De Mont Pèlerin Society (MPS) is een internationaal, op voordracht toegankelijk genootschap van voornamelijk economen, historici, filosofen en andere onderzoekers en publieke intellectuelen die zich bezighouden met liberale politieke en economische ordeningen. De vereniging ontstond tijdens een door de Oostenrijks-Britse econoom Friedrich Hayek georganiseerde bijeenkomst van 1 tot en met 10 april 1947 op de Mont Pèlerin bij Vevey in Zwitserland.Bruce Caldwell en Hansjoerg Klausinger, Hayek: A Life, 1899–1950, University of Chicago Press, 2022, hoofdstuk 33, pp. 642–674, doi:10.7208/chicago/9780226816838.003.0034.Mont Pelerin Society, Statement of Aims, 8 april 1947, website van de Mont Pelerin Society, geraadpleegd op 20 augustus 2026.

In haar oprichtingsverklaring legde de MPS nadruk op onder meer de rechtsstaat, individuele vrijheid, privé-eigendom, concurrentie en de beperking van willekeurige machtsuitoefening. Tegelijk stelde de vereniging uitdrukkelijk geen propagandaorganisatie of politieke partij te willen zijn en geen gedetailleerde ideologische orthodoxie te willen vastleggen. In de geschiedschrijving wordt de MPS veelal beschouwd als een belangrijk transnationaal forum bij de ontwikkeling van het naoorlogse neoliberalisme. Daarbij benadrukken historici dat haar leden geen uniforme leer aanhingen en onderling verschilden over onder meer de rol van de staat, sociaal beleid, concurrentie, democratie en de institutionele inrichting van markten.Angus Burgin, The Great Persuasion: Reinventing Free Markets since the Depression, Harvard University Press, 2012, doi:10.4159/harvard.9780674067431.Philip Mirowski en Dieter Plehwe (red.), The Road from Mont Pèlerin: The Making of the Neoliberal Thought Collective, Harvard University Press, 2009.Daniel Coleman, "Getting Tough or Rolling Back the State? Why Neoliberals Disagreed on a Guaranteed Minimum Income", Modern Intellectual History, 20(2), 2023, pp. 484–511, doi:10.1017/S1479244322000257.

Voorgeschiedenis

De oprichting van de MPS vond plaats tegen de achtergrond van de economische en politieke crises van het interbellum. De Grote Depressie, de opkomst van fascistische en communistische regimes en de uitbreiding van economische planning leidden verschillende liberale economen en politieke denkers ertoe de uitgangspunten en institutionele voorwaarden van een liberale economie opnieuw te onderzoeken.

Een belangrijke voorgeschiedenis vormde het Colloque Walter Lippmann van 1938 in Parijs, waar intellectuelen met uiteenlopende liberale opvattingen discussieerden over de vernieuwing van het liberalisme. In de literatuur worden zowel dit colloquium als de latere MPS als belangrijke momenten in de ontwikkeling van onder meer het ordoliberalisme en andere vroeg-neoliberale stromingen behandeld.William Callison, "The Historical Context of Ordoliberalism’s Theoretical Development", in The Oxford Handbook of Ordoliberalism, Oxford University Press, 2022, pp. 40–56, doi:10.1093/oxfordhb/9780198861201.013.3. De MPS kan echter niet zonder meer als een organisatorische voortzetting van het colloquium worden beschouwd. Hayek werkte tijdens en na de Tweede Wereldoorlog afzonderlijk aan een internationaal netwerk waarin verdedigers van een liberale maatschappelijke orde langdurig ideeën zouden kunnen uitwisselen.Daniel Stedman Jones, Masters of the Universe: Hayek, Friedman, and the Birth of Neoliberal Politics, Princeton University Press, bijgewerkte editie, 2014, hoofdstuk 2, pp. 30–84, doi:10.23943/princeton/9780691161013.003.0003.

Hayek overwoog aanvankelijk voor zijn voorgenomen organisatie onder meer de naam Acton-Tocqueville Society. Uiteindelijk werd gekozen voor de naam van de plaats waar de eerste bijeenkomst werd gehouden.

Oprichting in 1947

Aan de eerste bijeenkomst in april 1947 namen 39 personen deel. Naast Hayek waren onder anderen Ludwig von Mises, Milton Friedman, George Stigler, Frank Knight, Walter Eucken, Karl Popper, Lionel Robbins, Michael Polanyi en Wilhelm Röpke aanwezig. De deelnemers vertegenwoordigden verschillende disciplines en verschillende intellectuele tradities binnen het liberalisme.

Op 8 april 1947 namen de deelnemers een Statement of Aims aan. Daarin stelden zij dat individuele vrijheid volgens hen werd bedreigd door de uitbreiding van willekeurige macht en door de verzwakking van de rechtsstaat, het privé-eigendom en de concurrerende markt. Als onderwerpen voor verder onderzoek noemden zij onder meer de functies van de staat, de rechtsstaat, minimumnormen die verenigbaar zouden zijn met marktwerking en individuele initiatiefvrijheid, en een internationale orde die vrede, vrijheid en economische betrekkingen zou bevorderen.

De verklaring bevatte geen uitgewerkt economisch programma. De opstellers bepaalden expliciet dat de MPS geen propaganda zou voeren, zich niet met een bepaalde politieke partij zou verbinden en geen bindende of gedetailleerde orthodoxie zou vaststellen. Het beoogde doel was de uitwisseling van ideeën tussen personen die een aantal brede uitgangspunten over een vrije samenleving deelden.

Intellectuele verscheidenheid

Hoewel leden van de MPS een afwijzende houding tegenover vergaande vormen van collectivistische planning deelden, bestonden van het begin af aan aanzienlijke verschillen over de vraag hoe een marktorde institutioneel moest worden ingericht. Onder de vroege deelnemers bevonden zich vertegenwoordigers of voorlopers van onder meer de Oostenrijkse school, het Duitse ordoliberalisme en de latere Chicago-school.

Historicus Angus Burgin betoogt dat de vroege MPS niet eenvoudig kan worden gelijkgesteld met een onvoorwaardelijke verdediging van laissez-faire. Hayek en verschillende van zijn tijdgenoten aanvaardden volgens Burgin vormen van overheidsoptreden en institutionele begrenzing van markten. Vanaf de jaren zestig en zeventig kreeg binnen het bredere marktliberale debat een uitgesprokener verdediging van vrije markten, onder anderen door Friedman, meer gewicht.

Ook binnen de economische theorie bleven de verschillen aanzienlijk. Philip Mirowski beschrijft het ordoliberalisme als een belangrijke stroming bij de vroegste doctrinaire discussies binnen de MPS. In zijn periodisering verschoof het intellectuele zwaartepunt later naar Hayekiaanse en vervolgens meer naar met de Chicago-school geassocieerde benaderingen. Mirowski gebruikt deze ontwikkeling om te betogen dat het problematisch is één onveranderlijk ideaaltype van neoliberaal denken aan de gehele geschiedenis van de MPS toe te schrijven.Philip Mirowski, "Ordoliberalism within the Historical Trajectory of Neoliberalism", in The Oxford Handbook of Ordoliberalism, Oxford University Press, 2022, pp. 57–75, doi:10.1093/oxfordhb/9780198861201.013.4.

De onderlinge verschillen kwamen ook tot uiting bij concrete beleidskwesties. Daniel Coleman beschrijft bijvoorbeeld de meningsverschillen onder met de MPS verbonden denkers over een gegarandeerd minimuminkomen in de Verenigde Staten in de jaren zestig en zeventig. Friedman en Stigler konden een vorm van minimuminkomen verenigbaar achten met hun streven de bestaande verzorgingsstaat te hervormen, terwijl onder anderen Henry Hazlitt dergelijke regelingen afwees. Coleman concludeert daaruit dat er voor sociaal beleid geen eenduidige neoliberale orthodoxie bestond.

Democratie en de rol van de staat

De verhouding tussen economische vrijheid, staatsmacht en democratisch bestuur vormde eveneens onderwerp van debat. Politiek theoreticus Lars Cornelissen onderzocht discussies over representatieve democratie tijdens MPS-bijeenkomsten tussen 1947 en 1998. Volgens hem was een terugkerende kritiek onder deelnemers dat democratische politieke processen tot economische interventies konden leiden die de werking van markten zouden aantasten. Voorstellen om economische en politieke macht institutioneel of constitutioneel te begrenzen namen binnen die discussies verschillende vormen aan.Lars Cornelissen, "‘How can the people be restricted?’: the Mont Pèlerin Society and the problem of democracy, 1947–1998", History of European Ideas, 43(5), 2017, pp. 507–524, doi:10.1080/01916599.2017.1365745.

De opvatting dat neoliberale denkers uitsluitend een zo klein mogelijke staat nastreefden, is eveneens onderwerp van historiografisch debat. Historicus Quinn Slobodian laat in zijn studie naar het internationale neoliberale denken zien dat verschillende met de MPS verbonden denkers juist belang hechtten aan juridische en internationale instituties die markten en eigendomsrechten tegen politieke ingrepen moesten beschermen. In deze interpretatie ging het niet alleen om vermindering van staatsoptreden, maar ook om de institutionele vorm en het niveau waarop regels werden vastgesteld.Quinn Slobodian, Globalists: The End of Empire and the Birth of Neoliberalism, Harvard University Press, 2018.

Organisatie en lidmaatschap

De MPS functioneert hoofdzakelijk als een forum voor bijeenkomsten en intellectuele uitwisseling. De oorspronkelijke doelstellingen voorzien niet in een gezamenlijk politiek programma of een partijpolitieke rol. Volgens de vereniging zelf heeft zij niet naar publiciteit gestreefd, maar beoogt zij evenmin geheim of anoniem te opereren. Zij benadrukt bovendien dat de leden individuen zijn en dat een lid niet namens de overige leden spreekt.

Het lidmaatschap is niet vrij toegankelijk. Kandidaten worden voorgedragen. Volgens de in 2026 geldende toelatingsprocedure moet een kandidaat normaal gesproken eerder ten minste twee MPS-bijeenkomsten als gast hebben bijgewoond en door ten minste twee bestaande leden worden gesteund. Een commissie beoordeelt de voordrachten en doet aanbevelingen aan het bestuur, dat vervolgens over de kandidaturen beslist.Mont Pelerin Society, How to Join The Mont Pelerin Society, website van de Mont Pelerin Society, geraadpleegd op 20 augustus 2026.

Hayek was de eerste president en bekleedde die functie van 1947 tot 1961. Latere presidenten waren onder anderen Wilhelm Röpke, Milton Friedman, George Stigler, James M. Buchanan en Gary Becker.Mont Pelerin Society, Past Presidents, website van de Mont Pelerin Society, geraadpleegd op 20 augustus 2026.

Betekenis voor de ontwikkeling van het neoliberalisme

De historische betekenis van de MPS wordt vooral gezocht in haar functie als internationaal intellectueel netwerk. Daniel Stedman Jones beschrijft de oprichting als het resultaat van Hayeks poging om gelijkgezinde intellectuelen uit verschillende Europese landen en de Verenigde Staten duurzaam met elkaar te verbinden. De MPS vormde daarmee een plaats waar ideeën konden worden ontwikkeld en uitgewisseld voordat marktliberale beleidsopvattingen in latere decennia een prominentere plaats in politiek en publiek debat kregen.

Mirowski en Dieter Plehwe behandelen de MPS als een belangrijk knooppunt van wat zij een neoliberaal thought collective noemen. Hun onderzoek richt zich niet alleen op gedeelde denkbeelden, maar ook op conflicten binnen het netwerk over onderwerpen als vakbonden, mededingingsbeleid, ontwikkelingseconomie en de rol van particuliere organisaties bij de verspreiding van ideeën. Die benadering sluit aan bij onderzoek dat de MPS niet als een centraal aangestuurde politieke organisatie beschouwt, maar als een ontmoetingsplaats binnen een breder netwerk van academici, publicisten, ondernemers en later ook denktanks en beleidsorganisaties.

Het begrip neoliberalisme wordt in deze historische literatuur als analytische categorie gebruikt. De leden van de MPS gebruikten zelf niet noodzakelijk dezelfde terminologie en onderschreven, zoals ook uit de oprichtingsverklaring blijkt, geen volledige gemeenschappelijke doctrine. Daarom worden uitspraken over de politieke of economische opvattingen van "de MPS" in de wetenschappelijke literatuur doorgaans onderscheiden van opvattingen van afzonderlijke leden en van specifieke intellectuele stromingen binnen het genootschap.

Bijeenkomst in Chili in 1981