).Dan Lacksman, discografie, Ultratop.be, geraadpleegd op 13 januari 2018. Gearchiveerd op 20 juni 2023.

Electronic System (1972-1978) 'Hé Ho Mijnheer' (1972) van Joe Harris betrof een herwerking van Lacksmans nummer 'Coconut' dat Lacksman zelf uitbracht onder de naam Electronic System. Het up-tempo synthpopnummer werd een hitje in Nederland en haalde in februari 1973 een 21ste plaats in de Nederlandse Top 40. In België stond 'Coconut' 14 weken in de Ultratop en werd een 14de plaats behaald.The Electronic System - Coconut, 1972, Ultratop.be, geraadpleegd op 15 januari 2018. Gearchiveerd op 7 december 2024. De B-zijde betrof "You're gonna be my friend" en was eerder in de stijl van "Laat me nu toch niet alleen".

In 1973 volgde nog een single, Funny Kouly, een herwerking van Funiculì Funiculà. 'Funny Kouly' verscheen in 1974 ook op Tchip Tchip, het eerste studioalbum van Electronic System. Dat album omvatte acht nummers, waaronder het instrumentale 'Skylab', dat in 2016 eveneens verscheen op de Belpop-compilatie TSOB (The Sound of Belgium) Vol. 3.

Disco Machine, het tweede album van Electronic System, werd in 1977 uitgebracht en bevat 'Fly to Venus'. Dat nummer werd in 2001 gesampled door The Chemical Brothers en is te horen in het nummer 'Star Guitar'.Star Guitar by The Chemical Brothers, 2001, whosampled.com, geraadpleegd op 14 januari 2018. Gearchiveerd op 14 januari 2018.

In 1978 bracht Dan Lacksman onder de naam 'Transvolta' de ep Disco Computer uit. De gelijknamige single haalde een 15de plaats in de Zweedse hitparade.Disco Computer van Transvolta, 1978, Ultratop.be, geraadpleegd op 14 januari 2018. Gearchiveerd op 2 december 2024.

Telex (1978-1986, 2006) Als medeoprichter en componist van de in 1978 opgerichte Brusselse synthpopgroep Telex scoorde Dan Lacksman hits met 'Twist à Saint Tropez', 'Moskow Diskow' (dat later op de Belpop-verzamel-lp Get Sprouts verscheen), 'Spike Jones', 'Peanuts' en 'Euro-vision', de inzending voor het Eurovisiesongfestival van 1980. Telex deed mee aan het Eurosongfestival met de bedoeling om laatste te worden, iets wat hun net niet lukte. Het was ook het enige optreden dat de band ooit gaf.

De groep bracht zes albums uit. De albums Looking for Saint-Tropez en Sex vormden een inspiratiebron voor de Amerikaanse rockgroep ZZ Top, in het bijzonder voor hun album Eliminator (1983), dat volgestouwd werd met synthesizermateriaal.Belpop Bonanza Bis, Marc Vos, 10 februari 2015, popmagazineheaven.nl, geraadpleegd op 4 januari 2018. Gearchiveerd op 14 januari 2018.Marc Moulin biography, geraadpleegd op 14 januari 2018

'Moskow Diskow' werd een van de grootste hits van Telex. Het nummer haalde een 5de plaats in de Italiaanse hitparadeMoskow Diskow, hitparadeitalia.it, geraadpleegd op 14 januari 2018 en in de Verenigde Staten, waar de muziek van Telex verscheen onder het label "Sire Records" haalde 'Moskow Diskow' een 36ste plaats in de Billboard Hot Dance Club Songs van 1979.Discografie Telex, allmusic.com, geraadpleegd op 13 januari 2018. Gearchiveerd op 14 januari 2018.

In 2006 ondernam Telex een reünie en werd het album How Do You Dance?. Met een cover van Canned Heats 'On the Road Again' had ze een bescheiden hitje.

Producties en geluidstechniek Sinds het ontstaan van Telex profileerde Dan Lacksman zich alsmaar meer als producer. Naast in te staan voor de productie van alle albums en singles van Dan Lacksman Association, Electronic Soundsystem en Telex, stond hij in voor de productie van diverse succesvolle liedjes en albums van binnen- en buitenlandse artiesten.

In 1979 richtte hij in Laken de opnamestudio Synsound op. Sindsdien werd in de studio muziek opgenomen van ruim honderd artiesten, waaronder Sparks, Arno, Deep Forest, Plastic Bertrand, Étienne Daho, Eros Ramazzotti, Sparks, Frédéric François, Patrick Hernandez, K's Choice, Zap Mama en Youssou N'Dour.Des Synsound Recording Studios, RTBF.be, geraadpleegd op 13 januari 2018 Synsound fungeerde ook reeds als locatie voor albumvoorstellingen van Pascal Obispo en Mark Knopfler.Synsound, lesoir.be, geraadpleegd op 13 januari 2018

Samen met Marc Moulin produceerde hij in 1979 het debuutalbum van Lio en haar eerste hit, 'Banana Split'. Van de single werden in Frankrijk ruim 700.000 exemplaren verkocht. Het album werd integraal opgenomen in de Synsound Studios.

Datzelfde jaar speelde Lacksman synthesizer op een van de succesvolste disconummers uit de popgeschiedenis: 'Born To Be Alive' van Patrick Hernandez.Born to be Alive van Patrick Hernandez, 1979, album credits, discogs.com, geraadpleegd op 14 januari 2018. Gearchiveerd op 14 januari 2018. Lacksman stelde in een interview met het Waals-Brusselse magazine "Larsen" dat een van zijn melodieën gebruikt werkt voor de hit van Patrick Hernandez, maar dat hij uiteindelijk enkel een 'credit' verkreeg als muzikant.L'homme qui murmurait à l'oreille des machines, Larsen, p.18-19, oktober 2013, geraadpleegd op 14 januari 2018. Gearchiveerd op 14 januari 2018.

In 1982 nam hij de productie van Philip Catherines album End of August voor zijn rekening. Een jaar later werd het album In Outer Space van Sparks opgenomen in de Synsound Studios.Talent Is An Asset: The Story Of Sparks, Daryl Easlea, Omnibus Press, 7 apr. 2010, geraadpleegd op 14 januari 2018. Gearchiveerd op 20 juni 2023. In 1985 fungeerde Dan Lacksman opnieuw als geluidstechnicus voor de single Change van Sparks.Sparks - Change, discogs.com, geraadpleegd op 14 januari 2018. Gearchiveerd op 14 januari 2018.

Lacksman fungeerde in 1984 later als geluidstechnicus voor Thomas Dolby's album The Flat Earth. Datzelfde jaar produceerde hij de vier nummers van Anna Domino's ep Rhythm.

In 1986 was hij coproducer van Marc Moulins album Picnic.

In 1989 produceerde Lacksman het album Methods of Silence, het tweede album van het Duitse synthpoptrio Camouflage.Dan Lacksman - Bonjour Mr Hulot: New music from Belgium, The Guardian, 28 oktober 2013, geraadpleegd op 13 januari 2018. Gearchiveerd op 14 januari 2018.