De onrechtmatige daad is een begrip uit het Belgisch buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht. Volgens artikel 1382 van het (oud) Burgerlijk Wetboek is de onrechtmatige daad elke daad van de mens, waardoor aan een ander schade wordt veroorzaakt. Degene die de schade veroorzaakt, zal die schade moeten vergoeden: verplicht degene door wiens schuld de schade is ontstaan, deze te vergoeden.
Zodat er sprake zou zijn van een onrechtmatige daad, moet er voldaan zijn aan drie cumulatieve voorwaarden:Art. 1382 Burgerlijk Wetboek. de persoon moet een fout hebben begaan; deze fout moet schade hebben veroorzaakt; tussen de fout en de schade moet een causaal of oorzakelijk verband bestaan, d.w.z. dat de schade niet zou zijn ontstaan zonder de fout.
De nadere invulling omtrent deze theorie werd ontwikkeld door de rechtspraak en rechtsleer en wordt telkens toegepast om de buitencontractuele aanspraak te beoordelen.
De onrechtmatige daad is een van de belangrijkste afwijkingen op het principe dat iedereen zijn eigen schade draagt. Er moet evenwel voldaan worden aan de toepassingsvoorwaarden om effectief te kunnen spreken van een onrechtmatige daad.
Fout De fout is niet enkel een handelen, maar kan ook een nalaten zijn.Art. 1383 BW. De fout bestaat uit twee bestanddelen: het objectief bestanddeel enerzijds, het subjectief bestanddeel anderzijds. Beide elementen moeten aanwezig zijn zodat sprake kan zijn van een fout. Is enkel het objectief bestanddeel aanwezig, dan spreekt men van een objectieve onrechtmatigheid.
Objectief bestanddeel Dit is een gedraging die objectief beschouwd onrechtmatig is omdat ze een inbreuk vormt op een bepaalde norm. Deze "norm" kan ofwel een specifieke rechtsregel die een gedragsnorm oplegt zijn, ofwel de algemene zorgvuldigheidsnorm. Bij de beoordeling van het objectief bestanddeel kijkt men dus enkel en alleen naar de daad die de persoon heeft gesteld.
Schending van een specifieke rechtsnorm Indien men een specifieke rechtsnorm, of die nu wettelijk of reglementair is, overtreedt, dan spreekt men over een objectieve onrechtmatigheid.Cass 3 oktober 1994, Arr.Cass. 1994, 807.Cass. 8 november 2002, Pas. 2002, 2136. Hierbij komen alle rechtsregels in aanmerking.Cass. 8 december 1994, Arr.Cass. 1994, 1074.Cass. 26 juni 1998, Arr.Cass. 343. Zelfs sport- en spelregels of deontologische regels tellen. Iedereen die slachtoffer werd van schade, kan zich hierop beroepen.
Schending van de algemene zorgvuldigheidsnorm Om uit te maken of de algemene zorgvuldigheidsnorm overtreden werd, gaat de rechter het schadeverwekkend gedrag marginaal toetsen aan het gedrag dat de bonus pater familias of de goede huisvader gesteld zou hebben in dezelfde omstandigheden. De bonus pater familias is een abstracte figuur, die wordt omschreven als een normaal vooruitziende en zorgvuldige persoon. Wijkt het gedrag dat aan de basis lag van de schade af van het gedrag dat de bonus pater familias zou gesteld hebben in dezelfde omstandigheden, dan is er sprake van een schending van de algemene zorgvuldigheidsnorm.Cass. 26 juni 1998, Arr.Cass. 1998, 343.Cass. 25 november 2002, Pas. 2002, 2230.
Normaal wijst erop dat men alleen zich moet gedrag en zoals een redelijk en normaal mens.Cass. H. VANDENBERGHE, M. VAN QUICKENBORNE, L. WYNANT en M. DEBAENE, "Overzicht", TPR 2000, 1263. Vooruitziend wijst erop dat men redelijkerwijze de nadelige gevolgen moet inbeelden van het handelen. De "redelijke" voorzienbaarheid is een criterium om de onrechtmatigheid van het handelen te kunnen vaststellen. De schade zelf moet echter niet kunnen worden voorzien. De voorzienbaarheid wijst dus enkel naar het ontstaan, en niet de omvang van de schade.Cass. 17 april 1975, Arr.Cass 1975, 308. Het criterium van voorzienbaarheid is niet van tel indien de dader met opzet handelt. Met zorgvuldig wordt bedoeld dat er werd gepoogd de redelijk voorzienbare nadelige gevolgen van het handelen te voorkomen door gepaste voorzorgsmaatregelen te treffen. Hierdoor is de handeling enkel onrechtmatig indien de schade voorzienbaar was. Dit is dus een inspanningsverplichting in hoofde van degene die handelt.
Het criterium van de goede huisvader is een abstract criterium, waardoor in principe de rechter geen rekening zal houden met de persoonlijke kenmerken en hoedanigheden van de dader.H. VANDENBERGHE, "Overzicht", TPR 2010, 1753. Men spreekt aldus van een toetsing in abstracto. Toch zal men het criterium van de goede huisvader in zekere mate moeten concretiseren: men zal de goede huisvader in exact dezelfde concrete omstandigheden plaatsen als die waarin de dader zich bevond. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de interne en externe omstandigheden van de dader. Enkel met de externe omstandigheden wordt rekening gehouden, dit zijn omstandigheden die niets te maken hebben met de persoon van de dader, zoals het klimaat, de tijd, het weer, de plaats en zelfs de opleiding, status, professionele kennis en beroepsbekwaamheid van de dader.Cass. 5 juni 2003, Arr.Cass 2003, 1337.B. WEYTS, "Wordt de algemene zorgvuldigheidsnorm steeds subjectiever?", TBBR 2005, 112. Met interne omstandigheden bedoelt men de eigenschappen die eigen zijn aan de dader zoals diens karakter, leeftijd, geslacht, gezondheid, IQ, ervaring etc. Hiermee wordt in principe geen rekening mee gehouden om een ongelijke behandeling van soortgelijke gevallen te vermijden. Ondanks het feit dat er in principe geen rekening wordt gehouden met interne elementen, zal men deze toch in aanmerking nemen indien deze veralgemeenbaar zijn en geen verband houden met de persoonlijkheid van de dader, zoals vooral de leeftijd.B. DUBUISSON, V. CALLEWAERT, B. DE CONINCK en G. GATHEM, Chronique de jurisprudence 1996-2007, Brussel, Larcier, 2009, 23-26. Er is geen sprake van een fout indien de bonus pater familias op dezelfde wijze gehandeld zou hebben.
Subjectief bestanddeel Bij de beoordeling van het subjectief of moreel bestanddeel zal men kijken naar de schuldbekwaamheid van de dader. Is de onrechtmatige gedraging hem toerekenbaar? Bij deze beoordeling wordt er niet naar de daad, maar naar de dader gekeken. Hij moet de daad bewust en vrij hebben gesteld.
De vervulling van het subjectief bestanddeel veronderstelt schuldbekwaamheid in hoofde van de dader en de toerekenbaarheid van de onrechtmatige gedraging aan hem.Cass. 22 september 1988, Arr.Cass 1988-89, 94.Cass. 3 oktober 1994, Arr.Cass 1994, 807. De dader moet de fout "vrij en bewust" of "wetens en willens" hebben begaan.
Schuldbekwaamheid In principe wordt iedereen geacht schuldbekwaam te zijn. Toch zijn er een aantal categorieën van personen die gedeeltelijk schuldonbekwaam zijn, omdat zij zich niet altijd bewust zijn van hun doen of er niet altijd de nodige controle over hebben. Deze categorieën zijn de infantes, de geesteszieken en de rechtspersonen. Infantes Minderjarigen zijn enkel schuldbekwaam indien zij de "jaren des onderscheids" hebben bereikt.Cass. 13 oktober 1999, Arr.Cass. 1999, 1255.Cass. 30 oktober 1980, Arr.Cass. 1980-81, 235.Cass. 3 mei 1978, Arr.Cass. 1978, 1037.Cass. 30 mei 1969, Arr.Cass. 1969, 943. Heeft de minderjarige de jaren des onderscheids niet bereikt, dan heeft men het over een infans. In beginsel zijn dit kinderen jonger dan 7, maar de term "infans" is een feitelijk begrip waarbij de rechter soeverein oordeelt over de invulling ervan, d.w.z. dat hij oordeelt of de minderjarige al dan niet de jaren des onderscheids heeft bereikt. Het Hof van Cassatie is hier onbevoegd.B. DUBUISSON, V. CALLEWAERT, B. DE CONINCK en G. GATHEM, Chronique de jurisprudence 1996-2007, Brussel, Larcier, 2009, 37-38. De rechter neemt hier verschillende elementen in overweging: de minderjarige zijn fysieke en intellectuele ontwikkeling, opvoeding, opgroeiingsmilieu, en de aard van de handeling die schade verwekte."Overzicht", TPR 2010. Meestal is vooral de leeftijd doorslaggevend.
De schuldonbekwaamheid van de minderjarige belet evenwel niet dat ouders van de minderjarige aansprakelijk gesteld kunnen worden op basis van art. 1384 van het burgerlijk wetboek.
Geestesgestoorden Dit zijn personen die niet over voldoende onderscheidsvermogen beschikken om de gevolgen van hun handelen te voorzien of die geen controle hebben over dit handelen. Zij zijn schuldonbekwaam. Ook dit betreft een feitelijk begrip waarover de rechter soeverein oordeelt. Elementen die hierbij kunnen helpen zijn bv. internering of een gedwongen opname in een psychiatrische instelling.
Men onderscheidt hierbij personen die lijden aan een geestesziekte en personen die de controle over hun handelen verliezen door een plots ziekteverschijnsel, bv. een hartinfarct of een epilepsieaanval. Zodat de geestesgestoorde schuldonbekwaam is, is vereist dat hij geen voorafgaande fout heeft begaan waarbij hij wel controle had over zijn handelen. D.w.z. dat hij zich niet vrijwillig mag begeven in een situatie waarvan hij kon voorzien dat hij de controle over zijn gedragingen zou verliezen.Zie bv. Pol. Dinant 6 juli 1995, T. Vred. 1996, 230.
Indien men de geestesgestoorde niet aansprakelijk kan stellen op basis van art. 1382-1383 BW, dan kan dit in sommige gevallen wel op basis van art. 1386bis BW, dat niet de integrale maar wel een billijke schadevergoeding voorschrijft.
Rechtspersonen Rechtspersonen worden geacht van nature schuldonbekwaam te zijn op civielrechtelijk vlak door het ontbreken van het subjectief element. Op strafrechtelijk vlak zijn ze wel schuldbekwaam.Art. 5 Strafwetboek. Zij kunnen op basis van de orgaantheorie echter wél aansprakelijk gesteld worden.
Daarnaast zijn er een aantal categorieën van personen die over immuniteit beschikken en aldus niet aansprakelijk gesteld kunnen worden. Dit zijn de werknemers, overheidspersoneel en magistraten.
Werknemers Werknemers zijn ten aanzien van hun werkgever en derden enkel aansprakelijk voor hun zware fout, hun opzettelijke fout en hun vaak voorkomende lichte fout.Art. 18 Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, BS 22 augustus 1978. Jegens zijn medewerknemers is hij enkel aansprakelijk voor zijn opzettelijke fout.Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, BS 24 april 1971. De werkgever is jegens derden aansprakelijk voor fouten van de werknemer.Art. 1384, derde lid BW. Overheidspersoneel Statutair overheidspersoneel geniet van dezelfde immuniteit als werknemers.Art. 2 Wet van 10 februari 2003 betreffende de aansprakelijkheid van en voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen, BS 27 februari 2003. Deze immuniteit geldt wel niet voor zelfstandige vertegenwoordigers van de overheid, m.a.w. de organen. Magistraten Magistraten zijn in de regel niet aansprakelijk voor de fouten die ze begaan in de uitoefening van hun functie. Deze immuniteit dient als waarborg voor hun onafhankelijkheid. Ze zijn immuun zowel ten aanzien van derden of de overheid. Derden kunnen de overheid wel aansprakelijk stellen op basis van art. 1382-1383 BW voor de fouten die magistraten in hun functie begingen. De overheid heeft in dit geval geen regresvordering op de desbetreffende magistraat.
Toerekenbaarheid Dit betekent dat er geen sprake is van overmacht of van een vreemde oorzaak. Ook de fout van het slachtoffer is een vreemde oorzaak, maar hierbij geldt als voorwaarde dat de dader deze fout kon voorzien noch vermijden. De dader kan zich eventueel wel beroepen op rechtvaardigingsgronden. Dit zijn externe onvoorzienbare en onoverkombare omstandigheden die de vrije wil van de dader uitschakelden, zoals een noodtoestand, morele dwang, zelfverdediging, een wettelijk voorschrift, een bevel van de overheid, onoverkomelijke dwaling etc.
Indien beide partijen een fout begingen, kan dit leiden tot gedeelde aansprakelijkheid, waarbij de schadelast naar evenredigheid wordt verdeeld, rekening houdende met het aandeel van de fout van elke partij in de schade.
Schade